Brievenbussen flyeren
Solidariteit, Publiciteit, Flyers, Brievenbussen, Noord-zuidfeest -

Brievenbussen flyeren

maandag 16 september 2013 11:30

De morgen was nagenoeg ongerept, nog niet bezoedeld door hinderlijke geluiden en de stank van het dagelijks mensengesleur. Vele inwoners kropen nu vanonder de lakens, probeerden zich in de spiegel wakker te kijken en hun hersenen op gang te brengen door een mentale conversatie met zichzelf, zaten op het potje, sloegen water in het gezicht en enkelen nipten reeds aan de koffie. Ik was in elk geval te vroeg van start gegaan en op de verkeerde dag.

De wekelijkse distributie van het gezwollen geplastificeerd pak reclamedrukwerk was mij voorgegaan.

In mijn brievenbus komen ze er niet in. Een waarschuwende sticker maakt hen dat duidelijk. Kan er mij iemand uitleggen waarom ik elke week een nieuw Perzisch tapijt nodig heb, allemachtig geweven door twaalfjarige slavinnetjes? Of een nieuwe driedelige living in donkerblauw luxeleder?

Of een nieuwe geluidsinstallatie? Met de oude doe ik het nog perfect, de lullige en allang in onbruik geraakte cassetterecorder stoort mij niet. Ook zonder hoorapparaat krijg ik uit mijn installatie alles voortreffelijk voorgeschoteld. Ik heb in mijn huiskamer Bach nog geen enkele noot vals horen componeren noch The Stones van de toonladder horen donderen.

Tot mijn grote opluchting stelde ik vast dat misschien wel de helft van de bewoners, stickerplakkend, er hetzelfde over denken. Of zegde deze vaststelling eerder iets over de inwoners in deze buurt? Mensen van een zekere leeftijd, die al alles gekocht hebben wat ze zich in hun gezegende leven meenden te moeten aanschaffen en die al dat papier schuwen, toch maar om het maandelijks voor de ophaaldiensten op de stoep te zetten.

Toch trof ik nogal wat gleuven finaal geblokkeerd aan. Tussen het dubbelgevouwen pakket publiciteit dat deels op de straat balanceerde, was geen speld te krijgen, laat staan een niet voor kreuken bestemde flyer. Er zat niets anders op dan wat de verdeler systematisch vertikte te voltooien, daar waar mogelijk de pakken verder door te duwen en de gleuven toegankelijker te maken.

“Meneer, die wonen daar niet meer”

Sommige brievengleuven zijn onderaan de deur haast tegen de arduinen dorpel met moeite te bereiken. Ik begrijp niet hoe de postbodes het pikken. Enkel geschikt voor Hobbit-brievenverdelers. Na de flyer binnengeduwd te hebben, richtte ik mijn rug en keek haar aan.

“Woont hier dan iemand in de plaats?”

Het zeemvel in de hand. Ze had het vensterglas een beurt gegeven.

“Ik heb toch al bewegingen gezien.”

“Meer moet ik niet hebben. Je krijgt er ook een.”

Ze bekeek de flyer om en om.

“Waarvoor is het?”

“Het jaarlijks noord-zuidfeest Casa del Mundo.”

“Het houdt niet op met al die omhalingen.”

“Toch maar eens aandachtig lezen, mevrouw.”

Zou de brievenbus een karaktertrek zijn van de bewoners? Er waren gleuven met twee achter elkaar liggende aluminiumkleppen en daarachter nog een borstelwering. Probeerden ze gleufgluurders de blik af te snijden? Of met al die griepepidemieën de wind zijn tocht? Ik kon me niet voorstellen dat in deze buurt belhamels in de brievenbussen plassen.

Voor mij althans een hele toer om dat slappe papiertje erdoorheen te wurmen. Soms leek het er op of de eigenaars een systeem van veren hadden geïnstalleerd dat de flyer na elke poging telkens opnieuw naar buiten floepte. Ook de lichtwoeiende bries wrong samenzweerderig tegen. Op het eigenste moment dat de flyer de gleuf bereikte, blies hij hem in een averechtse plooi.

Een sporadisch comfortabele verademing werd mij gegund aan deuren voorzien van een open en blote gleuf, niks er rond, de flyer viel meteen op de vloer en fladderde nog een eindje de gang op. Ik meende een verschil te merken tussen het blaffen van een hond die hebben en houden hoorde te verdedigen en er helemaal alleen voor stond en een die zich in de rug beschermd wist door de aanwezige inwoner. Zou een potentiële inbreker dat ook zo ervaren?

Een kiezelweg leidde me de gerenoveerde resten van een voormalig beluik binnen. Het humeur van de vrouw paste bij de stralende morgen, die haar met de veegborstel naar buiten had gelokt.

“Voor wat is het?”

“Casa del Mundo. Nooit van gehoord?”

“Wordt er plezier gemaakt?”

Ik wilde niet met het onrecht van de honger in huis vallen. Bovendien ben ik de laatste om te ontkennen dat er met honger plezier te beleven valt. In hun communicatie met kapitaalkrachtige klanten durven banken in België wel eens lyrisch uit de hoek komen over de stijgende voedselprijzen en de poen die daarmee kan verdiend worden.

BNP Paribas Fortis verzamelde in 2008 een half miljard euro dat gebruikt werd om te speculeren op de prijs van elf basisvoedselproducten als maïs, graan en soja. Hoe meer honger ginder, hoe meer doorspekte aandelen hier. Hoera! Die ginder hebben honger. Kassa, kassa!

“Plezier, ja, anders gaan we te vlucht dood”, trad ik haar bij.

Niemand ooit op het gedacht gekomen een museum van brievenbussen te openen? Ze staan als verbrokkelde cementen berghutten en wijntonnen, ontsnapt uit sprookjes van Grimm of Plopsaland in de voortuinen tussen pioenrozen en vingerhoedskruid te verouderen. Verroeste boxen en uit blauwsteen geslepen kolossen.

Een periodiek oververfd karkas met dichtgeschilderde openingsklep, lang niet meer gebruikt, hing naast de oprit van het weinig leven uitstralend huis. Er stond wel een auto geparkeerd. Een bus dreigde om te vallen terwijl ik de flyer erin duwde. Ik zette ze terug in evenwicht en stampte een losliggende steen aan als steun tegen de voet van de metalen poot. Misschien zat de eigenaar zelf met een poot in de plaaster.

“Het zal ervan afhangen hoe ik mij die dag voel. Als de achterdeur begint te zwellen en de vloer van de garage zweet, krijg ik last van mijn reuma”, kwam een man mij tegemoet.

Een gevelraam was potdicht geplakt met dagbladpapier. De gedateerde krantenkoppen gaven me een idee over hoelang de bewoners al verkast waren. Zouden ze het nu beter hebben, wat dichterbij een grootwarenhuis of de dochter?

“Geen reclaam in mijn bus, kunde niet lezen, meneer.”

Het geronk van de haagschaar viel stil.

“Geen reclame, een uitnodiging.”

“Jaja, en dik betalen, zeker.”

“Het is gratis, een noord-zuidfeest.”

“Waarover gaat het?”

“Over honger is nog steeds een onrecht.”

“Laat maar, meneer, we kennen dat. Wat hebben wij daarmee te maken? Zijn plan trekken, wij hier, zij ginder, elk op zijn stede, geen ruzie maken.”

Ingewikkeld om uit te leggen hoe ze ginder hun plan en tegelijk aan het kortste einde moeten trekken. Ik kon die man toch moeilijk aan het verstand brengen dat ook België ergens medeplichtig is aan het beroven van boeren die hun akkers kwijtraken door grondspeculatie.

De bril op het puntje van de neus geschoven als de voorhoede van haar blikveld kwam ze mij tegemoet.

“Ja ik ken dat, geef maar hier, mijn zoon zit in Latijns-Amerika bij de indianen.”

“En hoe stelt hij het?”

“Hij loopt ginder alleszins niet verloren. Voor mij zal het wennen zijn dat mijn toekomstig kleinkind voor de helft een indiaantje is.”
 

Een gleuf voorzien van een dubbelbladige aluminiumklep verorberde mijn flyer, maar wou meteen ook mijn vingers inslikken, ik kreeg ze er met moeite weer uit. De eigenaar hield de operatie van achter het venstergordijn in de gaten. Hij kwam buiten.

“Een soortement hongerfeest als ik het goed begrijp. Met al die feesten, ik weet niet waar eerst beginnen. Kortelings komt het Belgisch kampioenschap voor barbecue op de zeedijk van Oostende eraan. Dat wil ik zeker niet missen. Daarna zien we nog wel.”

De vraag of ik na deze pelgrimstocht de uiteinden van de wereld wat vaster aan elkaar geknoopt heb stel ik me niet.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!