Bart De Wever en dubbeldenk
Bart de wever, N-VA -

Bart De Wever en dubbeldenk

donderdag 27 september 2012 21:36

Knack-journalist Stijn Tormans poogde tevergeefs een interview af te nemen van Bart De Wever (Knack 25/09). Het is een jammerlijke zaak dat het niet plaatsvond, vermits de inhoud van de vragen concreet, relevant en kritisch zijn. Bart De Wever vond dat Tormans onvoldoende inspanning deed om een interview te regelen en bestempelde de vragen als een “anti-N-VA pamflet” (DS 26/09). De insinuatie is duidelijk: Tormans wilde geen interview afnemen uit politiek gemotiveerde redenen. Toch heeft Bart De Wever, of alleszins het partijapparaat, de antwoorden geplaatst op de eigen website.*  Als een symbolisch gebaar dat de partijleider geen enkele vraag ontwijkt, ongeacht het kritisch gehalte. Wie de antwoorden op een formeel-analytische wijze leest, komt tot een merkwaardige conclusie.

Metaforen

Bart De Wever staat bekend om zijn metaforisch taalgebruik om complexe materies te herleiden tot enkele sloganeske “empty signifiers”: een complex aan politieke beleidsmaatregelen worden getransformeerd in enkele connotatieve keywords.  Dit performatief taalgebruik heeft als bedoeling de boodschap te presenteren als krachtig en transparant. “Belastingsregering” betreffende de begroting, fiscaliteit en conjuncturele maatregelen, “stilstand” betreffende institutionele hervormingen op verschillende overheidsdomeinen, etc. Het resultaat bestaat uit een vormelijke veronderstelling van contrast tussen het N-VA-standpunt en deze van een tegenstander. Vermits metaforen geen inhoudelijke bijdrage leveren aan een discours, is dit steeds een veilige optie. De analyses van Ico Maly kunnen bijdragen tot het begrijpen en verklaren van De Wevers metaforisch taalgebruik.

Dubbeldenk

Hiermee is de trukendoos van de N-VA niet uitgeput. Tormans’ vragen waren pertinent en legitiem omdat ze verwezen naar de positie van Bart De Wever als beleidskandidaat voor de stad Antwerpen, waarbij werd rekening gehouden met het verband tussen De Wevers vroegere stellingnames en de huidige programmatorische visie. De Wever laat uitschijnen dat de vormelijkheid van de vraagstelling kan worden geïnterpreteerd als a priori anti-N-VA. Terwijl Tormans’ wezenlijke positie wordt bepaald door te vragen naar de inconsistenties tussen De Wevers vroegere opinie en zijn recente uitlatingen over dezelfde materies. Met andere woorden, door te vragen naar wat nu exact de inhoud van De Wevers verhaal is. De Wever is hier zeer kort van stof. Tormans’ verwijzingen naar het inhoudelijke vertonen alleen maar “lachwekkende dossierkennis” (DS 26/09).

De Wever poogt niet alleen de vragen over inhoudelijke inconsistentie van tafel te vegen door op de man te spelen. Hij zal ook in grote mate deze inconsistentie bevestigen in zijn antwoorden. Wanneer de replieken op een formeel-logische manier worden geanalyseerd, blijken deze veelal een vorm van “dubbeldenk” te bezitten. Dit is een welgekende term uit Orwells boek 1984. De personages uit het boek moeten de gave bezitten om twee uitspraken over eenzelfde vaststelling als waar te beschouwen. De facticiteit, het bestaan van iets in een bepaalde ruimte en in een bepaalde tijd, wordt hiermee op de helling gezet. Vier of vijf vingers, naargelang de uitspraak is de facticiteit veranderlijk. Land x is altijd in oorlog geweest met land y, land x is altijd in oorlog geweest met land z.

De logische inconsistentie van De Wevers uitspraken maken dat toekomstige inhoudelijke wijzigingen van zijn visie sowieso de schijn van coherentie blijven behouden. Enkele voorbeelden aan de hand van de gepubliceerde antwoorden op Tormans’ vragen:

a. Het burgemeesterschap. Blijft hij burgemeester in de complete ambtstermijn? Ja en neen. Ja:“ Ik ben van plan burgemeester te worden en burgemeester te blijven” versus Neen: “In een politiek leven is veel onvoorspelbaar”. De vraag werd zeer duidelijk gesteld. Doet hij zijn zes jaar uit of niet? De Wever stelt enerzijds van wel, maar anderzijds ontkent hij twee zinnen later deze beslistheid. Niet-gedefinieerde omstandigheden kunnen deze zekerheid wijzigen.

b. De hoofddoekkwestie. Beschouwt hij de uitspraak “Meisjes met een hoofddoek zijn niet volledig geïntegreerd” als een partijstandpunt? Ja en neen. Neen. Het neen-antwoord bezit zelf geen directe relevantie. De Wever verwijst naar confessionele vrijheid als een juridisch gegeven dat de partij steunt. De facto werd geen referentie gemaakt naar de status van de hoofddoek binnen het integratie-debat. Ja. Want vervolgens brandt hij de hoofddoek af als een gebrek aan integratie, wat een maatschappelijk gegeven is. Hij eindigt zijn betoog met de verwijzing naar “links”. Hij maakt opnieuw geen onderscheid tussen de juridische en maatschappelijke zijde van de standpunten van de linkse partijen. Deze partijen verdedigen, net zoals hij, de hoofddoek als een juridische vrijheid. Maar De Wever veronderstelt dat dit standpunt ook een maatschappelijk waardeoordeel inhoudt, dat hij nergens bewijst. Een stropop-tactiek, dat de mogelijkheden tot interpretatie niet reduceert.

c. Het BAM-tracé. “Waarom hield u dan geen rekening met de Antwerpenaar toen die het BAM-tracé wegstemde?” Ja en neen. Hier speelt De Wever een semantisch spel op het hoogste niveau. Tijdens een debat tussen Almaci en De Wever (Terzake 10/09) beweerde deze laatste dat hij nog steeds stond achter de beslissing om het BAM-tracé goed te keuren. Hij beschouwde het verzet van Groen! tegen het tracé als een teken van onwil om het mobiliteitsvraagstuk op te lossen. Dit is dus een neen qua beleidsdaad. Het antwoord van De Wever op de Tormans’ vraag geeft een ander beeld weer. Plots wordt de herroeping van de beslissing onder druk van de actiegroepen afgeschilderd als een initiële beleidsdaad om sowieso te luisteren naar die groepen. Dit is dus een ja. Tenslotte komt niemand te weten in het debat op Terzake welke optie De Wever momenteel verdedigt. Elke gekozen optie is de juiste optie, omdat het de mobiliteit in Antwerpen doet oplossen, maar het alternatief van Groen! is sowieso een slechte optie, vermits het de oorspronkelijke besluitvorming in twijfel trekt.

d. Ecologie. Wil hij nu de ecologische beleidsmaatregelen ongedaan maken? Ja en neen. Hier is hij zeer duidelijk in zijn onduidelijkheid. Betreffende de auto:“ Voor de N-VA is de auto geen koning in de stad, maar ook geen paria.” Ja. De Wever wil de genomen maatregelen tot een meer autoluwe stad terugschroeven. Verder wil hij meer parkeerplaatsen en het stratenplan aanpassen aan de noden van de auto. Neen. Hij wil meer groen in het straatbeeld. Blijkbaar vermenigvuldigt de beschikbare ruimte zich op miraculeuze wijze. Ook wordt de lezer niet wijzer of hij nu het openbaar vervoer wil promoten of niet. Enerzijds kan hij zich vinden in een groter aanbod, anderzijds pleit hij het aanbod te laten afhangen van het financieel rendement.

De electorale opbrengst van logisch-formele ambiguïteit

De Wever gaf zijn antwoorden niet tijdens een interview. Het was het resultaat van doordachte reflectie over eventuele electorale valkuilen. De Wever heeft bewust gekozen om logisch-formeel ambigu te zijn en zowat elk antwoord te laten drijven in dubbeldenk. De electorale reden is zeer eenvoudig: iedereen kan zich vinden in de projectie van mogelijke gemeentelijke beleidsmaatregelen. Het logisch-formele aspect van zijn boodschap staat duidelijk haaks op het metaforisch taalgebruik dat kracht en klaarheid wil uitstralen. En dit blijkt een constante te zijn doorheen alle antwoorden. De Wever kan blijven schieten op tegenstanders, vermits elk weerwoord of genomen beleid a priori haaks staat met de onbepaaldheid van zijn mening.

* http://n-va.be/files/default/nva_images/antwoord_knack.pdf

Jelle Versieren is economisch historicus aan de Universiteit Antwerpen, Vakgroep Geschiedenis.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!