De psychopolitiek van het neoliberalisme
Boekrecensie - Erwin Jans

De psychopolitiek van het neoliberalisme

Van de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han, hoogleraar in Berlijn, verschenen in Nederlandse vertaling twee boeken. 'De Vermoeide Samenleving' bundelt drie eerder verschenen essays. 'Psychopolitiek' is een nieuw boek. Deze recensie werd geschreven door Erwin Jans.

zaterdag 4 juli 2015 18:39



Byung Chul Han (www.psychologievanhetuiterlijk.nl)

Iedere tijd heeft zo zijn eigen ziektes. De onze wordt
pathologisch gekenmerkt door  ‘neuroziektes’:
depressies, ADHD, burn-outs. Er is echter iets vreemd aan de hand met de
oorzaak van deze ziektes, aldus de Duits-Koreaanse  filosoof Byung-Chul Han: “Ze worden niet veroorzaakt door de
negativiteit van het immunologisch vreemde, maar door een overmaat aan positiviteit.”
Het zijn niet langer infecties, maar infarcten die onze gezondheid ondermijnen.
 

We worden met andere woorden niet van buiten aangevallen
door elementen die ons lichaam vreemd zijn (zoals bacteriën of virussen), maar
van binnenuit door een overmaat aan systemisch neuraal geweld. We gaan ten
onder aan de terreur van overproductie, overprestatie en overcommunicatie die
we onszelf tot de algehele uitputting opleggen. 

Sinds de verschijning van zijn veel vertaalde essay De
vermoeide samenleving
(2010) is Byung-Chul Han een prominente stem geworden
in de discussie over het wel en vooral het wee van de moderne maatschappij.
Ondanks die internationale bekendheid hing er lange tijd een zweem van mysterie
rond de man zelf. Hij gaf geen of weinig interviews en zelfs zijn leeftijd
bleef lange tijd onbekend.  

Byung-Chul
Han werd in 1959 in Seoul (Korea) geboren en is sinds
2012 hoogleraar in cultuurwetenschap en hoofd van het Studium Generale aan de Universiteit van de Kunsten in Berlijn. Hans relatieve teruggetrokkenheid en
weigering om opzichtig in de media aanwezig te zijn, is geen pose maar ligt in
het verlengde van zijn maatschappijvisie.  

Zijn essay De transparante samenleving (2010)
opent met een veelzeggend citaat van Peter Handke: “Wat anderen niet van mij
weten, daar leef ik van.” Han plaatst zijn denken in het teken van iets wat
zich aan de greep van de maatschappij en haar veelvuldige eisen onttrekt. Iets
waarvan we leven in de meest wezenlijke betekenis van het woord, maar  waarvoor er steeds minder plaats is en
dat zich steeds moeilijker ter sprake laat brengen. 

Van disciplinering naar stimulering

Van Han verschenen onlangs een
viertal essays in het Nederlands: de al vermelde De vermoeide samenleving
(2010) en De transparante samenleving (2010) aangevuld met De  terugkeer van Eros (2013) – gebundeld
onder de overkoepelende titel De vermoeide samenleving – en het boek Psychopolitiek
(2014). Han heeft een duidelijke voorkeur voor de korte vorm. De vier essays
samen bevatten niet meer dan tweehonderdvijftig pagina’s.  




De essays zelf zijn opgebouwd uit korte hoofdstukken die
op columns lijken, vlot en scherp geschreven, niet academisch maar wel in
dialoog met de kritische theorie, met op iedere pagina wel een formulering die
je als lezer onderlijnt en wil onthouden. Ondanks – of misschien dankzij –
deze  heldere en gebalde
schrijfstijl, waaraan hij een groot deel van zijn internationaal succes te
danken heeft, weet Han een indringende kritiek te formuleren op de richting
waarin volgens hem de huidige samenleving zich ontwikkelt. De vier essays
hangen inhoudelijk dan ook erg nauw samen. 

De ondertitel van PsychopolitiekNeoliberalisme
en de nieuwe machtstechnieken
– maakt de inzet van Hans denken duidelijk.
Het woord ‘nieuw’ is hier essentieel. Han probeert aan te tonen dat er zich in
de huidige (neo-liberale) samenleving iets essentieel nieuws aan het voltrekken
is ten opzichte van het industriële kapitalisme en zijn machtsmechanismen. Dat
nieuwe probeert hij te duiden en te articuleren.  

Bondig en filosofisch geformuleerd komt dat nieuwe neer
op een verschuiving van ‘biopolitiek’ naar ‘psychopolitiek’. Han volgt Michel
Foucault op de voet in diens analyses van de machtstechnieken van de moderne
tijd, maar gaat een stap verder. De Franse filosoof constateerde in de 17e
eeuw, aan het begin van de moderne tijd, een verschuiving van doodsmacht naar
disciplineringsmacht.  




Tot dan betekende macht niet meer of minder dan de
soevereine macht over leven en dood: de soeverein had met andere woorden de
absolute beslissingsmacht over het leven van zijn onderdanen. De disciplineringsmacht
daarentegen dreigt niet met de dood, maar infiltreert het bestaan en beheert
het lichaam. Die overgang is het gevolg van de verschuiving van een agrarische
productiewijze naar een industriële productie.  

De voortschrijdende industrialisatie maakte het
noodzakelijk om het lichaam te disciplineren en aan te passen aan de
mechanische productie. De industrie heeft niets aan dode lichamen. De
disciplineringsmacht is een normeringsmacht: het individu wordt aan een reeks van
normen, geboden en verboden onderworpen zodat het beter produceert en
consumeert.  

Panopticum

In zijn boek Discipline,
toezicht en straf
(1975)
gebruikte Foucault het ‘panopticisme’ als een metafoor om de disciplinering
eigen aan het kapitalisme te verduidelijken. Hij verwijst daarmee naar de
gelijknamige architectonische structuur die ontwikkeld werd  door de Engelse Verlichtingsfilosoof Jeremy Bentham in 1791.  

Het ‘panopticum’ bestaat uit een toren met
daar rond een cirkel van cellen. Die hebben twee ramen: één naar buiten en één
naar de toren toe. Eén opzichter in de toren volstaat om alle bewoners te
bewaken, te kennen en te beheersen. De disciplinering verloopt via onopvallende
technieken zoals de bel, het rooster, de dagindeling, het koppelen van handelingen
aan ruimtes, de dril, de rij, het bevel,…  

Foucault spreekt hier van ‘biopolitiek’: het
beheer van het lichaam. Han ‘verwijt’ de late Foucault die zich in de jaren
voor zijn dood in 1984 intensief bezighield met de analyse van neo-liberale
regeringsvormen, dat hij niet heeft opgemerkt dat de nieuw ontstane
machtsmechanismen niet langer passen binnen het biopolitieke schema: “Het
neoliberalisme als een andere ontwikkelingsvorm, om niet te zeggen als een
mutatievorm van het kapitalisme, houdt zich primair niet bezig met het ‘biologische,
somatische, lichamelijke’. Het ontdekt eerder de psyche als
productiekracht.”  

Deze verschuiving van de biopolitiek naar de
psychopolitiek – een beheer van de geest – hangt samen met de verschuiving van
de industriële productie naar immateriële, niet-lichamelijke productiemethoden.
Voor Han is het neoliberalisme de naam bij uitstek voor deze nieuwe fase in het
kapitalisme. 

Op het einde van zijn leven legde Foucault
steeds meer nadruk op de ‘technologieën van het zelf’ als een vorm van verzet
tegen de machts- en gezagstechnieken van de disciplinering. Met die ‘technologieën
van het zelf’ bedoelde Foucault de vormen waarin het individu op zichzelf
inwerkt en zo zijn bestaan en zijn interactie met de anderen op een persoonlijke
manier transformeert en gestalte geeft om een bepaalde vorm van geluk,
zuiverheid, wijsheid, perfectie of zelfs onsterfelijkheid te bereiken. 

Volgens Han heeft Foucault echter niet
ingezien dat het neoliberalisme volledig beslag heeft gelegd op deze
technologieën van het zelf. De technieken die Foucault als een mogelijke
bevrijding beschouwde waren inmiddels al, bijna onopgemerkt, gekoloniseerd door
een nieuwe macht. Precies hier toont zich de ‘stille kracht’ van het
neoliberalisme: “Hoe groter de macht, hoe stiller ze werkt.”  

Hans beschouwingen over deze stille werking
zijn sterk en overtuigend, én bijzonder ontnuchterend voor wie gelooft in
enerzijds de mogelijkheid van een authentieke persoonlijke ontwikkeling en
anderzijds de mogelijkheid van een authentiek verzet. . 

De dictatuur van de transparantie 

De machtstechniek van het neoliberalisme is niet langer ‘panoptisch’,
niet langer disciplinerend en controlerend van buitenaf. We worden niet langer
vanuit een wachttoren in de gaten gehouden en bestudeerd. We geven onszelf
immers ongevraagd en ongegeneerd bloot op de sociale media.  

In het digitale panopticum van het internet en zijn
avatars voelt niemand zich bewaakt of bedreigd. Integendeel, het is een plek
van ongeremde zelfexpressie. Althans dat willen we graag geloven. Het
neoliberale machtsregime is vriendelijk en permissief: het wil activeren,
motiveren, optimaliseren en niet remmen of onderdrukken. Het zet in op
vrijwillige zelforganisatie en zelfoptimalisering. We zijn ondernemers van onszelf
geworden en ons bestaan valt grotendeels samen met een carrièreplanning.  

Han maakt het verschil tussen (biopolitieke)
disciplineringsmacht en (psychopolitieke) stimuleringsmacht duidelijk door een
vergelijking met 1984 van George Orwell: “Orwells bewakingsstaat met
teleschermen en foltercellen onderscheidt zich fundamenteel van het digitale
panopticum met internet, smartphone en Google Glass, dat beheerst wordt door de
schijn van grenzeloze vrijheid en communicatie. Hier wordt niet gefolterd, maar
getwitterd en gepost. (…) Communicatie valt naadloos samen met toezicht.
Iedereen is het panopticum van zichzelf.”  

Want om toezicht gaat het de neoliberale samenleving
natuurlijk wel degelijk, al gebeurt het niet langer op de manier van Big
Brother. Integendeel: het gaat om transparantie, duidelijkheid, positiviteit
met andere woorden. In die zin is Naomi Kleins The Shock Doctrine (2007) nog een duidelijk voorbeeld van de
disciplineringsmacht en blijft zij volgens Han blind voor de neoliberale
psychopolitiek die zich niet door bestraffing en discipline kenmerkt maar door
positiviteit en transparantie.  

Transparantie is daarentegen niet langer een kwaliteit,
het is een ‘format’ waaruit iedere ‘negativiteit’ (ieder obstakel, iedere
kritiek, ieder alternatief,…) geweerd wordt: “Transparant worden de dingen als
ze al dat negatieve wegwerken, als ze worden afgevlakt en gladgestreken en zich
soepeltjes voegen naar het rimpelloos stromen van kapitaal, communicatie en
informatie.”  

Han heeft het in dit verband van een ‘ban-opticum’: wat
niet past wordt uitgebannen. De eis van transparantie omschrijft Han als
pornografisch. Totale transparantie betekent het einde van het vertrouwen.
Transparantie is een kwaliteit die in België vaak opduikt samen met de term ‘nieuwe
politieke cultuur’. De ‘oude politieke cultuur’ is die van de achterkamers en
de geheime afspraken. De ‘nieuwe politieke cultuur’ staat voor openbaarheid en
transparantie.  

Voor Han is ook deze politieke transparantie een
voorbeeld van doorgeschoten positiviteit. . Zo stelt hij dat in de politiek de
totale transparantie verlammend werkt en uiteindelijk leidt tot depolitisering.
Dat verwijt Han in elk geval aan de Duitse Piratenpartij:

“Het is een antipartij, de eerste partij zonder kleur.
Transparantie heeft geen kleur. Kleuren zijn daar niet als ideologieën, maar
als ideologievrije meningen welkom. Meningen hebben geen gevolgen. (…) Als
antipartij is de Piratenpartij niet in staat politieke doelen te formuleren en
nieuwe maatschappelijke coördinaten te schetsen. De transparantiedwang
stabiliseert het bestaande systeem heel effectief. Transparantie bezit niet de
negatieve kracht die het bestaande politiek-economische systeem radicaal aan
het wankelen brengt.”  

Hij eist daarom, samen met Carl Schmitt,  van de politiek meer durf tot
geheimhouding. Carl Schmitt is geen onbesproken politiek denker en
rechtsgeleerde, omdat hij in de eerste jaren na de machtsovername van Hitler de
nationaal-socialistische politiek steunde. Toch kent zijn werk de voorbije
decennia opnieuw veel belangstelling.  

Onder andere de Belgische politicologe Chantal Mouffe
beroep zich op Carl Schmitt in haar pleidooi voor een agonistische politieke
ruimte, een ruimte van discussie en dissensus als alternatief voor het
postpolitieke consensusmodel. 
Zowel Han als Mouffe gaat het in de eerste plaats om de mogelijkheid van
het kunnen denken van een alternatieve politiek. Precies voor dat alternatief
lijkt er geen plaats meer te zijn 

Big Data en het digitaal onbewuste 

Een verdere stap in de controle en de transparantie is de
zogenaamde Big Data, een soort van digitaal panopticum. Big Data verwijst naar
de mogelijkheid om alle digitale informatie die over ieder individu bestaat, te
koppelen. Han spreekt van ‘dataïsme’, het geloof dat data – gekwantificeerde
informatie – ons helpt de wereld te begrijpen. De eerste manifestatie daarvan
was de statistiek.  

Voor de Verlichtingsdenker Voltaire was de statistiek –
een met getallen onderbouwde en aangedreven kennis – een overwinning op het
mythologische denken. De tweede Verlichting waar we volgens Han in terecht zijn
gekomen is die van het digitale totalitarisme, gedragen door het geloof dat het
leven en het menselijke gedrag meetbaar en kwantificeerbaar is.  

Door getallen komen we tot zelfkennis. Dit betekent
meteen ook het einde van de theorie. Er is geen nood meer aan welke
theoretische hypotheses dan ook betreffende het menselijke handelen: het is nu
eenmaal zo omdat de getallen het zeggen.

Big Data suggereert absolute kennis over de mens en zijn
gedrag. Objectieve, getalsmatige kennis. Die Big Data worden omgezet in kopers-
en kiezersprofielen en in gepersonaliseerde boodschappen: “Kiezen en kopen,
staat en markt, burger en consument gaan steeds meer op elkaar lijken. Micro-targeting wordt de algemene
praktijk van de psychopolitiek.”  

Big Data leggen een collectief gedrag bloot en zijn zo
het digitaal onbewuste van de samenleving: “De digitale psychopolitiek zou dan
in staat zijn zich meester te maken van het gedrag van de massa’s op een niveau
dat zich onttrekt aan het bewustzijn.” 
 

Een van de meest uitdagende hoofdstukken van Psychopolitiek
– misschien niet toevallig het langste van het essay – is ‘Het kapitalisme
van de emotie’. Daarin maakt Han een onderscheid tussen emotie, gevoel, affect,
stemming en neiging. In deze enkele pagina’s zit de kern voor een volledig
nieuw boek over de manier waarop het neoliberalisme de mens (lees: de
consument) steeds meer als een gevoelswezen aanspreekt en emoties inzet als
grondstof voor iedere vorm van communicatie.  

In het management hebben emoties een groter wordend
belang en de manager gaat meer en meer op een motivatietrainer lijken. Het gaat
om het genereren van positieve emoties en positieve energie.  “De neoliberale psychopolitiek maakt
zich meester van de emotie om handelingen op (het) prereflexieve niveau te
beïnvloeden
. Via de emoties grijpt ze diep in de persoon in”, aldus Han.
Dit alles om de individuen zoveel mogelijk op elkaar te laten lijken, om zoveel
mogelijk obstakels en idiosyncratiën uit de weg te ruimen. 

There’s no alternative? 

In een van
de artikels in het boek  gaat Han
in discussie met de Sloveense filosoof Slavoj Žižek en diens stelling dat links het enige alternatief is in een
wereld die opgedeeld raakt in kapitalisme en islamitisch fundamentalisme:

“Žižek houdt
vast aan het marxisme en daarmee is het idee van een revolutie voor hem
onontbeerlijk. Maar hij erkent niet dat het marxisme de huidige wereld kan
verklaren noch verbeteren. Een centrale gedachte in het marxisme is de vervreemding
van de arbeid, die voortkomt uit de paradox dat de arbeider steeds armer wordt
naarmate hij meer rijkdom produceert. Dat wat hij produceert, wordt van hem
afgenomen en hij herkent zijn hand niet meer in het product. Die vervreemding
maakt het de arbeider onmogelijk zichzelf te verwerkelijken en de revolutie zou
die vervreemding moeten stoppen.”

“Die
marxistische vervreemding tekent echter niet meer het huidige werk- en
productie proces. In het neoliberale regime komt de uitbuiting niet meer in de
gedaante van de vervreemding, maar in die van vrijheid en zelfverwerkelijking.
We buiten onszelf uit met de gedachte dat we onszelf aan het verwerkelijken
zijn. We verwerkelijken en optimaliseren onszelf tot we er dood bij neervallen,
en dat alles onder het mom van de vrijheid. Dit gevoel van vrijheid is zo
funest omdat ze geen weerstand en geen revolutie mogelijk maakt.”

“Žižek hangt
een marxistische illusie aan. Hij droomt van een revolutie die moet worden
aangevoerd door het nieuwe links. Maar met uitgeputte, depressieve individuen
valt geen protest te organiseren.”[1] 

Een cruciale vraag,
na zoveel scherpzinnige kritische analyse, is of er nog iets in te brengen valt
tegen dit neo-liberale regime? Waar ziet Han mogelijkheden om uit dit systeem
te breken?

Han werkt een
tegenbeweging – eerder individueel dan collectief – uit aan de hand van een
aantal begrippen als Heideggers ‘gelatenheid’ en Peter Handkes ‘moeheid’ (als verzet
tegen de cummulatie- en de prestatiedrang), het belangeloze spel, de eros (al
tegenkracht voor de pornoficatie van de samenleving en liefde), zen (als een
vorm van zwijgen), de narratio (de ‘vertelling’ als een alternatief voor de ‘telling’),
de gebeurtenis (als het doorbreken van de ‘hel van hetzelfde’) en het idiotisme
(als idiosyncratische weigering om te communiceren).

Psychopolitiek
besluit met een definitie van de idioot. De idioot is niet langer een subject,
onderworpen aan disciplinering, stimulering, protocollering, etc. De idioot is “eerder
een bloemenbestaan: eenvoudige opening naar licht.” Deze mooie formulering is
ontleend aan een essay van Botho Strauss.

Met Botho Strauss
en Peter Handke bevindt Byung-Chul Han zich in het gezelschap van twee
schrijvers die in Duitsland (maar ook daarbuiten) de voorbije decennia als
kritische denkers hadden afgedaan en door progressief links beschouwd werden
als conservatieve, rechts-esoterische denkers (cfr. Botho Strauss berucht
geworden Anschwellender Bocksgesang
uit 1993 en Handkes pro-Servische teksten 
eind jaren negentig).

Het is duidelijk
dat ook Han de nadruk legt op het belang van een individuele spirituele
herbronning. Het is misschien precies daarom dat zijn discussie met het
revolutionaire materialisme van Žižek boeiend kan worden. Twee denkers met een scherpe
gevoeligheid voor wat er aan de hand is, maar met twee verschillende
antwoorden. Vraag is hoe ver die antwoorden uit elkaar liggen en waar ze elkaar
kruisen. 

Byung-Chul Han, De vermoeide
samenleving. De transparante samenleving. De terugkeer van eros
, Van Gennep,
Amsterdam, 2014. Vertaald uit het Duits door Frank Schuitemaker, ISBN
9789461643247  

Byung-Chul Han, Psychopolitiek.
Neoliberalisme en de nieuwe machtstechnieken
, Van Gennep, Amsterdam, 2015, ISBN 9789461643384

[1] Zie http://www.vn.nl/Archief/Samenleving/Artikel-Samenleving/Terreur-en-het-verlangen-naar-een-vijand.htm.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!