"JulienLahaut" Licensed under Fair use via Wikipedia
Boekrecensie -

Lahaut: ”Executie in achtertuin koninklijk paleis”

Drie historici snuffelden in archieven naar documenten die van belang konden zijn voor een beter begrip van de moord op voorzitter Julien Lahaut van de Kommunistische Partij van België in 1950. Het resultaat is een boeiend boek over een gitzwarte periode in onze vaderlandse geschiedenis, waaruit vandaag de dag nog altijd lessen te trekken zijn.

dinsdag 19 mei 2015 13:47




Drie historici snuffelden in archieven naar documenten die van belang konden
zijn voor een beter begrip van de moord op voorzitter Julien Lahaut van de
Kommunistische Partij van België in 1950. Het resultaat is een boeiend boek
over een gitzwarte periode in onze vaderlandse geschiedenis, waaruit vandaag de
dag nog altijd lessen te trekken zijn. Een register van persoonsnamen was
handig geweest. Het verhaal is sinds de recente uitgave van dit boek in grote
lijnen bekend. Hoewel…  

Julien Lahaut werd op 18 augustus 1950 aan de deur van zijn bescheiden
woning in Seraing, ver van de Luikse staalfabrieken waar hij vroeger als actief
vakbondsman veel aanzien had verworven, koudweg omgelegd. De getuigenissen van
degenen die iets gezien of gehoord hadden, werden keurig genoteerd en toevertrouwd
aan onderzoeksrechter René Louppe. Die legde elke aanwijzing onder het
vergrootglas.  Maar noch hij noch de drie
andere onderzoeksrechters die nadien over de zaak gingen, konden de moordenaars
identificeren, laat staan arresteren. Regelrechte sabotage van het onderzoek
door sommige politiemensen en intimidatie waren daar niet vreemd aan. Het
gerechtelijk dossier werd in 1972 gesloten.

LA BOULE ROUGE

Deze moord is jarenlang gelinkt geweest aan de gebeurtenissen in het
Parlement op 11 augustus 1950. Einde juli 1950 waren drie betogers tegen de
terugkeer van Leopold III op de troon door de rijkswacht dood geschoten in
Grâce-Berleur nabij Luik, waarvan vandaag de dag nog altijd een gedenkplaat is
aangebracht aan de gevel van het café La Boule Rouge. Na dagenlang en veel
nachtelijk beraad vergaderden Kamerleden en Senatoren op 11 augustus te samen
om een einde te maken aan de politieke impasse. In opvolging van zijn vader beloofde
diens oudste zoon Boudewijn met een veel te grote kepie op het hoofd zijn trouw
aan de Grondwet en het Belgische volk. Hij was nog te jong om werkelijk tot koning
te worden benoemd en moest zich nog voor een jaartje tevreden stellen met titel
van ‘Koninklijke Prins’. 

Net toen de piepjonge Boudewijn met opgestoken vingers het V-teken
wilde maken om de eed af te leggen, scandeerde iemand in het halfrond ‘Vive la
République’. Dat veroorzaakte uiteraard groot tumult in het halfrond en werd onmiddellijk
toegeschreven aan Lahaut. Een jong Brussels volksvertegenwoordiger balde de
vuisten van woede. Hij zou later beroemd en berucht worden als VdB, Paul Vanden
Boeynants dus.   

KONING LEOPOLD III BEZOEKT HITLER

Leopold III had voor de Tweede Wereldoorlog meermaals laten verstaan
dat hij het niet zo begrepen had op de parlementaire democratie. Na de Duitse
inval in 1940 weigerde hij de regering te volgen in ballingschap en de strijd tegen
Duitsland verder te zetten. Op eigen verzoek brachtLeopold III op 19 november 1940 een bezoek aan Hitler om zijn rol
in het bezette België te bespreken. Evenwel zonder succes voor die verdammte König zoals de Führer Leopold
III omschreef. Als krijgsgevangene leidde de koning nadien met zijn nieuwe
vrouw Liliane een leven dat in fel contrast stond met dat van de bevolking. Het
huwelijk werd eerst ingezegend voor de kerk en pas daarna voor de burgerlijke stand.
 

Zoveel was zeker: na de oorlog was Leopold III als staatshoofd verbrand’, ook al bleef hij dat
halsstarrig ontkennen. Na al die bewogen jaren, bekend als de Koningskwestie, kon
enkel een consensus over de aanstelling van Boudewijn als zijn opvolger het voortbestaan
van de Belgische monarchie redden. 

HEETHOOFDEN

Al in 1985 werd de mythe over het verband tussen de moord op Lahaut en
de gebeurtenissen op 11 augustus 1950 doorprikt door Rudi Van Doorslaer en
Etienne Verhoeyen in hun boek met de veelzeggende ondertitel ‘Het communisme
als binnenlandse vijand
’. De auteurs van het nu verschenen boek hebben de
juistheid van die ondertitel gevonden in de documenten, in zoverre die nog niet
waren vernietigd, want voor sommige personen compromiterend. Ze schrijven: “Na
1945 kent België een bonte fauna van rumoerige groeperingen, de ene al wat
kleiner dan de andere, die hun koningsgezindheid koppelen aan een virulent
anticommunisme. De meest luidruchtige, en voor velen het ‘enfant terrible’, was
de groep Septembre.” Die groepering die een blad met dezelfde titel uitgaf, was
een restant van het rechtse verzet tegen de Duitse bezetter. Bovendien bleek uit
het historisch onderzoek dat Lahaut niet de enige communist was in het vizier van
deze heethoofden.  

Toen Leopold III in 1934 de troon besteeg, had Lahaut al eens zijn
ongenoegen over de vorst publiek gemaakt. Toen hij in 1945 terugkeerde na een
verplicht verblijf in het naziconcentratiekamp in Mauthausen, verscheen in het blad
Septembre dat de Luikse communist in de gevangenis moest worden opgesloten. De
auteurs van het boek zijn bovendien op een document gestoten, waaruit blijkt
dat er al in 1948 over de liquidatie van Lahaut was gesproken. Als gevolg van
de loslippigheid van één van die koningsgezinden, verenigd in het in Antwerpen
actieve Belgisch Anticommunistische Blok (BACB), ging die liquidatie niet door.
Uitstel was geen afstel, want figuren uit die kringen sloegen nadien ongenadig toe
in Seraing. 

VOOR VORST EN PORTEMONNEE

De
spin in dit netwerk van al die aanhangers van Leopold III was André Moyen. Het
hele boek is dan ook aan diens activiteiten opgehangen. Le capitaine Freddy man had zijn sporen verdiend in het verzet
tegen de Duitse bezetter. Na de Tweede Wereldoorlog was Moyen er rotsvast van overtuigd
dat het grootste gevaar nu vanuit Moskou en haar communisten trawanten in ons
land kwam. Hij onderhield contacten met buitenlandse veiligheidsdiensten en had
de beste relaties met de leiding van de inlichtingendienst van het Belgisch leger.
 

Het
netwerk van Moyen werd ruiterlijk gesponsord door topfiguren uit de kassa van ’s
lands grootste ondernemingen zoals de Société Générale (het latere Fortis), de
holding Brufina, destijds de belangrijkste aandeelhouder van de Bank Van Brussel
(tegenwoordig ING), Union Minière met zijn bodemrijkdommen in de Congolese
kolonie, waaronder het uranium dat werd gebruikt voor de aanmaak van de
allereerste atoombommen en andere. De relaties tussen het Hof en de zakelijke
elite zijn altijd innig geweest.

Eén
van de politieke zwaargewichten die de rapporten van Moyen ontving, was Albert
De Vleeschauwer uit Leuven, die in 1950 als minister van Binnenlandse Zaken
verantwoordelijk was voor ordehandhaving. Hij was een notoir lid van de CVP, gelieerd
aan de invloedrijke Belgische Boerenbond en voor alles een hondstrouwe dienaar
van Leopold III. Toen De Vleeschauwer voor zijn leven vreesde, werd hij door
Moyen persoonlijk naar Frankrijk in veiligheid gebracht.    

Geregeld bracht Moyen bij zijn financiers en politieke beschermheren verslag
uit over zijn met veel geheimzinnigdoenerij georganiseerde activiteiten. In één
van die rapporten, opgesteld na de dramatische gebeurtenis in Seraing, had Moyen
het zelfs letterlijk over de executie van
Lahaut.

STAATSGREEP

De auteurs besluiten, met een toch wel merkwaardige verwijzing, naar
persberichten uit 1973 over plannen voor een staatsgreep, gesmeed in de kringen
rond het extreemrechtse blad Nouvel Europe Magazine (NEM). Daarin werd de naam
genoemd van één van de leden van het BACB van destijds, waar ook de moordenaars
in Seraing geen onbekenden waren. 

Dat blad kwam in 1981 opnieuw in opspraak tijdens de parlementaire
onderzoekscommissie naar het al maar driester wordende extreemrechts geweld.
NEM bleek financieel verbonden te zijn met Benoît baron de Bonvoisin, die deel
uitmaakte van de directe entourage van Paul Vanden Boeynants. De politicus kon
niet anders dan afstand nemen van de baron. Omdat hij in de media werd omschreven
als de Zwarte Baron, voelde de Bonvoisin zich in zijn eer gekrengt en richtte
hij zich tot Moyen. Zo staat in voetnoot 473 van dit boek: “In april 1983 vestigt hij zich als
zelfstandige in Schaarbeek onder de naam ‘André Moyen – training et security consultant’
(handelsnummer 0549.452.837). Hij oefent die activiteit uit tot aan zijn
overlijden in 2008.Hij werd ook gevraagd om het familiearchief van baron Benoît
de Bonvoisin, kleinzoon van de gouverneur van de Société Générale Alexandre
Galopin en zeer betrokken bij de anticommunistische strijd in België en Afrika,
te ordenen.”

Op verzoek van het Duitse gerecht deed de financiële sectie van de
Brusselse BOB ook een onderzoek naar de Bonvoisin, van wie bij onze oosterburen
diens naam was gevallen in verband met financieel geknoei in een afvalschandaal.
Moyen voerde – in het kader van zijn opdracht voor de Bonvoisin -een onderzoek
naar mogelijk onregelmatigheden door een van de leiders van die BOB-afdeling.
Zonder resultaat. 

Moyen overleed op 7 februari 2008.

IDEOLOGISCHE VERDWAZING

De periode waarin het drama-Lahaut zich afspeelde, is ontegenzeggelijk
een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van dit land, zoals dit boek
ondubbelzinnig aantoont. Het adjectief ‘zwart’ wordt hier gebruikt in zijn
politieke betekenis. De hierboven geciteerde auteurs Van Doorslaer en Verhoeyen
die in 1985 al een indrukwekkend boek over de moord op Julien Lahaut
publiceerden, citeerden toen in hun boek de woorden van het latere CVP-boegbeeld
Robert Vandekerkhove. Die maakte in 1947
volgende opmerkelijke politieke analyse van het primitieve anticommunisme, dat
toentertijd in de kringen rond het koningshuis en André Moyen furore maakte:
“Vergeten we echter niet, dat onder de mom van het anticommunisme een
bestendige verwarring wordt onderhouden. In de ogen van velen betekent de
strijd tegen het communisme de bestendiging van de huidige toestand en de
voortzetting der kapitalistische misbruiken. Zoals voor de oorlog dekt het
anticommunisme ook nu nog antiparlementaire en antidemocratische opvattingen.”
Men had er destijds zelf een executie van
Lahautvoor over!  

Emmanuel Gerard (ed.), Widukind De Ridder en Françoise
Muller, Wie heeft Lahaut vermoord? De koude oorlog in België, Leuven,
Davidsfonds, 22,50 euro..

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!