Yanis Varoufakis (INET)
Boekrecensie - Lode Vanoost

Yanis Varoufakis zegt in 2015 wat hij in 2011 schreef

Met zijn spectaculaire start als Grieks minister van Financiën is de belangstelling voor de boeken van econoom Yanis Varoufakis erg groot. DeWereldMorgen.be las zijn boek 'The Global Minotaur' uit 2011 en vergeleek het met wat hij vandaag zegt.

vrijdag 13 februari 2015 11:24

Yanis Varoufakis wordt stilaan een
bekende naam in de EU. Bij sympathisanten van de Griekse regering begint hij
zelfs een ster te worden. Hij lijkt voor sommigen wel de man die
alles gaat oplossen en de EU eindelijk op het spoor naar de sociale
welvaartsstaat gaat zetten.

In kringen van economen en in de
vakbladen was hij al redelijk bekend. Zijn boeken die hij als academicus
schreef kregen steeds goede kritieken van de vakpers, maar qua succes
kon hij niet tippen aan collega’s als Thomas Piketty en Ha-Joon
Chang. Daar lijkt nu verandering in te komen.

In 2011 schreef Varoufakis The Global
Minotaur: America, Europa and the Future of the Global Economy
,
grotendeels op basis van onderzoeksgegevens uit 2009 en 2010, de
eerste twee volle jaren van de economische recessie die nog steeds
woedt.

Econoom wordt politicus

Nu de man recent Grieks minister van Financiën is geworden, loont een terugblik op zijn toenmalige visie de moeite. Hoe sterk staat zijn analyse van toen nog? Toen
Varoufakis dit boek schreef, was hij gastprofessor aan de University
of Texas, uitgeleend door de Universiteit van Athene. Syriza had op
dat ogenblik nipt de kiesdrempel met 4,6 procent van de stemmen en
had net een afscheuring overleefd. Dat deze partij enkele jaren later zou regeren, stond dus allesbehalve in de sterren geschreven. Varoufakis was geen lid van Syriza en toonde daar ook geen enkele ambitie voor.

Zijn analyse van de economische
recessie sinds 2008 – bij het verschijnen van zijn boek was die nog maar
drie jaar aan de gang – werd dus geenszins geschreven door een man
die van plan was zelf enkele jaren later een politieke functie op te
nemen. Dit maakt een herlezing van zijn boek vandaag in 2015 dubbel
interessant.

Global Surplus Recycling Mechanism

Varoufakis is niet alleen een goed
spreker, hij kan ook goed schrijven – en vooral, hij is een econoom
die verstaanbaar schrijft voor niet-economen. Het boek begint met een
reeks afkortingen, maar eigenlijk moet je slechts één daarvan goed
onthouden. GSRM; geen nieuwe mobiele telefoontechnologie, maar Global Surplus Recycling Mechanism. 



(bookcover Zed Books)

Eenvoudig
samengevat moet volgens Varoufakis eender welk economisch systeem
een methode hebben om de winsten die op plaats A worden
geproduceerd niet op te potten maar te investeren in plaats B, waar
het op dat ogenblik niet zo goed gaat. Op die manier zorg je dat de
vraag van B voor producten uit A blijft stijgen, terwijl de economische
welvaart in B vergroot. Voor de grondige uitleg moet je uiteraard het hele boek lezen.

In zijn inleiding geeft Varoufakis
reeds kort zijn mening over de oorzaken van de huidige economische
depressie. De Griekse Minotaurus in de titel van het boek is zijn metafoor voor het systeem
dat vanaf 1971 het Bretton-Woodssysteem verving. Wie of wat die Minotaurus (‘de stier van Minos’ was een monster, half stier, half mens) juist is en waarom die symbool
staat voor dat nieuwe post-1971-systeem, legt de auteur in zijn boek
uit.

Daarna volgen acht hoofdstukken die een
historisch overzicht geven vanuit Varoufakis’ eigen economische
analyse sinds de akkoorden van Bretton Woods van 1944. In dit kleine
plaatsje in de Amerikaanse staat New Hampshire werden toen afspraken gemaakt over financieel-economische
samenwerking tussen de overwinnaars en de verliezers van de Tweede
Wereldoorlog.

Vanuit de ervaring van de crash van 1929 wilden de leiders van de VS absoluut vermijden dat zich
ooit nog een Grote Depressie zou voordoen. Voortaan zou de Amerikaanse dollar de
standaardmunt zijn voor de hele wereld, waartegen alle andere munten een vaste
wisselwaarde zouden hebben (met een maximale variatie van 1 procent).
Alleen de dollar werd nog rechtstreeks gelinkt aan de
goudstandaard.

De VS zou voortaan zijn financiële
overschotten investeren in andere landen, vooral dan in Duitsland
en Japan (de bedoeling was ook China er bij te nemen, maar vier jaar
later viel het rijk van feodaal heerser Tsjang-Kai-Tsjek en kwam Mao
Zedong aan de macht).

Dat systeem veranderde geleidelijk op het einde van de
jaren 1960, onder meer omwille van de zware kosten voor de VS van de oorlog in Vietnam.
President Nixon zegde in 1971 unilateraal de akkoorden van Bretton
Woods op. Voortaan zou het zelfde GSRMsysteem wel blijven bestaan, maar dan in de andere richting.

Vanaf nu waren de VS geen surplusland meer maar een deficitland, echter wel het grootste ter wereld. De Amerikaanse regering zou vanaf nu zijn
dubbel deficit – het overheidsdeficit en het handelstekort –
financieren met de overschotten van de andere landen. Als een
Minotaurus die elk jaar zijn portie jonge maagdelijke kinderen
opeiste als prooi, eiste Washington dat Wall Street voortaan al de
geldoverschotten uit de rest van de wereld zou gaan beheren.

Dat ‘beheren’ liep geleidelijk uit de
hand. Wall Street vond meer en meer speculatieve systemen uit om met
die massa’s geld spectaculaire winsten te maken, zonder nog te
investeren in de productieve economie. De economie werd ‘gefinancialiseerd’.

Geld verdienen met geld of met uitbuiting

Ondertussen verloor de Amerikaanse Joe met de pet zijn baan of
moest hij voor een steeds kleiner loon steeds langer gaan werken. De gewone
Amerikaanse burger verdient na inflatieherberekening vandaag
gemiddeld minder dan in 1973. Zo werd een klein deel van de
bevolking alsmaar rijker met het fictieve geld van de speculatie. 

Wall Street vond navolging
in WalMart. Deze grootwarenhuisketen zag ‘een gat in de markt’.
Spotgoedkope artikelen werden ingevoerd uit derdewereldlanden om goedkoop aan de armer wordende
Amerikaan te verkopen. De eigen werknemers worden zo laag betaald,
dat zelfs voltijdse werknemers in aanmerking komen voor steun bij het
Amerikaanse equivalent van de OCMWs. WalMart zorgde tegelijk voor de vernietiging van de vakbonden in de distributiesector.

In feite werden de WalMart-werknemers gesubsidieerd door de overheid. Ondertussen kon het
bedrijf derdewereldlanden uitbuiten met mensonwaardige lonen en
werkomstandigheden. Het zorgde met andere woorden voor een totaal nieuwe invulling
van het begrip ‘creatie van meerwaarde’. Het bedrijf WalMArt is niet het enige dat zo werkt, maar is wel het voorbeeld bij uitstek.

Ondertussen ging de Amerikaanse overheid
meer en meer belastingverminderingen voor de rijken combineren met
lagere koopkracht van de middenklasse (en dus minder fiscale
inkomsten) en een steeds verder aanzwellend defensiebudget. Die
militaire uitgaven werden zowel een motor van de Amerikaanse
industrie en het ‘wapen’ waarmee de rest van de wereld in toom kon
worden gehouden, waar en wanneer dat nodig was.

De onverzadigbare Minotaurus vreet zich kapot

Dolgedraaid door de megawinsten van
derivaten, hedge funds en andere vormen van ‘private money‘ boden banken massaal
hypotheek- en andere leningen aan mensen die dat in feite niet konden
betalen. De rode lichten flikkerden al lang, toch bleef de Global
Minotaurus zijn vraatzucht verder botvieren, tot het systeem in 2008
als een gigantisch piramidespel in elkaar klapte.

De politici besloten daarop de banken te
redden met massieve bedragen belastinggeld, zonder daar enige
voorwaarde aan te koppelen. Daarop deden de banken precies dat wat tot
de crash van 2008 had geleid, namelijk opnieuw ‘investeren’ in financiële
systemen zonder enig verband met de productieve economie. Bovendien
slaagden de banken er zo in de politici naar hun hand te zetten,
terwijl ze net door hen waren gered.

Varoufakis legt het allemaal uit met
veel bravoure (en een zeer degelijke beheersing van de Engelse taal).
Ik verdenk hem er zelfs van een liefhebber van Shakespeare te zijn,
zoals blijkt uit dit voorbeeld met een
zwaar sarcastische ondertoon:

Free market fundamentalism…
functioned in ways not much different from the way in which marxism
was employed under the Soviet regime: more honoured in the breach
than in the observance
.” Onvertaalbaar.

De eurozone, gedoemd om te mislukken

Varoufakis heeft nooit in de euro
geloofd. Toch niet in zijn huidige vorm, precies omdat het systeem
geen GSRM heeft, geen manier om de overschotten van de surplus-landen
in te zetten in de verlieslatende economieën. Duitsland functioneert
binnen de eurozone als een soort VS van de EU, weliswaar in mindere mate omdat
Duitsland geen militaire vleugel heeft om zijn macht op te leggen.

De editie van het boek die ik las is een tweede druk
van 2013, waar een extra hoofdstuk aan is toegevoegd. Aan de hand van
twee nieuwe jaren test Varoufakis zijn model van de Global Minotaur opnieuw
uit en trekt zijn conclusies.

Griekenland, zijn vaderland, komt
weinig aan bod in het boek. Wat hij erover zegt, komt hierop neer:

Griekenland is het enige land dat reeds voor de crisis van 2008 met
een schuldenprobleem zat en nooit lid had mogen worden van de eurozone, omdat het met medeweten van de andere landen van de eurozone zijn financiële cijfers gemanipuleerd had.

Een gedeelde verantwoordelijkheid, dus. Het
is nu in de EU het zwaarst getroffen land. Deze situatie is volgens
Varoufakis zeer gevaarlijk: “Europe entered a crisis of its own
making – one that is endangering sixty years of integration”
.
Als Griekenland in elkaar klapt, gaan andere landen volgen.

Wat ondertussen met Japan, China? Er
staat nog zoveel meer in dit boek. Het heeft ook wel zijn hiaten. Nergens speelt de Derde Wereld, Afrika,
Latijns-Amerika en Azië (buiten de financiële tijgers) een rol.

In 2015 zegt de Griekse minister van Financiën precies hetzelfde als in dit boek van 2011.

Beweren, zoals op het
VRT-journaal van 11 februari 2014, dat de regering van Alexis Tsipras
extreem-links zou zijn, blijkt na het lezen van dit boek nogmaals niet te kloppen. Varoufakis is een sociaal-democraat, zoals de Griekse PASOK
of andere sociaal-democratische partijen – als die hun
retoriek tenminste ernstig zouden nemen. Het verschil is dat de Griekse
minister van Financiën meent wat hij zegt en daar naar handelt. Tegenwoordig heet een politicus die doet wat hij beloofd heeft blijkbaar ‘extreem’.

Economie is geen doel op zichzelf, het
is een middel voor iets anders: welzijn en welvaart. Daar komt het op neer. Hoeft het nog gezegd? Dit is een zeer lezenswaardig boek. 

In een uitgebreid interview legt Yanis Varoufakis de these van zijn boek uit aan Robert Johnson, directeur van het Amerikaanse Institute for New Economic Thinking (dit is het eerste van vier delen, ieder deel volgt automatisch):

 

take down
the paywall
steun ons nu!