Martha Gellhorn en Ernest Hemingway met generaals van het Chinese nationalistische leger in 1941 (foto Wikimedia Commons)
Boekrecensie -

Martha Gellhorn blijft boeien

Martha Gellhorn (1908-1998) wordt beschouwd als een van de meest toonaangevende oorlogscorrespondenten van de twintigste eeuw. Haar boek 'Travels with Myself' verscheen in 1978, werd heruitgegeven in 2001 en verscheen recent in e-bookversie. Het boek toont een fascinerende persoonlijkheid.

donderdag 13 november 2014 15:00

Martha Gellhorn was een bevoorrecht getuige van de geopolitieke gebeurtenissen in de twintigste eeuw en
reisde voor haar werk de wereld rond. In Travels with Myself and
Another
blikt ze terug op vijf reizen die je je ergste vijand
niet zou toewensen. Tussen het gemopper en gemor door krijgt de lezer
een fraai beeld van haar fascinerende persoonlijkheid.

Gellhorn,
van Duits-Joodse afkomst, leerde het vak bij onder meer het
progressieve weekblad The New Republic en het persagentschap United
Press
(het huidige UPI). Tijdens de Grote Depressie van de jaren 1930
werd ze door het Witte Huis van Franklin D. Roosevelt ingehuurd om
rapporten te schrijven vanuit de ergst getroffen landelijke gebieden in de Midwest.

In
de loop van haar lange carrière zou ze verslag uitbrengen van zowat
alle mondiale brandhaarden, van de Spaanse Burgeroorlog via de Tweede
Wereldoorlog, de oorlog in Vietnam en de Zesdaagse Oorlog tot de
burgeroorlogen in Midden-Amerika. Ze was een van de eerste vrouwen
die wist door te dringen tot het tot dan toe exclusief mannelijke
bastion van de oorlogsverslaggeving.

Dubbelloops

Ze
was kort getrouwd met schrijver Ernest Hemingway, een stormachtige
relatie die aan bod komt in de onevenwichtige en al te romantische
film Hemingway & Gellhorn (2012), met Clive Owen en Nicole Kidman. Tot op het einde van haar leven
zou ze er een hekel aan hebben dat sommigen haar vooral met Hemingway
associeerden. Naar eigen zeggen wilde ze geen ‘voetnoot in
andermans leven’ zijn.




In
Travels with Myself and Another doet ze het verhaal van vijf trips
die stuk voor stuk op een fiasco uitdraaiden, treffend weergegeven in
de ondertitel Five Journeys from Hell. Deze wat vreemde omschrijving
slaat op het feit dat ze daarbij steevast in gezelschap verkeerde, al
dan niet zelf gekozen, met wie ze het niet altijd even goed kon
vinden.

Van
op de boekcover, een foto van oorlogsfotograaf en Magnum-oprichter
Robert Capa, kijkt Gellhorn je over haar schouder aan tussen wuivende
korenaren, met in haar handen een dubbelloops jachtgeweer. Het is een
beeld dat boekdelen spreekt. Heel haar leven zou ze er prat op gaan
haar mannetje te staan als ‘one of the boys’. Tegelijk spreekt
uit haar kwetsbare blik ook de onbevangenheid en menselijkheid die
haar werk typeert.

Dengue

In
1941 wordt ze door het magazine Collier’s naar China gestuurd om
verslag uit te brengen over de oorlog in het Verre Oosten. Gellhorn
vraagt haar toenmalige echtgenoot Hemingway om haar te vergezellen. Haar ‘UC’ – Unwilling Companion of onwillige reisgezel, zoals ze hem
hier systematisch noemt – vindt na wat gegrom al snel zijn draai.
Door de grote afstanden, de erbarmelijke wegen en het barslechte weer
wordt het voor Gellhorn een onmogelijke trip.

Bovendien
wordt ze ondanks alle mogelijke vrijbrieven zo ver van de actie
gehouden dat ze eigenlijk niets zinnigs kan berichten. China was toen
voor driekwart in handen van de Japanners en in het resterende deel
werkten nationalisten en communisten (latere aartsvijanden) met veel
tegenzin samen tegen de invaller. Gellhorn ontmoet er wel de
nationalistische leider Tsjang Kai-Sjek, waarbij vooral mevrouw
Tsjang zich onsympathiek maakt door haar onverschilligheid en
bourgeoismaniertjes.

In
1942, aangetrokken door berichten over Duitse onderzeeërs in de
Caraïben, besluit ze de zaak met eigen ogen te onderzoeken. Van
Saint Thomas, één van de Maagdeneilanden, gaat het naar onder meer
Sint Maarten en Saint Kitts. Ze krijgt ze er echter geen Duitsers te
zien, dobbert zwalpend rond in nauwelijks zeewaardige schuitjes en
wordt op een van de eilanden door haar ingehuurde bemanning aan haar
lot overgelaten. In eindbestemming Suriname krijgt ze het onzalige
idee om de Saramcoca-rivier te exploreren, een avontuur dat eindigt
met dengue1
in een hotelkamer in Paramaribo.

Bedrogen
minnaar

Het
Afrikaanse reisverhaal is het enige dat enigszins uit de toon valt.
In 1962 wil Gellhorn, intussen halverwege de vijftig, op eigen kracht
kennismaken met een werelddeel dat haar fascineert maar dat ze
nauwelijks kent. Ze vliegt naar de stad Douala in Kameroen aan de
Afrikaanse westkust en vandaar reist ze over land, dwars door het
continent, naar de Indische Oceaan.

Ze
maakt zich druk over de neerbuigende houding van missionarissen,
zendelingen en kolonialen, maar moet vaststellen dat ze ondanks haar
goede bedoelingen maar geen hoogte kan krijgen van de plaatselijke
bevolking. In dagboekfragmenten van de reis voel je haar frustratie
toenemen en de toon wordt steeds bitterder. Haar nuchtere realisme,
doorgaans zo aanstekelijk, verwordt hier tot schamper
cultuurpessimisme.

De
trip eindigt met een tocht per jeep door Oeganda en Kenia, waarvoor
ze een chauffeur inhuurt die al snel een blok aan het been blijkt. Op
het einde van het stuk spreekt ze haar liefde uit voor het continent
waar ze uiteindelijk zelfs dertien jaar zou wonen. Het is echter de
liefdesverklaring van een bedrogen minnaar.

Beton

In
1972 belandt ze in Moskou. Nadat ze het boek van een Sovjetdissidente
had ontdekt, ontstond een correspondentie die uitmondde in een
persoonlijke uitnodiging, door Gellhorn tegen heug en meug aanvaard.
De naam van deze dissident wordt nergens vermeld – Gellhorn’s boek
verscheen oorspronkelijk in 1978, toen repressie tegen kritische
intellectuelen nog dagelijkse kost was – maar het gaat om Nadjezjda
Mandelstam, weduwe van dichter Osip Mandelstam, slachtoffer van de
Stalinrepressie.

Gellhorn
neemt er deel aan geheime onderonsjes met gelijkgezinden, waar tussen
wodka en zure augurken wordt geouwehoerd over leven en literatuur.
Mandelstam is haar leven lang al op de loop voor de
Sovjetautoriteiten en maakt in haar overlevingsdrang vaak rare
kronkels.

Uitspraken
dat de Spanjaarden het met Franco beter hebben getroffen dan de
Russen met hun regime, of haar steun voor de Amerikaanse militaire
exploten in Vietnam doen het enthousiasme snel bekoelen. Net als het
feit dat Moskou een grauwe metropool is waar de achterdocht in het
beton lijkt gebakken. Als ze een paar weken later weer naar Londen
kan, valt er een last van haar schouders.

Verveling

Het
kortste verslag heeft betrekking op een reis naar Israël. In 1971
gaat de 63-jarige Gellhorn, voor een boek dat uiteindelijk nooit
verscheen, naar de stad Eilath aan de Rode Zee. Ze komt er in contact
met hippies van over de hele wereld en gaat met hen in discussie, wat
al snel op een sisser afloopt.

Gellhorn
ergert zich mateloos aan hun leeghoofdigheid en machogedrag, de
achteloze manier waarop ze met de natuur omspringen en het feit dat
ze geen belang hechten aan literatuur. Ze verdenkt hen ervan een
stelletje bourgeoiskinderen te zijn die het er even van nemen op
kosten van papa en mama, om zich daarna eens zo efficiënt in de
jacht naar geld en carrière te kunnen storten.

Gellhorn
concludeert dat er geen eenduidige maatstaf is voor wat een reis nu
precies tot een ramp maakt. Haar eigen criterium is verveling. Uit
heel het boek blijkt inderdaad haar onrust en onvermogen om lang op
één plek te blijven, haar onuitputtelijke nieuwsgierigheid naar
vreemde culturen, haar intolerantie voor bekrompenheid en de mensen
die haar dingen willen verbieden, haar woede over wat ze zelf als
onrecht beschouwt.

Wanderlust

Aldoor
toont ze zich een fijnzinnig observator met een goed oog voor
psychologie en menselijke verhoudingen. Haar neiging om te vitten
wordt in evenwicht gehouden door haar grote gevoel voor ironie, en
ook door de nietsontziende manier waarop ze haar eigen kleine kantjes
onder de loep neemt.

Travels
with Myself and Another
biedt
een fascinerende inkijk in de geest van een woelwater, iemand die
haar obsessies serieus neemt en ze gebruikt als richtsnoer om de
wereld te ontdekken. Het enige minpunt aan dit prettig leesbare boek
is het ontbreken van een reeks kaarten om de Wanderlust van deze
zwerver in detail te volgen.

Martha
Gellhorn: Travels
with Myself and Another. Five Journeys from Hell. Eland, London, 1978
(2001/2011)

1 Dengue
of denguekoorts (‘knokkelkoorts’) is zonder tijdige en
gepaste medische verzorging levensbedreigend. Het is een virale
infectie die het bloed aantast en door muggen wordt overgebracht.
Er bestaat nog steeds geen vaccin tegen. Een volgende infectie na een
eerste genezing is bijna altijd levensbedreigend.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!