Politici moeten kiezen voor uitkeringen boven armoedegrens
Nieuws, Europa, België -

Politici moeten kiezen voor uitkeringen boven armoedegrens

Om onder de armoedegrens te vallen moet je volgens Europa bijzonder weinig verdienen. Een alleenstaande is arm als hij/zij minder dan 1000 euro per maand verdient. Een gezin met twee kinderen is arm met een inkomen van minder dan 2101 euro per maand. Reken maar uit hoe weinig dat is. Toch leeft 15 procent van de Belgen onder die grens.

dinsdag 8 april 2014 17:04

Het blijven schokkende cijfers. In Vlaanderen leeft 10 procent van de mensen onder de armoedegrens, in Wallonië 20 procent, in Brussel loopt het zelfs op tot bijna 40 procent.

Armoede
gaat over veel meer dan een inkomen alleen, maar met een te laag inkomen
ben je steeds gezien. Stel dat je wil solliciteren of een job wil aannemen met
onregelmatige uren of op enkele kilometer van het dichtstbijzijnde
station. Hoe doe je dat als je geen geld hebt voor je vervoer of als je de
kinderopvang niet kan betalen?

En wat doe je als je in de penarie zit met je huishuur en de
hoge energierekening van je niet al te beste huurwoning? Dat betekent dat je moet besparen op eten en op school- of dokterskosten. En als dat niet meer
kan: in de schulden geraken, je woning verliezen… Met een te laag
inkomen ben je dag in dag uit aan het overleven, met de nodige
stress en gezondheidsproblemen van dien. Vooruitkomen, voor jezelf
en je familie iets opbouwen dat toelaat om definitief uit de armoede
te raken is dan uiterst moeilijk en zeer vaak onmogelijk.

De afbeelding wordt ingeladen.

Al
wie de realiteit van mensen in armoede kent, weet dat een waardig
minimuminkomen geen ‘hangmat’ is, maar een absolute voorwaarde om
definitief uit de armoede te kúnnen ontsnappen.

Het
leefloon, een groot deel van de uitkeringen voor mensen met een
handicap (sinds begin dit jaar ook de werkloosheidsuitkeringen voor
langdurig werklozen) ligt vér onder de armoedegrens. De
inkomensgarantie voor ouderen ligt – al naargelang de bril waarmee
je kijkt – net op of net onder die grens.

En dan hebben we het enkel
over mensen die ‘de volle pot’ krijgen, niet over mensen die het
met een deeltijdse werkloosheidsuitkering moeten doen maar die om een
of andere reden niet tot het leefloon krijgen aangevuld. We hebben het niet over
jongeren die wachten op een inschakelingsuitkering, niet over mensen
met schulden die moeten terugvallen op ‘leefgeld’ van
nauwelijks enkele tientallen euro per week, niet over daklozen of
mensen zonder papieren zonder enig inkomen, niet over mensen die
deeltijds werken, of die vandaag wat interimwerk doen en morgen weer enkele weken
zonder werk zitten…

De
eerste en belangrijkste stap om hier iets aan te doen is nochtans
simpel. Trek alle sociale uitkeringen op tot ze minstens boven de
armoedegrens uitkomen.
Het Rekenhof berekende in 2008 dat dit 1,25 miljard euro zou kosten.
Met een indexering van 20 procent komen we dan vandaag uit bij een bedrag
van om en bij de 1,5 miljard euro. Geen klein bier in budgettair
krappe tijden, zegt u? Het Netwerk tegen Armoede zegt: waar een wil
is, is een weg. Recent nog kende de federale regering in het kader
van het competitiviteitspact 1,35 miljard euro lastenverlagingen toe
aan de bedrijven, de notionele interestaftrek kost de schatkist
jaarlijks tot 6 miljard euro…

Het
Netwerk tegen Armoede vraagt onze politici om kleur te bekennen.
Zonder het optrekken van de laagste uitkeringen tot boven de
armoedegrens is alle armoedebestrijding rommelen in de marge. En neen:
wij geloven al lang niet meer in goede voornemens alleen. Beste
politici, als het u menens is, dan schrijft u dit na 25 mei in uw
regeerakkoord én uw meerjarenbegroting.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!