foto: Elizabeth Albert (Creative Commons)
Nieuws, Samenleving, België, Feminisme, Onderwijs, Diploma, Buitengewoon onderwijs -

De juf heeft het gedaan

'Eén op tien jongens zit in het buitengewoon onderwijs', dat was vorige vrijdag een alarmerende titel in De Morgen. Bij monde van kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen werd gesuggereerd dat de vervrouwelijking van het onderwijs daarvan de oorzaak was: “Zeker het gedrag van jongens wordt te snel als een probleem ervaren door het sterk vervrouwelijkte lerarenkorps”.

dinsdag 2 juli 2013 08:46

Dat het onderwijs (te) sterk vervrouwelijkt is, zal niemand ontkennen. Die gestage vervrouwelijking hangt samen met de verminderde appreciatie van het beroep. In de tijd dat de onderwijzer nog met dezelfde eerbied werd bejegend als de notaris, de dokter of andere notabelen, werd het beroep quasi uitsluitend uitgeoefend door mannen. Sinds de jaren ’80 neemt echter de status van het beroep af en zien we dus een toename van het aantal vrouwelijke leerkrachten en een afname van het aantal mannelijke.

Dat is een spijtige evolutie, niet omdat leraressen bewust hun jongens en hun meisjes anders zouden bejegenen, maar wel omdat het jongens ontbreekt aan rolmodellen waardoor ze zelf ook minder geneigd zijn te kiezen voor een job in het onderwijs.

“Hoe ‘lager’ de socio-economische klasse, hoe kleiner kans dat een kind zich in het ASO staande zal houden”

Ook het onderwijs ontsnapt trouwens niet aan de wetmatigheid van de man/vrouw-verhouding volgens het echelon: hoe hoger de functies, hoe meer mannen men aantreft.

De uitval van jongens.

Het klopt dat er een te hoge uitval is van jongens: al te vaak zijn het jongens die de school verlaten zonder diploma. En zoals nu ook moet worden vastgesteld, worden jongens ook meer dan meisjes doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Al te vaak wordt aangenomen dat de vervrouwelijking van het onderwijs daar rechtstreeks de schuld van zou zijn, terwijl daar eigenlijk geen wetenschappelijk bewijs voor is. De oorzaken voor de slechte prestaties van sommige jongens in ons onderwijs moeten dus elders gezocht worden.

Problematisch gedrag.

Het gedrag van jongens wordt inderdaad sneller als problematisch ervaren, maar niet (enkel) door vrouwelijk onderwijzend personeel. Er is nu eenmaal een brede maatschappelijke tendens om gedrag van jongeren dat vroeger werd gezien als ‘te corrigeren, maar deel uitmakend van het opgroeien’ nu als ‘problematisch’ te beoordelen. Het is geen toeval dat de leeftijd waarop je een GAS-boete aan je broek gesmeerd kunt krijgen onlangs werd verlaagd naar 14. Uiteraard hebben dergelijke ontwikkelingen ook hun weerslag op hoe het voltallige lerarenkorps (mannen én vrouwen) het gedrag van hun leerlingen bekijken.

Afkomst.

“Sinds de jaren ’80 neemt de status van het beroep van leerkracht af, en zien we dus een toename van het aantal vrouwelijke leerkrachten en een afname van het aantal mannelijke”

Eén van de meest determinerende factoren die de doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs bepaalt, en dan zeker naar het type 8 (ernstige leerstoornissen) is de sociaaleconomische achtergrond van de leerling. Hoe ‘lager’ de socio-economische klasse, hoe kleiner kans dat hij zich in het ASO zal staande houden. In nogal wat gevallen is de gebrekkige kennis van het Nederlands door een leerling van allochtone afkomst reden genoeg voor doorverwijzing naar type 8. Meisjes in dezelfde situatie worden dan afgeleid naar het beroepsonderwijs, bijvoorbeeld naar een richting zoals ‘voeding-verzorging’ die uitkijk biedt op een job als bejaardenhelpster of poetsvrouw.

Studiecultuur en stereotypering.

Ook in andere Europese landen moet men vaststellen dat het verschil tussen jongens en meisjes op vlak van schoolse prestaties toeneemt, ten nadele van de jongens. Wetenschappers wijzen dan onder meer in de richting van opvoeding: aan meisjes wordt nog altijd meer geleerd om zich meegaand op te stellen, veel belang te hechten aan samenwerking en weinig risico te nemen. Het ligt voor de hand dat dergelijk gedrag in een schoolse omgeving – zowel door mannelijke als vrouwelijke leerkrachten – meer gewaardeerd wordt.

Een ander kwalijk gevolg van stereotypering is dat leerkrachten sowieso minder lijken te verwachten van jongens op academisch vlak en deze verwachting onbewust overdragen met nog zwakkere prestaties als gevolg. Zittenblijven, schoolmoeheid en doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs volgen logischerwijze op slechte studieresultaten.

Meer en meer lijkt het er op dat genderstereotypering dicteert dat kennisverwerving een zaak is voor meisjes en vrouwen, waardoor jongens het nut van niet meer inzien van studeren en het behalen van een diploma. Anders gezegd: voor sommigen wordt het stoer en mannelijk om te falen op school.

Wie dacht dat stereotiep denken over de geslachten enkel schadelijk is voor vrouwen, moet dringend zijn of haar mening herzien. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!