album cover
Nieuws, Cultuur, Recensie, Muziek, Rock, Muse, The 2nd Law, Matthew Bellamy -

Muse – The 2nd Law

De leden van de Britse rockband Muse experimenteren rijkelijk op hun nieuwe album 'The 2nd Law'. De plaat is enorm gevarieerd maar boeit niet aldoor. Maar al is er tegenwoordig geen groep om makkelijker op neer te kijken als Muse, toch durven we dit een ok-plaat te noemen.

dinsdag 2 oktober 2012 11:19

Een nieuwe wind?

Muse heeft haar muzikale invloeden gedurende haar carrière steeds meer en meer naar voor geschoven. Terwijl Queen zich voorzichtig liet horen in Megalomania (2001) en wat uitbundiger in Knights Of Cydonia (2006), was op hun vorige plaat United States of Eurasia (2009) de gelijkenis compleet.

Na haar vorige album beweerde Muse een streep onder een muzikale periode te willen trekken. Het was dan ook wat verrassend dat Survival, het eerste volledige nummer dat het publiek te horen kreeg, ook die duidelijke Queen invloed bevat. Meer zelfs: Survival, dat met het oog op de Olympische Spelen geschreven werd, lijkt wel een samenvatting van hun geluid zoals Muse dat op haar vorige plaat gedefinieerd heeft.

Dubstep en softe electronica

Maar afgezien van dat nummer heeft Muse wel degelijk een nieuwe wind door haar repertoire laten waaien, en wat voor één. Marketing-technisch was het bijzonder slim om een stukje uit het meest controversiële nummer van The 2nd LawUnsustainable als ‘album-trailer’[1] de sociale media in te sturen.

Het nummer begint met een typische orchestrale intro maar slaat dan om in… dubstep; genoeg om de dovende aandacht voor Muse terug te doen opflakkeren. Er werden toetsenborden kapot getypt over het feit of Muse wel of niet het populaire elektronische genre in haar muziek moest verwerken.

Toch mag Unsustainable geen onnozele Skrillex-kopie genoemd worden, want Muse tilt het genre op door het met echte instrumenten te spelen in plaats van met computers, en mengt de beats met dreigende filmmuziek.

Op single-in-coming Follow Me (waar Zornik een moord voor zou plegen) voert Muse een gelijkaardig trucje uit. Alles werd zo ruw mogelijk live ingespeeld, om het dan met de hulp van co-producer Nero elektronisch te laten klinken. Het nummer gaat kort maar krachtig de disco-tour op zonder dat de rockband zijn eigen stempel verliest.
Kersverse vader Matt Bellamy was trouwens niet te verlegen om het nummer te laten openen met de hartslag van foetus Bingham. Jammer genoeg is het lied tekstueel, zoals het gros van het album, niet bijzonder of zelfs flauw te noemen.

Muse heeft in het verleden wel al met vallen en opstaan geëxperimenteerd met elektronica en r&b-interpretaties (zoals Undisclosed Desires), maar met het softe Madness bevestigt Muse die elektronische koerswijziging door het als debuutsingle te bombarderen en als “beste nummer van de band ooit” te omschrijven. Chris Martin van Coldplay bevestigde die stelling op Twitter.

Wankelende fanbase

Op diverse internetfora wordt die mening echter fel bediscussieerd. Madness wordt er dikwijls smalend vergeleken met Faith van George Michael, I Want To Break Free van (alweer) Queen, en de typische elementen van U2. Die stijlbreuk met het ruigere rockalbum Origin Of Symmetry uit 2001 is al langer een doorn in het oog van de fans uit hun beginperiode. Muse klinkt hoe langer hoe meer afgelikt, zelfs als ze vuil probeert te klinken.

Er is trouwens wel meer dat hun fanbase doet wankelen: idool Bellamy ging in zee met Hollywood-actrice Kate Hudson en de band maakte een draak van een nummer voor de populaire tienerfilmsaga Twilight. Het lijkt wel of de “best alternative rock“-awards die de groep het voorbije decennia in de wacht sleepte zal moeten inruilen. Maar wat zal het de bandleden deren? Ze verkochten nog nooit zo snel (en zo duur) het Sportpaleis uit als dit jaar.

Toch nog rock

Maar Muse is natuurlijk niet van gisteren en doet op The 2nd Law ook geslaagde pogingen om haar oude fanbase te plezieren door er bijvoorbeeld al rockend in te vliegen met het openingsnummer Supremacy, dat bij momenten aanleunt bij de sound van Led Zeppelin’s Kashmir, maar dan met militaire geluiden.

Zelfs een achtjarige hoort dat Muse hier eigenlijk openlijk solliciteert voor de volgende James Bond-soundtrack. Tegelijk vraagt iedereen zich af waarom Hollywood het hen nog niet gevraagd heeft, want ze beoefenen de kunst als geen ander.

Jaren ’80

Op Panic Station klinkt Muse in het geheel funky en jaren ’80. Gedurende het nummer kunnen we het niet laten “suicide blonde!” (dit is de titel van de eerste single van het album X van de band INXS, nvdr.) te roepen. Ook wordt geknipoogd naar Michael Jacksons Thriller, en naar -waarom niet- Queen. Al klinkt de zangstem van Matt ietwat geforceerd, live belooft dit nummer een knaller worden.

De trend dat nummers vooral geschreven worden met het oog op live-optredens, komt de laatste jaren wel vaker voor bij Muse.

Een heel ander verhaal is het bij Animals, een ingetogen nummer dat op een nerveuze drum voortkabbelt. Het is trouwens de enige keer dat drummer Dom Howard op dit album opvallend uit de hoek komt.

Animals maakt duidelijk dat Muse de betere songschrijverij nog steeds in de vingers heeft, maar die daarom niet altijd toepast. Het beste heeft de luisteraar na Animals namelijk al gehoord.

Vullers

Het filmische Explorers trekt eerder de kaart van Disney. Qua melodie leunt het dicht aan bij Guiding Light (uit The Resistance) maar het heeft, net zoals Guiding Light, te weinig om het lijf om indruk te maken. Bovendien wordt het nummer te beladen gebracht.

Voor Big Freeze heeft Muse jammer genoeg de automatische piloot van U2 geleend en dat resulteert in een nummer dat beter voor de “rarities and b-side“-cd gespaard werd, of gewoon tout court voor het restafval. Beide nummers halen het niveau van het album danig onderuit.

Op afsluiter Isolated System evolueert een zich herhalende pianomelodie in een dancebeat. Daar is op zich niets verkeerd mee, maar als je het vergelijkt met de sterke Exogenesis-finale op Muse’s vorige album, dan valt dit slotnummer maar mager uit.

De economische crisis als thema

Bellamy keert al sinds album Absolution uit 2003 zijn kar tegen dubieuze regeringen door op te roepen tot verzet, frequent te verwijzen naar 1984 van George Orwell en complottheorieën in zijn teksten te verwerken. Hij lijkt dergelijke literatuur wel te verslinden en nog te geloven ook. Net zoals de albumtitel The 2nd Law werden in het verleden ook sommige titels uit boeken gehaald.

Het mag geen verrassing heten dat ook The 2nd Law bol zit van de maatschappijkritiek. Zo eindigt Animals, één van de betere nummers van het album, met door elkaar roepende beleggers op Wall Street.

Op Unsustainable wordt de economische crisis verder als leidraad gebruikt. “An economy based on endless growth is unsustainable“, meldt een nieuwslezeres in het nummer ons onheilspellend (“een economie gebaseerd op eindeloze groei is niet duurzaam”).

Chris als frontman

Een andere nieuwigheid is dat bassist Chris Wolstenholme, de enige van de groep die niet zoveel meisjesharten sneller doet slaan, enkele nummers heeft geschreven over zijn alcoholverslaving en ze ook heeft ingezongen. Ervoor was zijn vocale rol beperkt tot die van achtergrondzanger en het slaken van kreten tijdens concerten.

En wat blijkt? In Chris zit een Thom Yorke gevangen, en mogelijks onbedoeld klinkt Muse in de ballad Save Me meer als Radiohead dan ze ooit geklonken hebben. Maar Chris’ zangstem verbleekt bij die van Matt, en hoewel Save Me best een aardig lied is, past het niet op dit album. Misschien dat Chris beter voor een beperkte solo-carrière opteert.

In Wolstenholmes andere nummer, Liquid State, horen we niets meer dan een punkgroep die aan het afkicken is. Opnieuw wordt niet het niveau gehaald van de eerste helft van het album.

Ok

Het mag duidelijk zijn dat Muse nog nooit zo hevig geëxperimenteerd en gevarieerd heeft als op dit album. Muse toont ons alle hoeken van de kamer, maar bereikt op het eind geen samenhangende puzzel. The 2nd Law begint aanvankelijk sterk, maar ontaardt in een quizje “invloeden raden” aangevuld met zwakkere nummers. Ook opvallend is dat Bellamy’s stem in de laatste 4 nummers amper te horen is. Toch durven we dit een ok-plaat te noemen, gewoon omdat we niet meer weten of we dit nu allemaal fantastisch goed moeten vinden of juist smakeloos. Hoe dan ook, de repeat-knop werd alweer ingedrukt.

Voetnoten

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!