Nieuws, Cultuur, Recensie, Boekrecensie, Stéphane Hessel, Geloven in het onwaarschijnlijke -

Dromen met Stéphane Hessel: ‘Geloven in het onwaarschijnlijke’

"Heb medelijden met mij." Zo luidt de laatste zin van een gedicht van Guillaume Apollinaire dat Stéphane Hessel citeert. Stéphane Hessel is - malgré lui maar ook door wie hij is - een wereldvedette, een "mediabeest" - zegt hijzelf - geworden. Zijn boeken – vooral het dunne 'Indignez-vous' – zijn een hit en hebben een mondiale protestbeweging aangezwengeld. Recent verscheen ‘Geloven in het onwaarschijnlijke’.

dinsdag 25 september 2012 08:34

De ondertitel van het boek luidt ‘Terugblikken om vooruit te kijken’. Een boodschap van een jonge strijdmakker van (intussen) 95 jaar.

“Weerstand bieden is scheppen; scheppen is weerstand bieden”. Dat poneerde Hessel op het Plateau des Glières in mei 2009 tijdens de Dag van de ‘Citoyens Résistants d’hier et d’aujourd’hui’. Nogal opruiende taal voor een diplomaat. Uit dat (min of meer) geïmproviseerde discours groeide het wereldwijd vertaalde succes Indignez-vous (nogal ongelukkig vertaald als Neem het niet!).

Aangenomen wordt dat de Spaanse protestbeweging van 2011, Los Indignados, en ook andere bewegingen van verontwaardiging als Occupy Wall Street geïnspireerd werden door dat dunne boekje.

Het blad Foreign Policy riep Hessel in 2011 uit tot een van de belangrijkste denkers in de hele wereld.

Andere titels van vertaalde boeken waren Doe er iets aan, De weg van de hoop, en ook dit laatste boek kreeg een onwaardige vertaling: Tous comptes faits… ou presque wordt een wollig Geloven in het onwaarschijnlijke.

Cherchez la femme!

Niet vertaald zijn de mémoires O ma mémoire: la poésie, ma nécessité. Dat kwam er op verzoek van Laure Adler, toen zij aan het hoofd stond van de uitgeverij Seuil. De Franse historica, journaliste en adviseur van president Mitterrand interviewde haar goede vriend Hessel ooit zelf voor haar boek Manifeste Feministe.

Daarin vertelt Hessel heel concreet en open over de liefde. Die van zijn moeder, die uit een streng Pruisisch, protestants milieu kwam, maar “verliefd op de liefde en bereid haar kinderen in de steek te laten voor een geliefde”, en die van zijn gouvernante. Maar ook over de vrouw die hem inwijdde in de liefde. Zij was 34, hij 17. Ze was een Belgische, werkte bij Le Jardin des Modes (van uitgever Condé Nast) en was de schoonzus van de Britse schrijver Aldous Huxley.

In Manifeste Feministe bekent Hessel ook dat zijn levensmodel de vrouw en de vrouwelijkheid is. En Hessel erkent op dat vlak een “enorme bofkont” te zijn geweest. Maar de gelijkheid tussen mannen en vrouwen is er nog altijd niet en dat wekt nog altijd zijn verontwaardiging. Ook in dit nieuwe boek, waarin Stéphane Hessel een balans van zijn leven maakt en hoopt dat het niet het laatste boek is …

De kampen van de gruwel

Indrukwekkend en uitzonderlijk is dat leven van Stéphane Hessel wel. Geboren in een intellectueel Duits gezin dat naar Parijs vluchtte, waar de jongen opgroeide in een cultureel-intellectuele omgeving. Verzetsstrijder tijdens de tweede wereldoorlog en ternauwernood ontsnapt aan de dood in de kampen van Buchenwald en Dora.

Hoe verwerkt een mens zo’n gruwel? Hessel vertelt: “Het verlies van anderen is het ergste dat ik heb meegemaakt. We kwamen met zesendertig aan in Buchenwald. Van deze zesendertig zijn er zestien opgehangen en veertien gefusilleerd. Slechts drie van hen hebben het overleefd. Ik heb toen geen wanhoop gevoeld, dat is niet het woord, maar een neerslachtigheid over alles wat er gebeurde, wat weerzinwekkend en ondraaglijk was. Ik heb toen geprobeerd tegenover alles wat er verkeerd ging het begrip verontwaardiging te stellen; het leek me dat dat de boodschap was die ik kon overbrengen op degenen die zich afvragen wat ze met hun leven aanmoeten. Een fundamentele vraag. Het leven kan ergens toe dienen en het kan voor heel veel prettige zaken dienen: liefde, poëzie, verbeeldingskracht. Maar het moet ook dienen voor de wil om weerstand te bieden aan datgene wat aanstoot geeft.”

Libido

En Hessel werkte na die afgrijselijke oorlogservaring mee aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Wat ons bedreigt, zegt Hessel, is het ‘libido possidendi’ dat de laatste decennia tot wereldformaat is uitgegroeid en ertoe heeft geleid dat een steeds kleiner wordende minderheid van fabelachtige rijken – reëel en virtueel – die geen ander doel kennen dan hun eigen verrijking, steeds rijker wordt.

Hoe kunnen we een andere weg inslaan? En dan haalt Hessel Edgar Morin en zijn idee van ‘compassie’ aan en dan waaiert het weer uit en eindigt het op: “de kracht van de compassie nodigt uit ons te richten op wat ons beweegt: de liefde”. Mooi, mais…mais quoi alors?

Ingewikkelde diplomatie?

Dit meest recente – want dus niet laatste – boek gaat over de vraag naar identiteit, veel – erg veel – over liefde, over ontmoetingen en lectuur, altijd die oude liefde, met name de poëzie, over onrechtvaardigheid, over geestes- en wilskracht, over vrouwen, dé vrouwen in zijn leven, over pacifisme, over duurzaamheid, blauwhelmen, de Veiligheidsraad,  de Israëlo-Palestijnse problemen (Hessel – zelf half-Joods – haalde zich de woede van de Franse Joodse gemeenschap op de hals wegens zijn pro-Palestijnse standpunten), over de Arabische revoluties en zelfs Syrië, “een van de ingewikkeldste situaties waarmee de diplomatie kan worden geconfronteerd”, het begrip van soevereiniteit (die van Assad)…

Geloven in het onwaarschijnlijke gaat alle kanten op en scheert rakelings langs essentiële punten. Hessel is ongetwijfeld een erudiet en welwillend man maar het kabbelt voort en wordt nergens concreet. Het is allemaal gekend en vol goede – misschien diplomatische – wil.

Utopie

Patrick Besson, de Franse columnist die ooit literaire kritieken voor het communistische blad ‘L’Humanité’ schreef, maar een provocerende hekel heeft aan dogma’s, ‘trendjes’ en modes (in de Joegoslavische oorlog verdedigde hij, zelf zoon van een Russische vader en een Kroatische moeder, Servië, en bij de laatste presidentsverkiezingen schaarde hij zich achter Nicolas Sarkozy) en die het boek Journal d’un Français sous l’empire de la pensée unique pende, nam Hessel op de korrel: “er is iets louche in de ‘affaire’ Hessel. Het is als het Dukan dieet.” Daarmee bedoelt Besson, met zijn pen gedoopt in vitriool, “lichtgewicht”!

Misschien ligt het aan de Nederlandse vertaling, die veel vlakker is dan een wuft elegant Frans discours, maar Geloven in het onwaarschijnlijke blijft wat dromerig, of zoals Hessel het zelf poneert: “We moeten bedenken dat er utopieën bestaan die wel mogelijk zijn.” Sans doute!

Vond u deze bespreking interessant?
Steun DeWereldMorgen.be door dit boek bij ons aan te kopen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!