Benjamin Verdonck
Nieuws, Cultuur, België -

Benjamin Verdonck op Festivaaalllaalllal 2012

Op 7 september opende Benjamin Verdonck, de voorzitter van Scheld'apen, het officiële gedeelte van Festivaaalllaallal 2012 met een speech. "Een traditie die niet zo nauwgezet opgevolgd wordt, maar toch in ere gehouden moet worden." Benjamin liep mee in de kinderschoenen van Scheld'apen, lang geleden, en hij was er ook bij in de Meistraat.

maandag 17 september 2012 17:56

Op 14 september bracht je ‘Let me count the Times’. Kan je hier wat meer over vertellen?

Verdonck: “Het is een verhaal dat ik toevallig las toen ik ergens Martin Amis’ verhalenbundel ‘Heavy Water’ van een plank schoof. Ik was daar onmiddellijk in mee en besloot het aan mijn repertoire toe te voegen. Naast de andere dingen die ik doe, probeer ik een repertoire uit te bouwen dat ik heel snel kan inzetten, zoals bij een muzikant die gebeld wordt om een liedje te komen spelen. Met de dierenverhalen van Toon Tellegen is het ook zo gegaan en ook die heb ik eerst in Scheld’apen gespeeld.

Dit is het uitgelezen verhaal om op een avond te vertellen. Het gaat over een man die obsessief bezig is met het in kaart brengen van zijn seksuele handelingen. Het cijfermateriaal en het mathematische is wat hem bezighoudt. Wat hem gerust stelt is het behouden van een constant gemiddelde. De tekst heeft een enorme muzikaliteit. Daarom vroeg ik Han van de Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU) om hier met mij mee aan de slag te gaan.”

Scheld’apen onderschreef je ‘handvest voor een actieve medewerking van de podiumkunsten aan een transitie naar rechtvaardige duurzaamheid’. Wat houdt dit handvest in?

Verdonck: “In het handvest vraag ik aandacht voor de ecologische catastrofe die op de loer ligt (of als een komeet op ons afstevent), maar veel meer nog voor de economische, sociale, politieke en ethische actoren die aan deze catastrofe ten grondslag liggen. Omdat dit een uiterst complex kluwen is waarop geen pasklare antwoorden zijn, moeten we zoeken, onderzoeken, een nieuwe taal uitvinden en dergelijke meer.

Het handvest is dus een uitnodiging, een vraag om hier samen naar te zoeken. Om deze zoektocht enige richting te geven, heb ik een aantal spelregels voorgesteld met betrekking tot actuele problematieken en gevraagd aan de podiumkunstensector om het spel mee te spelen. Het spel vangt aan op 1 september.”

Bij het tot stand komen van Festivaaalllaallal 2012 zorgde de toepassing van het handvest meer dan eens voor verhitte discussies. Een vaak gehoorde kritiek was dat het kunstwerk (het handvest) een beknotting zou zijn van de artistieke vrijheid van andere kunstenaars.

Verdonck: “Ik vind dat dit helemaal niet het geval is. Ten eerste formuleer ik in de begeleidende brief duidelijk dat de onderschrijver van het handvest medekunstenaar van het werk wordt en dat het hem vrij staat het werk te promoten, te bekritiseren, uit te breiden, om te keren of te verkopen zoals dat met een eigen werk zou gebeuren.

Wat ik geef is een kader, geen nauwgezet puntenplan. Ik vraag aan organisaties dat ze beslissen om binnen deze krijtlijnen iets te doen. Deze vraag is zeer beperkt in de tijd (zes maanden, nvdr.) en laat genoeg ruimte voor eigen invulling. Een artiest die zich met een organisatie verbindt, werkt vanzelfsprekend naar opdracht en binnen de beperkingen van die organisatie – hij krijgt bijvoorbeeld ook geen ongelimiteerde budgetten. Het is de keuze van de artiest om voor deze of gene organisatie te werken en het is het beleid van de organisaties dat het kader bepaalt waarbinnen gewerkt kan worden.

Bovendien zijn de voorstellen die ik doe van dezelfde aard als bijvoorbeeld het vastleggen van een maximum decibelgehalte of de invoering van een rookverbod op de werkvloer. Voor mij zijn het dat soort voorstellen.

Ten tweede, iets wat ik eigenlijk veel belangrijker vind, lijkt de enige waarde of norm nog te zijn: zo veel mogelijk vrijheid voor het individu. Dit lijkt de enige overblijvende normering te zijn waaraan waarden worden afgemeten en daar ga ik echt tegenin.

Ik vind dat er zoiets kan bestaan als een ethiek of een categorie waarvan je zegt: kijk, dit is waardevol en daarom niet vrijheidsbeperkend. Een organisatie zou kunnen zeggen: dit is iets wat wij waardevol vinden en daarom vragen wij om binnen bepaalde lijnen te kleuren. Als je dat vrijheidsbeperkend vindt (zucht) dan kies je eigenlijk voor het soort samenleving waarin wij nu zitten, namelijk een samenleving waarin geen normen meer bestaan, enkel nog politieke regelgeving: de spelregels waarbinnen iedereen zich een beetje mag bewegen ten voordele van de vrijheid van de andere.

Deze toestand is onhoudbaar, want – en dat is dan het derde element – de punten waarover ik het heb zijn dermate precair en dermate dringend dat je ze onmogelijk in naam van de vrijheid kan ontlopen. Ik kan niet zien of weten op welke manier kippen gefokt en geslacht worden en dan toch maar doorgaan met vlees eten, zogenaamd omdat het lekker is. Dat gaat niet meer.

Nogmaals, met het handvest wil ik niemand dingen verplichten of verbieden. De vraag die ik wil stellen is: we weten allemaal dat het verkeerd gaat, maar wat doen we daarmee? Die vraag is een oefening, een tijdelijk engagement om te zien wat het oplevert. Praten met mensen, wikken en wegen, dat is de oefening die ik vraag te maken. Een oefening die ik op de spits drijf met dit handvest.

Ik ben begaan met de dingen die mij omringen. Dit is iets dat mij niet onbewogen laat, iets dat mij niet gerust laat en iets waarover ik een werk wil maken.

Ik suggereer niet dat de beperkingen die ik voorstel (geen vlees eten, niet vliegen, enkel zwart-wit drukken, decors recycleren) de oplossingen zijn, maar ik geloof dat ze een aanzet kunnen zijn tot een radicaal herdenken van de hele praktijk. Dat is eigenlijk wat ik beoog.

Vrijdag 7 september: Benjamins openingsspeech
Vrijdag 14 september: ‘Let me count the Times’ met Benjamin Verdonck en Han Stubbe (productie: Toneelhuis en KVS; techniek: Iwan Van Vlierberghe)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!