Bij het begin van het conflict werd onder meer gesteld dat Khaddafi massaal huurlingen uit andere Afrikaanse landen inzette. Daar hoor je nu haast niets meer over. Het racisme van de rebellen is er niet minder om (Foto: Theseoduke)
Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, NAVO, Libië, China, Rusland, Brazilië, India, Syrië, Amnesty International, Oorlogsmisdaden, Human rights watch, Algemene Vergadering VN, Khaddafi, Humanitaire interventie, Watmet, Veiligheidsraad VN, Vijay Prashad, Internationale Onderzoekscommissie over Libië -

De NAVO weet dat de bombardementen op Libië crimineel waren

De NAVO wist dat de bombardementen op Libië talloze onschuldige burgerslachtoffers maakten en dat er nooit sprake was van een geplande genocide, nochtans de officiële reden voor de oorlog. Hetzelfde scenario wordt zonder aarzelen toegepast op Syrië, met gulle medewerking van de grote media. Daarom ook weigeren Rusland, Brazilië en China eenzelfde VN-resolutie voor Syrië.

donderdag 29 maart 2012 15:30

De VN richtte een onderzoekscommissie op

Tien dagen na de opstand in Benghazi, in het oosten van Libië, richtte de Raad voor de Mensenrechten van de VN een Internationale Onderzoekscommissie over Libië op. Bedoeling van deze commissie was “alle beweerde schendingen van de internationale mensenrechten in Libië te onderzoeken”.

De ruimere agenda was om de feiten van de schendingen en de misdaden vast te stellen en acties te nemen om de geïdentificeerde overtreders ter verantwoording te kunnen roepen. Op 15 juni 2011 presenteerde de commissie zijn eerste rapport aan de Raad. Dat rapport was voorlopig omdat het conflict nog bezig was en de toegang tot het land beperkt. 

Geen grondig rapport

Het rapport van juni was niet zo grondig als dat van meerdere mensenrechtenorganisaties (zoals Amnesty International en Human Rights Watch). In bepaalde gevallen was het werk van de onderzoekers van deze NGO’s (zoals Donatelle Rivera van Amnesty) van hogere kwaliteit dan dat van de commissie zelf.

Vanwege de nog aanslepende oorlog en de nog niet uitgeklaarde veiligheidsituatie in het land tijdens de nasleep van het conflict, is de Commissie slechts ter plaatse teruggekeerd in oktober 2011 en werden geen echte onderzoeken opgestart voor december 2011. Op 2 maart 2012 heeft de Commissie uiteindelijk een document van 200 pagina’s voorgelegd aan de Raad voor de Mensenrechten in Genève. De publicatie van dit rapport kreeg zeer weinig aandacht en de besprekingen van de Raad waren eveneens zeer terughoudend. Desalniettemin is het rapport tamelijk onthullend op twee vlakken:

  1. dat alle partijen ter plaatse oorlogsmisdaden begingen, zonder enige vermelding van een eventuele genocide uitgevoerd door de strijdkrachten van Khaddafi;
  2. dat er een duidelijk gebrek aan openheid is over mogelijke oorlogsmisdaden van de NAVO.

Er waren geen redenen voor een ‘humanitaire’ interventie

Daar kan niet genoeg op teruggekomen worden. Die twee punten impliceren dat de sprint naar een ‘humanitaire interventie’ door de NAVO mogelijk gebaseerd was op overdreven bewijzen en dat de militaire interventie van de NAVO wel eens minder ‘humanitair’ is geweest in zijn effecten.

Het is juist wegens dit gebrek aan aansprakelijkheid van de NAVO dat er nu zo geaarzeld wordt in de VN-Veiligheidsraad over een sterke resolutie voor Syrië. De Indiase VN-ambassadeur Hardeep Singh Puri zei me in februari 2012 dat “andere leden van de Veiligheidsraad, zoals China en Rusland, niet zullen aarzelen om hun veto te stellen als een resolutie – en dat is een grote ‘als’ – acties inhoudt onder hoofdstuk VII van het VN-Handvest, dat het gebruik van geweld, straf- en dwangmaatregelen toelaat.”

Misdaden tegen de mensheid

De Libische opstand begon op 15 februari 2011. Op 22 februari 2011 beweerde de vertegenwoordiger voor de mensenrechten van de VN,Navi Pillay, dat 250 mensen waren gedood in Libië “hoewel de feitelijke aantallen moeilijk te verifiëren zijn”. Desalniettemin wees Pillay op “wijdverspreide en systematische aanvallen tegen de burgerbevolking” die “zouden kunnen neerkomen op misdaden tegen de mensheid”.

Pillay nam contact met de vice-permanent afgevaardigde bij de VN van Libië, Ibrahim Dabbashi, die naar de rebellen was overgelopen en beweerde dat Khaddafi een genocide was gestart tegen de Libische bevolking. Vrij snel gingen wereldleiders de twee concepten door elkaar gebruiken, ‘genocide’ en ‘misdaden tegen de mensheid’. Dat schepte een sfeer waarin de strijdkrachten van Khaddafi ofwel grote aantallen mensen zonder onderscheid afmaakte of klaar stonden voor een slachting naar Rwandese proporties.

Amnesty International, Human Rights Watch doen wat de VN zou moeten doen

Moedig werk door Amnesty International en Human Rights Watch vorig jaar en het recente rapport van de VN spreken dat oordeel tegen, net als mijn komend boek Arab Spring, Libyan Winter, dat dag na dag door de gegevens gaat en twee dingen aantoont: dat beide zijden excessief geweld gebruikten en dat de rebellen de bovenhand hadden voor het grootste deel van het conflict terwijl de strijdkrachten van Khaddafi wel in staat waren om steden terug in te nemen, maar niet om ze te behouden.

Het rapport van de VN is meer gefocust op de vraag over de ter plaatse begane misdaden. Dit zijn een paar voorbeelden van forensische bewijzen in het rapport:

  1. In de militaire basis en de gevangenis van Al Qalaa: “Getuigen hebben samen met de plaatselijke onderzoeksrechter de lichamen van 43 mannen en jongens blootgelegd, geblinddoekt en met de handen op de rug gebonden.” Troepen van Khaddafi hadden hen afgeschoten. Het rapport bespreekt meerdere van dit soort incidenten en van willekeurig afvuren van zware artillerie in de steden en noteert dat dit neerkomt op een oorlogsmisdaad en een misdaad tegen de mensheid.
  2. “Meer dan 12 soldaten van Khaddafi werden in het achterhoofd geschoten door ‘thuwar’  (rebellen) rond 22-23 februari 2011 in een dorp tussen Al Bayda en Darnah. Dit wordt bevestigd door opnames met gsm-toestellen”.

Na een uitgebreide lijst van dergelijke incidenten en van het gebruik van zware artillerie in steden, onder meer in Sirte, stelt het rapport van de VN een overvloed aan bewijsmateriaal te hebben voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.

Géén bewijzen voor de premisse voor de bombardementen

In het rapport wordt nergens melding gemaakt van genocide en niets van georganiseerde slachtpartijen onder de burgers. Dat is belangrijk omdat VN-resolutie 1973, die de NAVO-oorlog toestond, was gebaseerd op de premisse van “wijdverspreide en systematische aanvallen die voor het ogenblik plaatsgrijpen in de Libische Republiek tegen de burgerbevolking die zouden kunnen neerkomen op misdaden tegen de mensheid”. 

In resolutie 1973 werd nergens melding gemaakt van het disproportioneel geweld van de thuwar tegen de pro-Khaddafi bevolking (die reeds was gemeld door Al Jazeera op 19 februari 2011), een feit dat de VN toch even had moeten doen nadenken, omdat het de NAVO de kans gaf in het conflict te stappen ten bate van de rebellen.

De partijdige bombardementen van de NAVO lieten de rebellen toe het land sneller in te nemen dan dat ze in een langer uitgesponnen oorlog hadden gekund, maar het gaf hen ook ‘carte blanche’ om door te gaan met hun eigen misdaden tegen de mensheid.

De NAVO verhindert vervolging oorlogsmisdaden

Met die steun van de NAVO was het overduidelijk dat niemand het gedrag van de rebellen ernstig zou onderzoeken en dat niemand een gerechtelijke vervolging zou toelaten van deze misdaden tegen de mensheid. Dit soort geweld van de eigen bondgenoten wordt nooit onderzocht zoals de geallieerden vaststelden na de Tweede Wereldoorlog toen er geen beoordeling kwam van de criminele bombardementen met vuurbommen of van bijvoorbeeld het bombardement van Dresden.

(Nvdr: hoewel de stad Dresden geen enkel militair strategisch belang had en de Duitse nederlaag zo goed als vaststond, beslisten de geallieerde troepen tot een bombardement met vuurbommen op de binnenstad, met de bedoeling het moreel van de Duitse bevolking te breken en zo de oorlog sneller te beëindigen. Er vielen 25.000 doden. Voorstanders verdedigden deze actie met als argument dat het versnelde einde van de oorlog veel levens van geallieerde soldaten heeft gespaard. Op het naziproces van Nürnberg werd daarom beslist bombardementen van burgerbevolking in steden niet op te nemen in de lijst van te vervolgen misdaden, precies omdat de geallieerden dit ook hadden gedaan, noot van de vertaler.)

De oorlogsmisdaden van de rebellen zullen nooit vervolgd worden …

Geen wonder dus dat de leden van de commissie “diep bezorgd waren dat er geen onafhankelijk onderzoek en vervolging lijkt begonnen te zijn tegen de moorden begaan door de thuwar”. Dat zal meer dan waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Er zitten nu meer dan acht duizend pro-Khaddafi strijders in Libische gevangenissen. Er werden tegen hen geen formele klachten ingediend. Velen onder hen werden gefolterd, verschillende zijn gestorven (waaronder Halah al-Misrati, bekend tv-nieuwslezer onder Khaddafi).

Het meest verbijsterend is het hoofdstuk in het rapport over de stad Tawergha. De dertigduizend bewoners van de stad werden door thuwar verwijderd uit Misrata. Het algemeen gevoel bij dethuwar uit Misrata was dat de inwoners van Tawergha een voorkeursbehandeling hadden genoten onder het regime van Khaddafi, een bewering die zij tegenspreken.

De weg tussen Misrata en Tawergha was beklad met slogans zoals “de brigade voor het purgeren van slaven en zwarten”, wat wees op de racistische zuivering van de stad. Het deel over Tawergha neemt twintig pagina’s in in het rapport. Het is verkillende lectuur. Inwoners van Tawergha vertelden de Commissie “dat ze werden geslagen tijdens ‘ondervragingen’, dat ze heet kaarsvet in hun oren kregen en werden gedwongen te bekennen dat ze in Misrata verkrachtingen hadden gepleegd”.

Eén man vertelde de commissie dat hij “diesel over zijn rug kreeg die in brand werd gestoken en dat hij daarna 12 dagen geboeid werd achtergelaten”. Dit gaat maar door en door in het rapport. Het dodental is onduidelijk. Vluchtelingen werden slecht behandeld wanneer ze naar Benghazi en Tripoli gingen.

Volgens de commissie zijn de aanvallen tegen de inwoners van Tawergha tijdens de oorlog een ‘oorlogsmisdaad’ evenals de misdaden die sindsdien nog worden gepleegd “het internationaal recht schenden” en “een misdaad tegen de mensheid” zijn.

… evenmin als de misdaden van de NAVO

De voorbije maanden hebben de Russen een degelijk onderzoek gevraagd door de VN-Veiligheidsraad van de bombardementen van de NAVO op Libië. “Er is een grote terughoudendheid om daar aan te beginnen”, zei de VN-ambassadeur van India me.Toen de NAVO-lidstaten in de VN-Veiligheidsraad om oorlog schreeuwden in februari-maart 2011, discussieerden ze daar in een openbare sessie over.

Na VN-resolutie 1973 en het einde van de oorlog hebben de NAVO-lidstaten hier enkel discussies over toegelaten in gesloten sessies. Toen Navi Pillay over het rapport van de VN kwam spreken, waren haar opmerkingen dus niet openbaar.

Het idee ‘misdaden van de NAVO’ is ondenkbaar

Meer nog, toen het duidelijk werd voor de NAVO dat de commissie de rol van de NAVO in de Libische oorlog wilde onderzoeken, weigerde Brussel dat. Op15 februari 2012 schreef juridisch adviseur van de NAVO, Peter Olson, een scherpe brief aan de voorzitter van de commissie. De NAVO aanvaardde dat het regime van Khaddafi “ernstige schendingen van het internationaal recht beging”, wat tot VN-resolutie 1973 leidde. Enige vermelding van de ‘schendingen’ van de NAVO tijdens het conflict waren echter onaanvaardbaar:

“We zouden echter zeer bezorgd zijn als ‘NAVO-incidenten’ in het rapport van de commissie zouden opgenomen worden op gelijke voet met die die de commissie uiteindelijk als schendingen van het internationaal recht of als misdaden zou beoordelen. In verband hiermee noteren we dat het mandaat van de commissie er in bestaat een onderzoek te voeren over ‘de feiten en omstandigheden van … schendingen en … misdaden die begaan werden’.”

“We zouden in overeenstemming hiermee dus willen verzoeken dat de Commissie, indien zij ook de acties van de NAVO zou wensen te bespreken, dat ze dan in hun rapport duidelijk zouden stellen dat de NAVO niet moedwillig burgerdoelwitten heeft beoogd en geen oorlogsmisdaden beging in Libië”.

In het voordeel van de commissie dient gezegd dat ze wel degelijk de ‘NAVO-incidenten’ heeft besproken. Er blijven wel enkele feitelijke problemen. De commissie stelt dat de NAVO 17.939 gewapende sorties uitvoerde in Libië. De NAVO zelf stelt dat ze 24.200 sorties vloog waaronder meer dan 9.000 ‘strike sorties’.

(Eén ‘sortie’ bestaat uit één of meerdere vliegtuigen in één gecoördineerde actie, een ‘strike sortie’ is gericht op het uitschakelen van een specifiek doelwit, hiermee bedoelt men waarschijnlijk effectieve bombardementen, noot van de vertaler).

Het verschil tussen die twee aantallen wordt in het rapport niet uitgelegd of in de media besproken. De Commissie wijst er op dat de NAVO op meerdere burgerdoelwitten toesloeg (zoals Majer, Bani Walid, Sirte, Surman, Souq al-Juma) evenals in gebieden die volgens de NAVO ‘bevel- en controleknooppunten’ waren.  De commissie vond echter geen bewijs van activiteiten in die ‘knooppunten’.

NAVO verdraait de besluiten van het rapport

De NAVO bestrijdt de cijfers van de burgerdoden evenals de twijfels van de commissies over deze ‘knooppunten’. Omdat de NAVO niet volledig meewerkte met de commissie was het voor de commissie “onmogelijk om bij gebrek aan voldoende informatie te bepalen of deze aanvalsoperaties gebaseerd waren op onjuiste of gedateerde inlichtingen, of ze consistent waren met de doelstelling van de NAVO om alle noodzakelijke voorzorgen te nemen om burgerslachtoffers helemaal te vermijden”.

Drie dagen nadat het rapport werd uitgebracht in de Raad voor de Mensenrechten, ontkende de baas van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, zelfs de verzachtende conclusies in verband met de NAVO. Om er nog wat meer effect aan te geven zei hij dat hij verheugd was over de ‘vaststelling’ van de commissie dat de NAVO “een zeer precieze campagne had gevoerd met een aantoonbare vasthoudendheid om burgerslachtoffers te vermijden”.

Zo een duidelijke vaststelling was er gewoon niet. Het rapport is veel genuanceerder en drukt de bezorgdheid uit over de onmogelijkheid om duidelijke verklaringen te kunnen afleggen over de bombardementen van de NAVO, wegens het gebrek aan informatie. De NAVO heeft een eigen onderzoek gedaan, maar heeft zijn eigen rapport en de eigen ruwe data niet aan de commissie overhandigd.

Op 12 maart 2012 meldde VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon aan de VN-Veiligheidsraad dat hij ‘zeer bezorgd’ was over de schendingen van de mensenrechten in Libië, zoals de meer dan achtduizend gevangenen zonder gerechtelijke procedures (zoals Saif al-Islam Khaddafi, die volgens de logica van de NAVO eigenlijk aan het Internationaal Strafhof in Den Haag zou moeten worden overgedragen). Weinigen trekken dit deel van het rapport in twijfel. De spanning binnen de Veiligheidsraad gaat over het deel over de NAVO.

Op 9 maart 2012 merkte Maria Khodynskaya-Golenishcheva van de Russische missie bij de VN in Genève dat het rapport heeft verzuimd de burgerslachtoffers, veroorzaakt door de NAVO, te onderzoeken. “Volgens ons”, zei ze, “werden tijdens de campagne van de NAVO meerdere schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten begaan, onder meer tegen het meest fundamentele recht, het recht op leven.”

Op 12 maart 2012 beschuldigde Russisch minister van buitenlandse zaken Sergei Lavrov de NAVO van “massale bombardementen” op Libië. In reactie op Lavrovs commentaar wees Martin Nesirsky, de woordvoerder van Ban Ki-moon, er op dat Ban Ki-moon “de algemene vaststelling van het rapport” heeft aanvaard “dat de NAVO niet moedwillig burgerdoelwitten heeft geraakt in Libië”.

De NAVO weigert categoriek een volledig onderzoek toe te laten. De organisatie denkt dat ze dominant genoeg is, nu Libië aantoont dat de VN de NAVO zal gebruiken als zijn militaire arm (of dat anders de NAVO-lidstaten in staat zullen zijn om de VN te gebruiken voor de oplegging van haar macht).

In de VN-Veiligheidsraad merkte Rasmussen van de NAVO op dat “Brazilië, China, India en Rusland bewust een stap opzij hebben gezet om de VN-Veiligheidsraad toe te laten te handelen” en dat ze “hun militaire macht niet ter beschikking hebben gesteld van de coalitie die is ontstaan”. De NAVO heeft geen uitdager.

Dit is waarom de Russen en de Chinezen onwillig zijn om een VN-resolutie toe te laten die een militaire interventie in Syrië zou suggereren. Ze zijn bang van de doos van Pandora die is opengegaan met VN-resolutie 1973.

Vijay Prashad

Vijay Prashad is hoogleraar Internationale Studies aan het Trinity College in de VS. Hij is bekend als journalist en commentator. Zijn bijdragen verschijnen regelmatig in Frontline, Asia Times, het Nepalese tijdschrift Himal en het Pakistaanse tijdschrift Bol. Hij is auteur van veertien boeken waarvan ‘The Darker Nations: A Pepople’s History of the Third World’ (2007) het bekendste is. Zijn nieuw boek ‘Arab Spring, Libyan Winter’ (AK Press) verschijnt einde maart.

(Vertaling uit het Engels: Lode Vanoost)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!