Nieuws, Europa, Politiek, Persvrijheid, Grondwet, Hongarije, Fidesz, Viktor Orban, Rechtsnationalisme, José Manuel Barroso, Antiregeringsprotesten, Jobbik, Boedapest, Milla, Megvédjük - Jeroen Sebrechts

Antiregeringsdemonstratie op nationale feestdag in Hongarije

BOEDAPEST - Op 15 maart 2012, de Hongaarse nationale feestdag, liep Boedapest vol demonstranten. Zowel voor- als tegenstanders van de regering-Orban kamen op straat. Een korte schets van de hoog oplaaiende politieke verdeeldheid in het Centraal-Europese land.

maandag 19 maart 2012 11:45

Op 15 maart wordt elk jaar de vrijheidsstrijd van de Hongaren tegen de Oostenrijkers in 1848 herdacht, en de laatste jaren wordt die feestdag door elke politieke partij als gelegenheid aangewend om bijeenkomsten op verschillende plekken in de Hongaarse hoofdstad te organiseren en die historische vrijheidsstrijd politiek te misbruiken.

Ironisch genoeg vinden deze demonstraties plaats in een tijd waar vrijheid steeds minder aan bod komt. De pers is sinds de goedkeuring van een omstreden mediawet helemaal voor de kar van premier Viktor Orbán gespannen of doet aan zelfcensuur. Dat persvrijheid de eerste eis was van het programma van de vrijheidsstrijders van 1848, verzwijgt Orbán stilletjes.

Ook had de regering-Orbán tot enkele dagen geleden verboden om andere demonstraties dan de zijne in de hoofdstad te organiseren op 15 maart, een verbod waar ze pas op het laatste moment op terugkwam. Toch was de beperkte tijd genoeg voor Milla, de verzetsbeweging tegen het Orbán-regime, om enkele tienduizenden mensen de straat op te krijgen voor een antiregeringsdemonstratie (zie foto’s).

Milla heeft veel om tegen te protesteren: de mediawet, de grondwet en een stuk of vijftig andere wetten die regeringspartij Fidesz haast almachtig maken in Hongarije voor de komende  decennia; de niet-officiële opheffing van de scheiding der machten in Hongarije, met Fidesz-vriendjes op elke belangrijke post van het land; de onderwijshervorming die met een reusachtige toename van de toegangsgelden een hogere studie plots onbetaalbaar maakt voor driekwart van de Hongaarse jongeren; de hypocrisie en zelfs leugenachtigheid waarmee Orbán in Brussel Europa toespreekt terwijl hij in eigen land nationalistische taal tégen de EU hanteert; en ga zo maar door.

“We zullen geen kolonie zijn van Europa!”, riep Viktor Orbán tijdens zijn speech op de nationale feestdag aan het parlement. Een menigte van ruim 100.000 enthousiaste Hongaren juichte instemmend. De forint van het economisch verzwakte Hongarije ligt al maandenlang als een bal op de golven, al naargelang de gesprekken met het IMF en Europa goed of slecht verlopen en Orbán al dan niet toegeeft aan zijn arrogante uitspraken. Hij heeft er duidelijk genoeg van, van dat Europa, en tijdens het toespreken van het eigen volk moest het er eventjes uit.

Uiteraard in een lekker na te scanderen nationalistische taal. Orbán wil zich niet op de knieën laten dwingen door Europa, net zo min als door de Sovjet-Unie destijds, is zijn statement, dat andermaal op luid gescandeer onthaald wordt: “Megvédjük!” of “Wij verdedigen onszelf!” is het antwoord van de Hongaren. Zijn aanhangers die net als Orbán een misplaatste vrijheidsstrijd tegen Europa lijken te voeren.

Waar Orbán tijdens zulke speeches niet aan lijkt te denken, is dat zijn woorden ook vertaald worden, onder anderen voor commissievoorzitter José Manuel Barroso. De taal die Orbán aan zijn parlement kraait, kan uiteraard op weinig Europese steun rekenen. Barroso: “Wie de EU met de Sovjet-Unie vergelijkt, heeft geen verstand van democratie.”

Waar begon het? Lang verhaal. Veel Russen, Turken, Oostenrijkers en ook Europa zijn er mee gemoeid. Genoeg van het post-communisme, weinig geloof in Europa blijft over. Twee jaar geleden, zonder enig politiek talent in het land te bespeuren, beging de Hongaarse bevolking een wanhoopsdaad en verkoos de breedsprakerige Orbán met een tweederde meerderheid tot premier, waardoor die naar hartelust (grond)wetten kon aanpassen en pijlsnel ging het van kwaad naar erger.

De maatregelen die hij totnogtoe getroffen heeft, zijn kortzichtig, asociaal en ronduit op de eigen (broek)zak gericht. Spijt komt te laat, beseft een deel van het gedesillusioneerde Hongaarse volk nu, maar het weet nog steeds niet op wie of wat het zijn hoop voor de toekomst moet richten.

Politiek links is zwak en slecht georganiseerd, en buiten de zogezegd centrumrechtse Fideszpartij en de nog steeds identiteitsloze, weinig overtuigende LMP-partij is het enige alternatief Jobbik. Deze extreemrechtsen bestormden donderdag tijdens hun demonstratie het gebouw van de Nationale Bank op het Vrijheidsplein en eisten op agressieve toon een ‘onderhoud’ met de Hongaarse IMF-vertegenwoordiger Iryna Ivaschenko. Wat dat ‘onderhoud’ precies heeft ingehouden, hebben we het raden naar: Ivaschenko bleek niet aanwezig in het gebouw.

Dat deze ronduit gewelddadige Jobbik-partij van vaderland-geobsedeerde skinheads tegenwoordig ook al 12 procent haalt in de peilingen, wijst op de toenemende frustratie en wanhoop van de Hongaarse kiezers. Naarmate de forint en het democratiegehalte dalen, stijgt de wanhoop en springt ze alle richtingen uit. Pro-Europa en antiregering (Milla), of andersom (Orbán, Fidesz), of anti-alles (Jobbik).

De toestand is weinig hoopvol, maar ze houden vol. En dat geldt voor zowel de pro- als de antiregeringsbewegingen.

Jeroen Sebrechts

Met dank aan Mihály Fekete. Wie de actualiteit in Hongarije op de voet wil volgen of meer te weten wil komen over haar complexe voorgeschiedenis: www.kuifjeinhongurie.com

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!