Volgens sommige experts krijgen minderjarigen te gemakkelijk medicijnen voorgeschreven. (foto: flickr - L.G.Mills)
Nieuws, Samenleving, België, Jongeren, Stampmedia, Gezondheid, Psychiatrie, Adhd, Bipolaire stoornis, Add -

Psychofarmaca en minderjarigen: een goede combinatie?

'Elfduizend minderjarigen slikken antipsychotica' kopten kranten onlangs. Maar zijn medicijnen de juiste manier om stemmingsstoornissen aan te pakken? We vragen het aan experts die dagelijks met psychische problemen te maken hebben en stellen vast dat soms te vroeg naar de medicijnen wordt gegrepen.

dinsdag 13 maart 2012 11:18

Psychiaters labelen minderjarigen steeds vaker met een stemmingsstoornis. Het gaat dan vooral over bipolaire stoornissen, waardoor heftige en depressieve gemoedstoestanden elkaar afwisselen. Het gevolg is dat deze minderjarigen medicijnen voorgeschreven krijgen.

Vroeger waren dat meestal antidepressiva, nu almaar meer antipsychotica om ongewenst gedrag te onderdrukken. Maar deze pillen zijn eigenlijk ontwikkeld om waanbeelden te bestrijden en kunnen gevaarlijke bijwerkingen hebben.

Nut van medicijnen

Psychofarmaca, medicijnen die gebruikt worden tegen psychische stoornissen, werken in op het lichaam en onderdrukken symptomen op korte termijn. Maar wat is precies mis met het lichaam van deze mensen? We laten Katharine (23) aan het woord. Zij studeert klinische psychologie en kreeg vorig jaar de diagnose van ‘Attention Deficit Disorder’, een lichte vorm van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder).

Katharine: “Ik ondervind al heel mijn leven problemen met studeren, plannen en mijn aandacht bij zaken houden. Ik haalde slechte punten en was een dagdromer. Iedereen dacht gewoon dat ik lui was. Toen ik een reportage zag over ADHD herkende ik me er volledig in. Na een lange reeks testen werd mijn vermoeden bevestigd. Ik beschouw mezelf niet als ziek omdat ik op sommige vlakken minder goed functioneer. Op andere vlakken blink ik dan weer uit, ik ben enorm creatief en heb een speciale vorm van humor.”

Toch is er sprake van problemen in de hersenen volgens Koen Lowet, klinisch psycholoog van het psychologisch centrum Faresa en gastdocent aan de Universiteit van Antwerpen. “De laatste jaren zijn er veel verschillen gevonden tussen een normaal brein en dat van iemand met psychiatrische problemen. Bij ADHD-patiënten zijn bepaalde hersengebieden bijvoorbeeld minder doorbloed. Sommige delen vertonen ook minder activiteit. De verschillen zijn echter nog niet allemaal blootgelegd en worden niet altijd ontdekt bij patiënten, waardoor we voorlopig nog geen gebruik kunnen maken van neurologisch onderzoek bij de diagnose.”

Tegenstanders van medicijngebruik bij minderjarigen halen deze onzekerheid vaak aan als tegenargument. Katharine gebruikt de psychostimulant rilatine alleen tijdens examenperiodes, als ze een slechte dag heeft. Lowet stelt dat psychofarmaca in bepaalde gevallen heel belangrijk kunnen zijn. “Er zijn veel psychiatrische problemen die behandeling met psychofarmaca vereisen. Vaak gaat het om meer ernstige vormen waar er gestabiliseerd dient te worden. Het is echter belangrijk dat we niet alleen behandelen met psychofarmaca, maar ook gebruik maken van psychotherapie of psychologische begeleiding.”

Alternatieven

Er zijn dus andere oplossingen, maar volgens Lowet kennen veel psychiaters deze niet aangezien ze te weinig aan bod komen in de huidige opleiding. “Jonge psychiaters die de stap zetten naar een psychotherapie-opleiding komen vaak pas daar voor de eerste maal in contact met de alternatieven. Zo komt het regelmatig voor dat artsen mensen met angststoornissen Xanax voorschrijven, terwijl ze meer gebaat zouden zijn met gedragstherapie. In het buitenland hebben ze dat al lang begrepen.”

“Gelukkig evolueert de Belgische psychiateropleiding in de goede richting, waardoor de nieuwe generatie veel voorzichtiger zal omspringen met medicatie en sneller gebruik zal maken van therapieën en begeleiding van de ouders van de patiënt. Dat zien we momenteel langzaamaan gebeuren in het werkveld van de minderjarigen.”

Katharine getuigt: “Studiebegeleiding, psycho-educatie en het veranderen van mijn levensstijl hebben meer impact op mijn prestaties dan medicijnen. Aandachtsstoornissen hebben een genetische component die versterkt of verzwakt wordt door je omgeving en leefgewoontes. Een suikerrijk dieet kan de situatie bijvoorbeeld verergeren.”

Het aanpassen van die omgeving, liefst preventief, kan dus al veel helpen. Lowet bevestigt: “Als risicofactoren en beschermfactoren elkaar compenseren, is er niets aan de hand. In een ideaal gezin komen symptomen veel minder tot uiting, maar hoe dat ideaal gezin er precies moet uitzien is afhankelijk van kind tot kind.”

“Hetzelfde geldt voor onderwijs. Sommige kinderen zijn meer gebaat bij een Steinerschool, anderen zullen zich beter thuis voelen op een school in het reguliere onderwijs. Daarom werken preventieve programma’s zoals oudertrainingen zo goed.”

Katharine: “Kinderen met ADHD hebben op sommige vlakken meer structuur en op andere vlakken meer vrijheid nodig. Ouders kunnen hun kind bijvoorbeeld voldoende routines aanleren, hen lang genoeg helpen met hun huiswerk of praten over mogelijke traumatische gebeurtenissen uit het verleden.”

Onterecht beschuldigd

Zijn er echt meer kinderen met problemen dan vroeger of is de maatschappij minder tolerant geworden? Het is geen gemakkelijke vraag. “Beide stellingen kloppen tot op zekere hoogte”, aldus Lowet. “Kinderen groeien tegenwoordig op in een omgeving die veel complexer is geworden. Gezinnen waarin beide ouders werken, komen bijvoorbeeld steeds vaker voor. Dit zorgt voor extra risicofactoren en een stijging van het aantal stoornissen. Langs de andere kant werd er vroeger amper gesproken over psychische aandoeningen. Nu er meer aandacht is, valt onaangepast gedrag sneller op.”

Bijna elk kind gedraagt zich op sommige momenten wel eens instabiel maar is daarom nog niet ziek. Externe problemen zoals drugsgebruik kunnen dergelijk gedrag ook opwekken. Toch zijn er normale kinderen die te horen krijgen dat ze een stemmingsstoornis hebben.

Katharine legt uit hoe dat komt: “Het is perfect mogelijk om een gezond kind te onderscheiden van een ziek kind. Psychische aandoeningen hebben onder andere een sterk genetische component. Soms komen deze kinderen echter terecht bij kwakzalvers die verkeerde therapieën gebruiken. Ze noemen zich psychotherapeut zonder voor psycholoog gestudeerd te hebben. Iedereen mag zichzelf namelijk die titel geven in België.”

Lowet ziet nog andere oorzaken: “Een grondig psychodiagnostisch onderzoek is noodzakelijk om tot de juiste diagnose te komen. Psychiaters hebben het echter veel te druk. Wachtlijsten van drie maanden zijn geen uitzondering. Daarom baseren ze hun diagnose vaak al op één à twee consultaties, en dat is niet voldoende.”

Nochtans zijn er weinig landen die zoveel psychiaters hebben als België. Lowet: “Het probleem is vooral dat andere deskundigen waar kinderen met problemen terecht kunnen, klinisch psychologen en orthopedagogen, nog steeds wachten op erkenning om diagnoses te mogen stellen. Kinderen komen dus veel te snel terecht bij een psychiater, die dan vaak medicatie voorschrijft omdat hij de alternatieven onvoldoende kent. Zo blijft het medicatiegebruik almaar toenemen in een land dat al koploper is in het slikken van psychofarmaca.”

Katharine: “In mijn vriendenkring zie ik het gebeuren; studenten die zich gewoon even minder goed kunnen concentreren tijdens de examens, krijgen soms al rilatine voorgeschreven.”

© 2012 – StampMedia – Odin Van Schoote

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!