(foto archief)
Nieuws, Wereld, Samenleving, België, Protest, Democratie, Publieke ruimte, STUK, Watmet, Verandering, Occupy-beweging, Verontwaardiging, Thomas Decreus, Pleinbezettingen -

Indignados en Occupy: metaforen van de hoop

Verontwaardiging en protest, daarover gingen maandagavond in Leuven politiek filosoof en medeorganisator van Shame, Thomas Decreus, ABVV-federaal secretaris Eddy Van Lancker en stand-upcomedian Nigel Williams in gesprek. Moderator was DeWereldMorgen.be-journalist Dirk Barrez. Deze ONgehoord-lezing was een initiatief van STUK en van deze nieuwssite. Dit is de integrale tekst van Thomas Decreus.

dinsdag 6 maart 2012 15:50

Een tweetal weken geleden stuurde iemand me via Facebook volgende vraag: “Wat er gebeurt er nu nog met de indignados en aanverwanten? Gaat het een werk van lange adem worden?” Ik heb de mij toegestuurde vraag niet beantwoord. Niet omdat ik er geen antwoord op had, maar eerder omdat er een teveel aan antwoorden doorheen mijn hoofd gonsden. Want die twee eenvoudige vragen herbergen natuurlijk een hele cluster van vragen waarop onderling tegenstrijdige antwoorden mogelijk zijn.

Om te beginnen is er al de manier waarop de eerste vraag geformuleerd wordt.

De auteur heeft het over ‘indignados en aanverwanten’. Er is een soort aarzeling aanwezig in deze formulering. Een aarzeling over hoe het toenemend protest dat zich wereldwijd manifesteert, dient genoemd of benoemd te worden.
Enerzijds benoemt de auteur dat protest als indignados, maar anderzijds erkent hij ook dat er een soort ondefinieerbare rest bestaat, de ‘aanverwanten’. Een soort teveel dat niet onder de noemer indignados kan worden geplaatst, maar daarom ook, strikt genomen, naamloos blijft.

Dit wijst er volgens mij op dat het begrip indignados twee betekenissen heeft of, beter gesteld, twee soorten betekenis in zich draagt. De eerste, letterlijke betekenis verwijst naar de Spaanse protestbeweging die ontstond op 15 mei vorig jaar en die daarom ook wel de 15M-beweging wordt genoemd.

Maar het begrip indigados verwijst, in een tweede, niet-letterlijke betekenis, ook naar de totaliteit van nieuwe protestgolven die zich over heel de wereld manifesteerden en blijven manifesteren. Met andere woorden, het strikt aan de Spaanse context gerelateerde begrip ‘indignado’ wordt een benaming voor een protestgolf die niet te vernauwen is tot de Spaanse context. Indignado krijgt, net als verwante begrippen zoals ‘Occupy’ of ‘Arabische lente’ een metaforische betekenis.

Macht en betekenis

Wanneer we het over Occupy of de indignidados hebben, dan lijken we voortdurend te switchen tussen deze letterlijke en metaforische betekenis. Zoals gezegd, dit wijst op een aarzeling. Een aarzeling die op zijn beurt echter de manifestatie is van een machtsstrijd. Meerbepaald, een politieke machtsstrijd omtrent hoe het protest te begrijpen en in te passen in een kader en dus, ook onrechtstreeks, omtrent wat het probleem of de maatschappelijke constellatie is waartegen men zich verzet.

Wat een onschuldig woordenspel lijkt of een banale taalkundige kwestie is in werkelijkheid de manifestatie van een strijd tussen verschillende politieke krachten omtrent de diagnose van ons politieke, sociale en economische bestel. En, zoals we allemaal weten, de remedie wordt bepaald door de gestelde diagnose. Daarom primeert de strijd om de diagnose op de voorgestelde remedie.

Laat me dit, ik geef toe, nogal abstracte punt illustreren aan de hand van twee voorbeelden.

Enige tijd geleden was ik te gast op een debat in de Gentse Blandijn omtrent de staking van 30 januari. Toen men mij vroeg waarom ik de staking steunde, antwoordde ik dat ik dat in de eerste plaats deed omdat de staking voor mij een onderdeel vormde van een internationale strijd tegen het neoliberale offensief op de sociale welvaartstaat. 

Meteen kreeg ik een snijdende repliek van mijn goede vriend Marc De Vos, directeur van het Itinera Institute, die stelde dat ik verschillende zaken op een hoop gooide die niets met elkaar te maken hebben. Een neoliberaal offensief bestond volgens hem niet. Zelfs iets als neoliberalisme was voor hem een vage term die niets betekende. Ik moest me bij de feiten houden, zo leerde hij me, en die feiten situeerden zich binnen de Belgische context en hadden alles te maken met de financierbaarheid van ons sociaal systeem. Dat, zo stelde Marc De Vos, is een louter technische kwestie die sommigen echter voortdurend en ten onrechte politiseren en ideologiseren.

Een tweede voorbeeld. Onlangs zag ik een deel van een nieuwsuitzending van Fox News. De nieuwslezeres interviewde iemand van een lokale Amerikaanse krant die zogezegd beslag had gelegd op een document waaruit bleek dat toekomstig Occupy-protest volledig georchestreerd werd door de vakbonden. Met andere woorden, volgens Fox was het toekomstige Occupy-protest niets anders dan vermomd vakbondsprotest.

In één adem werd daaraan toegevoegd dat dit vakbondsprotest een democratische poging was om via straatprotest een draagvlak te creëren voor de herverkiezing van Obama.

Wat deze twee voorbeelden met elkaar gemeen hebben, is dat ze een nieuwe protestbeweging reduceren tot bestaande en lokale conflicten die, zodoende, niets nieuws onder de politieke zon betekenen. Het nieuwe van het nieuwe wordt ontkend. Het betreft hoogstens het bestaande dat zich verbergt achter een nieuwe vorm. Dit is natuurlijk een politieke strategie die ertoe bijdraagt hernieuwd sociaal protest en de mogelijke, wervende kracht ervan te neutraliseren. Het is een bekende strategie die we telkens opnieuw zien opduiken als een regime zich bedreigd weet.

Wanneer Poetin bijvoorbeeld geconfronteerd werd met massale protesten na de laatste parlementsverkiezingen in Rusland, was hij er als de kippen bij om dat protest toe te schrijven aan de traditionele oppositie, en dus te reduceren tot het bekende spel dat gespeeld wordt tussen meerderheid en oppositie. De grootste angst van Poetin is natuurlijk dat zou blijken dat het protest net niet kan worden begrepen vanuit de normale wisselwerking tussen meerderheid en oppositie, maar dat het de manifestatie vormt van een diepe onvrede jegens het regime zelf. Een onvrede waarin meerderheid en oppositie zich zelfs mogelijk verenigd weten.

Dat is natuurlijk ook de grote angst van rechts in de VS: dat Occupy net niet kan worden begrepen vanuit de traditionele strijd tussen Republikeinen en Democraten. Dat Occupy misschien een kracht is die over de grens heen tussen Republikeinen en Democraten, een diepe onvrede manifesteert in de Amerikaanse samenleving. Een onvrede die niet gericht is tegen de één of andere partij, maar tegen het politieke en economische bestel zelf.

Een protest dat radicaal is, in de zin dat het teruggrijpt naar de wortels van een democratische en emancipatorische Verlichtingserfenis waarop onze democratische regimes gefundeerd zijn. Een protest waarin de dood gewaande geest van de revolutie spookt. Iets wat Marc De Vos ook leek te beamen toen hij na afloop van het groot stakingsdebat twitterde dat Marx weer leefde en dat iedere nuance dood is.

Toch is het volgens mij al te eenvoudig om te stellen dat Fox News of Marc De Vos ongelijk zouden hebben. Als De Vos stelt dat de financierbaarheid van ons sociaal stelsel een loutere technische of lokale aangelegenheid is, dan heeft hij geen ongelijk. Dat is inderdaad een wijze waarop we de huidige besparingsgolf kunnen begrijpen. Hetzelfde geldt voor Fox News.

De manier waarop zij het Occupy-protest trachten te integreren in de bestaande strijd tussen Republikeinen en Democraten is niet per se fout. Het punt is dat categorieën als juist en fout hier van weinig tel zijn. Ook al kan het dan misschien zo zijn dat het Occupy-protest niet kan worden gereduceerd tot een strijd tussen Republikeinen en Democraten, één keer dat dit beeld algemene ingang zal hebben gevonden bij het gros van de publieke opinie, dan zal het een strijd zijn tussen Democraten en Republikeinen.

Ook al heeft Marc De Vos in mijn ogen ongelijk wanneer hij het verhogen van de pensioenleeftijd vernauwt tot een loutere lokale, technische discussie; vanaf het moment dat dit idee algemene ingang vindt bij de publieke opinie dan zal het ook een technische, niet-politieke discussie zijn.

De Griekse sofisten hadden gelijk: op het maatschappelijk terrein heerst de doxa, de opinie en de mening en niet de epistèmè, het ware kennen of de waarheid. In politiek is er geen onderscheid tussen zijn en schijn. De representatie creëert datgene wat gerepresenteerd wordt, en niet andersom. De werkelijkheid is slechts een bijproduct van de perceptie.

Het protest als metafoor voor …

Dit is geen reden om te vervallen in een soort van politiek relativisme of cynisme. Wel in tegendeel. Het betekent dat er een taak voor ons ligt. Namelijk de taak om zelf actief bij te dragen om een bepaalde representatie of perceptie van het huidige protest ingang te laten vinden. En om hiermee meteen op de tweede vraag van diegene die mij een vraag stelde op Facebook te antwoorden:

“Ja, dat zal een werk van lange adem worden. Iedere politieke en sociale strijd is een werk van lange adem. Er bestaat niet zoiets als een politieke Blitzkrieg. Want zelfs al slaagt men erin een bepaald politiek doel vrij snel te bereiken, dan nog blijft het een permanente opdracht om dat doel te vrijwaren en te beschermen. We moeten er dus constant over waken dat het protest en datgene waartegen het gericht is niet gereduceerd wordt tot bekende en neutrale zones. We moeten de metaforische betekenis van begrippen als Occupy en de indignidados hoog houden en erover waken dat ze niet tot een machteloze letterlijkheid gereduceerd worden.”

Ik zou me er als politiek filosoof nu kunnen vanaf maken en hiermee besluiten: dat we ons moeten inzetten om de metaforische betekenis van het verzet te behouden. Maar dat is te gemakkelijk. Ik ben niet enkel een politiek filosoof, ik ben ook een politieke filosoof. Volgens mij is iedere politiek filosoof een politieke filosoof. Alleen bestaat er een verschil tussen zij die dat van zichzelf toegeven en zij die het angstvallig en tevergeefs trachten te verbergen. Die laatste zijn overigens het gevaarlijkst.

Als ik hier over mezelf stel dat ik niet enkel een politiek filosoof ben, maar ook een politieke filosoof, dan betekent dat dat ik als filosoof ook mee uitdrukking wil geven aan datgene waarvoor de nieuwe protestbewegingen een metafoor zijn. Ik wil hierbij meteen benadrukken dat een metafoor, wegens zijn niet-letterlijkheid verschillende antwoorden verdraagt.

De vraag naar waar een metafoor voor staat, is een open vraag. Maar net daarom hebben we de politieke plicht om erop te antwoorden. Ik wil die politieke verplichting dan ook nakomen, al zeg ik er dus meteen bij dat mijn antwoord partieel en noodzakelijkerwijs discutabel zal zijn.

Voor mij zijn de nieuwe protestbewegingen een metafoor voor een wereldwijde strijd voor democratie. Laat mij dit meteen specificeren. Een democratische gemeenschap is, heel algemeen gesteld, een gemeenschap die in staat is om op een autonome wijze over haar lot te beschikken door middel van een macht die uitgeoefend wordt voor en door het volk. Het volk vormt zodoende begin- en eindpunt van het democratisch regime.

Natuurlijk heb ik het hier over een heel geïdealiseerde en gesimplificeerde vorm van democratie. Maar het enige waar ik in deze context op wil wijzen is dat democratie in essentie iets te maken heeft met zelfbeschikking, met een vorm van autarchie – zowel op vlak van het individu als op vlak van de gemeenschap of het volk. In die zin hangt democratie ook samen met een gevoel van trots, de trots om niet afhankelijk te zijn vreemde machten die ons ervan beletten het eigen leven en dat van de gemeenschap in handen te nemen.

Dit idee vinden we natuurlijk heel duidelijk terug in de klassieke Griekse filosofie en literatuur. In Euripides’ stuk ‘De Phoenicische vrouwen’ zegt Polyneikes tegen Iocaste: “Eén ding is het ergste: niet vrijmoedig en ongedwongen kunnen spreken (parrèsia). Waarop Iocaste antwoordt: “Dat is het lot van een slaaf: niet kunnen zeggen wat je denkt”.

Polyneikes preciseert daarna verder wat het betekent om niet vrijuit te kunnen spreken. Hij stelt: “Je moet de dwaasheid ondergaan van hen die aan de macht zijn”. En Iocaste vult opnieuw aan: “Dat is de ellende: met hen die niet verstandig zijn samen te werken”.

In deze dialoog van Euripides komen verschillende lijnen samen. Hoewel de dialoog schijnbaar draait om de vrijheid van het spreken, wordt deze vrijheid meteen verbonden met een vrijheid om te handelen. Als je niet kan zeggen wat je denkt, dan ben je niet meer dan een slaaf: iemand die de macht van anderen stilzwijgend dient te ondergaan en die gedwongen moet samenwerken met ‘zij die niet verstandig zijn’.

Dat betekent natuurlijk een krenking van de trots, van de waardigheid. Het woord slaaf wordt in de dialoog van Euripides ook in een pejoratieve zin gebruikt: het is niet enkel onwenselijk een slaaf te zijn, maar ook een belediging voor het zijn zelf.

Welnu, ik denk dat ik niets nieuws vertel als ik stel dat meer en meer mensen op deze wereld gekrenkt worden in een trots en zichzelf beledigd voelen als burger en mens. We mogen dan misschien wel de vrijheid van spreken hebben, deze vrijheid van spreken blijft tegenwoordig vooral een geluidloos spreken omdat het niet langer verbonden wordt met een mogelijk handelen.

De door mij geciteerde dialoog van Euripides zou heden ten dage omgekeerd, van onder naar boven, gelezen moeten worden. We moeten constateren dat we gedwongen moeten samenwerken met zij die alle verstand lijken verloren te zijn. We moeten voortdurend de dwaasheid ondergaan van zij die aan de macht zijn. En de echte schande is dat we wel mogen zeggen wat we denken, maar dat aan ons vrijmoedig betoog geen enkel gehoor wordt gegeven. En, voor wie het niet gelooft, de omgekeerde versie van deze dialoog wordt tegenwoordig iedere dag opnieuw opgevoerd in de straten van Athene.

Een spreken waar geen mogelijk handelen aan verbonden is, resulteert in een algemeen gevoel van machteloosheid. Dat is voelbaar binnen de samenleving, maar ook in de politiek zelf. Onze politieke vertegenwoordigers kunnen niet vaak genoeg beweren dat ze slechts iets uitvoeren dat door anderen wordt opgelegd; dat de markten of Europa of de economische situatie of de budgettaire toestand of wat-dan-ook hun dwingen om een bepaald beleid te voeren dat niet langere ter discussie kan worden gesteld.

Voor een deel is dat simpelweg te wijten aan politieke lafheid en electorale calculatie. Maar het is ook gedeeltelijk waar. Onze democratische vertegenwoordigers hebben inderdaad moeten inboeten aan macht en daarmee ook wijzelf. De politiek is machteloos geworden. Ze heeft haar macht afgegeven aan wat men vaagweg ‘markten’ noemt en aan internationale instellingen die uitblinken in een gebrek aan democratische legitimiteit. We hebben te maken met een globaal monster van Frankenstein, een aaneengenaaid kluwen van politieke en economische instellingen dat een eigen, onvoorspelbaar leven is gaan leiden dat schijnbaar niemand nog in staat is te controleren.

Bewegingen als Occupy en de indignados zijn een antwoord op dat reële gevoel van machteloosheid. Ze zijn een metafoor voor de hoop op het doorbreken van de machteloosheid waaraan we ons schijnbaar overgegeven hebben. Het is die hoop die ook belichaamd wordt in de concrete actievormen die de beweging kenmerkt. Een plein bezetten, gaat niet alleen om de bezetting van dat plein.

Het is eerst en vooral een herinnering aan het idee dat ruimte publiek is en dat openbare ruimte ooit het centrum van het politieke leven is geweest. Het is een poging om de publieke ruimte terug te geven aan het publiek en daarmee ook te wijzen op de macht van het publiek. Pleinbezettingen refereren naar de mogelijkheid om midden in het bestaande iets nieuws op te bouwen, terug zelf vorm en betekenis te geven aan het woord samenleving.

Hetzelfde geldt voor de zogenaamde ‘volksvergaderingen’. Zij herinneren ons aan een democratische belofte en wijzen er ons ook op hoever we afgedwaald zijn van die belofte. Misschien geldt dit zelfs voor alle protestvormen. Misschien ligt het belang van protest niet enkel verscholen in wat het eventueel bewerkstelligt, maar in wat het doet met de deelnemers eraan: het gevoel van eigenwaarde, macht en haast tastbare verandering opwekken. Misschien is dat ook het gevoel dat we moeten blijven vasthouden, heruitvinden en warm houden doorheen een waaier van verschillende protestvormen en initiatieven.

Op naar een nieuwe lente!

Thomas Decreus

Thomas Decreus is politiek filosoof en als onderzoeker verbonden aan de KU Leuven. Hij was in januari 2011 medeorganisator van de Shame-betoging.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!