Gouverneur van Texas W. Bush in 2000 op campagne in de staat Illinois met naast hem toenmalig Republikeins gouverneur van Illinois, Ryan. Ze waren niet echt vrienden want Ryan had dat jaar een moratorium ingesteld op de doodstraf in zijn staat. W. Bush daaarentegen had de hoogste score van executies van alle gouverneurs in de geschiedenis van de VS. Zijn opvolger in Texas is Rick Perry, nu eveneens Republikeins kandidaat in 2012.
Nieuws, Wereld, Politiek, VS, Barack Obama, George W. Bush, Democraten, Republikeinen, Ronald Reagan, Bill Clinton, Al Gore, Ralph Nader, Bush sr, Jimmy Carter, Florida, Jeb Bush, Green Party USA -

Presidentsverkiezingen 2012: een terugblik op die van 2000

Binnenkort zijn er opnieuw presidentsverkiezingen in de VS. Daarom blikt DeWereldMorgen.be even terug op de voorbije verkiezingen van 2000, 2004 en 2008 om het komende mediacircus beter te doorgronden. Deze week een terugblik op de verkiezingen van 2000, die van de eerste 'overwinning' van George W. Bush.

dinsdag 10 januari 2012 12:05

Het kiescollege

In tegenstelling tot wat men meestal veronderstelt, wordt de president in de VS niet door de bevolking verkozen. Sinds de oprichting van de VS in 1776 wordt de president er benoemd door een college van aangeduide kiezers, het ‘kiescollege’, een oubollige procedure die sindsdien nooit werd gewijzigd.

Dat gaat zo. Elke deelstaat van de Amerikaanse federatie vaardigt een aantal kiezers naar dit college af. Het aantal per deelstaat is gebaseerd op zijn aantal inwoners, niet-kiesgerechtigde burgers of buitenlandse inwoners inbegrepen, zelfs de slaven telden daarvoor mee  (ze mochten wel niet stemmen). Dit college komt twéé maanden na de verkiezingen samen.

De uitslag van de verkiezingen bepaalt alleen welke partij in een bepaalde staat alle collegeleden voor die staat mag aanduiden. Dit gebeurt volgens het systeem van het ‘relatieve meerderheidsstelsel’ waarbij de partij die de meeste stemmen haalt alle mandaten van het kiescollege mag invullen (die ‘relatieve’ meerderheid hoeft dus geen ‘absolute meerderheid van 50 procent + 1 stem’ te zijn).

Om ‘verkozen’ te worden tot president moet men 270 van de 538 collegeleden achter zich krijgen. In 2000 was de Democraat Al Gore (vicepresident onder Bill Clinton) de dag na de verkiezingen al zeker van 267 ‘stemmen’, de Republikein George W. Bush van 246. In Florida was echter niet onmiddellijk duidelijk wie de meeste stemmen had behaald. Gore had slechts 3 van de 25 stemmen van Florida nodig. Hij haalde iets minder dan de helft van de stemmen in Florida, met de helft van het kiescollege voor Florida achter zich was hij dus met overschot president geworden.

Verkozen worden met een minderheid van stemmen? Kanda? Dakan!

Toch werd George W. Bush in 2000 de vierde president (de eerste sinds 1888) met minder stemmen dan zijn tegenstrever Democraat Al Gore, zetelend vicepresident onder Bill Clinton.

Groene kandidaat Ralph Nader haalde in Florida zo een 4 procent van de stemmen. Uiteindelijk werden de zetels voor het kiescollege door het Hooggerechtshof aan de Republikeinen toegewezen en werd Bush president hoewel hij voor de hele VS minder stemmen had behaald dan Gore.

Er werd toen door heel wat politici in Europa gesteld dat de groenen daarom verantwoordelijk waren voor de nederlaag van Gore. Dat politici dit soort redenering voor hun partijpolitieke doeleinden gebruikten, viel te verwachten, problematisch is dat heel wat journalisten die toegang hadden tot de juiste informatie en dus minstens beter hadden kunnen weten geen weerwerk boden tegen deze stelling en ze tot vandaag ongenuanceerd blijven bijtreden en verdedigen.

Al Gore behaalde voor de hele VS 539.898 stemmen meer dan George W. Bush, geen groot verschil, maar niet uitzonderlijk. De overwinning in 1960 van John Kennedy op Richard Nixon was veel krapper. Het was in 2000 ook niet ongewoon dat in een aantal staten de tellingen enkele dagen na de verkiezingsdag nog niet waren beëindigd. Meestal zijn de gedeeltelijke resultaten echter al duidelijk genoeg, zodat de kandidaten de overwinnaar al erkennen nog voor alle resultaten binnen zijn.

Florida gooit roet in het eten

Florida was in 2000 zeker niet de enige staat waar men nog aan het tellen was. Tennessee, Alabama, Illinois … overal waren tellers nog druk in de weer. In al die staten was de uiteindelijke uitslag wel al duidelijk uit de gedeeltelijke resultaten. Snelle rekenaars waren er zeer vlug achter dat alleen de leden van het kiescollege in één staat, Florida, onzeker waren en het verschil zouden maken.

Gewoonlijk is er geen greintje belangstelling voor die tellingen. Er ging als gevolg van de Florida-situatie plots heel wat media-aandacht naar die deelstaat. De talloze hertellingen, maar vooral de fameuze stemformulieren waar je een gaatje moet in drukken en de ‘vlinderstembrieven’ (met twee naamlijsten links en rechts met één stemkolom in het midden) maakten er een visueel spektakel van. Verdere hertellingen werden uiteindelijk stopgezet door het Hooggerechtshof.

Officieel haalde George W. Bush in Florida 537 stemmen meer dan Al Gore. Alle 25 zetels van het kiescollege van Florida werden aan de Republikeinen toegewezen. De 25 leden van Florida in het kiescollege brachten het aantal voor Bush op 271 (één zetel meer dan de nodige 270).

Democraten in zak en as

Met een zetelend vicepresident als kandidaat konden de Democraten haast niet verliezen, ze wonnen en toch zat Gore niet in het Witte Huis. Eerder dan in eigen boezem te kijken en de oorzaak te zoeken in het feit dat Democraten en Republikeinen inhoudelijk volledig inwisselbaar zijn geworden, werd naar een externe zondebok gezocht, liefst een die niet de middelen had om zich te verdedigen.

Die was vlug gevonden. De kandidatuur van Ralph Nader werd reeds tijdens de campagne zwaar op de korrel genomen. ‘Gematigde’ commentatoren van de grote media vonden zijn kandidatuur ‘politiek onverstandig’, andere analisten (zonder twijfel democratisch in hart en nieren) gingen verder en trokken het recht van Ralph Nader om te kandideren in twijfel. Ze waren daarbij wel zo verstandig niet in te gaan op zijn politieke programma, kwestie van hun publiek die nutteloze informatie te besparen.

Pretbedervers

Een veel gebruikte omschrijving van dergelijke derde kandidaten is ‘spoiler’ (letterlijk: ‘bederver’), Nader ‘bedierf’ immers het spel voor de ernstige kandidaat. Deze term als omschrijving voor vervelende kandidaten gaat zeer ver terug in de Amerikaanse geschiedenis. Wie de commentaren over Nader las, had dus geen flauw idee van de inhoudelijke verschillen tussen Nader en Democraat Al Gore.

Kranten in de VS hebben geen enkele traditie op gebied van het vergelijken van politieke programma’s. De meeste media laten trouwens steeds een duidelijke voorkeur blijken. In staten met een grote en reeds lang bestaande meerderheid zijn de lokale traditionele media altijd eenzijdig pro de sterkste partij. Enkel in zogenaamde ‘swing states’ met nipte meerderheden is een (naar Amerikaanse normen) redelijke vergelijking van kandidaten mogelijk.

Hoewel derde partijen altijd al hebben deelgenomen aan presidentsverkiezingen hebben de twee grote partijen, hoe hard zij elkaar soms ook bekampten, steeds de krachten gebundeld om derde partijen de weg af te snijden. Meestal gebeurde dat door een mengsel van politieke repressie en door beide partijen gesteunde wijzigingen aan het kiesstelsel. Het huidige kiesstelsel van de VS is dus vooral het product van de politieke strijd om progressieve bewegingen af te houden, zoals de socialistische vakbondsman Eugene Debs, die in 1894 presidentskandidaat was, kon ondervinden.

Opiniepeilingen gaven in de aanloop naar de verkiezingen van 2000 al een zeer gering verschil tussen Gore en Bush. Dat hoefde niet te verbazen. Als je een munt 1 miljoen keer opgooit, krijg je ook gegarandeerd 50 procent kop, 50 procent munt, net zo dus met de inwisselbare kandidaten Gore en Bush.

De Amerikaanse bevolking zag het verschil niet. Een progressief kandidaat als Nader maakte het de Democraten natuurlijk iets moeilijker om een centrumrechtse koers te blijven varen. Maar dat gold zefs meer voor de Republikeinen die met meerdere kandidaten aan hun rechterzijde werden geconfronteerd, waarvan Pat Buchanan de meest notoire was.

De argumenten

Een aantal doorzettende Amerikaanse onafhankelijke onderzoeksjournalisten gingen de zaak wat grondiger bekijken. Er zijn inderdaad heel wat degelijke onderzoeksjournalisten actief in de VS. In de grote media komen die uiteraard nooit aan bod. Dit waren hun vaststellingen:

Gore verloor stemmen aan Nader

Het meest gebruikte argument van de Democraten leek zeer aannemelijk: als je de stemmen voor Nader optelde bij die van de Democraten haalde Gore het op zijn kousenvoeten van Bush. Je moest dan wel uitgaan van de premisse dat alle kiezers van Nader op Gore zouden stemmen als Nader niet meedeed en dat alle kiezers van Nader ook effectief zouden gaan stemmen als Nader niet meedeed. 

Gemiddeld de helft van de Amerikaanse stemgerechtigden neemt regelmatig deel aan presidentsverkiezingen. In de VS is 50 procent deelname een relatief hoog cijfer, deelname aan verkiezingen voor burgemeesters, sheriffs, rechters, de districtsraden en de deelstaatparlementen is veel lager. Eigen onderzoek van de Green Party wees uit dat hun kiezers in grote getale zouden thuis gebleven zijn als er geen groene kandidaat was geweest.

Nader drong Gore een progressief profiel op

De deelname van Nader zou de Democraten er toe gedwongen hebben meer ‘groene’ standpunten in te nemen, waardoor kiezers van Democraten naar Republikeinen zouden zijn overgestapt, wegens het te progressieve programma van de Democraten.

Dat klopte van geen kanten. Al Gore had geen enkele inhoudelijke toegeving gedaan om de Green Party over te halen haar kandidatuur in te trekken. De Democraten deden ook geen enkele poging om hierover een dialoog aan te gaan. Uitnodigingen tot overleg werden geweigerd, zelfs met ondergeschikte medewerkers van Gores campagneteam.

De enige concrete tussenkomst van Gore bestond er in ervoor te zorgen dat Nader niet mocht deelnemen aan de nationale tv-debatten. In de VS bepalen de tv-stations immers niet zelf wie aan de tv-debatten mag deelnemen. Dat wordt overgelaten aan een Commissie die bestaat uit vertegenwoordigers van Democraten en Republikeinen. Dat is ook nu in 2012 nog steeds zo.

Het is natuurlijk principieel problematisch dat elke afzonderlijke deelstaat in de VS vrij de modaliteiten voor de federale presidentsverkiezingen bepaalt, maar zelfs binnen één deelstaat zijn de kiesdistricten vrij om wijzigingen aan te brengen. De meeste kiesdistricten in de VS stemmen in feite nog zoals in de jaren dertig. De verschillen tussen de kiesdistricten qua stemprocedures zijn enorm en meestal zeer omslachtig.

Gore verloor vanwege slechte stembrieven in Florida

Gore zou verloren hebben omdat in een aantal kiesdistricten de stemformulieren verwarrend waren en stemmen voor Gore als stemmen voor Pat Buchanan werden geteld, op andere stembiljetten werden stemmen voor Gore ongeldig verklaard omdat bij het doordrukken op de volgende pagina van het stembiljet onwillekeurig nog een kandidaat werd aangeduid.

Probleem met dit argument is dat de verkiezingen in die districten altijd al zo verliepen, dat dat soort foutieve stemmen altijd bestaan had, niet dat de Democraten daar vroeger wakker hadden van gelegen. Het is immers een fenomeen dat zich in honderden kiesdistricten, ook buiten Florida, voordoet (en ook nu in 2012 opnieuw zal voorkomen).

Zeer zwak argument dus, de Democraten deden op veel andere plaatsen evengoed hun voordeel bij diezelfde mistoestanden.

Niet de kiezer, maar het Hooggerechtshof besliste

Gore werd uiteindelijk geen president omdat het Hooggerechtshof besliste de hertellingen stop te zetten en de uitslag van de op dat ogenblik bekende cijfers als het ‘officiële’ resultaat te erkennen. Het Hooggerechtshof baseerde zich daarvoor op het principe van de ‘gelijke behandeling’.

Het kon zogenaamd niet dat in enkele kiesdistricten zou worden herteld en in andere niet, dan zou immers niet elke stem van elke kiezer op dezelfde manier worden behandeld. Dat de zeer uiteenlopende kiessystemen in die districten sowieso een verschillende aanpak van de stem van de kiezer met zich meebrengen, was blijkbaar geen bezwaar.

Een onderzoek van de massamedia ‘bevestigde’ de uitslag

Uiteindelijk maakte het allemaal weinig uit, want een consortium van een aantal grote mediabedrijven deed later een eigen ‘hertelling’ waaruit zou moeten gebleken zijn dat Bush uiteindelijk toch meer stemmen haalde, zij het met een kleiner verschil dan de officiële 537 stemmen. Ten minste, zo leek het toch.

Een grondige lectuur van het rapport, dat maanden werd achtergehouden tot na de beëdiging van president W. Bush, wees uit dat het helemaal niet om een ‘hertelling’ ging. Het National Opinion Research Center van de University of Chicago kreeg immers de opdracht de getelde stembrieven te ‘omschrijven’, niet om een eigen hertelling te doen.

Alle door de Republikeinse administratie van Florida afgekeurde stembiljetten bleven dus als ‘ongeldig’ genoteerd, er werd slechts bijgevoegd waarom ze afgekeurd waren. Er werd in geen geval bijgevoegd of die afkeuring al dan niet terecht was. Maar daar ging het juist om! Als steekproef om na te gaan hoe de kiezer dan wel had gestemd, was dit onderzoek dus waardeloos.

Vervelende vaststellingen

Ondanks de complete abdicatie van de massamedia in de VS en Europa om deze zaak grondig te onderzoeken, waren een aantal journalisten met het democratische hart op de juiste plaats, geïntrigeerd door een aantal vaststellingen die in de marge van de mediahype van Florida waren gedaan. De halverwege stopgezette hertellingen in Florida hadden immers ook een aantal andere zaken naar boven gebracht.

Het fameuze systeem van kiezersregistratie

In de VS moet een burger zelf de stap zetten naar het gemeentehuis om zich in te schrijven in het kiesregister. Uit de strijd voor de burgerrechten van de jaren zestig was gebleken dat de deelstaten allerlei truuks gebruikten om zwarten (maar ook arme blanken) er van te weerhouden zich te registreren via ‘leestests’, inschrijvingstaksen, onbeschikbare formulieren tot fysieke bedreigingen ….

De Voter Registration Act van 1965 gaf zeven miljoen Amerikanen de kans om voor het eerst te gaan stemmen. Staten zoals Florida waren er zeer snel bij om nieuwe belemmeringen in te bouwen. Eén op de vier zwarte volwassenen mag er niet stemmen omdat ze ooit een veroordeling hebben opgelopen. Armoede en delinquentie, gecombineerd met een hardere aanpak van dezelfde misdrijven naargelang de huidskleur van de betrokkene maakt dat de zwarten in Florida met 15 procent van de bevolking 54 procent van de veroordeelden uitmaken.

Het kiessysteem is racistisch

Zwarten (als ze kunnen) stemmen meer dan 90 procent Democratisch. Ongeveer 500.000 Amerikaanse staatsburgers, waarvan dus de helft zwarten, mochten in 2000 in Florida niet deelnemen aan de verkiezingen. 13 andere deelstaten hanteren eenzelfde systeem, wat het totaal aantal burgers dat niet meer mag stemmen in de VS op 4 miljoen bracht (in 2000, in 2012 is dat cijfer nog hoger). In de andere 37 staten behoudt een veroordeelde wél zijn stemrecht (soms pas na het uitzitten van de straf).

De regels voor deelname aan presidentsverkiezingen verschillen dus van staat tot staat. Als deze burgers wel stemrecht hadden en zelfs als slechts de helft daarvan dat effectief zou doen, zouden de Democraten deze verkiezingen glansrijk hebben gewonnen. De 13 staten die deze racistische wetten toepassen, worden echter evengoed door Democratische als Republikeinse gouverneurs geregeerd en zowel Democratische als Republikeinse parlementariërs (van de deelstaten en van het federale parlement) blijven zich tot vandaag in 2012 verzetten tegen een hervorming en een uniformisering van het kiesstelsel.

Vanuit Europa lijkt het bevreemdend waarom Democratische gouverneurs en Congresleden hun zwart kiezerspotentieel ‘links’ laten liggen. De verklaring is nochtans zeer eenvoudig. Het overgrote deel van de gouverneursverkiezingen en verkiezingen van het Congres gebeurt met grote meerderheden die zeer stabiel zijn en weinig veranderen. Het overgrote deel van de Amerikanen leeft in de praktijk dus in een éénpartijstaat. Een Democratisch gouverneur, die al 80 procent van de blanke stemmen haalt, heeft er geen enkel belang bij om pakweg 10 procent meer stemmen te halen bij de zwarte bevolking van zijn staat als hij daardoor de helft van zijn blanke stemmen zou gaan verliezen.

Een debat over het kiesstelsel is in de VS een debat over de rassenproblematiek. Niet aan beginnen, vinden de Republikeinen, de Democraten denken er niet anders over.

De overheden van de deelstaten zijn niet neutraal

In de maanden voor de verkiezingen van 2000 gaf gouverneur Jeb Bush van Florida (broer van George W.) de opdracht 57.700 toch geregistreerde kiezers alsnog te schrappen, omdat zij naar zijn mening volgens de wetten van Florida geen stemrecht meer hadden. Het ging in overweldigend mate om zwarte en Latijns-Amerikaanse kiezers. 90,2 procent van de personen op die lijst bleken achteraf (dus na de verkiezingen!) echter onschuldig te zijn.

Het Amerikaanse tv-station CBS was maanden voor de verkiezing al op de hoogte, maar besloot na eigen ‘onderzoek’ dat er niets van aan was. Een journalist van CBS  bevestigde aan onderzoeksjournalist Greg Palast dat CBS tot dat besluit kwam na het voeren van één telefoongesprek met het secretariaat van gouverneur Jeb Bush!

De afhandeling van deze lijst werd uitbesteed aan een privébedrijf dat de praktijk later op een hoorzitting in het Congres toegaf en duidelijk stelde dat het dit deed op basis van specifieke instructies van Katherine Harris, medewerker van gouverneur Jeb Bush.

Een georkestreerde actie van een gouverneur, broer van de presidentskandidaat, om zwarte Democratische kiezers te verhinderen te gaan stemmen, een uitzondering, een aberratie? Ook daar maakten de Democraten geen werk van. Wat in Florida gebeurde, is immers al jaren schering en inslag in Republikeinse én Democratische staten. En ja, ook in 2012 gaat deze praktijk onverminderd door.

Arme kiezers worden nog steeds geboycot of tegengewerkt

Niet alle Democratische militanten zijn cynische opportunisten zoals de top van hun partij. Integendeel, in het kiesdistrict Duval County (Jacksonville, Florida) hadden Democratische militanten in 2000 zwaar geïnvesteerd om arme zwarten over te halen tot registratie als kiezer, met succes.

Duval is het armste district van Florida, 47 procent van de volwassenen worden er beschouwd als functioneel ongeletterd, ze kunnen dus amper lezen of schrijven. Duizenden inwoners van het kiesdistrict gingen dus in 2000 voor het eerst in hun leven stemmen. Op de verkiezingsdag bleken de stembrieven echter niet overeen te komen met het model dat de Democraten hadden gebruikt bij de voorlichtingssessies. De lokale Republikeinse administratie had immers een ander model opgesteld zonder dat kenbaar te maken, nadat ze van de voorlichtingsssesies hadden gehoord.

Vragen voor uitleg werden door de aanwezige bediendes unaniem verwezen naar de gedrukte instructies op de muren van de stemlokalen. Meer dan 27.000 nieuwe kiezers begrepen daarom niet dat je het dubbel geplooide stembiljet eerst moest openleggen omdat je anders bij het indrukken van een kandidaat op het eerste blad ook een gaatje drukte op het tweede blad, waardoor de stem ongeldig werd. 27.000 stembiljetten, bijna uitsluitend van zwarte kiezers, werden in Duval County ongeldig verklaard, wat voldoende was geweest om voor de Democraten het verschil te maken.

Hier tegen protesteren hield voor de top van de Democraten echter het risico in een nationaal debat te openen over de redenen waarom zoveel burgers amper kunnen lezen of schrijven, waarom in districten zoals Duval de kindersterfte bij zwarten dubbel zo hoog is als bij blanken … geen woord dus hierover in de Amerikaanse (en Europese) massamedia.

Florida was zeker niet de enige staat waar dit gebeurde, ook in andere staten zoals Arkansas (de staat van Bill Clinton) werden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Vandaag in 2012 is ook hier nog niet aan verholpen.

Haïtianen in de bres voor democratie in de VS

De desastreuze toestand in Haïti (in grote mate een gevolg van het toenmalige beleid van president Clinton) bracht een grote vluchtelingenstroom op gang. In 2000 hadden heel wat Haïtianen de hoop op terugkeer naar hun land opgegeven en Amerikaans staatsburgerschap verkregen. Gezien hun politiek zelfbewustzijn namen zij massaal deel aan hun eerste verkiezingen in de VS. Net als hun zwarte medeburgers stemmen zij massaal voor de Democraten.

Alleen al in Dade County (Miami, Florida) werden meer dan 2.000 kiezers geweigerd, soms op een zeer vicieuze manier. In een stemlokaal waar veel Haïtiaanse kiezers werden verwacht die in de horeca-sector werkten, werden de deuren om 16.30 uur al gesloten net op het ogeblik dat bars en restaurants dichtgingen tot ‘s avonds.

Op andere plaatsen weigerde men de stembrief te overhandigen omdat de kiezers mondelinge Engelstalige instructies van het personeel niet ‘begrepen’. De Amerikaanse wetgeving verbiedt nochthans het gebruik van de Engelse taal als criterium voor toelating tot de stemming. Men mag altijd een tolk gebruiken. Kiezers die wilden helpen met vertaling naar het Creools werd een spreekverbod opgelegd.

Zelfs de 2.000 Haïtiaanse kiezers van Dade County zouden voor de Democraten het verschil hebben gemaakt. Ook dit vonden de Democraten geen goede aangelegenheid om de uitslag aan te vechten. Ook hier is in 2012 nog niets aan verholpen (ik weet het, ik val in herhaling).

Amerikanen in het buitenland dragen hun steentje bij

Amerikaanse staatsburgers in het buitenland kunnen ook deelnemen aan de verkiezingen. Ze moeten zich dan wel tijdig inschrijven en hun stembiljet moet door de post van het land van verzending afgestempeld zijn ten laatste op de dag van de verkiezingen. Deze stemmen worden dan geteld in de staat die de kiezer zelf opgeeft.

Gemiddeld stemt vier op de vijf kiezers in het buitenland voor de Republikeinen, voor het overgrote deel militairen. Uit onderzoek door The New York Times in juli 2001 bleek dat 680 van de 2.490 in Florida geregistreerde en aanvaarde buitenlandse stemmen feitelijk ongeldig waren, dat gaf ongeveer 544 stemmen voor Bush minder, wat de officiële ‘winst’ van 537 stemmen terugbracht tot een achterstand van 7 stemmen.

Bovendien, uit onafhankelijk onderzoek bleek dat in de kiesdistricten waar Gore won, van alle geposte stembrieven met een onduidelijke poststempel gemiddeld acht op de tien werd afgekeurd, in kiesdistricten waar Bush won bleek dat gemiddeld slechts vier op de tien te zijn.

Ook dit gefoefel met de stemmen uit het buitenland blijkt echter al jaren een endemisch probleem te zijn in alle deelstaten, ook die met Democratische gouverneurs en ook hier is vandaag … jawel, u kent het rijmpje al.

Ongeldige stemmen zijn een normaal fenomeen

In een normaal functionerende democratie gaat men er vanuit dat het gemiddeld aantal afgekeurde stembiljetten overal min of meer gelijk is. In Florida werden in 2000 in totaal 179.855 stembiljetten afgekeurd, een cijfer dat procentueel vergelijkbaar is met de meeste andere staten.

In de kiesdistricten met minder dan 5 procent zwarte kiezers lag de gemiddelde afkeuringsgraad tussen 1 à 3 procent (een ‘normaal’ cijfer), in die met meer dan 25 procent zwarte kiezers bleek dat echter tussen 7 en 12 procent te liggen.

In deze ‘blanke’ en ‘zwarte’ kiesdistricten deponeerde de kiezer zijn stembrief in een machine die luistert naar de naam ‘Accuvote’ (= ‘Accurate Vote’ – ik vind dit niet uit). Deze machine leest ongeldige stemmen onmiddellijk. Wat bleek: deze Accuvote had een optie om ongeldige stemmen onmiddellijk in te slikken of om het stembiljet terug te geven met het verzoek aan de kiezer om opnieuw te stemmen. In de betrokken zwarte kiesdistricten stonden de knoppen op ‘onmiddellijk verwerpen’, in elk van de blanke kiesdistricten gaf de machine steeds het ongeldige stembiljet terug om het opnieuw te proberen. Haal dit verschil weg en de 537 stemmen van Bush verdwenen weer als sneeuw voor de zon. Ook hier is in 2012 …

Dit is een endemisch probleem in heel de VS

Ernstig onderzoek van de verkiezingen in Florida wees uit dat het verkiezingssysteem in heel de VS leed (en nog steeds lijdt) aan racistische manipulaties. Florida is helemaal geen uitzondering. Zowel Democraten als Republikeinen bezondigen zich aan dit soort praktijken. Wie dus verbaasd is dat de Democraten zich zo snel en zonder strijd bij de ‘verkiezingsoverwinning’ van Bush in 2000 neerlegden, weet nu waarom. De toenmalige mediaberichtgeving ging volledig aan deze maatschappelijke dimensie voorbij.

Eigen schuld, dikke bult

De Democraten waren er in 2000 niet in geslaagd met zetelend vicepresident Al Gore als kandidaat het verschil te maken. De oorzaken voor dit falen, moesten ze enkel en alleen bij zichzelf zoeken. De verkiezing van Bush op de rug van de Amerikaanse groenen steken, was intellectueel oneerlijk, maar paste jammer genoeg in een zeer lange politieke traditie om het eigen falen op de ander te steken, liever dan in eigen boezem te kijken en naar aanleiding van deze verkiezingen een ernstig maatschappelijk debat aan te gaan over het nog steeds welig tierende racisme in de VS.

Vandaag is het toch zoveel beter, nietwaar?

Al de hierboven vermelde wantoestanden gelden vandaag nog evenzeer, maar zullen van de massamedia in de komende maanden geen enkele aandacht krijgen (tenzij zich opnieuw een Florida-scenario zou voordoen – in dit geval zal men gegarandeerd verontwaardiging veinzen dat het 12 jaar na Florida nog niet veranderd is).

Het ziet er niet naar uit dat president Obama daar iets wil aan veranderen. Bij de Republikeinse kandidaten hoor je zelfs uitspraken om het nog erger te maken.

De massamedia hier zullen de zogenaamde verschillen tussen Republikeinen en Democraten opnieuw zwaar in de verf zetten. Het verschil in retoriek tussen beide partijen blijft inderdaad zeer groot. Inhoudelijk is echter een ander paar mouwen.

Democraten en Republikeinen: zoek het verschil

De allerlaatste Democratische president die nog nieuwe sociale programma’s invoerde, was Lyndon Johnson. Republikein Richard Nixon breidde die programma’s zelfs nog uit. Niet de verguisde Republikein Ronald Reagan maar zijn Democratische voorganger Jimmy Carter was de eerste om daar terug zwaar in te snijden.

Het defensiebeleid van Republikein Reagan was een kopie van zijn Democratische voorganger Carter. Zijn defensieconcept van de Rapid Deployment Force voor een snel inzetbaar bezettingsleger in het Midden-Oosten werd immers door Zbigniew Brzezinski, de nationale veiligheidsadviseur van Democraat Carter, uitgedacht. Reagan hoefde dat concept alleen maar voort uit te voeren.

Zoon George W. Bush werkte tijdens zijn twee ambtsperiodes nog steeds volgens deze doctrine (Carter had echter niet Irak, maar buurland Syrië op het oog!). Zijn voorganger Democraat Clinton heeft meer en harder gesnoeid in sociale programma’s dan Reagan en vader Bush voor hem samen. En hij heeft nooit werk gemaakt van zijn enige sociale belofte, de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel.

Natuurlijk wil geen normaal denkend mens dat ook maar één van de huidige Republikeinse kandidaten dit jaar de verkiezingen wint. Dat verandert niets aan het feit dat de wereld er met Obama niet veiliger is op geworden en dat dit na zijn herverkiezing ook niet zal verbeteren.

Lode Vanoost

Dit artikel is een geactualiseerde versie van een artikel dat in april 2004 verscheen bij www.uitpers.be

Bronnenmateriaal:

Conaway, Laura & Ridgeway, James. Democracy in Chains. Village Voice, November 29, 2000 as reprinted in: Philips, Peter & Project Censored. Censored 2001. Seven Stories Press, New York, 2001.
Donner, Frank J. The Age of Surveillance. The Aims and Methods of America’s Political Intelligence System. Random House, New York, 1980.
Goldstein, Robert Justin. Political Repression in Modern America. 1870 to the Present. Schenkman, Cambridge, 1978.
Grofman, Bernard & Lijphart, Arend. Electoral Laws and their Political Consequences. Agathon Press, New York, 1986.
Palast, Greg. The Best Democracy Money Can Buy. Robinson, London, 2002.
Solomon, Norman. False Hope. The Politics of Illusion in the Clinton Era. Common Courage Press, Monroe, 1994.
Reynolds, David. Democracy Unbound. Progressive Challenges to the Two Party System. South End Press, Boston, 1997.
Zinn, Howard. A People’s History of the United States. 1492-Present. HarperCollins, New York, 1980.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!