In Memoriam: Koen Raes
Verslag, Nieuws, België -

In Memoriam: Koen Raes

Woensdag 4 mei is Koen Raes van ons heengegaan. Als voorvechter van sociaal-economische gelijkheid, kind van mei '68 en eigenzinnige lesgever zal deze man herinnerd worden aan de Universiteit Gent. Laten we hem niet vergeten en met deze bijdrage zijn nabestaanden een hart onder de riem steken.

maandag 9 mei 2011 08:55

Hoe begin je een eerbetoon aan een professor voor wie in de voorbije dagen reeds lofredes geschreven zijn door mensen die veel dichter bij hem stonden? Onder meer Patrick Loobuyck, Etienne Vermeersch, Peter De Graeve, Yves Desmet, Daniël Termont, Caroline Gennez, Lise Eelbode, Paul Van Cauwenberge en Karl van den Broeck betuigden allen reeds hun medeleven en je zou bijna denken dat er niets meer te zeggen valt.

Maar wat met de hedendaagse student? De student die voor het paasreces nog les kreeg van hem, maar de voorbije week in een leeg lokaal zat waar op wat ongemakkelijke wijze het verdere verloop van het desbetreffende vak uit de doeken werd gedaan. Ook wij rouwen om het verlies van een groot professor.

Voor iemand die de naam Koen Raes nog maar zo’n vier jaren iets zegt, is zijn nalatenschap anders dan voor collega’s en doctorandi die met hem samenwerkten, laat staan voor familie en vrienden die met hem samenleefden. Maar zijn nalatenschap leeft niettemin. Het leeft vurig voor iedereen die er oor aan geschonken heeft en het leeft verder op een erg geëngageerde wijze. Hoewel zijn laatste lessen frequent geveld werden door zijn depressieve gemoed, waar hij steeds openlijk over sprak, was de vurigheid niet uit zijn vertogen verdwenen. Een uurtje per week echter, want meer ging niet meer.

Als student die hem nog hoorde spreken in betere periodes en als waarnemer van getuigenissen van oudere studenten over zijn lessen, was dat een zeer te betreuren vaststelling. De boeiende inhoud van zijn lessen stond in schril contrast met professor Raes’ vermoeidheid. Hij leek opgebrand te zijn. Zoiets merk je als student en zoiets draag je mee. “Ik hou van de zomer, het zonnetje dat schijnt en de mensen die gelukkiger zijn, maken me blij.” Zo klonk het in één van zijn laatste lessen. Het idee zijn woorden, zijn ideeën en zijn anekdotes niet meer te zullen aanhoren, is naar, bijna bevreemdend. Het laat een kille leegte na.

Ik prijs mezelf gelukkig nog lessen bijgewoond te kunnen hebben van professor Raes. Eén van de grote Gentse filosofen die het nalatenschap van Jaap Kruithof in zich meedroeg, of zoals hij zelf schreef in zijn lofrede aan wijlen Jaap: “Jaap Kruithof zal altijd mijn intellectuele vader blijven. Diegene die me inspireerde om naast mijn rechtenstudies ook moraalwetenschap te studeren […]. De man die altijd door mijn hoofd ging -en gaat- wanneer ik aan het schrijven was/ben: ‘Wat zou Jaap daarvan vinden?’ De man ook, waarin het métier van kritisch denker als geen ander altijd aanwezig was.”

En nu wordt er over hem geschreven op gelijkaardige wijze. Zo’n twee jaar na het sterven van zijn intellectuele vader, blaast ook hij de kaars uit. Veel te vroeg. Veel te jong. De Gentse Universiteit begint stilaan zijn filosofische titanen te verliezen. Terwijl Leo Apostel en Jaap Kruithof in de harten en geesten gedragen worden van vele professoren en studenten, zal nu ook Koen Raes zijn erfenis verder gedragen worden.

Maar het anders zo scherpzinnige en geëngageerde denken van de Universiteit Gent, krijgt ook te maken met het emeritaat van Diderik Batens en Ronald Commers, en de bijna exclusieve draagkracht van emeritus Etienne Vermeersch.

Op uitzondering van Freddy Mortier, zal het dus niet lang meer duren vooraleer het filosofische bolwerk van de UGent gedragen zal moeten worden door een nieuwe generatie die, op enkelen na, veel minder geëngageerd in het maatschappelijke leven staan. Hopelijk kan het vroegtijdige overlijden van professor Raes studenten en professoren aanmanen tot het weer doen opleven van dit engagement, zonder te verzaken in A1-cultuur en prestatiedruk – waar ook Koen Raes een hekel aan had.

Laten we ons professor Koen Raes herinneren als de bevlogen spreker die hij was, zijn anekdotische manier van lesgeven en zijn vurige verzet tegen het neoliberalisme. Die gingen niet zelden gepaard, zoals in zijn verontwaardiging over bepaalde uitspraken van zijn “waarde collega” Boudewijn Bouckaert. Het sierde hem echter dat hij geen slecht woord sprak over zijn collega, en hij hem ook nog steeds zag als een “waarde collega”. Want ook dat had Koen Raes namelijk overgenomen van zijn leermeester: de objectieve waardevolheid van het respect voor andermans mening.

In hem leefde Kruithof voort en door hem kregen de hedendaagse studenten deze ideeën en attitudes mee. Uiteraard was hij geen exacte kopie van zijn leermeester, hij was in zijn publiekelijke bijdragen toch wat genuanceerder en (zoals Kruihof hem zélf had gezegd) burgerlijker, en als lesgever minder gevreesd. Maar het politiek onconventionele denken, zijn marxistische achtergrond en zijn énorm kritische geest, veel kritischer dan velen zouden willen, toonden aan dat hij de geest van zijn leermeester overgenomen had.

En hoewel ook hij gematigder werd, want als student nog lid van de Kommunistische Partij, maar tot enkele jaren geleden gemeenteraadslid van de SP.A Gent, bleef de essentie van zijn denken steeds progressief. Progressief, maar soms – evenals Kruithof – ietwat treurend om de normverschuiving die te vaak gepaard ging met een relativisme en bijgevolg normvervaging. Hij wou die normverschuiving net met open handen grijpen om een nieuwe periode in te luiden, waar we vol van optimisme en constructieve bijdragen allen aan zouden kunnen werken. In plaats daarvan vierde (en viert) het relativisme hoogtij en wordt het beantwoord met reactionaire ideeën zoals het conservatisme en het nationalisme.

Koen Raes liet een indruk na. Een indruk die maar weinig professoren weten na te laten omdat er geen duidelijke, openlijke “geest” meer leeft in hun denken. Velen zijn kinderen van de postmoderniteit geworden, en dat was Koen Raes allerminst. Hij vocht ertegen, maar zou steeds blijven nuanceren en evolueren. Zo nam hij het op tegen het multiculturalistische denken van Will Kymlicka en Charles Taylor, onder invloed van Brian Barry en dus ook John Rawls.

Zo nam hij het op tegen verstarde marxisten en de vaak laffe attitude van links om over bepaalde thema’s geen positie te willen innemen. Zo nam hij het ook op tegen het veel-te-vrijblijvende neoliberalisme en de verrechtsing en radicalisering van Vlaanderen. Hij was een bewogen denker, maar een ongehoord denker. Zijn laatste bijdrage in de Knack Special over erfenissen en successie begin maart, toonde aan dat hij nog steeds het niet-conventionele spoor bewandelde, het spoor dat naar sociaal-economische rechtvaardigheid en gelijkheid streeft.

Hoewel hij een links denker was, waarschuwde hij al in 1990 in Socialisme in de postmoderniteit voor het verpletterende relativisme dat links de kop zou kosten ten voordele van het neoliberalisme. Zijn waarschuwing haalde weinig uit, want toen de Labour Party onder Tony “rub their noses in diversity” Blair aan de macht kwam, volgde de rest van Europa vrij snel, ook België onder de regering-Verhofstadt.

De studenten die in de (zelfverklaarde) “Gentse Filosofische Traditie” studeren, zullen zijn bijdragen in die traditie blijven plaatsen en zijn nalatenschap ook zo blijven herinneren. Dat deze traditie nog steeds bestempeld wordt als links en marxistisch, wordt steeds minder waar, want over Marx wordt zelden nog gesproken in de lessen en de strijdlustigheid van mei ’68 zit ondertussen al aan zijn derde generatie professoren. Dat betreurde Raes en zijn cynische houding tegenover die evolutie werd op uitzonderlijke momenten ook zichtbaar tijdens zijn lessen.

Een beknopte bibliografie of overzicht van de vakken die hij tegenwoordig gaf, werd door de pers en media eigenlijk maar weinig voorzien. Als hedendaagse student hebben we hier misschien meer zicht op. Oprichter van Schamper in 1975, hoofdredacteur van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift, Samenleving & Politiek (tot 1994 Socialistische Standpunten geheten) en Ethiek & Maatschappij, columnist in De Morgen (gebundeld in Verschaalde waarden (2001) en Wij zelven (2002)) en schrijver van – samengestelde – boeken als Socialisme in de postmoderniteit (1990), Ongemakkelijk recht (1992), Tegen betere wetten in (1997), Het moeilijke ontmoeten (1997) en Controversiële rechtsfiguren (2001). Dan zijn er nog lezingenbundels als Het recht van de samenleving (1999) en Jeugd op de dool (2009) en tot slot de verschillende boeken die voornamelijk als educatief materiaal dienst deden of doen: Een kwestie van behoren (met Freddy Mortier, 1992), De staat van de polis en nadien de uitgebreidere versie Van rechtswege(n) (met Diederik Vandendriessche, 2005 en 2006), Ethisch(e) zorgen (met Gily Coene, 2009) en Ethiek bedrijven? (2009).

Niet te vergeten zijn talloze bijdragen in academische boeken over de meest uiteenlopende thema’s. Er staat dus heel wat op zijn palmares en het loont zeker de moeite dit te lezen en te laten bezinken. Zijn schrijfstijl was aangenaam en duidelijk, maar steeds ook erudiet. Nergens te academisch of intellectualistisch, soms zelfs ietwat vulgariserend – en net dat toont voor mij aan dat Koen Raes, net als zijn leermeester, geen “ivoren toren” filosoof was en zich niet te goed voelde om zich te mengen in het publieke debat.

In de laatste lessen die hij nog gaf dit academiejaar, bij de moraalwetenschap en wijsbegeerte Sociale en politieke filosofie, bij de communicatiewetenschappen Media en ethiek, bij de criminologische wetenschappen Filosofie en ethiek van de hulpverlening in het welzijnswerk en bij de economische wetenschappen Economie en ethiek, was iedereen op de hoogte van zijn situatie, die hij zoals gezegd niet verborgen hield.

Deze lessen hadden vaak een vrij sombere en soms chaotische sfeer over zich en de zogezegde millenniumstudenten – die niet alle studenten zijn – kloegen alsmaar over onduidelijkheid en praktische bekommeringen. Hierdoor waren ze niet meer in staat door deze instrumentele façade te prikken en in te zien dat professor Raes’ woorden dieper sneden dan deze banale aangelegenheden, dat professor Raes regelmatig boeken en films aanbeval die ons in de diepte deden kennis vergaren over allerlei actuele thema’s en dat professor Raes meer dan eens menselijk al te menselijk werd in zijn anekdotische vertelsels.

Het is te betreuren dat met het heengaan van Koen Raes, ook een manier van doceren is heengegaan – een manier die hoe langer hoe minder bon ton wordt aan de universiteiten, een manier die voor studenten – die assertiviteit verwarren met brutaliteit – niet meer acceptabel is, want niet “duidelijk” genoeg.

Dat hij de geest van mei ’68 in zich meedroeg (hoewel hij toen nog maar 14 jaar was), werd nog regelmatig duidelijk in zijn enthousiasme ten aanzien van de linkse studentenvereniging ALS (Actief Linkse Studenten) en zijn verontwaardiging bij het horen van het wegvallen van de marxistische studentenvereniging Vonk!. Die emancipatorische geest bleef bij hem leven, die strijdlustigheid spuwde hij nog regelmatig uit. “Waar zijn de protesterende studenten in tijden van de regeringscrisis?”, vroeg hij zich openlijk af, “jullie zitten hier allemaal maar braaf in de les!”

Of zijn zéér provocatieve uitspraken waardoor zelfs de meest kritische studenten geschoffeerd werden: “Je bent pas écht student geweest, als je de binnenkant van ‘t kasjot hebt gezien!” (hiermee de uitspraak van zijn leermeester overtreffend, die het “maar” had over de binnenkant van een combi). Maar hij was geen puritein, dat moge zijn bewondering voor John Rawls’ Theory of Justice duidelijk maken – als één van de weinige Gentse professoren die Rawls’ bijna-zeshonderd-pagina’s-tellende boek volledig doorgeploeterd heeft.

Koen Raes koos als volwassene steeds de weg van de discussie en de nuance, de weg van de sociaal-economische gelijkheid, de weg van de rechtvaardigheid. Hij verduidelijkte als geen ander complexe, actuele zaken die voor studenten niet altijd even voor-de-hand-liggend waren. Om dat laatste te verduidelijken, en deze lofrede af te ronden, een citaat uit een artikel verschenen in Wij Zelven (2002):

“Emancipatie is geen kwestie meer van vechten tegen ‘het kapitaal’, het is een kwestie van strijden tegen de andersculturele lotgenoot. Niet ‘machtsverhoudingen’ staan centraal, waartegenover gelijkheid en rechtvaardigheid vanzelfsprekende tegenwaarden zijn, maar wel ‘culturele verhoudingen’ die […] vooral in termen van botsende beschavingen worden geduid. Ontwikkelde het klassenbewustzijn een herverdelende dynamiek, dan ontwikkelt het culturalistische bewustzijn slechts een verdelende logica: die van de scheiding. Niet de machtshebbers worden geviseerd, maar de economisch min of meer gelijkgesitueerden, waartegenover men meer gevoelens van ‘relatieve deprivatie’, zeg maar afgunst, ontwikkelt […]. Men viseert dan niet meer de rijken en de machtigen, neen, men viseert de leden van een vergelijkbare groep met een vergelijkbaar lot, waarbij alleen hun cultuur het verschil maakt. Een dergelijk bewustzijn is er geen van solidariteit, noch van mededogen. Het is een bewustzijn van neerbuigendheid en zelfgenoegzaamheid.” (Koen Raes, 2000)

En met dit citaat, dat vandaag actueler is dan ooit, besluit ik dit In Memoriam. Koen Raes, professor, collega, vriend, vader, zoon en echtgenoot, maar vooral Mensch, dat uw nalatenschap mag blijven nazinderen in de geesten en uw persoon mag blijven leven in de harten van iedereen wiens pad je gekruist hebt. Rust in vrede.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!