Afbeelding: Festival Circo Paradiso, Heusden-Zolder © CC MUZE
Verslag, Nieuws, Cultuur, België -

Doen de Vlaamse cultuurcentra nog aan gemeenschapsvorming?

Gemeenschapsvorming is een taak. Toch voor de cultuurcentra, bij wet verplicht. Begin er maar aan: met kunst je lokale omgeving verbinden. Wat doen de centra met zo’n oud ideaal in een nieuwe eeuw? Hoe kan cultuur de gemeenschap maken?

woensdag 30 maart 2011 16:44

De ruim zeventig cultuurcentra die Vlaanderen sieren, zijn er niet zomaar gekomen. Ze pasten in het volksontvoogdende beleid van de jonge Vlaamse Gemeenschap in de jaren 1970, om de cultuur naar de mensen te brengen en zo een natiegevoel te creëren. De gevolgen zijn er nog steeds.

‘De notie dat participatie aan cultuur gemeenschapsvorming bevordert, stamt eigenlijk uit die natie-idee’, aldus socioloog Eric Corijn in het erg verhelderende boekje Het sociale in cultuur (2007). ‘Het uitgangspunt daarbij is dat een cultuur die verspreid wordt en waaraan mensen participeren, tot op zekere hoogte een homogene cultuur is, de cultuur van het eigen volk.’ De geboortegrond van onze cultuurcentra is volgens Corijn het Duitse heimatdenken, het romantische geloof in een ‘Volksgeist’.

Maar de term ‘gemeenschapsvorming’ ontstond pas toen dat natiestichtende model in crisis raakte. Dat was in de jaren 1990, toen het lokale (verzuilde) verenigingsleven afbrokkelde en de samenleving steeds meer kleurtjes kreeg. Plots groeide de behoefte aan ‘sociale cohesie’. En weer leek cultuur de ideale saus. Minister Bert Anciaux verankerde ‘gemeenschapsvorming’ in meerdere decreten, als een van de drie kerntaken van cultuurcentra. Gemeenten kregen 1 euro per inwoner voor ‘het stimuleren van ontmoeting en betrokkenheid’, ‘publieksverbreding en -vernieuwing’, en ‘het verbinden van gemeenschappen’.

Maar hoe brengen cultuurcentra dat vandaag in praktijk, tussen het edele opvoedingsideaal waarop hun bakstenen zich funderen, en de heel andere uitdagingen van een vluchtige samenleving? We gingen erover praten met Krist Biebauw van steunpunt LOCUS en Tom Michielsen van CC MUZE in Heusden-Zolder. Hun kernidee: ‘dé uitdaging voor de komende twee decennia wordt leren omgaan met diversiteit’.

Cultuurmissionarissen

Vele centra hangen onbewust nog steeds de klassiek ontvoogdende visie aan, stelt Biebauw. ‘Ze plaatsen zich veeleer boven hun gemeenschap, in plaats van erin. Omdat ze vaak nog gerund worden door mensen die hun rol zien als expert. Zij spiegelen hun publiek een bepaald normatief parcours voor, nog altijd sterk verwant aan het aloude bildungsideaal waarmee cultuurcentra gestart zijn. Maar met gemeenschap bezig zijn vraagt om wederkerigheid.’

Het verklaart volgens Biebauw ook waarom meerdere centra nog sterk eurocentrisch programmeren. ‘Onvertrouwd met het vreemde blijven sommigen vasthangen aan een eerder klassiek aanbod. Dat merk je bijvoorbeeld aan de muziekprogramma’s. Wereldmuziek, in de brede zin, blijkt nu zelfs moeilijker dan een aantal jaren geleden. In zo’n context is het lastig om van gemeenschapsvorming meer te maken dan een onenightstand.’

Cultuurcentra doen hun gemeenschap inzien dat de wereld verandert

Eigenlijk beginnen de problemen al bij de term ‘gemeenschapsvorming’ zelf, vindt Biebauw. ‘Die gaat ervan uit dat je een gemeenschap kunt vormen. Nee, die is er gewoon. De vraag is: wat doe je ermee? Toen de politiek die term plots op de agenda zette, en daarmee expliciet ging benoemen wat in feite altijd al gebeurde, zag je bij sommige cultuurcentra ineens een neiging tot grote zichtbare projecten, vaak sociaal-artistiek. Zij gingen iets aparts doen rond gemeenschapsvorming.’ Ook Michielsen waarschuwt voor gemeenschapsvorming zonder integrale visie. ‘Het grote gevaar is dat je allemaal eilandjes creëert, vanuit een geforceerde houding à la “we moeten iets doen rond dat segment van senioren, of rond die specifieke Griekse cultuur”. Zo krijg je enkel deelverzamelingen die geen verzameling meer vormen.’

Het dorp, een wereld

Michielsen weet waarover hij spreekt. In Heusden-Zolder, pal in de voormalige Limburgse mijnstreek, heeft een kwart van de 32.000 inwoners een andere etnische origine. ‘Het is een infuus van de wereld in het klein, met sinds de fusie tussen Heusden en Zolder ook zijn eigen communautaire kwestie.’ Ook in andere gemeenten staat de lokaliteit al lang niet meer gelijk aan eenvormigheid. De vraag is zelfs of dat ooit zo geweest is.

Bij CC MUZE heeft dat de visie op gemeenschapsvorming sterk geglobaliseerd. ‘Het nieuwe gemeenschapsdenken gaat niet meer om dat kleine dorp in de Vlaamse gemeenschap, maar om de Vlaamse gemeenschap in de wereld, en de wereld in de Vlaamse gemeenschap. Als cultuurcentrum probeer je die twee tegenpolen te verzoenen, vanuit je directe omgeving. Het is voortdurend contextueel denken: Heusden-Zolder, mijnstreek, Limburg, Vlaanderen, Europa, …’ Volgens Michielsen kunnen vele burgers immers niet meer volgen bij alle snelle veranderingen sinds de val van de Berlijnse Muur.

‘We staan de komende decennia voor zo’n grote migratie, van socio-economische en klimaatvluchtelingen, dat je mensen moet helpen om die enorme verschuivingen voor te bereiden en te verwerken. Cultuurcentra zijn daarin wegbereiders. Ze doen hun gemeenschap inzien dat de wereld verandert, en dat er twee opties zijn: ofwel denk je mee rond die verandering, ofwel sluit je je op in een klassieke identiteit. Onze taak is weerbaarheid creëren, door fundamenteel in te zetten op nieuwsgierigheid, op ‘curieuziteit’. Gemeenschapsvorming wordt dan meebouwen aan een samenleving die geen schrik heeft van de ander, maar er nieuwsgierig naar is. Dat klinkt misschien naïef, maar ik geloof echt dat dat kan.’

De kunst van contact

Grote woorden zijn het, voor een praktijk die net zweert bij klein contact. Zo ziet Michielsen twee concrete invullingen van gemeenschap. ‘Ten eerste de erotisch geladen betekenis van “toenadering zoeken en gemeenschap hebben”: je reikt hulpmiddelen aan waarmee mensen met een paar onderlinge verschillen elkaar kunnen ontmoeten. Ten tweede is er het klassieke idee van “verbindingen aangaan”. Dat kan in heel kleine formules, met een straffe Italiaanse film die een perspectief meegeeft over de Italiaanse gemeenschap. Maar ook in langetermijnprojecten, waarin mensen dingen met elkaar creëren. Zo organiseren we in Heusden-Zolder jaarlijks het kunstenfestival Circo Paradiso, waaraan vele gemeenschappen meewerken in een volwaardig artistiek kader, en voor een spontaan divers publiek. Er zijn zoveel technieken om de contrastrijke lagen van je lokale gemeenschap zichtbaar te maken voor mensen die ze niet vanzelf zien.’

Of die gelaagde aanpak ook echt meer samenhang oplevert? Michielsen geeft een voorbeeld. ‘Vroeger bestond onze cultuurraad exclusief uit “witte” fanfares en carnavalsverenigingen, terwijl er nu ook drie Turkse verenigingen inzitten. Zij hebben elkaar door onze activiteiten gewoon beter leren kennen. Mensen weten nu ook dat de Turkse gemeenschap in Heusden-Zolder, die jarenlang als één blok werd gezien, eigenlijk bestaat uit groepen met Koerdische of Oost-Turkse inslag, en verschillende religieuze achtergronden: soefisme, of de Limburgse Alevieten. Die laatsten zijn erg humanistisch, pleiten sterk voor integratie en gelijkheid tussen man en vrouw. Zij hebben op Circo Paradiso ooit een paar traditionele kermisattracties uitgebaat. In de schietbarak of het eendjeskraam stonden plots een paar Turkse mensen. Dat is misschien wat forceren, maar wel effectief. Mensen gingen de Turkse gemeenschap heel anders bekijken.’

Flexibiliteit voorop

Uiteindelijk moet gemeenschapsvorming een aandachtspunt zijn voor de hele werking van een centrum, betoogt Biebauw. ‘Het gaat niet enkel over wat je aanbiedt, maar vooral over wie je bent als organisatie. Hoe is je positionering binnen je gemeenschap, welke drempels installeer je voor wie? Die kijk is veel structureler.’
De kern van die integrale oefening is natuurlijk het artistieke aanbod. Hoe kunnen de gekozen concerten, exposities en voorstellingen lokaal mee verbindingen leggen?

Michielsen ziet in het kunstenveld een palet aan kansen. ‘Er zijn steeds meer artiesten die zich vragen stellen over de rol van het individu in onze veranderende samenleving. Ik denk aan Johan Petit met zijn solo Bang, of aan de Queeste. Ook de film Turquaze van Kadir Balci vond ik een grote bijdrage aan ons denken over gemeenschap: hij oversteeg culturele grenzen voor een universeel liefdesverhaal.’ Michielsen programmeert verder meer en meer jazz, waarbij culturele fusie een leidend principe is. ‘Gemeenschapsvorming is geen louter socio-cultureel verhaal. Cruciaal is dat je culturele kernproduct kwaliteit blijft hebben.’

Het gaat niet over wat je aanbiedt, maar over wie je bent als organisatie

Tegelijk zal de omkadering van dat artistieke aanbod veel meer flexibiliteit vragen, willen de 21e-eeuwse cultuurcentra hun gemeenschapsvormende taak bij de tijd houden. Biebauw en Michielsen pleiten voor een open, meer beschikbare houding van programmatoren tegenover het verenigingsleven, voor nog meer lokale netwerking met economie, toerisme of onderwijs, voor de verbeelding om ook extra muros te denken, voor een actievere inzet op de participatieve cultuurgebruiker en de nieuwe virtuele technologie.

‘Door hun eenvormige infrastructuur deden cultuurcentra lang hetzelfde, maar nu zie je meer verscheidenheid ontstaan, vanuit ieders eigen context en uitdagingen’, observeert Biebauw. ‘Die waaier zal enkel groter worden. Niet het aanbod van artiesten zal erg verschillen, wel hoe zij overal geprogrammeerd worden. Dat is de enige weg. We moeten onze kaders telkens fundamenteel herdenken. Zullen er dan over tien jaar nog cultuurcentra zijn? Dat lijkt me niet de belangrijkste vraag. Het belangrijkste is dat er organisaties blijven die op een goede manier verbanden leggen tussen culturele en bredere maatschappelijke reflecties. En tussen mensen. Gemeenschapsvorming gaat niet meer om het verbinden van één cultuur, maar om het bemiddelen tussen verschillende werelden.’

Wouter Hillaert is podiumredacteur van rekto:verso. Dit artikel verscheen ook in het maart-aprilnummer van rekto:verso.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!