Nieuws, Wereld, Economie, GGO's, Multinationals, Biodiversiteit, Monopolies, Monsanto, Agroindustrie, Syngenta, Zaaigoed, Landbouwgewassen, Genetisch gemanipuleerde gewassen, EU-landbouwbeleid, Bayer -

Monopolie op de zaadmarkt

De invloed van het grootschalige bedrijfsleven op de wereldwijde voedselproductie neemt snel toe. Ook de mondiale handel in zaaigoed laat dat duidelijk zien. Een steeds kleiner aantal gigabedrijven monopoliseert de markt. Terwijl wordt gewerkt aan de nieuwe Europese regelgeving voor landbouwgewassen, nemen wereldwijd opererende bedrijven onopvallend de Europese markt over.

vrijdag 10 september 2010 12:37

De productie van en de handel in zaden zijn zeer winstgevende activiteiten geworden en deze sector is het strijdperk waar op dit moment de grote veranderingen en machtsovernames in de landbouw worden uitgevochten. Monsanto, wellicht vooral bekend van de genetisch gemanipuleerde gewassen (GGO’s), heeft zich in de afgelopen jaren opgewerkt tot het grootste zaaigoedbedrijf ter wereld. De onderneming heeft een marktaandeel van 23 procent procent in de handel in commerciële zaden.

Handel in zaad

Het grootste deel van de twintigste eeuw werd de zaaigoedmarkt beheerst door kleinere bedrijven die handelen in gangbaar zaad. In de afgelopen decennia werden deze het doelwit van chemieconcerns.

Door overnames ontstonden er gigantische Europese zaadbedrijven: het Duitse Bayer en het Zwitserse Syngenta slokten grote delen van de Europese zaadmarkt op. Ook Monsanto kocht tussen 1996 en 2008 wereldwijd meer dan 50 grote en middelgrote producenten van zaaigoed op (1).

Door zaadbedrijven op te kopen, breidt Monsanto niet alleen zijn marktaandeel uit. De overnames leveren ook belangrijke infrastructuur op: onderzoeks- en ontwikkelingsafdelingen, testlocaties, distributienetwerken en genenbanken.

Ongebreidelde groei van agrimultinationals

De ongebreidelde groei van de grootste agrimultinationals berust op drie pijlers: biotechnologie, octrooirechten en de overname van de zaadsector. De afzetmarkt voor de agro-chemische industrie kon enorm groeien dankzij de biotechnologie.

De chemieconcerns slaagden erin om gentech-variëteiten te creëren die bestand zijn tegen de onkruidverdelgingsmiddelen van hun eigen bedrijf. Het betreft met name gewassen die op zeer grote schaal worden geteeld: soja, maïs, koolzaad en katoen.

De gentech-variëteiten worden beschouwd als een technische uitvinding, waar octrooi voor verleend wordt. De octrooihouder geniet het monopolierecht voor dit specifieke gewas. In de praktijk betekent dit dat het boeren niet langer is toegestaan de zaden over te houden voor een volgend jaar of zaden te ruilen met andere boeren. In plaats daarvan moeten ze de zaden elk jaar opnieuw aanschaffen.

Voor het ontwikkelen van gentech-planten is bestaand plantmateriaal nodig. Om daar vervolgens geld mee te verdienen moeten de gentech-planten op grote schaal kunnen worden gereproduceerd en gedistribueerd. Zaadbedrijven zijn de perfecte partner om de introductie van gentech zaden in de landbouw op grote schaal mogelijk te maken (2).

Octrooirecht legt vrijheid van boeren aan banden

In Nederland voeren Monsanto en een paar andere internationale bedrijven druk uit op de regering om zaadveredelaars het kwekersrecht te ontnemen (3).

Het Europese Octrooibureau overweegt nu zelfs het verlenen van octrooi op gangbare (niet genetisch gemanipuleerde) variëteiten. Dergelijke octrooien zullen de vrijheid van boeren en kleine onafhankelijke zaadveredelaars verder beperken.

Dankzij de strengere regulering van de zaadmarkt zullen genetisch diverse en traditionele variëteiten steeds vaker plaats moeten maken voor uniforme variëteiten. De moderne machtsconcentraties in de zaadmarkt leiden tot nog minder genetische variatie en minder nieuwe rassen.

Deze tendens richting bio-uniformiteit brengt risico’s voor de voedselzekerheid met zich mee, omdat genetisch uniforme gewassen kwetsbaar zijn voor ziektes en het mislukken van een hele oogst. Een andere consequentie van monopolies in de zaadindustrie zijn prijsverhogingen: in 2010 betaalden boeren al 42 procent meer voor het nieuwste Roundup-Ready-sojazaad dan ze in 2009 betaalden.

Gentech-gewassen waren de redding van de agrochemische industrie en de meest gebruikte gentech-gewassen zijn net gemanipuleerd om het gebruik van verdelgingsmiddelen te kunnen overleven. De bekendste is Monsanto’s onkruidverdelger Roundup.

Roundup-Ready‘-zaaizaad (gentech) is alleen in combinatie met Monsanto’s Roundup verkrijgbaar. In de praktijk leidt toename van gentechlandbouw telkens tot toename van gifgebruik. Dit is compleet in strijd met het beeld dat de industrie creëert, namelijk dat dankzij gentech-gewassen het gebruik van landbouwgif afneemt.

Octrooirechten interessant terrein

In het internationale bedrijfsleven is een algemene trend waarneembaar waarbij winst wordt gemaakt met het verwerven en verhandelen van de rechten op een product of merk, in plaats van de productie zelf.

Dat geldt ook voor de agrarische industrie: eerst ontwikkelde de agrochemische industrie beschermde genetisch gemanipuleerde gewassen om nieuwe afzetmarkten voor hun chemische producten te creëren. Nu vormen de patentrechten zélf interessant nieuw terrein voor de industrie.

Om de hoge ontwikkelingskosten van een genetisch gemanipuleerd gewas terug te verdienen, claimde de biotechnologische industrie de exclusieve intellectuele eigendomsrechten van dat gewas.

Vanaf het moment dat zo’n octrooi is toegewezen, mag geen boer meer zaad van het gepatenteerde gewas voor de volgende teelt bewaren en is gebruik van het gewas door derden voor veredeling verboden. Zelfs de toevallige uitkruising met conventionele gewassen, vormt een inbreuk op het octrooirecht.

Het staat inmiddels vast dat zodra een gentech-gewas commercieel verbouwd mag worden, de uitkruising met conventionele gewassen niet te voorkomen is. Spontane uitkruising heeft er toe geleid dat inmiddels alle partijen lijnzaad die Canada uitvoert, besmet zijn met gentech-zaad, en dat vanwege gentech-besmetting het niet langer mogelijk is om conventionele, gentechvrije maïs te telen in heel Spanje (4).

Noch de industrie, noch verzekeraars of overheid durven zich garant te stellen voor de schade die de gangbare of biologische boeren hiervan ondervinden.

Biopiraterij

Een nieuw en misschien wel veel groter probleem ontstaat doordat de zaadindustrie nu ook octrooirechten op gewone, niet genetisch gemanipuleerde gewassen probeert te verkrijgen. Deze rechten zijn nog lucratiever omdat er geen hoge ontwikkelingskosten aan vast zitten.

De zaden kunnen van gewassen zijn die werden ontwikkeld door een gangbare kweker, boer, of agrarische of traditionele gemeenschap waarop niemand (of iedereen) de intellectuele eigendomsrechten bezit.

Onder de moderne internationale intellectuele eigendomswetgeving (TRIPS) hoeven bedrijven de gebruikers of ontwikkelaars van een variëteit niet eens op de hoogte te brengen van het feit dat het bedrijf bezig is octrooi aan te vragen op dat gewas. Het patenteren van algemeen gangbare gewassen en wilde planten wordt ook wel aangeduid als ‘biopiraterij’.

Het broccoli-geval

Op dit moment behandelt het Europees Octrooiburo (European Patent Office, EPO) het beroep tegen een octrooi op een gangbare broccolivariëteit (EP 1069819). De zaak wordt als een testcase beschouwd voor de Europese wetgeving: wordt het octrooi verleend, dan verwacht men een run op de rechten voor de Europese markt van een groot aantal gangbare landbouwgewassen.

Nieuw Europees landbouwbeleid

Om de torenhoge kosten van het Europese landbouwbeleid te drukken, heeft de Europese Commissie besloten om een nieuw landbouwbeleid te formuleren, dat in 2013 gestalte moet krijgen (5).

Vanaf het ontstaan van de EU zijn astronomische bedragen gepompt in het stimuleren van industriële landbouw, intensieve veehouderij en exportsubsidies.

De onvermijdelijke hervormingen zijn aanleiding voor een groeiend aantal burger- en boerenorganisaties om een andere aanpak van de Europese landbouw te eisen: een landbouwbeleid dat uitgaat van de Europese boer en de consument in plaats van de internationale handel en de voedingsindustrie.

Een coalitie van maatschappelijke groeperingen heeft de ‘Europese Voedselverklaring’ (European Food Declaration) (6) opgesteld, een oproep aan burgers en overheden om te werken aan een ‘gezonde, duurzame, eerlijke en onderling ondersteunende landbouw in Europa’.

Voedselzekerheid moet de leidraad voor het nieuwe landbouwbeleid worden. Voedselzekerheid creëer je door voedselproductie onafhankelijk te maken van de wereldmarkt of de olieprijzen: productie die uitgaat van korte lijnen tussen producent en consument in een transparante voedselketen.

Alternatieven

De commerciële zaadhandel is niet de enige leverancier van landbouwzaden. Nog altijd wordt ook in Europa door kleinschalige boeren eigen zaaigoed bewaard voor het volgende jaar.

Zaaduitwisseling, conservatie en veredeling worden gestimuleerd door samenwerkende boeren en particuliere initiatieven. Een ander groot Europees netwerk dat zich te weer stelt tegen de verspreiding van de industriële landbouw is de Europese Beweging voor Gentechvrije regio’s (7).

Hoe dichter boer en consument bij elkaar staan, hoe beter. Korte aanvoerlijnen en gezamenlijke productieprojecten zijn de beste manier om gezond, duurzaam en ethisch geproduceerd voedsel te garanderen.

Boerenmarkten met regionaal geproduceerd aanbod zijn een bekend verschijnsel geworden (8), evenals groente-abonnementen. Er zijn ook allerlei lokale projecten waarin een groep consumenten met de plaatselijke boer afspraken maken over de productie en afname van voedsel, waarin de kosten, de oogst en de risico’s gezamenlijk worden gedragen. Zo zijn er de zogenaamde ‘voedselteams’.

Een voedselteam is een groep van mensen uit een zelfde buurt die gezamenlijk verse groenten, fruit, vlees, brood, zuivel, aankopen bij producenten uit de streek.

Sterk in opkomst op verschillende plekken in Europa zijn Transition Town-groepen (9), waarin bewoners van een dorp of wijk samenkomen om, vooruitlopend op toekomstige tekorten aan fossiele brandstoffen, lokale duurzame alternatieven op poten te zetten voor hernieuwbare energie en lokale voedselvoorziening. Andere praktische voorbeelden zijn duurzame inkoopcoöperaties als de VokoMokum in Amsterdam (10).

(1) Howard 2009, Visualizing Consolidation in the Global Seed Industry: 1996–2008 (In: Sustainability 2009,1), p. 1274

(2) UNCTAD 2006, Tracking the trend towards market concentration: The case of the agricultural input industry, p.11

(3) Hans van der Lugt, http://www.nrc.nl/economie/article2329284.ece/Kwekers_vrezen_octrooi_opzaden)

(4) Report Coexistence is Impossible: http://www.greenpeace.org/international/press/reports/impossible-coexistence

(5) http://ec.europa.eu/agriculture/cap-post-2013/index_en.htm

(6) http://www.europeanfooddeclaration.org/

(7) http://www.gmo-free-regions.org/

(8) NL: http://www.biologica.nl/category/vakgebied/boerenmarkten?page=3

BE: http://www.platteland-stad.be/Boerenmarkten/

(9) http://www.transitionnetwork.org (international) http://www.transitie.be/r/transitienieuws

(10) http://www.vokomokum.nl

Illustratie door Julie Rosebud

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!