Het hoofdkwartier van de staatsoliemaatschappij Sonangol in Luanda (foto: Makaangola)

 

Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Angola, Corruptie, Olie-industrie, Rafael Marques de Morais, José Eduardo dos Santos, Onderzoeksjournalistiek, Sonangol, Manuel Hélder Vieira Dias Júnior 'Kopelipa', Leopoldino Fragoso do Nascimento 'Dino', Manuel Vicente, Nazaki, Odebrecht, BES -

“Triumviraat plundert Angolese staatskas”, zegt journalist in rapport

In zijn nieuwste onderzoeksrapport, 'The Angolan Presidency: The Epicentre of Corruption', toont de Angolese journalist en mensenrechtenactivist Rafael Marques de Morais aan hoe drie vertrouwelingen van president José Eduardo dos Santos (MPLA) erin geslaagd zijn om de staatskas te eigen bate te plunderen. Miljoenen Angolezen moeten dagelijks knokken om te overleven met minder dan twee dollar.

vrijdag 13 augustus 2010 15:30

Het rapport, dat op 4 augustus werd voorgesteld in de Portugese hoofdstad Lissabon, deed weer heel wat stof opwaaien. Marques de Morais is er andermaal in geslaagd om grondig onderzoekswerk te verrichten naar de illegale handel en wandel van drie machtige figuren binnen het Angolese staatsapparaat.

Wie plundert de kas?

Sinds Angola in 2008 de leidende rol van Nigeria heeft overgenomen als belangrijkste olie-exporterend land van Afrika ten zuiden van de Sahara stromen de oliedollars er nog rijkelijker binnen dan voordien. Alleen is het niet duidelijk waar al dat geld naartoe gaat. Alvast de gewone bevolking profiteert er niet of nauwelijks van. De VN-Millenniumdoelstellingen zullen tegen 2015 niet worden gehaald. Wie plundert de kas dan wel?

De drie mannen waarover Marques’ rapport gaat, zijn: generaal Manuel Hélder Vieira Dias Júnior ‘Kopelipa’, hoofd van het ‘militair huis’ van de president, generaal Leopoldino Fragoso do Nascimento ‘Dino’, hoofd van de presidentiële telecommunicatiediensten en Manuel Vicente, de CEO van het machtige staatsoliebedrijf Sonangol.

“Deze hooggeplaatste heren maken hoegenaamd geen onderscheid tussen staats- en privézaken. Een uitgekiend systeem van corruptie op het hoogste niveau laat hen toe miljoenen dollars – die eigenlijk in de staatskas zouden moeten terechtkomen – naar hun privérekeningen te versassen zonder dat ze tegenover iemand verantwoording moeten afleggen”, schrijft Marques in zijn rapport.

Dit machtige triumviraat maakt ook handig gebruik van de reputatie van Sonangol, een belangrijke speler op de internationale oliemarkt. Bovendien hebben ze door hun positie directe toegang tot de president, die – volgens de Angolese wetgeving – zijn goedkeuring moet geven aan alle investeringen van meer dan vijf miljoen dollar.

Partnerschap met Amerikaanse en Braziliaanse bedrijven

Via hun bedrijf Nazaki hebben ze een partnerschap ontwikkeld tussen Sonangol en Cobalt, een Amerikaanse oliemaatschappij die genoteerd staat op de New York Stock Exchange (beurs). Het consortium dat uit deze samenwerking ontstond, heeft een licentie weten te verkrijgen voor de exploratie van twee veelbelovende diepwateroliebronnen voor de kust van Cabinda (blokken 9 en 21). Dit alles zonder dat er een openbare aanbesteding werd uitgeschreven.

Samen met Sonangol en de Braziliaanse multinational Odebrecht heeft de Nazaki-groep een consortium gevormd, via het bedrijf Damer, voor een grootschalig project dat voorziet in de productie van suiker, ethanol en andere biobrandstoffen. In totaal goed voor 272,3 miljoen dollar. Het project werd zonder enige opmerking meteen goedgekeurd door de ministerraad.

Hetzelfde triumviraat stelde enkele hogere militairen uit de entourage van de president aan het hoofd van Portmill, een onderneming die 375 miljoen dollar betaalde voor de verwerving van 24 procent van de aandelen van de Portugese commerciële bank Banco Espírito Santo (BES). Portmill heeft heel onlangs ook 40 procent van de aandelen in handen gekregen van het geprivatiseerde Movicel, een aanbieder van mobiele telefonie in Angola.

Rafael Marques vraagt zich af waar die hoge militairen de grote sommen vandaan haalden die ze betaalden voor de Portugese bankaandelen. En is de directie van BES op de hoogte van de mogelijk obscure oorsprong van die bedragen? Het heeft er alle schijn van dat BES wetens en willens meewerkte aan het witwassen van grote bedragen die eigenlijk gestolen zijn van de Angolese schatkist. Kan het dat een grote Europese bank zich leent voor dergelijke corrupte praktijken die ten nadele gaan van een bevolking die bittere armoede lijdt?

Machtshonger

De machtshonger van het triumviraat blijft niet beperkt tot banken en olie. Het rapport geeft in details weer hoe ze systematisch aandelen kochten van privémediabedrijven om op die manier een strategische controle te kunnen uitoefenen op informatieverspreiding in Angola. Dit instrument werd zeer handig uitgespeeld bij de campagne voor de parlementsverkiezingen van september 2008 – de eerste sinds het einde van de burgeroorlog in 2002, die met een monsterscore werden gewonnen door de MLPA, de partij van de president.
 
“Al deze hooggeplaatste figuren lappen de meest fundamentele wetten van de republiek aan hun laars en genieten bovendien van een verpletterende straffeloosheid”, schrijft Marques. De wetgeving uit 1990 verbiedt heel uitdrukkelijk aan openbare ambtsdragers om zich te engageren in commerciële zaken, zowel voor privé als voor openbare doeleinden, waardoor ze politieke invloed zouden kunnen uitoefenen ten gunste van die bedrijven.

Nooit eerder was de verstrengeling tussen politieke en commerciële belangen door een kleine elite echter zo groot als vandaag. En de straffeloosheid gaat gewoon door.

Transparantie blijft dode letter

Internationaal is er de laatste jaren hoe langer hoe meer druk uitgeoefend om multinationals en bedrijven te verplichten meer transparantie aan de dag te leggen. Initiatieven zoals het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI), dat meer transparantie wil brengen in de grondstoffenindustrie; en de campagne van ‘Publish What You Pay’ dat bedrijven ertoe aanzet om openbaar te maken welke bedragen ze aan de overheden van de landen waar ze actief zijn, betalen, zijn goede voorbeelden.

Maar in Angola blijft het voorlopig allemaal dode letter. Alleen op papier zijn er sluitende afspraken, onder meer met de Wereldbank en het IMF, maar in de praktijk zijn het dezelfde heren van de politieke, militaire en economische elite die de olierijkdom netjes onder elkaar verdelen, al dan niet met medewerking van buitenlandse bedrijven.

Marques de Morais, die als onderzoeksjournalist zich een stevige reputatie heeft opgebouwd in het bovenspitten van corruptiezaken, hecht bovendien weinig geloof aan de ferme uitspraken van president Dos Santos, die op 21 november 2009 plechtig verklaarde dat er een beleid van ‘zero-tolerantie’ zou worden gevoerd tegenover de vermening van privé- en staatszaken. “Heel deze vertoning is als een grote maskerade waarachter de plundering van de staat door zijn eigen nauwe medewerkers gewoon voort duurt”, schrijft hij in het rapport.

Onstilbare honger naar olie

De grootste verantwoordelijkheid voor de buitenlandse steun aan de regering-Dos Santos legt Marques bij de Verenigde Staten. In hun onstilbare honger naar olie zijn de Amerikanen maar wat graag bereid om de ogen te sluiten voor de corruptie en wanpraktijken van de plaatselijke elite. Zij bewijzen enkel lippendienst aan ‘goed bestuur’ en ‘democratie’ als het hen goed uitkomt, maar doen gewillig zaken met figuren van twijfelachtig allooi.

Op 8 juli 2010 hebben de VS en Angola nog een nieuw strategisch partnerschapsakkoord ondertekend. Volgens een verklaring van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zal dit akkoord “de uitwisseling van energie, veiligheid, handel en democratie tussen beide partners bevorderen”.

Maar ook andere opkomende spelers op het wereldtoneel is het economisch (olie)potentieel van Angola niet ontgaan. Landen als China, Brazilië, Portugal en Zuid-Afrika zijn meer en meer actief in Angola. Dat er bij economische deals moet worden onderhandeld met mensen voor wie corruptie een tweede natuur is, schijnt geen bezwaar te zijn. “De aantrekkingskracht van de minerale rijkdommen en de miljoenen dollars die ze er kunnen aan verdienen, is groter dan het respect voor de duurzame ontwikkeling van 16 miljoen Angolezen”, besluit Marques zijn lezenswaardig rapport.

Het volledige rapport “The Angolan Presidency: The Epicentre of Corruption” (4 augustus 2010) is downloadbaar van www.makaangola.com 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!