The Fun Years – God Was Like, No (Barge records)
CD, Muziek, Elektronica, Plaat, The Fun Years, God was like, no, Post-rock, Barge, Baritongitaar, Turntable -

The Fun Years – God Was Like, No (Barge records)

zondag 20 maart 2011 23:17

Een baritongitaar en een draaitafel, met deze, op zijn zachtst gezegd, niet alledaagse combinatie van instrumenten, laten Isaac Sparks en Ben Recht van ‘The Fun Years’ hun muzikale brouwsels op de wereld los. Het resultaat is helemaal niet wat zou verwachten. Geen netjes gestructureerd gitaargepingel, overgoten met een sausje van gevatte samples en op gepaste momenten gekruid met een zanglijntje, wel een combinatie van post-rock van de meest experimentele soort en elektronica met een stevige scheut gruizige noise in verwerkt.

‘God was like, no’ is al het derde album van The Fun Years. Toegegeven, hun twee vorige officiële albums (want de heren maakten ook enkele cd-r’s) ‘Life-Sized Psychoses’ en ‘Baby, It’s Cold Inside’, waren ons totaal ontgaan, maar blijken, zo verzekeren ons betrouwbare bronnen, platen die best te pruimen zijn.

De eerste tonen van opener ‘Breech on the bowstring’ doen nog vermoeden dat we met een quasi conventionele post-rockband te doen hebben. Het repetitieve gitaargetokkel samen met de zware gitaarakkoorden, die typisch zijn aan een baritongitaar, roepen een sfeer op eigen aan het genre. Net voor halfweg, wordt het soms al te typische post-rockjasje afgegooid en vertrappeld door enkele vriendelijke noisegolven, die als het ruisen van de zee bij vloed, alles inpalmen. Het initiële gitaargeluid wordt opgepeuzeld en wat rest is noise met daaronder een verkapte gitaar. Met dezelfde geleidelijkheid trekt het ruistapijtje opnieuw weg om uit te monden in een vreemde gitaardrone, die naadloos het tweede nummer ‘Division of Labor (TV Track) in gang zet. Turntablist Isaac Sparks leeft zich in dit nummer duidelijk uit door geleidelijk aan de filterknoppen te draaien waardoor een organisch geluid ontstaat, een drone waarin nog moeilijk brongeluiden te herkennen zijn. ‘Makes sense to me’ daarentegen, hypnotiseert met zijn repetitieve, donkere gitaarpartij.

Constante aan het album is dat de nummers naadloos op elkaar aansluiten. Zonder de cd- of platenspeler in de gaten te houden, kan  je abusievelijk aannemen dat ‘God was like, no’, uit één lange track bestaat. Ook de toon en de sfeer van de nummers blijven onveranderd. De schijf baadt in een soort bevreemdende tristesse die, noem het een contraditio in terminis, eveneens uitblinkt in pure schoonheid. ‘Psychic Career’ en ‘Little Vapors’ spelen in op het repetitieve. Een riff, die geloopt wordt, is het kader waarrond bewerkte samples ronddwalen. ‘And they think my name is Deguan’ is het enige nummer op deze ruim 40 minuten durende plaat, waarin ruimte voor stilte werd gecreëerd.  De drone gaat over in het geluid van klankschalen, die een bevreemdende soort rust inleiden die twee minuten duurt.
Ook ‘Get Out of the Obese Crowd’ en ‘Precious Persecution Complex’, die het album afsluiten zijn voorbij voor je het goed en wel beseft.

‘God Was Like, No’ voelt in eerste instantie misschien aan als een vlak album, waarin weinig gebeurt, toch loont het om de nummers opnieuw te beluisteren. De magie wordt slechts stukje bij beetje prijsgegeven, want wat onder het ruis- of dronetapijt bevindt is de moeite waard om te ontdekken. Zelfs bij de vijfde luisterbeurt blijk je nog nieuwe geluiden te ontdekken. Muzikaal houdt de plaat het midden tussen Ben Frost en Fennesz, al zouden verwijzingen naar Janek Schaeffer of Jefre Cantu-Ledesma ook niet misstaan.

Mooie adelbrieven dus! ‘God was like, no’ is dan ook niet zomaar een plaat… Ze bezorgt je een wervelende luisterervaring, grijpt je bij je nekvel en sleurt je mee. Beweren dat het de beste plaat van het voorbije jaar was, is net iets te veel eer, al stond-ie wel in onze top tien.

www.myspace.com/thefunyearsrule

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!