Noodfonds biedt kans om steun te koppelen aan solidariteit en samenwerking tussen organisaties
Opinie - Beno Schraepen

Noodfonds biedt kans om steun te koppelen aan solidariteit en samenwerking tussen organisaties

woensdag 3 juni 2020 08:44
Spread the love

 

De artikelen en filmpjes over de hervonden grote en kleine solidariteit domineerden de (sociale) media. Vanuit het eigen kot zien we de herwaardering voor gezin en familie, er is applaus voor de zorg, meer respect voor het onderwijs en zelfs ‘de kwetsbaren’ krijgen meer aandacht dan ooit. Hoewel dat laatste relatief is want de toekomst is op dat vlak niet rooskleurig.

Wie al kwetsbaar was, zal het de komende jaren nog moeilijker hebben en velen die het tot nu goed hadden, zullen misschien voor het eerst in hun leven in een lagere economische klasse moeten spelen. Voor het herstelbeleid wordt gerekend op de overheid die met grote en doordachte gebaren in de nodige steunmaatregelen en bescherming moet voorzien. Traditioneel wordt dan primair gekeken naar de louter economische en commerciële sectoren. Traditioneel wordt solidariteit dan in (corona)taksen vertaald, we zullen allemaal moeten bijdragen. Gelukkig is er het noodfonds.

De ouderen waren misschien het grootste slachtoffer tijdens de coronacrisis, heel wat werkende en niet werkende jongeren zullen de rekening betalen na de crisis. Tussen burger en overheid ligt immers de social profit sector waarvan meer dan 2.200 sociaal-culturele organisaties voluit in hun kerntaken worden getroffen. Het betreft werkingen in het jeugd- en volwassenenwerk, binnen erfgoed en sport, van samenlevingsopbouw tot toerisme. Ze werken in een educatieve, (re)creatieve, en brede culturele context en in tegenstelling tot wat je zou vermoeden is slechts één derde van deze werkingen gesubsidieerd.

Voor cultuur wordt nu 65 miljoen vrijgemaakt vanuit het noodfonds, 85 miljoen wordt voorzien voor de gemeenten om lokale sport- jeugd- en culturele verenigingen te ondersteunen. Het gaat om zowel gesubsidieerde als niet gesubsidieerde organisaties. De Vlaamse overheid doet haar best maar zal dit volstaan?

De musea zijn terug open, maar ondanks alles, dreigen de podiumkunsten het komende jaar van het toneel te verdwijnen. De jeugdbewegingen hebben hun zomerkampen, maar de jaarwerking van ons professioneel en divers jeugdwerk dreigt te verdampen.

Wat vaak vergeten wordt is dat tegenover subsidies ook noodzakelijke inkomsten staan. Bovendien hebben organisaties de besparingen van de voorbije jaren trachten te compenseren door eigen inkomsten te genereren en minder afhankelijk te zijn van de subsidiekraan. Wat toen werd toegejuicht als goed bestuur, is nu de zwakke plek. Het sociaal culturele leven is in hoofdzaak een groepsgebeuren, maar geen aanbod zonder deelnemers of publiek. Ook het vraaggestuurd werken biedt weinig soelaas wanneer vragen moeten komen van partners die zelf in overlevingsmodus zitten.

Wat opvalt is hoe moeilijk het is om zich te verenigen. De samenhorigheid tussen organisaties en werkvormen is vaak zoek, de solidariteit overstijgt zelden het eigen kot. Ook dit is een gevolg van ons subsidiestelsel gebaseerd op communicerende (of concurrerende) vaten. Elke euro die in de volgende ronde extra naar de ene gaat wordt per definitie afgenomen van de andere.

Wanneer je in snelheid gepakt wordt, is het logisch dat je eerst de eigen meubelen redt, maar daar zijn we nu voorbij. De opdracht is helder: hoe kan elke organisatie haar activiteiten coronaproof maken, zichzelf heruitvinden en tegelijkertijd zo weinig mogelijk inboeten op kwaliteit en personeel? De overheid investeert, maar de herstelmaatregelen kunnen hun effect missen. De toegekende middelen kunnen vallen in een bodemloze put en er speelt altijd een mattheuseffect, voorbeelden uit het verleden zijn legio.

Om dit te vermijden is er een brede solidariteit nodig tussen de gespaarden en de getroffenen, tussen concurrerende en zusterorganisaties en over de sectoren heen. Het noodfonds biedt hier een unieke kans om steun te koppelen aan solidariteit en samenwerking tussen diverse organisaties.

Zij die om wat voor reden ook op weinig of niets hebben ingeboet (bijvoorbeeld het onderwijs, bepaalde bedrijven, … ) hebben hier een maatschappelijke plicht. Zo kan samenwerking tussen onderwijs, jeugdwerk en cultuur bevorderd worden door scholen te stimuleren socio-culturele activiteiten in hun onderwijs te integreren. Het levert kleinere groepen op en alle kinderen en jongeren krijgen zo extra en boeiende ontwikkelingskansen.

Naast het noodfonds kunnen er tijdelijke maatregelen genomen worden die de samenwerking bevorderen. Je kan scholen vrijstellen van onroerende voorheffing zodat lege gebouwen in weekends en vakanties boeiende plekken worden met laagdrempelige sociaal-culturele activiteiten voor de buurt. Of je kan investeren in de social profit sector, conform de taks shelter voor de filmwereld, fiscaal interessant maken voor bedrijven.

Dit vraagt een inclusief beleid binnen organisaties, sectoren en administraties dat voorbij het klassieke hokjesdenken gaat en de verkokering in Vlaanderen overstijgt. Steunmaatregelen zijn duurzaam wanneer ze ook organisaties stimuleren om sterker te worden over de grenzen van de organisatie en sectoren heen. Alles begint bij het besef dat het een kwestie van geluk is dat je werking of personeel gespaard is gebleven, en dat de gekende receptuur zelfs met het noodfonds, misschien niet zal volstaan.

 

Beno Schraepen is orthopedagoog, lector en onderzoeker aan Kenniscentrum ISOS AP Hogeschool.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!