Integratie uit de Marge
Integratie -

Integratie uit de Marge

woensdag 15 januari 2014 20:49

In het debat rond integratie wordt behoudens enkele zeer zeldzame uitzonderingen het begrip integratie volkomen verkeerdelijk geïnterpreteerd. Dit foutief uitgangspunt maakt dat keer op keer het debat een geheel verkeerde wending neemt en blijft draaien rond vooroordelen en niet tot de essentie van integratie doordringt. De capitale fout die daarbij gemaakt wordt is dat integratie voorgesteld wordt als een copiëren van een maatschappelijk rolmodel dewelke als norm aanziet wordt. Buiten het feit dat zo’n rolmodel a priori subjectief bepaald is is het daarenboven een poging tot uniformisering van het denken en handelen wat uiteindelijk leidt tot het elimineren van het kritisch denken, dewelke een afwijking van de norm is. De wijze waarop het debat gevoerd wordt leidt ertoe dat dit misbruikt wordt om mogelijkse kritiek van minderheidsgroepen op de verhoudingen binnen de samenleving als een gebrek aan aanpassing te bestempelen en ze zo monddood te maken zonder daadwerkelijk de argumentele waarde van de kritiek op een genuanceerde en oprechte wijze onder de loep te nemen. Integratie wordt ten onrechte gelijkgesteld aan assimilatie, de twee zijn echter geheel verschillende begrippen. Niet enkel conservatief rechts maakt deze fout, want ook door het bepleiten voor een meer breeddenkende tolerantere norm vertrekt men vanuit dit verkeerd uitgangspunt.

Integratie staat geheel los staat van assimilatie. Integratie betekent dat men een onderdeel wordt van het maatschappelijk leven, niet de aanpassing is daar essentieel, ze draagt er zelfs niet werkelijk toe bij. Aanpassing leidt enkel tot culturele verarming, eenheidsworst-ideologie. Integreren betekent een onderdeel deel laten uitmaken van een geheel, de actieve werking aan dat geheel speelt daar een belangrijke rol. De mate van integratie staat voor de mate waarin men een actieve bijdrage geeft aan het sociale netwerk dat de maatschappij is, de aard van die bijdrage kan natuurlijk zeer uiteenlopend zijn. Met andere woorden is het niet assimilatie wat leidt tot integratie maar wel participatie. Belangrijk is het daarbij in te zien dat integratie dus niet enkel van toepassing is op nieuwkomers of burgers met een multiculturele achtergrond. Iedereen bezit een vorm van integratie of lijdt aan een eventueel gebrek eraan.

Integratie kan men dus toepassen op zowat alle maatschappelijke domeinen. Volledige integratie betekent dan ook een actieve rol op alle maatschappelijke gebieden, uiteraard is dit compleet onmogelijk. Iedereen zal op één of andere wijze op een bepaald gebied niet of minder geïntegreerd zijn dan een ander. Wanneer men maatschappelijke integratie in een totaal beeld bekijkt kan men zich niet toespitsen op één enkel facet, maar dient eerder gekeken te worden aan het maatschappelijk nut van de wijze van participatie, de meerwaarde die men biedt. Natuurlijk zal de persoonlijke voorkeur voor bepaalde vakgebieden van de bepaler daarin een rol spelen, door dat hij of zij persoonlijke prioriteiten van belangrijkheid stelt, dit maakt de bepaling deels tot een subjectief gegeven. Voorbeeld hierin is de voorkeur die men hetzij eerder stelt op economisch vlak dan wel op sociaal of artistiek vlak.

Een voorbeeld :

Een man van middelbare leeftijd die werkt als assistent manager bij een commercieel bedrijf, zich daarbuiten niet zo vrij voelt in de maatschappij maar ze eerder beziet als een bedreiging voor hemzelf en zich dan ook liever opsluit binnen de veilige muren van zijn woning, die afkerig staat op andersdenkenden of andersgelovigen, wiens sociale engagement zich beperkt tot met de vrienden ’s zondags naar de voetbal te gaan kijken, die iedere ochtend de vlaamse leeuw zingt in de douche en uiteraard een postuurke van Bart De Wever op zijn schouw heeft staan. Deze man vormt in het debat zoals dit nu gevoerd wordt rond integratie geen onderwerp, zijn mate van integratie wordt niet in vraag gesteld, sterker nog integratie is op hem niet van toepassing. In werkelijkheid kan men stellen dat deze figuur zeer slecht geïntegreerd is, hij heeft een beperkte mate van economische integratie en als sociale integratie kan het ’s zondagsuitje voetbal niet meteen als zo’n grote maatschappelijke bijdrage aanzien worden. Het zingen van de vlaamse leeuw en zelfs het postuurke hebben geen enkele meerwaarde.

Aan de andere kant, ja jammergenoeg kan men in onze gepolariseerde samenleving het wel zo cru stellen, staat een jonge moslima, zo u wilt met hoofddoek. Zij is werkloos, maar zet zich in als vrijwilliger bij een organisatie die hulp biedt aan minderbedeelden. Neem eventueel als voorbeeld Al Ikram, die heel nuttig en lovenswaardig werk verrichten. De jonge vrouw toont een grote algemene interesse en is gedreven om zich sociaal te engageren op verschillende vlakken. Men kan stellen dat de integratie van deze vrouw specifiek gericht is op voornamelijk één vlak, zijnde sociaal. Maar haar mate van integratie daarin kan niet onderschat worden. In weze is haar integratie ook op economisch gebied, het mag voor velen zo niet lijken, maar haar bijdrage ligt in het opvangen van tekortkomingen in het economisch stelsel. Deze vrouw zal door velen als slecht geïntegreerd aanzien worden, zeker in vergelijking met het vorige voorbeeld, geheel ten onrechte.

Het derde voorbeeld is een muzikant, nieuwkomer uit Afrika. Hij is het Nederlands niet machtig en behelpt zich voor zoverre zijn medeburgers hem dat gunnen in het Frans. Hij speelt voor hem traditioneel afrikaanse muziek. Enerzijds wil hij een cultureel erfgoed behouden en anderzijds wil hij anderen hiermee in contact brengen. Ook hij is weldegelijk deels geïntegreerd. Zijn bijdrage kan waardevol zijn, enerzijds op artistiek vlak, anderzijds evenzeer sociaal naar de mensen binnen zijn leefwereld, omdat hoe men het ook bekijkt ook zij een deel zijn van de samenleving.

Indien men integratie bij bevolkingsgroepen wilt bevorderen, dan is het dus belangrijk om in eerste instantie de verschillende vormen van integratie te erkennen alsmede hun maatschappelijk nut. Obstakels die integratie tegenwerken dienen desgevallens aangepakt te worden. Taalbeheersing kan inderdaad, en zal in heel wat vlakken, een belangrijk hulpmiddel zijn om tot integratie te komen, al is het niet altijd een absolute noodzakelijkheid. Essentieel is echter wel de strijd tegen alle vormen van discriminatie omdat deze een negatieve invloed hebben op de mogelijkheden die geboden worden tot participatie. In diezelfde zin is een sociaal economisch beleid dat de achterstand vermindert uiterst belangrijk, een ernstige tekortkoming in middelen is immers dikwijls een ernstig obstakel voor integratie.

Fenomenen als discriminatie, racisme, xenofobie, islamofobie etc. zijn duidelijke tekenen waarbij men zich afsluit van delen van de samenleving en daarom belangrijke tekenen van een ernstig gebrek aan integratie, niet van de geviseerde maar wel van de racist, xenofoob, islamofoob zelf ! Zij die notabene het hardst schreeuwen dat anderen niet of slecht geïntegreerd zijn zijn zelf er een schoolvoorbeeld van. Het huidige debat dat gevoerd wordt maar vooral ook het beleid dat gevoerd wordt werkt uitsluiting in de hand, omdat het naar assimilatie streeft en daarbij mensen het fundamentele individuele recht ontneemt op een eigen identiteit. De aard en keuze van die identiteit staat echter geheel los van integratie. Een uniformisering daarin zal niet leiden naar een beter samenleven maar enkel onze maatschappij op heel veel vlakken armer maken en kansen laten missen, zowel voor individuen maar ook voor de samenleving. Immers ontneemt dit individuen de mogelijkheid om waardevolle bijdragen te leveren en dwingt dit hun in een passieve weinig geïntegreerde rol.

Integratie is een recht. Het is een recht op erkenning en participatie. Het mag ook nooit afgedwongen worden, de keuze tot actieve deelname moet een vrije keuze blijven, zowel op het domein dat men verkiest als ook de mate waarin. Het is aan het beleid om te stimuleren door kansen te bieden, niet door een repressief beleid. Het is ook zeer essentiëel dat het beleid de grote belangrijkheid erkent van organisaties die tot sociaal, artistiek of gelijkaardig engagement leiden, zij hebben een voortrekkersrol. In werkelijkheid worden die organisaties vandaag de dag soms afgeschilderd als contraproductief in het integratieproces. Een smadelijke voorstelling die de werkelijkheid geweld aandoet.

geschreven door: Abrimont

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!