Fukushima : Kernenergie ? Weg ermee !
Kernenergie, Japan, Wereld, Kernafval, Kernramp, Kernlobby -

Fukushima : Kernenergie ? Weg ermee !

vrijdag 18 maart 2011 15:15

 Vijf argumenten tegen kernenergie.

De jongste jaren had de kernlobby haar kans geroken: met de oprukkende klimaatverandering en de noodzaak om de CO2-uitstoot radicaal terug te schroeven, zou er een brede boulevard opengaan om kernenergie te promoten als proper en CO2-neutraal alternatief. Met provocerende krantenadvertenties trachtte ze de publieke opinie warm te maken voor het opschorten van de wet op de kernuitstap. De kernramp van Fukushima doet al die propaganda in één trek teniet.

Kernsplitsing is een gevaarlijke technologie, met een hele kleine foutvriendelijkheid; als het misloopt, zijn de gevolgen niet te overzien. Voor het kernafval bestaat er nog steeds geen oplossing en het blijft tot 6000 generaties lang radioactief. De opwekking van kernergie is niet CO2-neutraal, zoals zo vaak wordt beweerd en kan onmogelijk instaan voor de mondiale energiebehoefte.

Kernenergie werpt een dam op tegen investeringen in groene en hernieuwbare energie en is fundamenteel een ondemocratische technologie. En kernenergie blijft tot slot nauw verbonden met de ontwikkeling van kernwapens. Weg daarmee! De alternatieven zijn immers voorhanden!

1)     Kernenergie is gevaarlijk!

Hoewel de kernlobby er ons al jaren van tracht te overtuigen dat kerncentrales vandaag honderd procent veilig zijn, vinden er reeds sinds de jaren 50 met de regelmaat van de klok kernongevallen plaats, waarbij er telkens in meer of mindere mate radioactieve deeltjes de lucht worden ingeblazen. Tsjernobyl in 1986 is de meest gekende en zwaarste ramp met een kerncentrale uit de geschiedenis, met mogelijk tot 200.000 slachtoffers.  In het Russische chemische complex Majak deden zich echter ook reeds aanzienlijke kernongevallen voor in 1957 en 1967, met telkens een grote radioactieve besmetting. Ook in 1957 brak er brand uit in een kernreactor bestemd voor de productie van plutonium in het Britse Windscale (Sellafield), met opnieuw een grote besmetting van de omgeving als gevolg. In 1979 was er het ongeval van Three Mile Island in de Verenigde Staten, waarbij één reactor in de problemen kwam met een kernsmelting als gevolg en een uitstoot van een aanzienlijke hoeveelheid radioactief gas in de atmosfeer. Op 30 september 1999 vond er al eens in Japan een kernongeval plaats in de centrale van Tokaimura, waarbij 27 arbeiders werden blootgesteld aan radioactiviteit en een grotere ramp maar net kon vermeden worden. In 1999 ontsnapte Frankrijk maar net aan een kernramp, toen orkaan Martin over de Atlantische kust woedde. De kerncentrale van Blayais bij Bordeaux werd verwoest door zeewater en moest worden afgesloten voor meerdere dagen. Kernongevallen zijn van alle tijden. Veilige kernenergie is een mythe. Bovendien blijkt kernsplitsing een technologie met een hele kleine foutvriendelijkheid: als het misloopt, loopt het meteen goed mis.

2)  Kernafval: miserie voor 6000 toekomstige    generaties!

Zelfs indien kerncentrales veiligheid zouden kunnen garanderen blijven we aan het einde van de rit met een zeer vergiftigd geschenk zitten: kernafval. Kerncentrales zijn belangrijke bronnen van radioactief afval. Verbruikte brandstof bevat grote hoeveelheden radioactief uranium, plutonium, cesium en tal van andere isotopen. Bij de ontmanteling van een kerncentrale komen grote hoeveelheden bouwmaterialen, pijpleidingen enz. vrij die uiterst radioactief zijn. Het afval kan van heel verschillende aard zijn: verbruikte brandstofstaven, filters, gereedschappen, verontreinigde grond en kleding, maar ook vloeistoffen zoals koelwater of oplosmiddel dat radioactieve stoffen bevat. Geen kernenergie zonder radioactief afval. Voor dat afval bestaat er ook vandaag geen enkele oplossing. Lange tijd werd het in vaten gedumpt in de oceanen. Vandaag wordt het opgeslaan en bewaard, ook in ons land. Maar hoe je het ook draait of keert: kernafval kan tot 6000 generaties lang radioactief blijven. Kernenergie zadelt de toekomstige generaties dus met radioactief afval op, dat gevaarlijk blijft ook binnen duizenden jaren.

3)     Kernergie is niet CO2-neutraal en geen alternatief voor fossiele brandstoffen

Kerncentrales stoten zelf geen CO2 uit, in tegenstelling tot kolen- of gascentrales. Daaruit wordt al te vaak de vlugge conclusie getrokken dat kerncentrales CO2-neutraal zouden zijn en dat ze dus hèt propere en klimaatvriendelijke alternatief zouden vormen voor fossiele energieopwekking. Fout! Een kerncentrale heeft immers brandstof nodig en dat uranium heeft al een lange en vervuilende weg afgelegd voor het in de reactor belandt. Om van het erts te  komen tot brandstof is een grote hoeveelheid fossiele energie nodig. Daarnaast is er ook nog de energie die het kost om een kerncentrale te bouwen en te ontmantelen als ze buiten gebruik is gesteld. De uitstoot blijkt in grote mate af te hangen van de rijkheid van het erts. Vandaag heeft men gemiddeld om 1,5 kilo uranium te winnen 1000 kilo erts nodig. Wanneer men de CO2-uitstoot bekijkt bij de hele uranium-cyclus, dan blijkt dat een kerncentrale per eenheid geproduceerde elektriciteit een derde aan CO2 uitstoot van een gascentrale. Dit resultaat is mede te danken aan de rijke Canadese ertsen waar vandaag mee gewerkt wordt. Die zouden binnen de tien jaar uitgeput zijn. Bij uranium dat gewonnen wordt uit erts met een rijkheid onder 0,1 procent, stijgt de CO2-uitstoot plots zeer sterk en komt de uitstoot gelijk te staan met die van een gascentrale. Kernenergie is dus in het beste geval nog 10 jaar lang een alternatief dat iets beter is dan een gascentrale, maar met tal van andere risico’s en problemen. Het is dus wel erg kort door de bocht om te stellen dat kernenergie CO2-neutraal zou zijn. Tijdens een seminarie van Klimaat en Sociale Rechtvaardigheid legde de bekende klimatoloog Jean-Pascal Van Ypersele op een zeer heldere wijze uit waarom  kernenergie hoe dan ook nooit een alternatief kan vormen voor de mondiale energieopwekking. Vandaag vertegenwoordigt kernenergie minder dan 5 procent van de mondiale energieproductie. De grootste optimisten beweren dat de uraniumvoorraden volstaan om dat nog maximaal honderd jaar vol te houden, aldus professor Van Ypersele. Stel nu dat je in plaats van minder dan 5 procent naar 10 procent van de mondiale energie zou gaan, dan hou je dat nog maar minder dan 50 jaar vol. Ga je naar 20 procent raak je niet verder dan 25 jaar. Om te besluiten: wie beweert dat kernenergie de energie van de toekomst is, dwaalt.

4)     Kernenergie werpt een dam op tegen hernieuwbare energie

De kernlobby stelt het graag voor alsof kernenergie de overgang naar een CO2-neutrale energieopwekking zal bespoedigen. Niets is minder waar. Ten eerste omdat kernenergie dus niet CO2-neutraal is. Maar ten tweede omdat de keuze van bedrijven en regeringen voor kernenergie vaak een excuus vormt om dan maar geen werk te maken van investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Kerncentrales zijn in handen van grote energie-multinationals, zoals Suez-GDF en die dure installaties moeten dan ook renderen. Professor Aviel Verbruggen van de Universiteit Antwerpen, gaf tijdens een debat rond dit thema in Gent het voorbeeld van Spanje, waar de windturbines werden stilgelegd zodat de kerncentrales hun vaste hoeveelheid energie konden blijven leveren. Daarnaast vormen kerncentrales gewoon een ogenschijnlijk verleidelijke manier om de fossiele centrales terug te schroeven zonder fors te investeren in hernieuwbare energiebronnen. In die zin werpt kernenergie eerder een dam op tegen hernieuwbare energie dan dat ze de ontwikkeling ervan zou bespoedigen. En dat terwijl talloze studies erop wijzen dat we in staat zijn de klimaatuitdaging het hoofd te bieden door volop in te zetten op energie-efficiëntie en grootschalige investeringen in groene energie; zonne- en windenergie, waterkrachtcentrales etc. Enkel fossielen verdedigen vandaag nog fossiele energie. We staan dan ook als samenleving meer dan ooit voor de keuze: ofwel investeren in het oplappen van oude kerncentrales, in nieuwe kerncentrales en stresstests…ofwel voluit gaan voor een duurzame en sociaal rechtvaardige toekomst gebaseerd op sociale rechten, publieke diensten, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Komt daar nog bij dat de nucleaire sector zich steevast onttrekt aan democratie en transparantie. Beslissingen worden steevast genomen in besloten kringen, essentiële documenten worden telkens weer geheim gehouden. Volgens energie-expert Luc Barbé heeft het Belgische parlement nooit een beslissing genomen om van start te gaan met kernenergie. Hij noemt de kernsector onomwonden ‘een staat in de staat’.

5)     Kernenergie, kernwapens, kernrampen !

Op 6 en 9 augustus 1945 werden de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki getroffen door Amerikaanse atoombommen. Toch zit België er ook voor iets tussen. De Belgische deelname aan het Amerikaanse Manhattanproject voor de aanmaak van atoomwapens was van essentieel belang. Het uranium om de bommen te maken kwam immers uit Belgisch-Congo. Met uranium en zeker met verrijkt uranium of plutonium is de stap naar de ontwikkeling van kernwapens klein. Kernsplitsing is vanaf de start gepaard gegaan met onderzoek en ontwikkeling rond militaire doeleinden. Vandaag zijn er kerncentrales actief in dertig landen. Minstens acht of negen landen hebben kernwapens in hun bezit. Via de Nato zijn er VS-kernwapens aanwezig in nog een handvol Nato-lidstaten. De verdere bouw van kerncentrales en de promotie van kernenergie wereldwijd kan dus niet los gezien worden van de verdere ontwikkeling van alles verwoestende wapens, die net als kerncentrales tot rampen kunnen leiden.

Stop de grenzeloze kapitalistische groei op een begrensde planeet!
Indien we een ecologische catastrofe willen vermijden moeten we tegelijkertijd komaf maken met de fossiele brandstoffen én met kernenergie. Dat  is de enorm moeilijke oefening waar we vandaag voor staan. Is dat mogelijk? Via een combinatie van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie –het terugschroeven van het verbruik van energie- moet het mogelijk zijn om die omschakeling naar een duurzaam model te maken. Sinds het midden van de jaren 80 gaan we elk jaar diep in het rood wat betreft het mondiale verbruik van energie én materialen.  Het collectieve verbruik van materialen en energie in overeenstemming brengen met de draagkracht van de aarde, betekent  in de geindustraliseerde, kapitalistische landen vast en zeker dat we stukken efficiënter ermee moeten omspringen.  Het kapitalisme is daar om tal van redenen niet toe in staat. Het private bezit van de productiemiddelen zorgt er niet enkel voor dat winst en groei steeds weer voorop staan, de onderlinge concurrentie zorgt er ook voor dat schaalvergroting –en dus een groter beslag leggen op natuurlijke grondstoffen- vaak de enige vluchtweg vormt voor een nakende crisis. Willen we dus weg uit deze permanente dreiging van ecologische rampen –het zij omwille van fossiele brandstoffen het zij omwille van kernenergie- dan moeten we ook weg uit het kapitalisme. De energieproductie moet democratisch gepland worden en in vele collectieve handen terecht komen – gaande van gedecentraliseerde energieopwekking op privaat vlak, over energiecoöperatieven op lokaal niveau, tot een publiek energiebedrijf op nationaal vlak en een Europese en mondiale samenwerking en planning rond energieopwekking.  We hoeven niet te kiezen tussen de regen en de drop, tussen fossiele energie die ons naar klimaatcatastrofes leidt of kernenergie die ons naar helse rampen leidt. 

Bron : David Dessers

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!