Duizenden mensen op de cultuurbetoging in Brussel tegen de sluiting van cultuur n.a.v. het corona-overlegcomité eind december 2021, #greenlightforculture. Foto: Han Soete
Analyse - Jeroen Permentier

Het basisinkomen voor kunstenaars: van coronamaatregel naar artistieke vrijheid

Covid-19 hakt in op de cultuursector. Meer dan 40 procent van de culturele ondernemingen in Vlaanderen kwam in 2021 in financiële problemen. Voor 8000 cultuurwerkers dreigt werkloosheid. Met diverse steunmaatregelen probeert de Vlaamse overheid de culturele organisaties overeind te houden. Maar Ierland en San Francisco bewandelen misschien een meer interessante piste: het basisinkomen voor kunstenaars.

maandag 7 februari 2022 19:16
Spread the love

 

Kunstenaar: leverancier van artistieke prestaties

De Vlaamse steun voor de cultuursector, en ook de noodsteun naar aanleiding van de pandemie, gaat uit van de kunstenaar als leverancier van artistieke prestaties. Van projecten of meerjarig gesubsidieerde organisaties die meetbare resultaten opleveren.

Maar dat is niet de hele realiteit van de kunstwereld. Een kunstenaar denkt na, reflecteert, zoekt informatie, probeert dingen uit, loopt mislukkingen op, herbront zich, en begint opnieuw te werken. Een productie wordt afgewerkt, wordt gepromoot, zoekt een publiek. Een economisch succesvolle productie kan een artistieke teleurstelling zijn, een flop kan iemands meest waardevolle werk blijken.

De Vlaamse steun voor de cultuursector gaat uit van de kunstenaar als leverancier van artistieke prestaties. Maar dat is niet de hele realiteit van de kunstwereld.

Uiteraard gebeurt dat grotendeels met het geld van anderen, investeerders, de overheid die subsidieert. Gemaakte kosten moeten verantwoord worden. Daarom worden periodes van reflectie aangeduid als ‘uitwisselingen’ en ‘residenties’, waardoor minstens de indruk ontstaat dat de kunstenaar in één of ander gebouw kan worden aangetroffen, zichtbaar aan het nadenken en uitproberen.

Repetities worden ingepland, om het trage proces van de creatie van een voorstelling of concert te doen lijken op een dagtaak met vaste uren. Maar wie dat naast de meetlat van de productiviteit legt vraagt erom teleurgesteld te worden.

Sommige kunstenaars werken graag in loondienst van een culturele organisatie, bijvoorbeeld een theatergezelschap of een orkest. Andere zoeken zekerheid met een job in het onderwijs. Veel kunstenaars houden echter vast aan hun zelfstandigheid. Die geeft hen de vrijheid om op zoek te gaan naar de opdrachtgever die het beste bij een specifiek project past, en om samenwerkingen aan te gaan en stop te zetten naar eigen inzicht.

Het subsidiemechanisme maakt echter dat kunstenaars elkaar beconcurreren voor kleine bedragen.

Als de zaken goed lopen kan het ook een mooi inkomen met zich meebrengen. Het subsidiemechanisme maakt echter dat kunstenaars elkaar beconcurreren voor kleine bedragen. Subsidiegevers zoeken naar kostenefficiënte projecten, ook al wordt die kostenefficiëntie bereikt doordat aanvragende kunstenaars op hun eigen loon besparen.

Onbetaald werk valideren

Om de harde klappen van de coronacrisis op te vangen voert Ierland nu tijdelijk en experimenteel een basisinkomen voor kunstenaars in. Het zou gaan om een 2000-tal kunstenaars, die elk drie jaar lang zo’n 325 euro per week zouden ontvangen, een bedrag vergelijkbaar met het Iers minimumloon. De kunstenaars zouden willekeurig aangeduid worden.

Eerder liep San Francisco een vergelijkbaar experiment, waarbij 130 kunstenaars van de stad 1000 dollar per maand kregen. Ook in San Francisco was de invoer van het basisinkomen gelinkt aan het inkomensverlies van veel kunstenaars door de covidpandemie, maar het idee heeft potentieel op langere termijn.

Met een basisinkomen wordt werk dat anders onbetaald blijft gevalideerd.

Het basisinkomen is een populair maar omstreden idee. In België zijn vooral ondernemer Roland Duchatelet en filosoof Phillipe Van Parijs promotor, internationaal zijn onder andere econoom Guy Standing en wijlen David Graeber om uiteenlopende redenen voorstander.

Met een basisinkomen wordt werk dat anders onbetaald blijft gevalideerd. Mensen die thuis willen blijven om voor kinderen of ouderen te zorgen, of mensen die veel tijd in vrijwilligerswerk willen steken, kunnen dat doen. Ook voor kunstenaars kan het basisinkomen een manier zijn om in het eigen bestaan te voorzien zonder druk van de commercie, en met meer ruimte voor experiment en reflectie.

De financiering van het basisinkomen verloopt in sommige voorstellen via een btw-verhoging of een afbouw van overheidsdiensten, zoals de sociale zekerheid. Anderen willen een vermogensbelasting invoeren om het basisinkomen te bekostigen.

Tegenstanders van het basisinkomen hebben het moeilijk met het universele karakter ervan. Waarom zouden we geld uitkeren aan wie het niet nodig heeft? Kunnen we niet beter de bestaande uitkeringen welvaartsvast maken?

Het basisinkomen is een maatregel die weinig verandert aan de sociale verhoudingen. Het verschil tussen rijk en arm blijft even groot, als het al niet groter wordt.

Het basisinkomen is een maatregel die weinig verandert aan de sociale verhoudingen. Het verschil tussen rijk en arm blijft even groot, als het al niet groter wordt. Als de overheid gratis geld uitkeert, kan dat in mindering gebracht worden op het loon, wat ten goede komt aan de aandeelhouders.

Het precariaat: een nieuwe sociale klasse

Ten slotte is het basisinkomen een maatregel die zich volledig neerlegt bij de opkomst van het precariaat, een nieuwe sociale klasse die gekenmerkt wordt door flexibiliteit, lage lonen en onzekerheid. Het precariaat is een nieuwe klasse die volgens Guy Standing gekenmerkt wordt door kortlopende opdrachten, lage lonen en beperkte zekerheid.

In het precariaat vinden we kunstenaars, podiumtechnici, zelfstandige copywriters, en freelance schrijvers van subsidiedossiers, maar ook interimarbeiders, flexwerkers uit de horeca en mensen die per opdracht betaald worden, zoals poetshulp en sekswerkers.

Voor Standing betekent de opkomst van het precariaat in de eerste plaats dat de verhoudingen tussen werkgever en werknemer veranderen. Het sociaal contract tussen werknemer en werkgever was zorgzaam: de werknemer werkt, en ontvangt daarvoor loon. Maar de werknemer wordt ook verondersteld om niet zonder reden zijn werk op te zeggen.

Een basisinkomen geeft de precaire werker bestaanszekerheid, maar dan wel met belastingsgeld.

De beloning daarvoor is dat de werknemer zichzelf kan ontwikkelen. Hij kan ervaring opdoen en opleidingen volgen die hem promotie opleveren, of bij een volgende baan van pas kunnen komen. Als hij ziek wordt, iemand gaat verzorgen of gewoon op een lange vakantie wil vertrekken, houdt de baas zijn plaats vrij voor een terugkeer.

Het precariaat kan op niets van dat alles rekenen. Geen werk is geen loon, opgestaan is plaats vergaan. En werk wordt hier begrepen als: productieve arbeid. Wil een precaire werker een opleiding volgen? Dan doet die dat in de eigen vrije tijd. Is er tijd nodig om zichzelf of een dierbare te verzorgen? Niet het probleem van de werkgever. Vallen er opdrachten weg? De precair moet zelf ander werk zoeken.

Een basisinkomen geeft de precaire werker bestaanszekerheid, maar dan wel met belastinggeld. Tegenstanders van het basisinkomen stellen dat het de taak van de werkgever is om die zekerheid te voorzien.

Basisinkomen, maar niet universeel

Een basisinkomen voor kunstenaars kan een oplossing bieden, omdat het de verschillen tussen productieve en niet-productieve arbeid opvangt. Voor wat de artiest werkelijk produceert krijgt hij nog steeds een inkomen. Zijn kunstwerk wordt verkocht, de tijd die hij doorbrengt op een podium of een repetitielokaal kan vergoed worden als werknemer of zelfstandige.

Het basisinkomen is een erkenning en verloning van alle andere tijd waarin de kunstenaar zichzelf ontwikkelt, nieuwe projecten uitdenkt, en teleurstellingen verwerkt. Het dekt ook de tijd waarin de kunstenaar netwerkt, dossiers schrijft, zichzelf promoot in interviews of, waarom ook niet, als societyfiguur op de rode loper.

Een aantal gangbare argumenten tegen het basisinkomen geldt hier niet. Het gaat niet over een universeel basisinkomen, maar om een gerichte maatregel voor artiesten en wellicht een aantal andere beroepen. Het blijft beperkt tot een groep die omwille van de artistieke vrijheid liever niet in loondienst treedt, maar zelfstandig wil blijven.

Een aantal gangbare argumenten tegen het basisinkomen geldt niet voor kunstenaars.

De opdrachtgevers zijn in de eerste plaats overheden en non-profitorganisaties, die een eventueel economisch voordeel niet doorsluizen naar aandeelhouders. Uiteindelijk is de echte opdrachtgever het publiek dat van de kunst geniet, binnenkort hopelijk weer in volle zalen van theater, concerthall of museum. Daar mag belastinggeld tegenover staan.

Wat in Ierland en San Francisco begon als een maatregel om de economische schade van de pandemie te beperken, kan dus een interessante denkpiste zijn voor een beleid waarbij kunstenaars zekerheid over hun inkomen krijgen, en tijd om zichzelf vrij te ontwikkelen.

Een probleem blijft natuurlijk welke kunstenaars in aanmerking komen. De loting die de Ieren voorstellen is duidelijk geen oplossing op de lange termijn.

 

Bibliografie

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!