Foto: act.wemove.eu
Analyse - Cédric Leterme CETRI

COVID-19: commerciële buitenkans voor het Noorden, gevaar voor het Zuiden

Volgens een onderzoek van het Centre Sud/South Centre dreigen onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie tijdens de pandemie rampzalig te worden voor de landen in het Zuiden en gebruiken de landen in het noorden de situatie om hun economisch overwicht nog te versterken, vooral op vlak van de productie en export van medische goederen en landbouwproducten.

dinsdag 9 juni 2020 16:37
Spread the love

 

Drie onderzoekers van het Centre Sud/South Centre (een intergouvernementele denktank die sinds 1995 landen uit het Zuiden verenigt en hun belangen internationaal verdedigt) luiden de alarmklok. De coronapandemie wordt als voorwendsel ingezet om handelsmaatregelen te bevorderen binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO)1, die maatregelen potentieel rampzalig zijn voor ontwikkelingslanden. Ze omvatten zowel een liberalisering van medische goederen en landbouwproducten als een verbod op uitvoerbeperkingen voor die producten. Er is eveneens sprake van een liberalisering van de internethandel.

Enkele weken geleden heeft het Centre Tricontinental (CETRI, Belgische ngo die onder meer onderzoek voert naar Noord-Zuidrelaties) zich aangesloten bij ongeveer 400 internationale burgerorganisaties. Die roepen op om de internationale handelsonderhandelingen tijdens de pandemie stop te zetten.

Hun oproep viseert met name de controversiële WTO-onderhandelingen over bijvoorbeeld visserijsubsidies en verschillende domeinen inzake binnenlandse regelgeving en het vergemakkelijken van investeringen. CETRI en de andere organisaties vrezen dat deze onderhandelingen zullen doorgaan onder voorwaarden die vooral het Zuiden zullen benadelen.

De pandemie biedt tevens een kans voor landen in het noorden en/of grote organisaties om nieuwe handelsregels te verdedigen. Het gaat dan onder meer over de permanente liberalisering van de handel in bepaalde medische goederen of landbouwproducten, een verbod op exportrestricties voor deze producten en de liberalisering van de internethandel, meer specifiek het internationaal dataverkeer.

De voorstanders van dergelijke maatregelen beweren dat deze maatregelen bedoeld zouden zijn om toekomstige schokken, gelijkaardig aan de coronapandemie, op te vangen. Ze duiden daarom op de noodzaak voor meer internationale samenwerking, niet minder.

Drie onderzoekers van het Centre Sud hebben hierover onlangs een paper gepubliceerd2. Volgens hen verhullen deze doelstellingen echter een andere realiteit. Niettemin erkennen ze dat enkele van de doelstellingen op korte termijn wel enig nut kunnen hebben. De meeste maatregelen die het Noorden bepleit zullen daarentegen op middellange termijn in het voordeel van de noordelijke landen spelen terwijl ze problematische gevolgen zullen hebben voor het Zuiden.

Liberalisering is vooral voordelig voor exportlanden

Laten we eerst de liberaliseringsmaatregelen van medische- en landbouwgoederen nader bekijken. Door de coronacrisis zien we dat sommige landen besluiten de invoer van die goederen te vergemakkelijken door bijvoorbeeld invoertarieven te verlagen. Dat betekent echter niet dat zij op lange termijn gebaat zijn met die permanente maatregelen.

De onderzoekers wijzen er namelijk op dat landen die dergelijke maatregelen bepleiten, meestal netto-exporteurs zijn in deze productcategorieën, zoals het geval is voor de EU inzake medische uitrusting. Het permanent afschaffen van invoertarieven in deze gebieden zou dus het risico met zich meebrengen dat de bestaande asymmetrie toeneemt. Veel landen in het Zuiden zouden daardoor een belangrijk instrument verliezen om hun eigen strategische autonomie op medisch en/of agrarisch gebied op te bouwen. Dit gebeurt allemaal in een context waarin veel landen in het Noorden tegelijkertijd aankondigen dat ze zelf massaal willen (her)investeren in deze sleutelsectoren.

Een versoepeling daarentegen van de bestaande regeling rond de bescherming van intellectueel eigendom zou zowel op korte als op lange termijn voordelig kunnen zijn voor de autonome gezondheidszorg in het Zuiden3. Deze optie is bijna volledig afwezig op het debat omdat ze de belangen van de rijkste landen en bedrijven in het gedrang brengt.

Een instrument ten voordele van de voedselzekerheid

Nog altijd wat betreft medische goederen en landbouwproducten, zien we sinds enkele weken ook de oproepen toenemen om exportrestricties te verbieden. Zo zouden 53 landen inderdaad reeds gelijkaardige maatregelen getroffen hebben om de export van medische goederen te begrenzen ter bestrijding van de pandemie. 21 landen deden hetzelfde voor landbouwgoederen. De uitvoerbeperkingen dreigen op internationaal vlak echter meer kwaad dan goed te doen, benadrukte Roberto Azevêdo, directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De werking van de mondiale toeleveringsketens raakt verstoord en de armste en meeste achtergestelde staten zijn daar de dupe van4.

Zonder de risico’s te ontkennen, wijzen de auteurs erop dat uitvoerbeperkingen hoe dan ook een sleutelinstrument kunnen zijn voor de voedselzekerheid in het Zuiden. De WTO heeft trouwens deze beperkingen toegelaten om situaties als de huidige pandemie aan te pakken. De voorstellen om die vlakweg te verbieden doen echter de wenkbrauwen van de auteurs fronsen.

Het is des te verbazend omdat de landen met een kwetsbare voedselzekerheid geen garantie hebben om landbouwproducten (waarvan de prijzen explosief zouden stijgen) te kunnen aankopen. Er zijn uitvoerbeperkende maatregelen nodig voor het Zuiden, maar bovenal zijn maatregelen nodig die “een duurzame, productieve en veerkrachtige landbouwsector” kunnen opbouwen, net omdat die maatregelen de huidige handelsverstoringen corrigeren.

Digitaal opportunisme

Ten slotte proberen voorstanders van bindende regels voor de (de)regulering van e-commerce5 de huidige crisis ook aan te grijpen om hun eigen agenda te promoten. Zij vertrouwen op de rol die digitale technologieën spelen bij onder andere crisisbeheersing en zijn gevolgen. Tot hun agenda behoren eveneens de liberalisering van onlinediensten, het vrije internationale verkeer van data, evenals de slotonderhandelingen over dit onderwerp binnen de WTO.

Voor de auteurs van het Centre Sud zijn daar tevens talrijke risico’s aan verbonden voor landen uit het Zuiden. De voordelen daarentegen zijn op zijn zachtst gezegd onzeker. De omvang van de digitale kloof, die de meerderheid van de landen in het Zuiden blijft scheiden van die in het Noorden (bijvoorbeeld op vlak van infrastructuur of personeels- en financiële middelen), blijft hen grote zorgen baren.

De voorgestelde maatregelen dreigen bijgevolg de bestaande ongelijkheden juist te verergeren, zowel door de verschillen te vergroten als door de zwakst uitgeruste staten te beroven van de noodzakelijke instrumenten en beleidsruimte om de kloof te overbruggen. In plaats daarvan zouden deze staten, zoals de auteurs suggereren, hun digitale soevereiniteit moeten verdedigen en de nodige beleidsruimte moeten creëren om hun eigen e-industrie te beschermen en te ontwikkelen.

Dergelijke overwegingen kunnen binnen de WTO zelfs worden bevorderd, hetzij in het kader van het werkprogramma van 1998 inzake ‘e-commerce’, hetzij in het kader van de besprekingen die regelmatig plaatsvinden over het moratorium op tarieven voor digitale verzendingen6.

Wantrouw “valse goede ideeën”

De les uit de boodschap van het Centre Sud luidt in ieder geval: gezien de vele uitdagingen die de coronapandemie met zich meebrengt, moeten we ideeën wantrouwen die er ten onrechte goed uitzien. Steeds meer kritische waarnemers geven aan dat het risico nu niet zozeer een terugkeer naar de wereld van vroeger is, maar een terugkeer naar een wereld die daarentegen nog slechter is dan voorheen … Velen willen deze crisis aanwenden voor een ‘nieuwe start’. Niet iedereen houdt er evenwel dezelfde belangen op na, verre van7.

Op vlak van handel en Noord-Zuid-relaties moeten we een onderscheid maken tussen enerzijds de voordelen die deze maatregelen op korte termijn bieden in de strijd tegen de pandemie – zoals verlaging van de exporttarieven voor bepaalde medische goederen of voor een betere coördinatie om ‘schadelijke’ restricties op de export af te remmen – en anderzijds de ongunstige weerslag van deze maatregelen op lange termijn die de huidige ongelijkheid in de wereld nog gaan verergeren in plaats van ze te verbeteren.

 

Het artikel Covid-19: opportunités commerciales pour le Nord, dangers pour le Sud werd gepubliceerd op 25 mei 2020 op de website van het Centre Tricontinental (CETRI). Cédric Leterme is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en medewerker van het CETRI. Vertaald door Roebi Block.

 

Notes:

6 Dit moratorium ging in 1998 van start op hetzelfde moment als het (verkennende) werkprogramma voor e-commerce. Sindsdien werd het vernieuwd en veel noordelijke staten willen het nu een permanent karakter geven. In het Zuiden gaan echter stemmen op, met name in India, die oproepen tot een heroverweging van dit moratorium, waarvan de reikwijdte aanzienlijk is toegenomen naarmate de economie zelf meer digitaal is geworden. Als gevolg daarvan zijn de fiscale verliezen steeds groter net als de toenemende en impliciete liberalisering van sectoren waarover de landen nooit formeel een overeenkomst hebben gesloten.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!