Opinie -

Mensen verplicht aan het werk zetten zal nooit emanciperend zijn

"An idea whose time has (finally) come", twitterde Gwendolyn Rutten over de verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen. Die gemeenschapsdienst lijkt nu daadwerkelijk ingevoerd te worden door de in de steigers staande Vlaamse regering. Bij de drie onderhandelende Vlaamse partijen bestaat daarover een consensus, zo berichtte de Tijd. Maar in tegenstelling tot wat Rutten meent te denken is die gemeenschapsdienst geen nieuw idee. Het is een eeuwenoud idee dat zijn tijd allang gehad heeft.

dinsdag 10 september 2019 15:59

Maar laat me eerst duidelijk stellen wat die verplichte gemeenschapsdienst inhoudt. Het is natuurlijk een dwangmaatregel die mensen verplicht om te werken – zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Op die manier wordt een vorm van zeer goedkope arbeid gecreëerd. Het is aanlokkelijk om vanuit dat perspectief de gemeenschapsdienst te aanzien als een besparingsmaatregel, maar dat is iets te makkelijk. De kost van het controle-apparaat dat nodig is om mensen verplicht te werk te stellen zal mogelijke opbrengsten immers miniem maken. Economisch efficiënt zal je zo’n gemeenschapsdienst niet kunnen noemen.

De invoering van een gemeenschapsdienst wordt dan ook niet voortgedreven door een economische rationaliteit, wel door een paternalistische moraliteit die al eeuwenlang kenmerkend is voor de manier waarop elites en heersende klassen tegenover armen en armoede aankijken.

Luiheid

Het volstaat om nog eens een blik te werpen op het eerste deel van de tweet van Rutten om ons te vergewissen van de specifiek morele argumentatie van waaruit de motivatie voor het invoeren van de gemeenschapsdienst vertrekt. Ik citeer: “Werken emancipeert, kan je eigenwaarde versterken, haalt mensen uit isolement.” Zowat ieder weldenkend mens weet dat wat Rutten hier claimt niet klopt. Mocht werk emanciperen dan zouden – ik zeg maar wat – textielarbeiders in Bangladesh die dagen van 10 uur of meer kloppen, zéér geëmancipeerd moeten zijn en blinken van eigenwaarde. Maar dat is natuurlijk niet zo. Wat mensen wél emancipeert en zorgt dat ze met een zeker zelfrespect kunnen deelnemen aan de samenleving is een voldoende hoog inkomen.

Door werk op zich te aanzien als een vehikel voor emancipatie, eigenwaarde en voorwaarde voor maatschappelijke betrokkenheid, beroept Rutten zich op een moreel imperatief dat eeuwenoud is. De implicatie is immers dat niet-werken leidt tot isolement en een gebrek aan eigenwaarde. Het is een variant op het klassieke idee dat luiheid leidt tot moreel verval. Als eenmaal vanuit die logica wordt vertrokken, is de enige manier om dat verval tegen te gaan: luiheid bestrijden door mensen te verplichten productief te zijn. Vandaar die gekke gedachte dat mensen verplicht te laten werken op één of andere wijze emanciperend zou zijn.

Ancien Régime

Het idee dat werkloosheid en armoede te wijten zijn aan door luiheid voortgebracht moreel verval, is niet nieuw maar eeuwenoud. Sinds de prille opkomst van het kapitalisme en de moderniteit is armoede door heersende klassen aanzien geworden als een moreel probleem dat moest verholpen worden door morele opvoeding, repressie en disciplinering. Bijna alle armenwetten die vanaf de zestiende eeuw werden afgekondigd, hamerden op verplichte tewerkstelling en strenge bestraffing van ledigheid. Werk stond voor orde. Luiheid stond voor de verkruimeling van de orde en – uiteindelijk – voor opstandigheid en revolutie.

Werkloosheid is een vrij recent begrip, maar het fenomeen van mensen die zonder werk komen te vallen en daardoor in armoede terecht kwamen is even oud als de afhankelijkheid van een inkomen door arbeid. Alleen werden werklozen vroeger geen ‘werklozen’ genoemd maar wel ‘bedelaars’, ‘vagebonden’, ‘zwervers’ en dergelijke meer. De houding die tegenover deze werklozen tijdens het Ancien Régime werd aangenomen wordt zeer treffend verwoord in een edict dat Karel V in 1531 uitvaardigde ter hervorming van de armoedezorg in de Nederlanden. Het loont de moeite hier even uit te citeren:

“… ervaring leert dat wanneer bedelen voor aalmoezen voor iedereen, zonder onderscheid, wordt toegelaten, er veel vergissingen en misbruiken zullen ontstaan; ze [de bedelaars, armen] zullen vervallen in ledigheid, wat de oorzaak is van alle kwaad, zij en hun kinderen zullen hun handel of beroep niet meer uitoefenen waarvan ze nochtans konden leven … ze zullen hun dochters veroordelen tot armoede en ongeluk, en allerhande ondeugd en slechtheid.”

Naast martelen of straffen van armen werd vooral verplichte arbeid aanzien als remedie bij uitstek om het armoedeprobleem op te lossen. Een voorbeeld daarvan zijn de armenwetten die de stad Parijs aannam in 1535 – en die illustratief zijn voor vele andere steden in die tijd. Daarin werd onder meer bepaald dat “alle werkbekwame bedelaars die geboren waren in Parijs of er inwoner van waren, op straffe van dood, zich moeten aanbieden als tewerkstelling in publieke werken”

Daar heb je hem dus al, die gemeenschapsdienst.

Nieuwe aristocratie

Dat een liberale voorzitter vandaag een praktijk uit het Ancien Régime aankondigt als een idee “whose time has finally come” zegt niet alleen iets over het bedroevende niveau van de voorzitster, maar vooral ook iets over de tijd waarin we leven. Deze periode is er klaarblijkelijk één waarin er een nieuwe aristocratie bestaat die even vervreemd is van wat het betekent om zonder werk en inkomen te komen zitten als de edellieden van weleer die zichzelf wijsmaakten dat ze omwille van een bepaalde bloedlijn mochten heersen. En net als de aristocratie van toen, maakt ook deze aristocratie zichzelf wijs dat hun privileges even natuurlijk en vanzelfsprekend zijn als de dwangmaatregelen die ze anderen – het zijn altijd anderen – kunnen opleggen.

Armen de schuld geven van armoede, werklozen de schuld geven van het gebrek aan werk is een handige omkering van oorzaak en gevolg. Iedere systemische kritiek kan hiermee omgebogen worden tot een morele en paternalistische discussie over het gewenste gedrag van de werkzoekende of de arme. Dat armoede en gebrek aan werk het gevolg zijn van eigendomsverhoudingen en een blinde drang naar winstmaximalisatie, kortom, de uiting zijn van ongelijkheid tussen klassen, verdwijnt daardoor netjes achter de horizon van het maatschappelijk debat.

Nochtans zou net dit het vertrekpunt moeten zijn van ieder debat.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!