Opinie - Robrecht Vanderbeeken

Er is nood aan een progressief cultuurbeleid

vrijdag 24 mei 2019 10:16

‘Als we het cultuurbudget voor projectsubsidies vergelijken met de steun aan bedrijfswagens, dan komt dat overeen met één achteruitkijkspiegel!’ – zo opende kunstenaar Kobe Matthys van het collectief State of the Arts het cultuurdebat van ACOD Cultuur vorige woensdag in de VRT. Wie in aanloop van zondag toch nog iets over cultuur wil horen – het thema was opvallend afwezig in de campagnes – kan het debat hieronder herbekijken.

“De overbodigheid van cultuur” met die titel schreef Karel Pletinck zijn verontwaardiging (3/5 dS) uit: de afwezigheid van cultuur op het politieke agenda beschouwt hij als een symptoom. “Waar zijn de politici van links, die zowel de geest, het vrije denken, als de kunst, het vrije vormen, een fundamentele plaats in onze cultuur willen en kunnen geven? Is ook hier de vrees gerechtvaardigd dat binnenkort een nieuwe rechtse macht opstaat die dit door links verloochende levenselement van onze samenleving opnieuw met vuur verdedigt en het tezelfdertijd verdraait door het in een identitaire, op uitsluiting berustende logica in te schrijven?” – Het zijn belangrijke vragen die ACOD Cultuur als uitgangspunt nam voor een debat.

In tegenstelling tot andere debatten waar rechtse en linkse partijen hun beloftes komen doen, kozen we voor een progressief debat waarbij we vertrekken vanuit een probleemstelling: we maken vandaag een rechts cultuuroffensief mee, op twee niveaus: economisch rechts (het neoliberale cultuurbeleid van Gatz) en cultureel rechts (het conservatief nationalisme dat strijdt tegen zoiets als ‘de culturele elite’). Vervolgens brachten we als vakbond de drie linkse partijen samen rond de vraag wat ze daar al dan niet samen tegenin gaan brengen.

In dat debat trachtten we voorbij te gaan aan de opgejaagde steekspelletjes waarmee politici oneliners willen scoren en lieten we de gasten uitspreken, zodat ze gaandeweg hun gedachtegang kunnen ontwikkelen.

Kunst en cultuur staan langs verschillende kanten onder druk. De volgende drie problemen stonden centraal in het debat: (1) de toenemende precariteit van de cultuurwerker, (2) de vermarkting van de kunstwereld, aangestuurd door het beleid en (3) het oprukken van een rechts-identitaire cultuurpolitiek, die in landen als Polen en Hongarije vandaag al uitmondt in verregaande censuur.

Precariteit

Dat cultuurwerkers als ondernemers hun eigen armoede maar moeten beheren, werd gisteren nog eens pijnlijk duidelijk in een krantenartikel (23/5, dS) waarin Regisseur Bas Devos het heeft over zijn film Ghost tropic die nu in Cannes aan bod komt. Devos kon snel werken, zo gaf hij aan, omdat hij geen subsidies is gaan vragen.

‘De hele ploeg heeft gewerkt puur voor mijn schoon ogen, en voor een participatie in de winst – je weet nooit dat die er toch zou zijn. Elke euro die binnenkomt, wordt verdeeld onder de mede­werkers: een soort coöperatief. En toch zie je er volgens mij niet aan dat het een lowbudgetfilm is.’ – dat staat zo in de krant alsof het de normaalste zaak is: een ploeg moet je niet betalen.

‘Maar hey: die mensen hebben vijftien nachten lang voor niks gewerkt. Dat kan ik geen twee keer vragen.’ Gelukkig hoor je de tegengeluiden vandaag steeds harder klinken: Julie Cafmeyer (Oei, nu klink ik ondankbaar, 19/4 DM) en Gaea Schoeters klaagden recent nog de onderfinanciering en het gebrek aan fair practice aan: ‘Steeds meer veranderen schrijvers, componisten, musici en podiumkunstenaars noodgedwongen in scharrelaars.’

Vermarkting

Wat de vermarkting betreft, brachten de drie linkse partijen alvast goed nieuws: weg met de flexjobs, er is nood aan een beter sociaal statuut voor de cultuurwerkers, de reguliere aanstelling zou het nieuwe normaal moeten worden. Alle drie de partijen hekelden ook de alternatieve financiering via tax shelter – ‘dat verderfelijke en perverse systeem’ –  die Gatz in een tweede termijn nog zou willen uitbreiden. De partijen zijn van mening dat dit achterpoortjessysteem moet afgebouwd worden in ruil voor het open zetten van de voordeur: een sterke verhoging van de reguliere steun (tot 2 procent van de Vlaamse begroting, dat is bijna een verdubbeling).

Ze pleiten daarbij niet alleen voor meer budget, maar ook voor een herverdeling ervan zodat er ingezet kan worden op de cultuurmakers en vooral ook op meer diversiteit. Ook het uitwerken van een deontologische code voor sponsorschap – een voorstel van State of the Arts – kreeg bijval: die discussie moeten we eindelijk eens gaan voeren, klonk het. In het buitenland gebeurt dat al langer.

Verrechtsing

Wat nieuwrechts betreft, tenslotte, zit de vrees er wel in: er is nood aan een cultuurstrijd, we zullen de krachten moeten verzamelen. We herinneren ons de oproep tot censuur nog door parlementslid Marius Meremans (N-VA) uit onvrede met de werking van Milo Rau in NTG of Globe Aroma. Meremans – die gisteren in een cultuurdebat in Vooruit aangaf kandidaat minister te zijn – vindt nog steeds dat het moet kunnen dat de overheid inhoudelijk stuurt in wat cultuurorganisaties wel of niet doen. Die ‘provocerende kunst, dat gedoe’, mocht ook wel eens stoppen.

In zijn verkiezingsboodschap verklaart Meremans zonder schroom dat hij het sociaal-culturele werk nog wel wil steunen op voorwaarde dat hun werking verloopt ‘binnen het kader van wat wij beschouwen als onze westerse normen en waarden.’ Oeps, wat betekent dat dan? Weg met die ‘dictatuur van de diversiteit’ zoals Meremans het elders noemt? Geen hiphop meer? Weg met ‘postmoderne en cultuurrelativistische’ hedendaagse kunst? Foei, mei ’68?

Ook rekto:verso vergeleek de cultuurprogramma’s. Wat blijkt? “Het opvallendst zijn de plannen van N-VA voor een gloednieuw museum en belevingscentrum voor de Vlaamse geschiedenis, burgerschap en cultuur. Die circuleren ook bij Vlaams Belang, dat cultuur centraal stelt in haar identiteitsdiscours en zelfs een Vlaams-Europese leidcultuur als enige publieke cultuur in de Vlaamse Grondwet wil laten inschrijven.”

In het debat in Vooruit gisteren gaf Marius Meremans (N-VA) aan dat het toch de Vlamingen zijn die betalen, dus moet er ook eens een Vlaamsch museum komen? Maar waarom er vanuit gaan dat de Vlaamse belastingbetaler zo’n museum wil? Die arrogante aanname dat iedereen die in Vlaanderen woont ook dat Vlaams-nationalisme wil verheerlijken, N-VA windt er hoe langer hoe minder doekjes om. Aan u om zondag te kiezen wat u wil.

 

Robrecht Vanderbeeken is vakbondsverantwoordelijke ABVV-ACOD Cultuur.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!