Alain staat voor de wet & klopt aan
Peter Theunynck, Lies Van Gasse, Luc Vanneste

Alain staat voor de wet & klopt aan

zondag 26 april 2015 11:49
Spread the love

“…tenzij men blijft hameren op het feit dat de wereld veranderd kan worden? is men voorbestemd er het slachtoffer van te worden…” Rana Kabbani

“6/12/2014: Alain De Coessemaeker uit de Vondelstraat in Assebroek heeft gisteren drie bomen in zijn voortuin verplant. De man moet alle bomen verwijderen die dichter dan twee meter van de grens met zijn buren staan. De dwangsom die hem boven het hoofd hangt zolang dat niet gebeurt, zou al oplopentot 1 miljoen euro. “Ik heb nu een gespecialiseerde firma laten komen om de wilg en twee esdoorns voor mijn huis te verplanten. Op die manier hebben ze de meeste overlevingskans, want ze zijn al meer dan dertig jaar oud”, meent Alain. De wilg en esdoorns werden, net als eerder enkele kleine bomen, in een natuurgebied in Zedelgem geplaatst. “Dat was de dichtste optie. Zo kan ik ze later nog gaan bekijken. Het blijft vreselijk dat mijn buren me daartoe hebben gedwongen. Wat de bomen achteraan betreft, ben ik dit nog aan het bekijken met de firma. De laatste bomen hebben nog wat voorbereidingstijd nodig. Hopelijk krijg ik die tijd nog van mijn buren”, hoopt de natuur-liefhebber.” (Bron: Het Laatste Nieuws)

Beste minister van Justitie, beste beslagrechter die de zaak van de bomen kan afronden. Aan u beiden een brief over barmhartigheid voor één mens & vele bomen.

Straks vieren we in Brugge erfgoeddag. Voor veel mensen maken bossen, natuur, groene gordels en bomen in stadstuinen deel uit van het groene erfgoed. Voor die laatste willen we even uw aandacht vragen. In Brugge maakten we onlangs kafkaiaanse toestanden mee rond bomen uit een stadstuintje die moeten verdwijnen, omdat ze te dicht bij de scheidingslijn staan. De gerechtskosten voor de eigenaar van die bomen lopen momenteel al waanzinnig hoog op. Is dit nog wel gerechtigheid?

Een mens kan veel surrealisme verdragen maar liever gisteren dan morgen moet het perpetuum mobile van de bomenzaak stoppen. Het recht moet menselijk blijven. De hinderende bomen zijn weg bij de buurvrouw en de andere buren kunnen leven met 2 stokoude bloeiende kerselaars. Beste beslagrechter. De zaak is ten einde. Seponeer aub alles in mildheid en vrede. Laat het recht niet doldraaien. Laat de mensen die rond de bomen in Assebroek leven weer rust & vrede vinden.

Beste minister van justitie Koen Geens. We zagen U op TV pleiten voor een bedachtzame justitie. Daarom durven wij u vragen om meer dan 200 jaar na Napoleon ook de zuurstofkracht van de bomen mee te nemen in de modernisering van de rechtspraak. Oude wetten moeten herdacht worden, zodat ze handen en voeten geven aan vrede. De grote behoefte aan stadsbomen, stadsgroen en ademruimte voor de hedendaagse mensen moet compatibel worden gemaakt met burenvrede. Rechters moeten andere instrumenten krijgen voor dialoog & snoeiwerken.

Zelf schreven wij reeds drie diplomatieke bomenbrieven aan Alain De Coessemaeker. U leest ze op poeziebos. Uiteraard hopen wij dat de kruistocht tegen de bomen nu eindigt en dat justitie in de toekomst ook de rechten van bomen en groen in haar afwegingen meeneemt. Met zorg en behoedzaamheid. Plaatsbekleding voor zij die geen stem hebben maar wel ademruimte voor lichaam, ziel en geest leveren. In de hoop op een gulle justitie voor één mens en vele bomen, vragen wij u, wees gul en mild. Gelieve hierna een stukje Kafka en twee Brugse stadsgedichten over Alain & zijn bomen te vinden als bijlage.

Vriendelijke bomengroet van Luc Vanneste, Peter Theunynck & Lies Van Gasse

Bijlage 1 Franz Kafka, uit: Vor dem Gesetz ( ingekort van www.hetvermoeden.tv )

Ik sta voor de wet en klop aan…

Voor de wet staat een deurwachter. Een man van het platteland komt naar deze deurwachter en vraagt om tot de wet te worden binnengelaten. Maar de deurwachter zegt, dat hij hem nu niet kan toestaan naar binnen te gaan. De man denkt er over na en vraagt dan, of hij later zal mogen binnengaan. “Dat is mogelijk”, zegt de deurwachter, “maar nu niet.”
Zulke moeilijkheden had de man niet verwacht; de wet zou toch voor iedereen en altijd toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar als hij de deurwachter met zijn pelsjas beter bekijkt, besluit hij toch maar liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan.
De deurwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de deur zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij probeert vaak binnengelaten te worden, en vermoeit de deurwachter met zijn gevraag. De deurwachter zegt telkens weer, dat hij hem nu nog niet kan binnenlaten. De man, die van alles had meegenomen voor de reis, gebruikt alles, hoe duur het ook is, om de deurwachter om te kopen. Deze neemt weliswaar alles aan, maar zegt erbij: “Ik neem het alleen maar aan om je niet het gevoel te geven dat je iets hebt nagelaten”.
Tenslotte verzwakt het licht in zijn ogen, en weet hij niet meer, of het om hem heen nu werkelijk donkerder wordt, of dat zijn ogen hem bedriegen. Wel onderscheidt hij nu in het donker een glans, die onhoudbaar uit de deur van de wet stroomt. Hij heeft nu niet lang meer te leven.
Voordat hij dood gaat verzamelen alle ervaringen van de hele tijd zich in zijn hoofd tot een vraag, die hij tot nu toe nog niet aan de deurwachter gesteld heeft.
“Iedereen streeft toch naar de wet”, zegt de man,”hoe komt het dan dat in al die jaren niemand behalve ik heeft gevraagd om naar binnen te mogen gaan?” De deurwachter ziet wel dat de man bijna dood is, en om zijn wegebbend gehoor nog te kunnen bereiken schreeuwt hij: “Niemand anders kon hier naar binnen gaan, want deze ingang was alleen voor jou bestemd. Ik ga nu weg, en sluit hem”.

Bijlage 2

BOOMIDIOOT (stadsgedicht voor Brugge van Peter Theunynck)

Vijf esdoorns en een pruimenboom.
Teveel voor een tuintje in Brugge.
Stammentwist van de boomidioot.

‘Bomen zijn levende wezens’, zegt hij.
Hij noemt ze bij naam. Gewaagt van
individuen. Mensen vinden hem gek.

‘Ze pakken mijn zon af. Omhakken
die boel. Weg met de takkenman.
De wet is de wet. De Code Napoléon!’

Niet dat hij ze knuffelt. Ze brengen rust.
Niet dat hij ze nachtkust. Zij geven adem.
Ze wortelen hem. Moeder en vader.

‘Te dicht bij de scheilijn’ (de rechter).
‘En het regenwoud dan’ (de radio).
‘Hippie, terug in uw boom’ (het internet).

‘Plant elders andere kinderen’ (de buren).
‘Nergens meer stoflong dan hier,’ zegt hij,
‘Kanker heeft hier de tijd van zijn leven.’

Voor hem is de streep al getrokken.
Wie hakt de tak af waarop hij zit? Wie
bengelt aan touw dat hij zelf heeft gevlochten?

Negen bomen (stadsgedicht voor Brugge van Lies Van Gasse)

Hadden deze bomen handen, 
kruipend in de grond, 
lange, maar knoestige tengels, 
ze zouden statig uit de zon gaan staan, 
uw schuilplaats zijn voor regen. 
Hadden deze bomen bloemen, 
blad of huid, 
ze zouden wijde armen sieren. 
Was er wind, ze stonden recht in koor, 
zingend, met hun open monden mee, 
wortelend in uw woorden 
en had u pijn, en was er tijd, 
ze zouden hongeren. 
Hadden deze bomen 
meer dan een generfde huid, 
meer dan stugge wortels, 
waren zij dieper dan gebladerte, 
ze zouden zich verzetten.

Peter Theunynck & Lies Van Gasse schreven deze stadsgedichten als vrije Brugse stadsdichters, aangesteld door de Lappersfort Poets Society in Poëziebosnetwerk


(de mensen horen haar in dezelfde tuin ) HOMINES EAM AUDIUNT IN EODEM HORTO van zonsopgang tot zonsondergang

www.natuurenbos.be/lappersfortbos

www.poeziebos.be

http://www.uitinwestvlaanderen.be/10235/het-hugo-clauspad-voor-poetische-wandelaars

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!