Opinie -

“A”sociale huisvesting

Victor Hugostraat, Reinaartlaan, Jules Vuylestekelaan en de Charles De Costerlaan: daar staan Antwerpse sociale appartementsgebouwen. Ze hebben bovendien gemeen dat ik er ooit gewoond heb.

maandag 4 augustus 2014 22:46

Er staan meer sociale appartementen op Sint-Anneke, veel meer zelfs. En in alle eerlijkheid, ik denk dat er niet één, uit beton opgetrokken minimalistisch en puur functioneel gebouw is waar ik nooit binnen ben geweest. Ondertussen woon ik er al bijna veertien jaar niet meer. Samen met mijn vrouw heb ik, enkele jaren geleden, een sociaal
huis gekocht en woon zodoende nog steeds in een sociale wijk, maar dan enkele
kilometers verderop, in Zwijndrecht. 

Urban legends

Twee groene blokken grenzen aan
de konijnenpijp, je ziet ze aan je linkerkant als je de tocht maakt richting
Antwerpen. De straat die beide verbindt, kreeg de naam Reinaartlaan. Boven mij
woonde de ietwat oudere Belg L., hij tapte gedurende maanden mijn integan af.
In de Jules Vuylestekelaan woonde tegenover mij een familie Congolezen. Zij deden
hetzelfde als L. maar dan met de elektriciteit.

Naast de Congolezen woonde een
andere Belg, N. Die had voor zijn achttiende verjaardag een kind verwekt bij een twee jaar jonger meisje, dat ik steevast prinses noemde als ik haar
zag, al was het om haar even te laten lachen. Kwam N. immers thuis na de
late shift en het aansluitend bezoek aan de nachtwinkel, dan vloog de
slaapkamer, of de living, enkele uren later geheid het venster uit om elf
verdiepingen lager de grond te kussen.

Politie stond meermaals aan mijn deur, tot diep in de nacht. Winkelkarretjes van de toenmalige keten JAWA vlogen al
eens uit het raam van het appartementsgebouw aan de overkant, in woonwijk
Europark, samen met de sporadisch lege pot mayonaise.

Dit zijn geen urban legends, dit zijn waargebeurde verhalen en ik kan zo nog wel een tijdje
verdergaan.

Maar in de vier straten waar ik
heb gewoond woonde een meerderheid van blanke Belgen. En ja, er waren
plaatsen waar het aantal gekleurde medemensen zienderogen steeg, maar zelfs nu
zijn er een groot aantal sociale appartementsblokken waar de
meerderheid bestaat uit blanke Belgen. Ook hier in mijn
buurt in Zwijndrecht is de overgrote meerderheid Belg en wit.

Zijn er geen
andere verhalen te vertellen? Natuurlijk wel. Die gaan ophangen als zijnde
de enige waarheid, dat is pure fictie én eigenlijk gewoonweg boerenbedrog. Dat is
een urban legend.

Progressie

Natuurlijk wonen er mensen die meer verdienen dan
de bedragen die sommige criticasters galspuwend het debat inschieten. Van garçon
tot diamantslijper: allemaal zitten ze er wel, met een deel zwart geld. Geen
idee wat nu het minimumaantal uren is in de horeca, maar vroeger was dat 28 en
het nettoloon van een slijper was tien jaar geleden 1200 euro. Waar ga je iets
kopen als je 28 uren bent ingeschreven of als je nettoloon 1200 euro bedraagt,
welke bank gaat je iets lenen? Nergens, is het antwoord. Zo simpel is dat.

Het
probleem van zwartwerk erkennen, het aanpakken en ervoor zorgen dat mensen met
hun inkomen dat ze daadwerkelijk verdienen kunnen ontsnappen aan de sociale
woningcultuur: dat zouden alvast stappen voorwaarts zijn.

En ja, er zijn ook mensen die
gaandeweg meer geld verdienen en toch verkiezen in een sociale woning te
blijven. Mensen die later een huis gaan erven van hun ouders of die een som geld
meekregen om zelf een huis te kopen, moeten volgende zinsnede maar eens
aandachtig lezen: ”Er bestaan mensen die met niets beginnen aan hun leven, in zo
een sociale woning en die ook zullen sterven met niet veel meer dan niets in
diezelfde sociale woning. Zij zullen sparen, niet om volgens andere urban legends op cruise te gaan of wereldreizen te maken, maar wel om hun kinderen
alvast iets te geven op het moment dat zij het kunnen gebruiken, of iets na te
laten als ze zelf afscheid komen te nemen.“

En dan zijn er mensen
die nooit leren hoe ze daar moeten, of überhaupt kunnen, weg geraken. Ze
beginnen met weinig. Verdienen ze wat meer, dan stijgt de huishuur en zo duurt de
strijd onverminderd voort. Te weinig wordt beseft dat het in sociale woningen niet
uitpuilt van carrièremensen, die hun leven constant progressie blijven maken
op welke maatschappelijke ladder dan ook. De realiteit is dat zij veelal snel
een plafond bereiken en dat het verschil tussen dat plafond en wat ze netto
overhouden uiteindelijk niet groeit. Er is geen licht aan het eind
van de tunnel.

Ondermaats

Altijd heb ik mij afgevraagd hoe wij binnen sociale
maatschappijen zo passief konden toekijken. Aankloppen bij die mensen, praten
met hen en naar hen luisteren, dat zou een eerste stap moeten zijn. Ze helpen hun
weg te zoeken in stapels paperassen om dingen in orde te brengen, ze leren
omgaan met geld en hoe te sparen. De inspanningen op dat vlak zijn al
decennia ondermaats te noemen. Eigenlijk komt het hierop neer: ”We geven mensen
een sociale woning en denken dat we het goed hebben gedaan. How wrong can we be!”

Werken om te overleven is geen
plezante bezigheid, niets anders om handen hebben haalt het slechtste in de mens
naar boven. Verveling slaat toe, ziek zijn hoort er gewoon bij en overlast comes with the territory. Een positieve benadering van het overlastprobleem is de reden
wegnemen, een uitkomst bieden uit de dagelijkse sleur. De sociale instroom mee
verzorgen, mensen actief laten deelnemen aan de maatschappij die rond hen
beweegt, ver buiten de kartonnen muren van hun sociale woning.

De grootste fout
die er is gemaakt op dat punt, is de mensen zelf verantwoordelijk te stellen
voor hun toekomst, want je moet en kan niet anders dan een deel mensen begeleiden en helpen richting een hoopvolle toekomst. Tenminste, als je echt iets wil doen
aan het probleem.

Remmingen

Eén op zeven Belgen leeft in armoede,
we hebben working poor, de vergrijzing zorgt voor een instroom van arme
ouderen, ook al hebben ze jaren gewerkt, maar in Vlaanderen zijn er te weinig
sociale appartementen om ze te huisvesten. De prijzen op de woningmarkt swingen
de pan uit. Ik betaalde op het einde van mijn huurtermijn in de Jules Vuylestekelaan
450 euro per maand, plus gas en elektriciteit. Nogmaals, voor een summiere
woonomgeving die er vooral op gericht is functioneel te zijn, ver weg van enige
luxe en met “slechts” twee slaapkamers, alles tezamen een kleine tachtig
vierkante meter, schat ik.

Het zal er sindsdien niet goedkoper op geworden zijn. Toen ik verhuisde diende ik nog drie maanden huishuur te betalen,
terwijl er een wachtlijst was. Ha ja, 450 euro of een nieuwe – minder betalende – huurder: zelfs voor een zogezegd sociale huisvestingmaatschappij was de keuze snel
gemaakt. Daar komt bij dat de materialen waaruit die woningen
vervaardigd zijn, niet van de beste kwaliteit mogen heten en dat de meeste huurders steevast een
sloef geld moeten achterlaten als ze verhuizen onder het mom: ”Jij hebt dat
kapot gedaan.” Allemaal remmingen om de stap te zetten voor mensen die
balanceren op de rand.

Ik kan dus zo nog wel een tijdje
doorgaan.

Er liggen tal van uitdagingen op de plank wat betreft sociale
woningbeleid en ze vragen allemaal om een positieve oplossing. Het is jammer te
lezen dat die er opnieuw niet gaan komen en dat men wegkijkt van het probleem, eerder
dan het aan te pakken. Nog maar eens.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!