Protestactie in New York City (foto CreativeCommons/Michael Fleshman)
Analyse - Merel Terlien

#BringBackOurGirls: een andere aanpak is mogelijk

De internationale campagne #BringBackOurGirls” is ontstaan uit de beste bedoelingen, maar mag de deelnemers niet blind maken voor de politieke en economische agenda van het Westen in Nigeria. Een andere aanpak moet gebaseerd zijn op wat de Nigerianen zelf willen doen.

woensdag 14 mei 2014 17:53

De twittercampagne #BringBackOurGirls
geeft mij als anti-racistisch feministe een onbestemd gevoel. Werd
het nieuws van de ontvoerde schoolmeisjes in Nigeria eerst nauwelijks
opgepikt door Westerse media, de voorbije week verschijnen vele
bekende en minder bekende personen met bordjes en selfies op
verscheidene sociale media om ‘Our Girls’ op te sporen en
uiteindelijk te bevrijden. De VS heeft intussen toegezegd om het
Nigeriaanse leger bij te staan in het zoeken van de meisjes, evenals
het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada en China.

Natuurlijk is dit verschrikkelijk.
Ook mij baart de situatie van de meisjes grote zorgen. Het moet
verschrikkelijk zijn wat zij en hun families meemaken. Net als ieder
ander normaal mens keur ik ten diepste af wat daar momenteel gebeurt.

Het verheugt me dus dat uiteindelijk
toch zoveel mensen zich druk maken over het lot van de 280 ontvoerde
Nigeriaanse schoolmeisjes. De vraag is echter of de strategie van
deze campagne de meisjes wel ten goede komt en of deze recente actie
altijd met goede intenties (zonder verborgen agenda’s) wordt
ondersteund.

Hoe het allemaal begon

De hashtag #BringBackOurGirls startte
op 23 april 2014, negen dagen na de ontvoering op 14 april. Tijdens
de openingsceremonie van een bijeenkomst in de Nigeriaanse stad Port
Harcourt riep Oby Ezekwesili, vicepresident van de Afrikaanse
afdeling van de WereldBank, het publiek op om de schoolmeisjes terug
te brengen. Twee mannen in het publiek twitterden haar boodschap de
wereld rond met de hashtags #BringBackOurGirls en
#BringBackOurDaughters. Later die dag nam ook Ezekwesili zelf deze
hashtags over.

Het duurde echter nog tot 30 april
voor er in de Westerse media werd bericht dat de Nigeriaanse meisjes
zouden worden vastgehouden als seksslavinnen door islamistische
militanten van Boko Haram. Ook zouden zij sommige meisjes verkopen
als bruid. Vanaf die dag werd de hashtag massaal overgenomen.
Intussen werd hij reeds meer dan een miljoen keer gedeeld.

Eind april startte ook een jonge
Nigeriaanse vrouw op www.change.org
een petitie om haar solidariteit met de meisjes te uiten en om de
wereld herinneren aan ‘haar plicht’. Vervolgens startte Amnesty
International de Tumblr-pagina http://bringbackourgirls.tumblr.com/
waarop mensen aan de hand van foto’s hun solidariteit kunnen uiten.

De eerste effecten

De massale aandacht in de media en op
sociale netwerksites lijkt zijn eerste vruchten af te werpen. Na een
aanvankelijk passieve houding van drie weken beloofde de Nigeriaanse
president Goodluck Jonathan, evenals minister van Informatie Labaran
Maku, dat zij de meisjes zullen bevrijden, ongeacht waar zij zich
bevinden.

Minister Maku verzekerde daarbij dat
de daders gestraft zullen worden. De familieleden van de vermiste
meisjes vinden echter dat de autoriteiten nog altijd te weinig doen
om de meisjes terug te krijgen.

Onze meisjes

Zoals gezegd nemen veel mensen in het
Westen de hashtag #BringBackOurGirls over. Ongetwijfeld doen en deden
veel van hen dit met de beste bedoelingen; uit bezorgdheid, uit
verontwaardiging, het feit dat het gaat om veel jonge meisjes.

Wat echter problematisch is, is dat
er daarbij wordt gesproken over ‘Our Girls’. Waarom zouden deze
meisjes ‘van ons’ zijn? Omdat het overwegend christelijke meisjes
zijn die dreigen te worden bekeerd tot de islam? Omdat het meisjes
zijn waarmee wij ons verwant voelen, vanwege hun gedeelde
christelijke identiteit? Omdat wij hen moeten redden van het Grote
Kwaad, met name een religie die onverzoenbaar zou zijn met
vrouwenrechten?

Heel wat deelnemers aan deze campagne
bezondigen zich aan een zelfde redenering als de rebellen van Boko
Haram. Namelijk het toe-eigenen, ditmaal vooralsnog retorisch, van
meisjes die niet van hen zijn en waar zij in principe niets over te
zeggen hebben. Door de paternalistische retoriek van de
campagne ‘BringBackOur Girls’ ontstaat er een woordenstrijd
tussen enerzijds het Westen en de Nigeriaanse regering en anderzijds
de rebellen, die eveneens stellen dat ‘de meisjes van hen zijn’.
Dit spierballengerol dreigt de werkelijke belangen van de meisjes te
verdringen naar de achtergrond.

Late en selectieve
verontwaardiging

Bovendien is dit verlate en
selectieve verontwaardiging. In eerste instantie berichtte de
Westerse media nauwelijks over het lot van de meisjes. Drie weken
later beheerst dit nieuws dagelijks de media en beroert het vrijwel
alle wereldleiders en vele gebruikers van netwerksites. Waarom wordt
er ineens massaal op de situatie gedoken na een mediastilte van
enkele weken?

Daarbij vraag ik mij ook af waarom
men zo bezorgd is over het lot van uitgerekend deze meisjes.
Wereldwijd worden er dagelijks vele meisjes en jongens ontvoerd.
Waarom horen wij daar niets over? Moeten we ons niet afvragen waarom
alleen voor deze éne ontvoering grootschalige acties worden opgezet
of ondersteund?

Gegronde argwaan

Als Westerse mogendheden ineens hun
zorgen beginnen te uiten over het lot van kwetsbare, buitenlandse
vrouwen, komt dat veelal niet voort uit een vorm van feminisme of
solidariteit met de vrouwenstrijd tegen discriminatie en voor gelijke
rechten.

Vele politici die zich bekommeren
over vrouwen ergens ver weg in het buitenland dragen in eigen land de
vrouwenzaak helemaal niet zo’n warm hart toe. Zij schieten pas in
actie als er iets ergs gebeurt met ‘weerloze’ vrouwen in het
buitenland. Denk hierbij aan Afghanistan. De onderdrukking van de
Afghaanse vrouw was één van de legitimeringen van de oorlog daar.
Na dertien jaar Westerse militaire interventie is hun situatie niet
verbeterd. Nog los van het feit of en hoe zij dat zelf zouden willen.

Feminisme wordt met andere woorden
selectief toegeëigend door mensen die in se weinig op hebben met de
vrouwenstrijd maar voor wie feminisme nuttig kan zijn ter
legitimering of omkadering van een groter, allesbehalve feministisch
project.

Interventies niet gericht op
verbetering lot vrouwen

Veelal is het doel van een effectieve
interventie niet om meisjes en vrouwen ter plaatse werkelijk te
helpen. In het geval van Westerse bemoeienis of effectief Westers
ingrijpen wordt er niet tot nauwelijks naar de vrouwen en meisjes
zelf geluisterd. Vragen als: ‘Ervaren jullie een probleem? Zo ja,
hoe kunnen wij jullie helpen?’, worden niet eens gesteld. Lokale
vrouwengroepen die aan buitenlandse mogendheden om middelen vragen om
zelf te komen tot een oplossing, worden vrijwel nooit ondersteund.

Dit was overigens al eerder het geval
in Nigeria. In 2003 werd een internationale campagne gevoerd tegen de
doodstraf door steniging. Verschillende Nigeriaanse activisten die
zich in eigen land inzetten voor de afschaffing hiervan klaagden over
de negatieve effecten van deze campagne. Die waren volgens hen
contra-productief. Zij brachten henzelf en hun militante medestanders
in Nigeria in gevaar.

Alternatieve aanpak is
mogelijk

In plaats van een typisch Westerse
top down-aanpak, “Laat ons het zaakje maar overnemen. Wij
weten precies wat deze meisjes nodig hebben. Wij zullen helpen om hen
te bevrijden door het versterken van het Nigeriaanse leger”, pleit
ik voor een veel voorzichtiger aanpak.

Een aanpak waarbij in de eerste
plaats wordt geluisterd naar de betrokkenen, die weten wat de lokale
dynamieken en problematieken zijn. Op basis hiervan kunnen
gezamenlijk acties worden uitgestippeld die effectief zijn
toegesneden op de situatie ter plaatse en die rekening houden met de
lokale cultuur. Het Westen moet zich hierbij uiterst bescheiden maar
dienstbaar opstellen.

Deze Nigeriaanse meisjes mogen geen
speelbal worden van een Westers narcistisch ‘kijk eens hoe verlicht
en behulpzaam wij zijn’-project dat enkel wordt aangegaan omdat het
past binnen de eigen politieke agenda, een zogenaamd ‘nobel’
optreden dat scherp afsteekt tegen de ‘barbaarsheid’ van de
zwarte Ander (Boko Haram)

Iedere steun, ieder ingrijpen moet
uiteindelijk in dienst staan van het welzijn van de ontvoerde
meisjes. Zij moeten de mogelijkheid en vrijheid terugkrijgen om hun
leven in een geweldloze omgeving naar eigen believen vorm te geven.

Niemand twijfelt aan de goede
intenties van de deelnemers aan de campagne #BringBackOurGirls. De
geschiedenisboeken staan echter vol met goedbedoelde acties die
zonder kennis van zaken werden aangevat en juist daarom zonder
effectief resultaat eindigden.

Herdenk Ken Saro-Wiwa

We doen er goed aan onszelf te
herinneren aan hoe we ons gedroegen toen Ken Saro-Wiwa namens zijn
volk, de Ogoni, eveneens in opstand kwam tegen de uitbuiting door de
Nigeriaanse overheid ten bate van Britse, Franse en Amerikaanse
oliebedrijven, meer bepaald ten bate van Royal Dutch Shell.

Die democratische en vreedzame
protesten werden toen bloedig onderdrukt. Ken Saro-Wiwa werd
geëxecuteerd op 10 november 1995 zonder dat het westen enige
tegenmaatregel nam – ondanks massale protesten van de civiele
maatschappij in zowat de hele wereld.

De tragedie van het Nigeriaanse volk
is dat ze pas aandacht krijgen voor hun lot nu dat protest tegen deze
uitbuiting en repressie is overgenomen door de extremistische
terroristen van Boko Haram.

De meisjes terugbrengen is een
eerbaar doel op korte termijn. Op lange termijn moeten we ons beraden
over de redenen waarom het rijkste land van Afrika – met de
grootste voorraad aan zowat eender welke grondstof – nog steeds een
straatarme bevolking heeft. Dat is een campagne die vooral hier
gevoerd moet worden.

take down
the paywall
steun ons nu!