Nieuws, Wereld, Samenleving, België - Eddy Van Lancker

Verontwaardiging en protest – de drie grote problemen van de vakbond

Verontwaardiging en protest, daarover gingen maandag 5 maart in Leuven ABVV-federaal secretaris Eddy Van Lancker, politiek filosoof en medeorganisator van Shame Thomas Decreus en stand-upcomedian Nigel Williams in gesprek. Moderator was DeWereldMorgen.be-journalist Dirk Barrez. Deze ONgehoord-lezing was een initiatief van STUK en van deze nieuwssite. Dit is de integrale tekst van Eddy Van Lancker.

donderdag 8 maart 2012 21:06

Het ABVV is een syndicale tegenmacht die erop gericht is de politieke democratie aan te vullen met een economische en sociale democratie, om zo te komen tot een op socialistische waarden gebaseerde, voortdurende maatschappelijke omvorming.
Sinds 1945 zijn de vakbonden erkend als volwaardige gesprekspartners in het kader van het sociaal overleg. Dit overleg situeert zich zowel op bedrijfsniveau, sectorniveau als op interprofessioneel (federaal) niveau. Op al deze niveaus tracht het ABVV de willekeur in de sociale en economische beslissingen te beperken.

Heden ten dagen spelen 3 grote problemen ons als vakbond evenwel parten.

Als eerste is er de diepe kloof tussen politiek en bevolking. Deze kloof, nog in de hand gewerkt door de verschuiving van de beslissingsmacht van het Belgische naar het Europese niveau, en de niet zaligmakende herleiding van het eigen Belgische politieke niveau naar een communautair wij-zij verhaal,  maakt dat grotere groepen politiek onverschillig worden en zich hierdoor ofwel volledig afkeren van de politiek, ofwel gretig gekaapt kunnen worden door populisten. Wat heeft dit nu met de vakbonden te maken? Indien er geen geloofwaardig, sterk politiek niveau is, vervliegt de hoop in een maakbare samenleving. Indien mensen afgeschrikt worden om zich politiek te engageren, zullen ze zich ook niet inzetten voor de syndicale strijd. In diezelfde lijn is een democratische maatschappij op haar sterkst indien er een breed middenveld met goed werkende sociale organisaties vol mondige, kritisch denkende mensen bestaat.

Een tweede factor die de syndicale werking en de beoogde beïnvloeding van het sociale en economische beleid beknot, is de toenemende decentralisering van het sociale overleg. De nog overblijvende syndicale bastions, de fabrieken met duizenden werknemers, zijn heden ten dage quasi op 1 hand te tellen. Het aantal KMO’s is daarentegen exponentieel gestegen. In KMO’s is het geen sinecure om een vakbondsaanwezigheid te vestigen. Overlegorganen zoals een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk dienen maar ingesteld te worden vanaf 50 werknemers. Een Ondernemingsraad pas vanaf 100 werknemers (dit laatste overigens in strijd met een Europese Richtlijn die het vanaf 50 werknemers oplegt). Het nog centraal gehouden deel van het sociaal overleg zelf is de laatste jaren ook steeds meer herleid tot het enkel maar nagaan op welke wijze de competitiviteit verbetert kan worden in plaats van het zoeken naar manieren om precaire groepen een menswaardig leven te garanderen. Opeenvolgende regeringen dwingen het sociaal overleg ook in een dergelijk keurslijf. Ik verwijs naar de door de regering Leterme II opgelegde maximale loonnorm na het afwijzen van het Interprofessioneel Akkoord 2011-2012 (in 2011 geen loonstijging, in 2012 maximaal met 0,3%). Een dergelijke opgelegde maximale loonnorm is niet alleen strijdig met het recht op collectief onderhandelen, maar houdt ook geen rekening met de uiteenlopende situaties in de diverse sectoren. Het regeerakkoord Di Rupo I en de in navolging van dit akkoord genomen maatregelen zijn een ander voorbeeld van het ondermijnen en uithollen van het sociaal overleg. Via wetten en Koninklijke besluiten wordt de facto ingebroken op tussen de sociale partners gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten inzake bijv. de combinatie gezin en werk (tijdskrediet & loopbaanonderbreking).

Een derde en nauw met de eerste twee factoren samenhangend probleem, is de aanhoudende (en ogenschijnlijk steeds terugkerende) economische en financiële crisis. Het meest eenvoudig voor te stellen aspect hiervan is dat hoe meer werklozen er zijn, hoe zwakker de georganiseerde werknemers staan om tegenover werkgevers hun noodzakelijke eisen naar waardig werk & waardige werkomstandigheden hard te maken. Gezien de pensionering van de babyboomers en de daarmee gepaard gaande vermindering van de pool der beschikbare werknemers, zou er zich eigenlijk geen probleem moeten stellen. Ik verwijs evenwel naar het Verbond voor Belgische Ondernemers dat al in 1989 aan de toenmalige Minister van Werk vroeg om maatregelen te nemen tegen vervroegde pensionering. De hele pensioenhervorming (lees: afbraak) die nu –onder het welwillende neoliberale oog van de Europese Commissie- door ons aller strotten geramd is, is een rechtstreeks uitvloeisel van de toen al geuite schrik der patroons: hoe minder beschikbare arbeidskrachten, hoe beter deze kunnen opkomen voor hun rechten en hoe hoger de eisen die ze kunnen stellen.

De woorden Europese Commissie zijn gevallen. De ronduit krankzinnige besparingsmaatregelen die de Europese Commissie en haar lachende partners in crime de Europese Centrale Bank en het IMF opleggen aan onze Griekse, Spaanse en Portugese kameraden tarten alle verbeelding. De door de onconditionele redding van de financiële sector verhoogde staatsschulden dienen –zo gaat het Diktat- weggewerkt te worden door pensioenen en lonen met 1/3de te verminderen, ambtenaren massaal te ontslaan, nutsvoorzieningen te privatiseren, collectieve ontslagen mogelijk te maken zonder dat een sociaal plan afgesproken wordt, werkgelegenheidsdiensten te verplichten om met uitzendkantoren samen te werken, verhoging van de maximale periode dat men kan werken als uitzendkracht, etc.. Oli Rehn, de Europese commissaris voor Economische en Monetaire Zaken en de euro, die –spijts het bestaan van een Europees Commissaris voor  Werkgelegenheid, Sociale Zaken en inclusie (kent iemand de Hongaar Lázló Andor?)- heeft zelfs letterlijk verklaard dat collectief overleg volgens hem een structureel probleem is van de Spaanse arbeidsmarkt.

Niet alleen onze Zuiderse kameraden, ook België zelf wordt meer en meer in het vizier genomen door de huidige Europese Commissie die in haar neoliberale waan van de dag (jammer genoeg is het einde van de dag nog niet direct in zicht) het Europese project voor een sociale, inclusieve gemeenschap travesteert naar een blind besparingsfetisjisme in de hoop van de EU het meest competitieve deel ter wereld te maken – los van de sociale gevolgen die dit voor de bevolking met zich meebrengt.
Die kommer en kwel brengt mij naar het volgende deel van mijn lezing; welke mogelijkheden er resten qua protest.
Op zaterdag 11 februari bracht in Portugal de vakbond CGTP 300.000 mensen op straat, meteen de grootste betoging sinds 1980. 300.000 Portugezen op een bevolking van 10,5 miljoen, maakt dat deze betoging qua grootte te vergelijken valt met in België de Witte Mars van 1996 en de kernrakettenbetoging van 1983. In Spanje kwamen op aanzet van de 2 grote vakbonden CCOO en UGT zondag 19 februari meer dan een miljoen mensen op straat. Zeer hoopgevend is het feit dat in Spanje studenten & indignados zich bij de verschillende manifestaties aansloten. Vorige week woensdag kwamen over heel Europa duizenden de straat op om zich af te zetten tegen blinde besparingen en te ijveren voor een duurzame, groene economie die zich volmondig schaart achter een consequent en aanhoudend streven naar sociale vooruitgang.

In België mobiliseerden de vakbonden begin december nog 80.000 mensen als waarschuwing om de zwakste schouders niet de zwaarste lasten te laten dragen. Dit bleek evenwel niet voldoende, met de gekende algemene staking van 30 januari laatstleden tot gevolg.

Spijts de niet aflatende ontradingscampagne die wekenlang in de media gevoerd werd tegen de algemene staking en de vakbonden in het algemeen, was de algemene staking een succes. Dit werd ook schoorvoetend en met grote tegenzin toegegeven door de media die wonderlijk genoeg van krantencommentaren genre ‘geen algemene staking’, ‘regeringsbeleid zal niet veranderen’, ‘staking maat voor niets’, ‘staking zorgt voor grote imagoschade’, ‘staking onwettelijk, ondoelmatig en onrechtvaardig’, etc.. overstapten naar ‘regering verzacht pijn pensioenhervorming’, ‘regering geeft toe aan vakbonden’, ‘internationale pers zag geen imagoschade voor België door staking’, etc..

De mediahetze, en de veelvuldig in de pers opgevoerde stemmen die zich uitspraken tegen de staking, drukten ons als vakbond met de neus op het feit dat we de bevolking dag na dag op een zo duidelijk mogelijke manier dienen te informeren over het waarom en de noodzaak van onze acties en dat we ons als vakbond ook dienen in te laten met de –jammer genoeg voor bepaalde media als representatief voor de hele bevolking geziene- sociale media.

Een ander schrijnend iets, is de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen de vraag naar verzet tegen het hele economisch-financiële systeem dat ons zo omzeggens de verdommenis in brengt en de negatieve reacties als er gemobiliseerd wordt voor een algemene staking. De negatieve reacties zijn anderzijds perfect te verklaren; de werkdruk ligt zo omzeggens hoger dan ooit. 61% der Belgen voelt zich geregeld tot zeer regelmatig gestresseerd op het werk. Voeg daar dan ook nog eens de vrees voor het verliezen van haar/zijn job of voor het verplicht moeten overstappen naar een meer precair statuut bij (1 op de 3 ontslagen werknemers denkt aan zelfdoding; driemaal zoveel als mensen met een job). Dan is een staking, een zo tastbare belemmering, bruskering, verhindering van het jachtige leven waarin elkeen zit, gemakkelijk de druppel die de emmer doet overlopen. Een ratingagentschap verhindert niet dat je kind een dag niet naar school kan gaan, die vermaledijde staker wel. Los van het feit dat 1 dag hinder niet in verhouding staat tot de excessen in de financiële wereld die je leven en dat van je kind in de verdoemenis storten.

Als vakbond kijken we evenwel ook verder dan louter de staking als middel om tot sociaaleconomische verandering te komen. Zo is het ABVV een van de drijvende krachten achter de mogelijke ontwikkeling van een nieuwe, coöperatieve bank (eind december kon je op DeWereldMorgen.be een stand van zaken over deze bank vinden) en achter “ Samen sterker “  een coöperatieve in WVL  die via gecentraliseerde aankopen consumenten op een goedkope manier toegang verschaft tot 100% groene energie met de garantie dat deze vervaardigd werd met respect voor de rechten van de werknemers doorheen de hele productieketen. Door op deze manier deels terug te grijpen naar het prille begin van onze beweging (eind 19de eeuw werd de socialistische verbruikersorganisatie Vooruit opgericht), proberen we als vakbond op alle vlakken een dam op te werpen die werknemers (of ze nu al dan niet werk hebben) beschermt tegen de labiliteit van het grootkapitaal en stap na stap verder te gaan in de nog steeds broodnodige omvorming van onze maatschappij naar een sociale, duurzame samenleving.

Eddy Van Lancker is federaal secretaris van het ABVV

take down
the paywall
steun ons nu!