Esolar suntower (ecofriend.com)
Nieuws, Samenleving, België, Economische crisis, Consensusdenken, Opiniestuk, Objectiviteit, Joris Note, Afwijkende meningen, Column -

Het licht van de zon

De Europese Commissie en de Europese ‘president’ zijn niet democratisch gelegitimeerd. Dat is een opinie, en als u die opinie niet deelt, kan ik proberen u te overtuigen met argumenten; als die argumenten alleen zouden bestaan uit "dat is gewoon zo, dat is de realiteit!" zou u dat niet aanvaarden. Helaas, ik denk dat we zo’n realiteitspretentie vaak wél accepteren.

donderdag 1 december 2011 15:55

Kranten schrijven wat ze willen. Ze hebben een bepaalde algemene tendens, dat is hun recht. Je kunt niet eisen dat ze van tendens veranderen, en zelfs niet dat ze stukken opnemen die vloeken met die tendens. Toch doen ze dat laatste soms of vaak, om welke reden ook (omdat het hun reputatie dient: openheid, tolerantie?).

Niemand houdt De Standaard voor een ‘progressieve’ krant, maar tegenwoordig lees je op zijn opiniebladzijden soms iets van Tom De Meester, de PVDA-energiespecialist. En toen ‘Europa’ moord en brand schreeuwde over een mogelijk Grieks referendum, publiceerde de krant een stuk van twee academici over de antidemocratische aard van dat geschreeuw, én een column van redacteur Marc Reynebeau in dezelfde geest. Die afwijkende stemmen misleiden ons niet over de algemene strekking van de krant, maar we zijn er toch blij mee.

“Die afwijkende stemmen misleiden ons niet over de algemene strekking van de krant, maar we zijn er toch blij mee”

De VRT is een ander geval. Vroeger moesten ze daar een bizar soort objectiviteit nastreven (met respect voor de machtspartijen), maar die tijd lijkt voorbij. Wel mag je een ándere ‘objectiviteit’ verwachten: ruimte voor verschillende maatschappelijke tendensen, geen bekentenis tot één richting. Maar ook die tijd lijkt voorbij. Simpel uitgedrukt: je verneemt meer alternatieve geluiden in een tendentieuze krant dan op de niet-tendentieuze VRT.

Wie de laatste jaren en maanden naar de berichtgeving over de crisis(sen) keek of luisterde, weet wat ik bedoel. Je hebt eigen verslaggevers, en vaste medewerkers zoals Pascal Paepen. En je hebt externe commentatoren: economen en soortgelijken, verbonden aan universiteiten, en/of aan een ‘onafhankelijke denktank’, of zelfs, ongelooflijk toch, aan de banken zelf; en laat ik de huidige hoofdredacteur van Knack en Trends niet vergeten! (Lees zijn cv.) Ook politici als Karel De Gucht en Guy Verhofstadt (beiden Open VLD) horen erbij.

Allemaal spreken ze dezelfde taal. Ook al zijn ze licht uiteenlopende meningen toegedaan, fundamenteel behoren ze tot dezelfde strekking, de strekking van de instituten waartoe ze (meer of minder concreet) behoren; het zijn ideologen, de intellectuelen van het regime, interne woordvoerders van het kapitalisme, van de banken, van ‘de markten’ die dingen van ons verwachten, van ‘Europa’ dat ons eisen oplegt …

Maar ik heb niets tegen die mensen, ook zij denken wat ze willen. Ik vind het alleen erg dat zij bijna de enigen zijn die we horen, en dat ze geen wezenlijke, ordeverstorende vragen krijgen voorgelegd. “En dat met het geld van de belastingbetaler!”, zouden sommigen mopperen.

Voorbeeld. Enkele weken geleden kwam Gilbert De Swert in ‘De ochtend’ (Radio1) vertellen over zijn Pensioenspook, mooi zo! – maar om de onschuldige bloedjes van luisteraars te behoeden, hadden ze er ook de onvermijdelijke Marc De Vos (Itinera) bijgehaald … Geen bezwaar tegen een twistgesprek, maar daarna heb ik dezelfde Vos nóg tweemaal horen preken in hetzelfde programma, zónder criticaster of vervelende vragen. Een van die keren sprak de gelukkige interviewster als slotwoord (ik citeer uit het hoofd): “Nu maar hopen dat er in de Wetstraat iemand meeluistert!” Even daarvoor had De Vos gezegd: “Je kunt het licht van de zon niet ontkennen”.

Zo naderen we de hoofdzaak. Ik denk dat sommige VRT-mensen (en hun gasten) me zouden antwoorden dat de verslaggevers en commentatoren geen meningen geven, maar uitleg, dat het immers ‘deskundigen’ zijn, kenners van de werkelijkheid, kenners van het licht van de zon: “dat is gewoon zo!”

In die visie kan een De Swert zijn gedacht hebben over de pensioenen, we ruimen daar een plaatsje voor in, maar een De Vos of een Geert Noels weten hoe het werkelijk is. Zij belichamen gewoon de realiteit, dus ‘de markten’, ‘Europa’, ‘de vergrijzing’, ‘de overheidsschuld’, ‘de verandering’ …

“Ik denk dat sommige VRT-mensen (en hun gasten) me zouden antwoorden dat de verslaggevers en commentatoren geen meningen geven, maar uitleg, dat het immers ‘deskundigen’ zijn, kenners van de werkelijkheid, kenners van het licht van de zon: “dat is gewoon zo!”

En tijdens de paniek over het Griekse referendum spraken VRT-journalisten slaafs vanuit het perspectief van Nicolas Sarkozy, José Manuel Barroso enz., die Jorgos Papandreou ‘op het matje riepen’ of ‘een bolwassing gaven’: op dat moment belichaamde Sarkozy c.s. de werkelijkheid, terwijl Papandreou een uiteraard dwaze mening had.

En kijk, in een oude krant, een opiniestuk van Rudi Thomaes (VBO): ‘Links mist realiteitszin’. En nog een oude krant, met een opiniestuk van Siegfried Bracke, ‘Identiteit is er gewoon’ – waaruit blijkt dat deze houding niet beperkt blijft tot het sociaal-economische; identiteit is er gewoon, je hoeft er dus niet over te discussiëren, je discussieert niet over de vraag of de zon licht geeft.

Ben ik een overblijfsel uit een andere tijd? In het voorwoord van zijn Chroniques des temps consensuels (Seuil, 2005) schrijft Jacques Rancière dat de consensusdenkers in alle afwijkingen van het sociale lichaam steeds dezelfde kwaal onderkennen: “gebrekkige aanpassing aan het heden, onvoldoende aansluiting bij de toekomst”.

Volgens de consensus is er maar één realiteit, één ruimte, één tijd, en we moeten daar allemaal mee instemmen. De referenda over de Europese grondwet leverden de puurste illustratie: “zelfs wanneer [de consensus] ons laat kiezen tussen ja en nee, wenst hij dat we ja zeggen, tenzij we toegeven dat we aanbidders van het niets zijn”.

“Volgens de consensus is er maar één realiteit, één ruimte, één tijd, en we moeten daar allemaal mee instemmen”

De consensus wil “dat de mogelijkheid zelf van een bepaald conflict verdwijnt: het conflict dat slaat op wat er is, dat tegenover het ene heden een ander heden wil stellen en beweren dat er meerdere manieren zijn om te beschrijven wat zichtbaar, denkbaar en mogelijk is”.

Joris Note

Joris Note is schrijver en literair criticus. Hij publiceerde zes prozaboeken bij De Bezige Bij, schrijft bijdragen voor het ‘platform voor literaire kritiek’ deReactor en werkt aan een boek over literatuur en politiek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!