De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Waarom Doornaert (on)terecht zegt: “Ik heb het gehad met ‘wit privilege’

donderdag 6 mei 2021 13:54
Spread the love

Update: disclaimer over onze schuld naar de jongere generatie, en over de onderliggende terechte boosheid: 6 mei, 16 uur en 17 uur 20.

Mia Doornaert trekt van leer in een opiniestuk met als titel “Ik heb het gehad met ‘wit privilege'”. Tegelijk heeft zij gelijk, en ongelijk. Jongeren zijn niet alleen ideëel boos op koningen en blanke slavendrijvers. Zij vuren in feite terecht maar ‘onrechtstreeks’ op de volwassenen van deze tijd, die hen meer dan ooit te weinig warmte, begeleiding en opvoeding gaven. Persoonlijk heb ik schouder aan schouder twintig klimaatmarsen met activistische jongeren van nu opgetrokken. Ik begrijp hen daarom misschien wat beter in hun diepste frustraties. Ook mijn ervaring als hulpverlener biedt originele inzichten.

Op deze donderdag 6 mei 2021 heeft senior journaliste en schrijfster Mia Doornaert een striemend stuk geschreven op de opiniepagina’s van De Standaard. Ik geef eerst een paar alinea’s daaruit en dan een eigen corroboratio. De titel is: “Ik heb het gehad met ‘wit privilege’

Doornaerts aanklacht

(…) “Ik heb het gehad met de kwezelarij die cultuur met of zonder hoofdletter in politiek correct suikerwater wil omzetten. Je houdt het niet voor mogelijk, maar Disneyland in Californië ligt onder­ vuur omdat de sprookjesrit over Sneeuwwitje eindigt met de zachte kus van de prins die haar uit haar coma wekt. Het meisje kan geen toestemming geven, dus ongepast seksueel gedrag! Mag eraan herinnerd worden dat hele generaties de bepaald niet zoeterige sprookjes van de gebroeders Grimm hebben verslonden en daardoor niet voor galg en rad zijn opgegroeid?

Wat betekent de kostbare term vrijheid nog voor jongeren die geen behoorlijk geschiedenis­onderwijs krijgen?

Ik heb het gehad met professoren, leraars­ en andere opvoeders die de geschiedenis en Europese/blanke cultuur door een woke lens bekijken, en zonder pardon veroordelen tot één brok slechtheid van racisme en kolonialisme en white supremacism. En ik heb het nog meer gehad met al degenen die daarvoor nederig het hoofd buigen en zich blijven uitputten in excuses voor onze blijkbaar aangeboren slechtheid. Mag er bijvoorbeeld aan herinnerd worden dat slavernij geen ‘witte’ misdaad is, maar net zo oud als de mensheid – ze wordt vermeld in het wetboek van Hammu­rabi. Dat de Arabieren al sinds hun veroveringen van de achtste eeuw massaal Afrikaanse slaven over de Rode Zee vervoerden, en de ergste slaven­drijvers in Afrika werden en bleven?

Ik heb het gehad met ‘wit privilege’ en allen die zich deemoedig menen te moeten verontschuldigen. Waar was dat privilege enkele eeuwen geleden, toen op de slavenmarkten in het Ottomaanse Rijk in Europa geroofde blanke vrouwen verkocht werden, toen ook mannelijke Europese slaven een belangrijk deel van de import waren van dat islami­tische rijk, dat tot in zeventiende eeuw het machtigste was in Europa?

Ik heb het gehad met de meutes die op de sociale media en elders iedereen achtervolgen die niet woke genoeg is, ook over zaken die ze soms tientallen jaren geleden zeiden of deden. Tal van mensen zijn daardoor al gebroodroofd of tot sociale paria’s gemaakt. Ik heb het ook gehad met groepjes die zich voortdurend ‘gekwetst’ voelen. Tja, eigen­ aan een robuust democratisch ­debat is juist dat het uitdaagt en schuurt. Wie daar niet tegen kan, moet niet in een democratische maatschappij willen leven. Ik heb het vooral gehad met de lafheid van allen die door de knieën gingen of gaan voor die hetzes, in de plaats van de slachtoffers te verdedigen. Daardoor geven ze de schreeuwers veel meer macht dan ze verdienen.

Dat brengt me bij mijn finaal ‘j’accuse’, de verloedering van het onderwijs, en van algemene opvoeding, die transmissie van kennis, van geschiedenis, van cultuur is gaan verwaarlozen. Daarmee gaat ook de verloedering van het democratisch debat gepaard. Wat betekent de term vrijheid nog voor jongeren die geen behoorlijk geschiedenisonderwijs krijgen en dus niet weten hoeveel tijd en strijd er nodig zijn geweest om democratische maatschap­pijen te vestigen. Die blijkbaar niet eens beseffen tot welk een klein en bevoor­recht deel van de mensheid ze behoren. Jongeren mogen niet gaan feesten in het Ter Kamerenbos of op een strand? Hun ‘vrijheid’ wordt beknot. Welk woord moet je dan gebruiken voor mensen die onder dictaturen gevangenzitten, gemarteld worden, gedood worden wegens hun verzuchting naar elementaire vrijheden?” (…)

“En daarom, j’accuse. Ik wijs al de­genen met de vinger die elementaire burger­zin en algemeen belang laten verdrinken in emotioneel geschreeuw, zowel degenen die eraan meedoen als zij die geen weerwerk willen of durven te bieden.”

 

Persoonlijke bedenkingen

Eens te meer ontvangen we hier een voorzet, een schot voor de boeg in het debat, dat ertoe doet. Dit is wat ik graag benoem als Diepe Waarheid. (Waarheid bestaat. De postmodernen hebben hier bakzeil moeten halen. Waarheid is die naam waard als zij bevrijdend werkt, perspectief biedt en confronteert. Echte waarheid is hogelijk dialogaal. Zij bevat veel dapperheid.)

Persoonlijk heb ik mij de laatste jaren geregeld geroepen geweten de slachtoffers van de aanvallen op white privilege, gekenmerkt door een eenzijdig zwarte afschildering van kolonisatie, koningen en slavernij uit de wind te zetten. Dat ik onze geschiedenis goed ken, als gepassioneerd historicus en studax, staat van die positie ongetwijfeld niet los. De woke generatie die klaagt over pijnlijke aspecten aan het confronterende debat moest beschaamd zijn. Ook al hebben allerlei leraars en opvoeders hier onvermijdelijk boter op het hoofd. Tot en met ouders die te weinig het debat over onze democratische identiteit en kwaliteit met hun kroost om welke redenen ook, systematisch uit de weg lijken te zijn gegaan.

Bij de gelegenheid van de “J’accuse!” vandaag, neem ik met plezier de nederige houding aan op mijn profiel een reeks stukken in herinnering te brengen die ik zelf in het debat heb ingebracht via mijn blog , lezersbrieven en dit sociale medium. It can and must be done. Eerlijkheid en waarachtigheid naar wie ons zijn voorgegaan en die nobele idealen bevochten hebben, verdient dat wij ervoor strijden. Ook al maakten mens en maatschappij in het verleden voor een deel toekomst op een manier waarop wij vandaag niet meer te werk zouden gaan. Door vandaag absolute veroordelingen uit te spreken, maken jongeren en meelopers grove fouten. Kwezelarij, bekrompen zoeterigheid, het is een term die deze houding goed samenvat. Daar moeten wij samen uit weg raken. Gezonde trots is geen fout of schande, maar een natuurlijke, vitale menselijke behoefte. Honi soit qui mal y pense.

 

 

In de uitdrukking “De beste stuurlui staan aan wal” schuilt een lelijk addertje. Het is vandaag tijd dat de echte kapiteins die de hand bezorgd en bekwaam aan het stuurrad van de samenleving hebben, de fake kapiteins die op de wal beuzelarijen verkopen en roepen, op hun nummer zetten. Uit de aard van de zaak is een kapitein vaak danig opgeslorpt in zijn handelen; daarom zijn bekwame medestanders die deze defensieve arbeid verzetten, nodig, nuttig, gewenst en meer en meer onmisbaar. In tijden van sociale media zijn heldere, vakbekwame stemmen meer dan ooit van vitaal belang. Geletterden, sta op. Academici, doe uw steen in het zakje van het Maatschappelijk Debat. En gebruikers van de digitale roephoorns, doe een gewetensonderzoek. Laat je niet meeslepen door bepaalde vileine onderliggende motivaties. Jaloezie en afgunst worden terecht in alle samenlevingen als laaghartig en banaal beschouwd. En studeer, studeer. Alleen wie echt iets te zeggen heeft, mag ervan uit gaan dat hij in de publieke ruimte iets te zeggen heeft.

 

Disclaimer: jongeren gingen door historisch groot ‘discomfort’. Zij schieten onrechtstreeks op de volwassenen

Anderzijds wil ik enig voorbehoud aantekenen. Als onze beschuldiging, ons “j’accuse” effect wil ressorteren, moeten wij rekening houden met de psychologie van wie in de fout ging, van de tegenstander. Het is onlangs in de media benadrukt in de context van die andere taaie verkeerd-denkers, de aanhangers van complottheorieën: hen beschuldigen van domheid sorteert het minste effect. Je dient hen met openheid tegemoet te treden, met sympathie en empathie als het even kan. Naar mijn oordeel komt de klacht van de (jonge) mensen tegen de”grote mensen” die de kracht en de hoge cultuur, de kwaliteit en de eer in pacht hebben, vanuit een diep oud zeer, dat nog te weinig wordt opgemerkt en werd beschreven. Ik hoop dat het niet ver gezocht lijkt, maar ik leg de link naar de analyse die als de bron van bijna elk wereldbeeld en grote overtuiging een hoogst persoonlijke emotionele stellingname poneert: de psychologie zegt dat opvattingen in een emotie hun grond vinden, en pas in een tweede beweging  ontwerpt de mens er gedachten, verantwoording in woorden voor.

De epistemologen, die zich buigen over wat kennis is, hebben sinds eeuwen dit fenomeen in het Latijn bondig als volgt verwoord:

“Nihil in intellectu quod non prius fuerit in sensu” – “Niets komt terecht in het intellectuele discours, wat niet eerst ervaren is in het hart”

Naar mijn gevoel is wat de woke jongeren beweegt, een (vaak gerechtvaardigde) verontwaardiging die zich in een tweede beweging aan bepaalde zaken hecht, in een metonimische verschuiving. In het Engels heet dit: “dislocated anger”. Woede die in een andere richting gaat.

Persoonlijk ben ik goed vertrouwd met dit psychologische mechanisme. Als slachtoffer is het vaak on-mogelijk rechtstreeks wie jou benadeeld aan te pakken. Als  docent jachtethiek heb ik het vaak genoeg mogen meemaken: mensen  lijden aan vormen van onderdrukking vanwege figuren die macht over hen hebben. Van de baas op het werk over de partner in de relatie tot de ouderfiguren. Die boosheid  laat zich niet oplossen, zij  zoekt echter een uitweg, en niet gehinderd door kennis van zaken, gaan mensen dan fulmineren tegen een symbolische, iconische figuur die voor hen macht uitstraalt en in de perceptie onrecht begaat tegen “onschuldigen” waarmee zij zichzelf identificeren. In casu de wilde dieren en de figuur van de jager.

 

De opvallende successen die de ‘grote generaties’ hebben gebouwd en bevochten, de jongere vindt klaarblijkelijk dat deze arbeid de mensen hebben weggehouden van wat misschien vanuit het oogpunt van de menselijkheid, van wat de primaire taak van de Homo sapiens mag heten, meer aandacht, tijd en energie  had mogen ontvangen: de emotionele en mentale zorg voor de ‘jongen’ in het nest, in het dorp. Men is niet zozeer boos op de kracht van de krachtigen; de jonge mens is wellicht boos omdat onvoldoende warmte en steun bij zijn en haar groei is gekomen van de kant van die ‘super mensen’. De kritiek op allerlei hoogstaande sterren uit het verleden, van Napoleon en Churchill tot koning Leopold II en op hun “neerkijken op de zwarten en de slaven” lijkt mij vooral ‘afgeleid’ vanuit het doorvoelde besef dat de “groten” in het hoogst eigen sociale milieu onvoldoende naar hen, “naar de kleinen hebben omgekeken”. Misschien hebben de hardwerkende blanken teveel gevraagd, genomen van de generatie van hun kinderen. Welke ouder zal niet bevestigen dat zijn kinderen (in theorie) “onze grootste schat” zijn. In de praktijk hebben veel intussen redelijk welstellende mensen misschien toch wat te weinig in hen “geïnvesteerd”. Een bijkomende stoorzender kan dan zijn dat in onze cultuur bijna geen woorden, geen aandacht is voor wat het Engels noemt “emotional labour”. Opvoeden, het wordt nog te vaak als een bijzaak gezien. Twee generaties geleden konden helden wellicht beter hun ding doen, zonder dat het legertje jonge mensen eronder leed; thuis stond moeder de vrouw permanent ter beschikking. De jongeren houden ons staalhard een spiegel voor. Niet alleen de koningen en de elite, maar wij allemaal blijken vrij naakt en zondig in beeld te komen. Zoals Adam en Eva. Wij moeten beseffen dat elke generatie opnieuw het paradijs dient te boetseren. De hel, de knoeiboel van de vorige generatie oplossen, de vorige oorlog vechten, dat is niet goed genoeg.

Wat mevrouw Doornaert doet is zinvol, betekenisvol: zij zegt: “Opgelet, het klopt niet wat je zegt”. De ervaren hulpverlener in mij kan daar echter niet onverdeeld genoegen mee nemen. Onlangs heb ik een zoom-vergadering meegemaakt met jongerendokter, voormalig vertrouwensarts, schrijver en media-figuur Peter Adriaenssens. De toestand is ronduit dramatisch. Heel veel jongeren ‘zitten’ met problemen in de orde van moedeloosheid, onzekerheid, angst, verslavingen, eetstoornissen. Ik was de eerste opiniemaker die daar uitgebreid de aandacht heeft op getrokken, precies een kwarteeuw geleden. Mijn stelling: we hebben als nooit tevoren een kind-onvriendelijke maatschappij.

Adriaenssens:  “! Vijftien jaar geleden kwam zelfdoding niet voor bij jonge kinderen rond tien jaar; momenteel zijn er alle dagen zulke gevallen op Spoed… Idem voor opvoeders die in elkaar geslagen werden; momenteel gebeurt dit elke week… Uit onderzoek blijkt: meer dan de helft van de jongeren… praat met niemand over zijn problemen! Slechts vier op tien (43 procent) praat met de ouders erover. De ouder zou toch de belangrijkste vertrouwenspersoon moeten kunnen zijn?  Sinds jaren vernemen we alarmerende berichten die draaien rond een nieuw begrip: de Kinderarmoede stijgt fenomenaal. Het geweld binnen de gezinnen is een ander groot zeer. Adriaenssens trekt aan de alarmbel in dit verband: “Armoede en geweld beperken je vaardigheden zeer sterk”. Wanneer wij de jongeren in kwestie louter te melden hebben: je zingt vals, dan begaan we in feite de fout die vervat zit in de uitdrukking “Schiet niet op de pianist”. Wij doen dan misschien toch teveel aan wat intussen wordt uitgedrukt met de woorden “victim blaming”.

 

 

Enkele citaten uit onze geschriften

1) Alles heeft zijn tijd. Leopold II heeft zijn leven geleid, ongetwijfeld erg zijn best gedaan, en toch een resem fouten gemaakt. Dat is herkenbaar, toch? Misschien  was hij voor een deel doortrapt, hebzuchtig, praalziek, uit op macht. Wie die de zestig voorbij is, en verantwoordelijkheid heeft gedragen, kan zich daar toch in herkennen? Volop aan het leven deelnemen zonder je handen vuil te maken, dat is onmogelijk. Heeft het overigens niet iets hels deze koning door een soort tunnel in de tijd te willen sleuren en in brand te steken, zoals met bepaalde standbeelden in ons land intussen is gebeurd? Ik ben niet zo in voor vadermoorden, ook niet als het om een symbolische vaderfiguur, een pater patriae gaat. Er moeten betere manier te bedenken zijn om onze resterende schuld naar de betreffende bevolking en haar hedendaagse nakomelingen te voldoen.

Laten wij niet vergeten dat wij als natie en populatie ook heel wat geboden hebben, in de afgelopen honderd veertig jaar. Ik heb persoonlijk in mijn jeugd een man uit Kivu van nabij gekend. Hij is vanuit zijn studentenkamer bij ons thuis afgestudeerd aan de KU Leuven met grootste onderscheiding als burgerlijk ingenieur. Augustin Simanga was van nobele inlandse afkomst uit Kivu. Hij trok soms bang weg, als je met je hand in de buurt van zijn hoofd kwam op een onverwacht moment: hij had lijfstraffen ondergaan, wellicht in de school in Kongo en allicht ook in de eigen familiekring. Maar hij had diep leren  nadenken over zichzelf en de wereld, met behulp van onze Europese referentiekaders, wetenschap en begrippen. Mijn ouders en mijn broer en ik hebben veel deugd gehad aan de vriendschap met Augustin, en interessante dingen en houdingen, wijsheid en goede maximes van hem geleerd. Simanga is opgeklommen, eenmaal terug in zijn geboorteland, bracht het tot minister van Energie. Opvallend: de nobele man bleek vooral dankbaar gestemd naar de Belgen en hun koloniale werk; op sommige momenten sprak  hij de volgende woorden, die mij zijn bijgebleven, ook al zijn intussen vijfenveertig jaren verlopen: “Als jullie niet tot ons waren gekomen, zaten wij vandaag nog  in de bomen”.

(Uittreksel uit: https://www.dewereldmorgen.be/community/leopold-ii-een-koning-een-mens-die-er-niet-mocht-mag-zijn/)

 

2) Uit een stukje over Sinterklaas en Zwarte Piet

Onze (kinder)rituelen, onze stijl… dat zijn vitale uitingen van de kern van onze identiteit. Die moeten wij koesteren, verzorgen, intact houden en met gepaste trots tonen. Zoals wij dat doen met mooi antiek meubilair, met de schilderijen van onze meesters, met onroerend erfgoed in stad en landschap. Vergelijk met het traditionele Militaire Défilé op de nationale feestdag in de lanen bij het Plein der Natiën. Met de State of the Union in de respectieve parlementen. Dat erkennen, geeft blijk van aan innerlijke rijkdom, van vermogen met symboliek om te gaan. Dat niet zien betekent geestelijke armoede.

Geen mens kan ons toch ontzeggen te genieten wat de tekenverhaalmaker Hergé ons meegeeft in “De Zonnetempel”, album 13 in de reeks Kuifje? Hij wordt samen met zijn grote vriend kapitein Haddock, met professor Zonnebloem en zijn trouwe hond opgesloten in een toren door de Inca’s. De grote Inca meent dat zij de dood verdienen, om dweperige, hautaine, rancuneuze en religieus ingeklede redenen. Kuifje slaagt er echter in de wanhopig uitziende situatie ten goede te keren door kalm te blijven (de stiff upper lip van de Europeaan), door inzet van een paar ‘mirakels’ van de blanke westerse cultuur. Met name met behulp van de geschreven pers en van de astronomische wetenschap. Hij voorspelt dat de zon, (de god van de Inca’s), zal verdwijnen op een bepaald tijdstip. Er vindt een zonsverduistering plaats, de inheemse geweldenaren raken in paniek en de voor recht en waarheid strijdende Belgische reporter en zijn gezelschap worden met eerbied en genade overladen.

Ook vandaag geldt dat de superioriteit van “onze westerse wereld” toe laat levens te redden, zonder geweld en met het nodige respect. Onze medische expertise is een mirakel.(Denk aan de vaccins die de wereld van de pandemie gaan redden in 2021. – Update)

3) Uit een commentaar bij de actualiteit van de dag op 27 juli 2018

Een bericht in de krant van 26 juli maakt bekend dat de soldaten die tijdens de bomaanslagen in hartje Brussel op 22 maart twee jaar geleden de angst hebben opzij gezet, de moed naar boven gehaald en slachtoffers hebben bijgestaan, de militairen die de gevaarlijke Belgische Arabieren hebben bestreden, zij ontvangen geen decoratie. De woordvoerder van het betreffende departement van het leger geeft als uitleg: “Elke soldaat zou in vergelijkbare omstandigheden hetzelfde hebben gedaan”.

Je kan van het koloniale wereldrijk van de Britten veel zeggen, de overheden bij de Engelsen, Schotten en Welshmen, zij wisten de personen m/v die heldendaden verrichten in dienst voor het algemeen belang, met titels en linten te belonen. In Vlaanderen gaat het soms anders. Het is er niet slecht om te leven, de tandarts wordt stipt terugbetaald, het brood is goed. Maar er zijn toestanden die de vorm aannemen van benoembare addertjes onder het gras, voor wie het universum wat beter leert kennen. Erkenning bieden, complimenten geven, het blijft een zwak punt. Terwijl elk menselijk wezen groeit, opbloeit, met een gebaar van Bevestiging.

 

4) Uit mijn blog van 18 juni 2020

Als tweede luik in mijn redenering  volgt nu een kleine selectie uit de verstandige en menselijke woorden van Koen Lemmens, die het  opneemt voor het principe dat wij beter de mensen die uitblinken, blijven erkenning bieden. De tekst komt uit De Morgen van 18 juni.

“Nu wereldwijd standbeelden van omstreden personages van hun sokkel worden gehaald of met verf worden beklad, rijst de vraag hoe we als samenleving moeten omspringen met de sporen van eerbetoon uit het verleden. Vooral in die gevallen waarin het duidelijk geworden is dat de vereerde persoon naar de maatstaven van vandaag helemaal geen lof verdienen. Ik laat aan moraalfilosofen en historici graag de taak om een antwoord te formuleren. Iemand stelt in het actuele debat de vraag: “Waarom hijsen we eigenlijk mensen op een sokkel? De logica is onweerlegbaar: als we geen standbeeld plaatsen, kan er nadien ook geen heisa over ontstaan. Maar ik vind het getuigen van een triestig mensbeeld. Dan kan je net zo goed zeggen dat het beter is niemand te vertrouwen, dan kan je later nooit bedrogen worden. Wie nooit huwt, moet niet scheiden, en wie niet verliefd wordt, zal nooit liefdesverdriet kennen”

“Uit het feit dat we in het verleden verkeerde mensen op een sokkel gehesen hebben, volgt toch niet dat het dan meteen maar beter is om dat nooit nog te doen. Dat autocraten zichzelf al te vaak hebben geprezen met standbeelden klopt. (..) Maar dat zijn geen argumenten tegen standbeelden als dusdanig. (…) Elke maatschappelijke keuze wordt getekend door een zekere Tijdsgeest. (..) Elke keuze is selectief, per definitie. Het is de selectie die je dus moet bekritiseren, niet de selectiviteit.

(…) Wat is de conclusie: Dat we niemand meer kunnen prijzen? Ik ben opgegroeid in een dorp met een Damiaan-cultus. Jozef De Veuster zal wellicht ook minder fraaie kanten gehad hebben. Maar was zijn uitzonderlijke zelfopoffering niet voldoende om lof te verdienen? (…) Wie graaft zal altijd wel negatieve aspecten vinden van elke held en heilige. Maar moet perfectie de maat worden van alle dingen? Ik zou vurig willen pleiten om de gave van de bewondering te blijven koesteren. (…)

“Een egalitaire samenleving impliceert dat iedereen gelijke kansen krijgt om te kunnen  uitblinken. Een samenleving die niet meer in staat is om wie dan daadwerkelijk uitblinkt te prijzen, is wat mij betreft zuur en kleingeestig en een karikatuur van gelijkheid.”

______________________

 

Lees meer bij de disclaimer:

https://www.dewereldmorgen.be/community/woke-als-de-voorspelbare-boemerang-in-het-gezicht-van-baby-boomers/

 

 

 

 

 

Glorie van de democratische wereld, New York, Vrijheidsbeeld

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!