De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

“More sun behind the ‘More O’Ferral’ ” (Foto (C) Lieven Nollet)

De maatschappelijke vennootschap als mogelijk nieuw sociaal contract ? (deel 2 van 3 over de multi-kapitaal-samenleving)

vrijdag 25 september 2020 22:57
Spread the love

In een nog steeds druk bekeken artikel gepubliceerd op deze site op 18 mei 2020 legden wij de grondslagen uit van de zogenaamde “multi-kapitaalbenadering” van de maatschappij (hierna afgekort “MKB”) (1). Hierna zetten we uiteen dat de multi-kapitaalbenadering van de maatschappij ons kan leiden naar een mogelijk nieuw sociaal contract: de duurzame, sociale en coöperatieve vennootschap van de maatschappij; we geven verder een aantal concrete voorbeelden van de mogelijkheden van dit nieuw sociaal contract. Zo zou bijvoorbeeld deze benadering het ideologische en juridische fundament kunnen vormen voor het weren uit de rechtsstaat van vennootschappen gevestigd in belastingparadijzen (of in landen met een heel laag belastingtarief) of ook nog, héél actueel : schermvennootschappen..  In een derde bijdrage, die we tevens heden publiceren op deze site (2)  gaan we  in op de “aandelen en aandeelhouders in de multi-kapitaal-maatschappij” (aandeel genaamd: “share of Society , afgekort ‘SoS’) en geven vele voorbeelden.  Hierna, door deze drie artikels samen, komen we tot een soort ‘trilogie’ over de Multi-Kapitaal-Benadering van de maatschappij. 

Eerst een korte opfrissing over de MKB.

Momenteel leven we in een zuiver kapitalistische mono-kapitaal vennootschap, of een vennootschap waarin enkel het financieel kapitaal de macht heeft; dit financieel kapitaal domineert de mens en de natuur. In het kader van een duurzame transitie zouden we best evolueren wég van deze vennootschap naar een duurzame, sociale en coöperatieve multi-kapitaal vennootschap, een vennootschap waarin ook andere soorten van kapitaal, zoals menselijk en natuurlijk kapitaal een zekere macht toegekend krijgen, verankerd in het systeem. Door een dergelijke verankering zouden die ‘nieuwe’ vormen van kapitaal dan inherent als tegengewicht gelden voor het financieel kapitaal. We spraken van een nieuw mogelijk paradigma, de zogenaamde ‘scheiding der bronnen’, naar analogie met de huidige, gekende ‘scheiding der machten’.

De uitdaging ligt er dan in dit alles concreet en praktisch gestalte geven in onze huidige maatschappij. Dit zou mogelijk zijn door gebruik te maken van hefbomen of bouwstenen die afgeleid worden uit het concept “vennootschap” en het denksysteem van het dubbel boekhouden (dat immers geldt voor grote vennootschappen).

Een maatschappelijke vennootschap

We schoven naar voor om de maatschappij te benaderen als een duurzame, sociale en coöperatieve vennootschap. Een vennootschap is vanuit een juridisch standpunt een contract. Hiermee kan worden aangesloten worden op het eeuwenoude sociaal-contractdenken. Dit  contractdenken is de filosofie dat de legitimiteit van het gezag van de staat over het individu voortkomt uit een contract dat tussen beiden is afgesloten (zie o.a. Jean Jacques Rousseau, Thomas Hobbes en John Locke, en recenter J. Rawls).

J. Rawls is ook een contractdenker, maar hij gaat nog een stap verder: hij neigt ernaar om de maatschappij te benaderen als een onderneming: “Society is a cooperative venture for mutual advantage (…) typically marked by conflict as well as by an identity of interests” (Rawls, Theory, 1999, p 4).

Er valt veel  te zeggen voor de benadering van J. Rawls.  Een vennootschap is – summier benaderd – een contract tussen meerdere mensen waarbij zij iets samenbrengen met als  gezamenlijk doel: het maken van winst; wat zij verder samenbrengen [2] wordt genoemd het  ‘kapitaal’ van de vennootschap. Men zou kunnen stellen dat dergelijk contract, op maatschappelijk vlak, misschien wel dé toekomst is: op maatschappelijk vlak zouden de mensen – denkbeeldig – een duurzame overeenkomst met elkaar sluiten met als doel: het streven naar maatschappelijke winst. Aldus – summier benaderd – zou het concept vennootschap misschien wel het nieuwe sociale contract kunnen worden waar iedereen naar zoekt, het sociale contract dat de huidige, globale, gepolariseerde maatschappij misschien wel nodig heeft.

Verschillende elementen die eigen zijn aan vennootschappen kunnen verder met wat verbeelding aangewend worden voor de inrichting van een andere duurzame maatschappij.

De statuten: de bescherming van de drie soorten kapitaal verankerd.

Vooreerst heeft een vennootschap “statuten”. Statuten zijn werkingsregels van de vennootschap, dus het intern huishoudelijk reglement van de vennootschap. In de statuten is het doel van de vennootschap opgenomen. Het doel van onze huidige maatschappij benaderd als vennootschap is zonder meer duidelijk: overleven, kunnen verder bestaan, en dus  overgaan (transiteren) van de huidige kapitalistische vennootschap (waarin enkel geldelijke winst telt) naar een duurzame, sociale en coöperatieve vennootschap, een vennootschap waarin er o.a. ook (veel méér) plaats is voor maatschappelijke winst (en minder voor financiële winst).

Hierop aansluitend zou verder het in ons eerste artikel uiteengezette principe van de drie-bronnenbenadering van de maatschappij in de statuten komen. We herhalen nog eens dat deze benadering streeft naar evenwicht tussen de drie grote maatschappelijke bronnen, zijnde de bron van de mens, de bron van de natuur en de bron van het financieel kapitaal. De drie-bronnenbenadering is cruciaal want zij daalt als het ware als een deken neer over de hele maatschappij waarin duurzaamheid de hoofdbetrachting is, dit alles in het kader van het globaal te bereiken doel: kunnen verder bestaan.

We onderscheiden in deze vennootschap van de maatschappij drie soorten kapitaal: menselijk, natuurlijk en financieel kapitaal. In de statuten zouden deze kapitalen nader omschreven worden.  In de eerste plaats dus het natuurlijk kapitaal en verder het menselijk kapitaal. Maar wat valt onder ‘menselijk kapitaal’? Wij lijnen binnen de multi-kapitaal-benadering van de maatschappij‘ menselijk kapitaal’ af als alle vormen van kapitaal die door de mens in het leven zijn geroepen,  met uitzondering van het financieel kapitaal (dit krijgt immers een aparte benadering). Vanuit die optiek zou als in de statuten op te nemen en dus te beschermen menselijk kapitaal te aanzien zijn: sociaal kapitaal en cultureel kapitaal.

Inzake het financieel kapitaal zou in de statuten ook preciés afgelijnd kunnen worden welk financieel kapitaal er bescherming verdient en welk minder of helemaal niet. Het lijkt aangewezen deze vraag te beantwoorden vanuit de volgende invalshoek: in welke mate draagt het financieel kapitaal bij tot een duurzame en sociale vennootschap van de maatschappij?  Speculatieve en/of flitskapitalen zouden aldus ten gevolge van deze benadering niet onder het beschermen ‘financieel kapitaal’ kunnen vallen en hierdoor een Tobin-taks kunnen ondergaan. Op die wijze zou een begin van antwoord kunnen gegeven worden op de maatschappelijk heel schadelijke “financialisatie”.  Deze wordt omschreven als volgt [3]: “(…) Financiële activiteiten hebben zich losgeweekt van de traditionele activiteiten (‘smeermiddel’) en zijn (te) machtig geworden, met veel te grote invloed op de reële economie”. De Amerikaanse socioloog Gerald Davis spreekt van een ‘portfolio society’: “een maatschappij als een aandelenportefeuille. Financiële markten zijn geen instrument meer, maar een quasi autonome macht”.  “Zelfs Adam Smith noemde de financiële sector in The Wealth of Nations uit 1776 een uitzondering, precies omdat de ‘natuurlijke vrijheid van een paar individuen (…) de veiligheid van de hele maatschappij in gevaar kan brengen” [4]Vanuit de MKB kan een ideologisch onderbouwd antwoord op het financieel kapitalisme gegeven worden.

Nu meet het huidige ‘bruto nationaal product’ (BNP) vooral de prestaties van het (financieel) kapitaal. Hiernaast zou er een zogenaamd “bruto sociaal product” kunnen komen dat de prestaties van de andere, maatschappelijk belangrijke kapitalen zou meten en weergeven.

Het kapitaal van een vennootschap wordt verder vertegenwoordigd door zogenaamde aandelen, in handen van meerdere aandeelhouders. Men zou aldus het voormelde, eerder omschreven kapitaal van de ‘vennootschap van de maatschappij’ dus kunnen laten vertegenwoordigd worden door aandelen en door aandeelhouders. Dit is een bijzonder en  omvangrijk punt en we benaderen dit daarom apart, in een ander artikel dat we heden tevens publiceren op deze site van De Wereld Morgen.

De rol van de overheid kan ook vanuit de drie-bronnenbenadering afgelijnd worden. Deze komt er op neer om toe te zien op het evenwicht tussen de bronnen, zodat zij kunnen overleven en doorgegeven worden naar toekomstige generaties (zogenaamde ‘intergenerationaliteit’; nu put het financieel kapitaal de twee andere bronnen uit). De overheid ziet er tevens op toe dat de bronnen zich kunnen ontplooien, zonder dat dit echter ten koste gaat van een andere bron. De overheid moet verder blijvend kunnen beschikken over middelen om deze rol te vervullen en de hiervoor voormelde kapitalen te kunnen in stand houden; deze middelen zou zij dus dienen te krijgen onder de vorm van belastingen, belastingen die verder tevens zorgen voor een herverdeling van de rijkdom, wat ook leidt tot evenwicht tussen de drie grote bronnen. Sectoren die van gemeenschappelijk belang zijn komen best niet in de handen van commerciële spelers, omdat zij enkel denken aan hun eigen privaat belang. Maatschappelijke winst staat immers voorop in de 3-bronnenbenadering.  Deze sectoren worden dan gelicht uit de boekhouding van de vennootschap van de maatschappij.

Een vennootschap wordt verder bestuurd met een raad van bestuur. Hierin zitten de personen die de koers uitzetten voor de vennootschap, vaak aangevuld met grijze eminenties. Zou men aldus de vennootschap van de maatschappij niet beter kunnen laten mee-besturen met een bijzondere “raad van bestuur”, als sluitstuk van de huidige democratisch verkozen organen en  met een heel preciés afgelijnde taak? Hierin zouden er 3 categorieën van burgers vertegenwoordigd zijn: vooreerst de jongeren, en verder ook de actieven en de gepensioneerden. Een orgaan dus waarin er naast (uitgelote en gemotiveerde) vertegenwoordigers uit de “universiteit van het leven” er ook vertegenwoordigers uit “universiteit van de jeugd” en de “universiteit van de werkenden”, aangevuld met professoren. Belangrijke wetswijzigingen zouden hier meteen aan de praktijk kunnen getoetst worden. Het orgaan zou ook kunnen  tussenkomen als de politiek er niet in slaagt om  – dringend – op te lossen problemen op te lossen. Met dit orgaan zou de kwestie voorgelegd kunnen worden aan niet-verkozen maar wel gemotiveerde burgers, en dit indien de andere vormen van democratie niets hebben opgeleverd. Met zou dit orgaan ook kunnen noemen ‘trias democratia’, naar analogie met de ‘trias politica’ (zijnde de drie grote machten: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht). De Senaat in België staat toch leeg, men kan er een reflectiekamer van de 3 voormelde lagen van de bevolking van maken.

In het licht van de bron van het menselijk kapitaal die belangrijk is, wordt er ook veel aandacht geschonken aan ervaring. Tenslotte is  het begrip van de redelijkheid een belangrijk grondbeginsel van Multi-Kapitaal-samenleving.

Dubbel boekhouden als inspiratiebron

Verder is er de algemeen geldende hefboom van het denksysteem van het dubbel boekhouden. Dubbel boekhouden geldt om inzicht in en greep te krijgen op grote vennootschappen, en de maatschappij evolueert naar een grote vennootschap. Hieruit kunnen een aantal alles overheersende grondregels afgeleid worden voor de maatschappij.  Deze boekhoudkundige grondregels of grondnormen zouden kunnen zijn: volledigheid, fair en verder ook de zogenaamde ‘continuïteitsonderstelling’ uit het boekhouden (zie de voetnoot in fine, voor gedetailleerde uitleg over deze continuïteitsonderstelling [5]). Op maatschappelijk vlak kunnen zij  worden vertaald in : transparantie, fair en duurzaamheid.

Vanuit het dubbel boekhouden kunnen ook meerdere concepten getransponeerd worden naar de maatschappelijke organisatie.  Het belangrijkste is het zogenaamde concept “vaste activa”. Vaste activa zijn activa, goederen die niet verhandeld worden omdat zij van te groot belang zijn voor het bedrijf. Bijvoorbeeld het gebouw waarin de activiteit wordt uitgeoefend: dit wordt niet verkocht omdat het van ‘strategisch belang’ is voor de bedrijfsvoering. Als “vaste activa” zouden aldus op maatschappelijk vlak kunnen aanzien worden:  ‘strategische sectoren’. Door deze sectoren -denkbeeldig –  als ‘vaste activa’ te aanzien (of aldus te omschrijven in de statuten) zouden zij beter kunnen beschermd worden tegen de macht van het financiële kapitaal. Hiermee zou een antwoord gegeven kunnen worden op de volgende vraag:  “(…) In een reactie aan De Standaard erkent Peeters dat ons land ‘geen goede juridische instrumenten’ heeft om kritische infrastructuur – zoals de gasterminal van ­Zeebrugge of het elektriciteits- en ­telecomnet – te beschermen tegen buitenlandse investeerders” [6]

Er zou ook kunnen gedacht worden aan een andere, duurzame herinrichting van de wijze van boekhouden voor vennootschappen. Er zou hierin bijzondere aandacht kunnen komen voor duidelijke niet-duurzame handelingen (bvb illegale houtkap in de Amazone of in Oekraïne, en de import ervan).  Deze handelingen zouden afgezonderd dienen te worden in de boekhouding én verslaggeving van het bedrijf. Aan de hand hiervan kan een duurzaamheidsindex worden ontworpen waarmee de overheid dan het nastreven van duurzaamheid zou kunnen opdrijven.  Een hele slechte score op deze duurzaamheidsindex zou dan eventueel kunnen gevolgen hebben voor het al of niet kunnen behouden van het aandeel in de grote vennootschap van de maatschappij, de  zogenaamde “Share of Society” (zie het derde artikel van de trilogie). Ecocide zou op die wijze systemisch kunnen aangepakt worden door naar het hart van de betreffende bedrijven te gaan: hun boekhouding.

Vanuit het denksysteem van het dubbel boekhouden en zijn concepten kan  er een bijzondere invulling gegeven worden aan het begrip belastingen. Belastingen kunnen eigenlijk aanzien worden als de “smeerolie voor de samenleving”, waardoor de staat meerdere taken kan vervullen, zoals onderwijs, wegenonderhoud, enz, kortom taken van gemeenschappelijk belang. Belastingen worden gevestigd op basis van data waarop wetten worden toegepast.  “Data” worden in de literatuur vaak omschreven als het nieuwe goud, maar ook als ‘grondstoffen’ (een begrip dat ook in het dubbel boekhouden gebruikt wordt);  fiscale wetten zijn iets dat niet tastbaar is en kunnen boekhoudkundig benaderd worden als zogenaamde “immateriële activa”; dit alles leidt dan tot ‘opbrengsten’ onder de vorm van belastingopbrengsten. De verdere toepassing van de concepten en indelingen van het dubbel boekhouden laten verder een bijzondere, uniforme benadering en stroomlijning van het heffen van belastingen door de overheid toe.

Een greep uit mogelijke voorbeelden

Hierna gaan, als voorbeeld, een aantal mogelijkheden die de benadering biedt. Zij is vooral nuttig om een antwoord te bieden in probleemgebieden, waar zich vele vragen stellen maar waar niemand een – systemisch – antwoord op vindt.

De benadering is een denksysteem, met een hele grote “denk-kracht” op vele domeinen. Hierdoor zijn de mogelijkheden ervan misschien wel onuitputtelijk.  Iedere dag bieden zich situaties aan waarvoor de MKB een evenwichtiger oplossing kan aanreiken.

 

  • Voorbeeld nr 1

 

(toepassing van de algemene draagwijdte van de 3-bronnenbenadering op belastingparadijzen en vennootschappen aldaar gevestigd)

 

Vanuit de drie-bronnenbenadering kan men stellen dat belastingparadijzen en vennootschappen aldaar gevestigd, alsmede zogenaamde ‘schermvennootschappen’ het evenwicht tussen de 3 bronnen verstoren ; zij ondermijnen ernstig  de samenhang binnen de samenleving en haar financiering.  De 3-bronnenbenadering zou aldus de rechtsgrond en het juridisch fundament kunnen vormen om dergelijke vennootschappen (of staten) nog langer de toegang tot de rechtsstaat te verlenen (en ze zouden om die reden geen SoS (“Share of Society”) kunnen krijgen – zie ons derde artikel).

 

  • voorbeeld nr 2

 

(toepassing van de algemene draagwijdte van de 3-bronnenbenadering)

 

In fel gecontesteerde internationale handelsverdragen (CETA, Merkosur) is er sprake van zogenaamde ISDS” rechtbanken [7] (= ISDS is de afkorting van  “Investor-State Dispute Settlement”). Dit zijn rechtbanken waarvoor de overheden zouden kunnen gedaagd worden door investeerders. Vanuit de MKB kan gesteld worden dat dergelijke instellingen het evenwicht tussen de bronnen ernstig schaden; er is een duidelijk overwicht van het financieel kapitaal op de overheid, iets wat totaal onaanvaardbaar is. De overheid mag niet kunnen ‘gegijzeld’ worden door het financieel kapitaal. De ISDS-rechtbanken zouden in de MKB als instelling geen SoS krijgen.

 

 

  • voorbeeld nr 3

 

(toepassing van het denksysteem van het dubbel boekhouden op het optreden van grote politieke leiders)

 

Het dubbel boekhouden zou een nog veel krachtiger instrument kunnen zijn. In het dubbel boekhouden, maar eigenlijk in heel het bedrijfsleven, en in de rechtsstaat geldt de regel: “alles mag, tenzij het is verboden”. Donald Trump is gekend als de kampioen van het zogenaamde ‘creatief boekhouden’ (“creative accounting”). Er is daarover zelfs een  boek verschenen met als titel: “The making of Donald Trump”, 2016. Ooit zou hij zelfs gezegd hebben: “in het boekhouden is nog een en ander mogelijk”. En wat hij deed in zijn bedrijven, welnu, dat paste hij ook toe in de politiek, met (figuurlijke) slagen onder de gordel om zijn tegenstanders opzij te kunnen schuiven, het verkondigen van grove leugens om zo te komen tot zijn “alternative truth” die hij dan in de plaats stelt van de échte realiteit: allemaal zaken die  juridisch niet verboden zijn, maar wel heel schadelijk voor een maatschappij.

In het dubbel boekhouden geldt het heel belangrijke principe van de “true and fair view” van de boekhouding: de boekhouding moet een waarachtige weergave zijn van de boekhoudkundige realiteit. Men zou dit beginsel kunnen transponeren naar de handelwijze van (grote) leiders van een land dat ook eigenlijk een vennootschap is (zie boven): ook leiders dienen als leider van een grote vennootschap te zorgen voor een waarachtig en getrouw beeld van de vennootschap van de maatschappij die zij leiden. Dit zou aldus een degelijke juridische fundering kunnen zijn om meerdere uitwassen in onze huidige maatschappij tegen te gaan….

 

 

  • Voorbeeld nr 4

 

(toepassing van de continuïteitsbeginsel als belangrijk grondbeginsel van de MKB op de werking van de kabinetten)

 

In België vindt een minister die aantreedt als nieuwe minister nu een kabinet dat leeg is: immers, zijn voorganger heeft alles opgeruimd. Bij toepassing van het boekhoudkundige continuïteitsbeginsel zou dit niet meer mogelijk mogen zijn. Ook op het vlak van afwikkeling van faillissementen is er kritiek dat soms nog te snel overgegaan wordt tot de uitverkoop van het bedrijf (eerder dan in plaats van te proberen doorstarten). Het maximaal voorkeur geven aan de doorstart zou gefundeerd kunnen worden op het continuïteitsbeginsel.

 

  • Voorbeeld nr 5

 

(toepassing van de transparantieregel)

 

Waarom geen volledige transparantie voor misbruiken of frauderoutes die vastgesteld worden en deze fraudemechanismes publiceren? Dit zou dus inhouden dat constructies allerhande die overal opgezet worden publiek zouden worden gemaakt.

 

  • Voorbeeld nr 6

De benadering zou met zich meebrengen dat bijvoorbeeld enkel als duurzaam werk aanzien worden: werk dat noch de bron van de mens noch de bron van de natuur uitput. De strijd tegen de aantasting van de biodiversiteit en o.a. kaalkap van wouden kan hiermee juridisch gefundeerd worden (strijd tegen ecocide).

 

  • Andere voorbeelden…

 

Vele andere mogelijke toepassingen, men hoeft maar de krant open te slaan. De benadering is immers in de eerste plaats een denksysteem die een ideologische onderbouw toelaat voor de out-of-the-box oplossing van vele maatschappelijke problemen.  In de reeks “Toepassing van de MKB”, zullen wij af en toe een artikel posten, waarin wij aan de hand van de actualiteit de mogelijke toepassing van de benadering zullen uiteenzetten.

 

Besluit bij dit tweede deel  over de MKB

De  MKB is een andere manier van tegen de zaken aan te kijken, die een andere manier van denken introduceert (zie ons eerste deel).  Thans blijkt dat zij de basis kan vormen voor een andere manier van handelen. Zij komt tegemoet aan een latent sluimerende maatschappelijke evolutie, die duurzame verandering wil. Aan deze maatschappelijk tendens wordt een gefundeerde, concrete en werkbare vorm gegeven.  Het is een vorm die ook toelaat heel veel met elkaar te verbinden en die verder zelf coherent is. En middels deze vorm zou daardoor zou  dan deze sluimerende tendens versneld kunnen worden.

Verder lijkt de MKB legitimiteit en autoriteit uit zichzelf te hebben; ook wordt er gestreefd naar duurzaam evenwicht tussen de grote maatschappelijke krachten. Hierdoor zou zij misschien wel kunnen uitstijgen boven de – niet meer werkbare en polariserende  – tegenstelling tussen links en rechts.  Ook hierdoor zou het mogelijks een goed instrument voor maatschappelijke transitie kunnen zijn.

 

Toelichting bij de foto

 

 “More O’Ferral” is een merk van grote reclamepanelen. Dit merk is overal ter wereld gekend. De foto is tegen het licht van de zon in genomen, maar toch zie je nog het licht. De MKB laat ook toe om tegen de kracht van het huidige “systeem” in te kijken, maar toch nog licht te zien.

Hans Vanhaesebroeck

jurist (1987, UG), Speciaal Licentiaat Boekhouden en Fiscaliteit (SLFBO, samenwerking UG/Vlerick), ambtenaar Fod Financiën, hij vertolkt in deze opinie zijn persoonlijk standpunt; hij onderschreef ook de zogenaamde “Verklaring van 30 november 2019”.

[1] “Share of Society en “Collateral Advantage”: nieuwe woorden in het post-corona-tijdperk?” , gepubliceerd op deze site op 18.05.2020 en heeft actueel 4.200 views.

 

[2] Men kan denken aan het volgende in onze maatschappij:  data (via de sociale media), arbeid, eigenlijk ook : kapitaal.

 

[3] http://www.dfbonline.nl/begrip/11180/financialisering zie ook : https://nl.wikipedia.org/wiki/Financialisering

[4] “De wrede, vrije markt”, DS, 21 januari 2017, p 40 e.v.

[5] In het boekhouden geldt de zogenaamde regel van de continuïteit; het is eerder een onderstelling die stelt dat alles dient gewaardeerd te worden aan going concern waarde. Er is op boekhoudkundig vlak de veronderstelling dat de vennootschap going concern is en dus alles moet gewaardeerd worden vanuit de veronderstelling dat de vennootschap going concern is, continu is, levend (en niet failliet dus); men zou dit kunnen transponeren naar de maatschappij als volgt: het doel van de maatschappij benaderd als vennootschap is duidelijk “verder leven” en in dit verband is het aangewezen dat de voormelde onderstelling  op boekhoudkundig vlak (continuîteit, going concern) niet langer een onderstelling meer is op het vlak van waardering, maar zonder meer een eis of een postulaat. Van hieruit kan men dan de sprong maken naar eis van duurzaamheidseis op maatschappelijk vlak.

[6]  De Standaard, maandag 30 juli 2018, “Peeters noemt dam tegen Chinezen ‘overdreven”.

[7]  De Morgen, 22 oktober 2016, “3 vragen. Staten vs. bedrijven: wie mag rechter zijn?”

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

Unite Talks: Mohamed Barrie

This interview is one to to take your time for! 🙏 🔆 45 minutes of Mohamed Barrie!🔆 💥 Mohamed is a dedicated social worker, organizer and advocate for veganism. He shares his view on structural racism, power, exclusion and veganism. 🌏 Based on his own experiences he shines a new light on the vegan movement and on the role of racism within these movements. 〄 PS: We just started doing these interviews, so feedback is much appreciated!

Geplaatst door u:nite op Dinsdag 20 oktober 2020

take down
the paywall
steun ons nu!