Opinie -

Het politieke landschap in Syrië wordt bepaald door de regionale belangen van buurlanden

De Ierse journalist Patrick Seale schreef het al in 1965: “Syrië is het speelveld van tegenstrijdige internationale en regionale belangen.” Die uitspraak is vandaag nog steeds geldig. Niet lang nadat de protesten in 2011 begonnen waren, namen de rivaliserende regionale krachten het over. En daarbij was er geen ruimte voor de Syrische bevolking zelf.

vrijdag 6 november 2015 15:28

Er kwam geld en steun uit Qatar, Saoedi-Arabië en Turkije voor hun vertegenwoordigers ter plaatse. Een VS-ambassadeur ging naar de protesten en beloofde de steun van zijn overheid. De CIA en regionale veiligheidsdiensten begonnen een Vrij Syrisch Leger op te leiden.

Deze bemoeienissen zetten de Syrische oppositie buiten spel en maakten er een surrogaat van voor rivaliserende belangen. De komst van ISIS in Irak in 2012 en de creatie van de al-Qaeda-offspring Jabhat al-Nusra waren onvermijdelijk.

Zij begrepen immers al snel dat de chaos in Syrië een rijke voedingsbodem was voor hun aanwezigheid. Wat zich voordeed was met andere woorden nooit louter een Syrische burgeroorlog. Het was altijd al een regionaal gevecht.

De Syrische regering van Bashar al-Assad haalde uit naar de rebellen, wiens gruweldaden veel weg begonnen te hebben van die van de regering. Verzwakt door de oorlog vroeg Syrië eerst Iran en later Rusland om hulp.

Iran heeft in se opgesloten gezeten binnen de eigen grenzen vanaf de revolutie in 1979 tot in 2003. De illegale invasie van de VS in 2003 maakte komaf met Irans historische vijand, het Ba’ath regime van Saddam Hoessein, en liet toe dat Iran invloed kreeg in Irak, Syrië en Libanon. De VS en hun bondgenoten probeerden vervolgens om de invloed van Iran opnieuw in te dijken. Eerst door de Syria Accountability Act van 2005, vervolgens via de gewelddadige oorlog van Israël tegen Libanon (om de Hezbollah aan te vallen) en uiteindelijk via nucleaire sancties. Alleen heeft dat allemaal niet gewerkt.

Iran bleef nauwe banden onderhouden met Syrië. De Iraanse hulp voldeed echter niet om de regionale krachten in te perken. Saoedi Arabië zag dit zelfs als deel van hun hun grote gevecht tegen Iran en investeerde nog meer geld in hun gewelddadige bevriende militie Jaish al-Islam. Zij hebben hun basis in het oosten van Damascus, vanwaaruit ze bijna dagelijks raketten de stad in projecteren. Het regime neemt daarop doorgaans wraak met bombardementen: een heen-en-weer-beweging die we zien in elke stedelijke omgeving in Syrië, van Damascus tot Aleppo. 

De oorlog is miserabel. Geen enkele kracht kan de overwinning claimen. Hulp van buitenaf heeft geen enkele militie voordeel gegeven. Normaal gezien zou zo’n situatie leiden tot een staakt-het-vuren. In dit geval heeft elke groep echter gewacht totdat de Amerikaanse luchtmacht Assad van de troon komt stoten. Ze wilden immers een verandering van regime zoals in Irak en Libië.

De belofte van zo’n regime-wissel heeft de oorlog verlengd. De ironie wil dat de VN-doctrine van ‘Responsibility to Protect civilians’ (R2P, ofte de verantwoordelijkheid om burgers te beschermen, nvdr), geleid heeft tot het omgekeerde: de illusie dat een oorlog moet voortgezet worden totdat de VS komt met bommen.

De burgerpopulatie is de oorlog moe. Heel wat Syrische vluchtelingen in Libanon of Jordanië zeggen dat ze gewoon naar huis willen. De helft van de Syrische bevolking (in totaal zo’n 23 miljoen mensen) heeft hun woonplaats moeten verlaten. In vergelijking daarmee is er maar een klein percentage naar Europa getrokken.

Het is binnen deze context dat Russische militairen Syrië zijn binnen gevallen. Het voorwendsel was dat ze ISIS wilden bestrijden.

Alleen is dat niet het echte verhaal. De Russen zijn er toegekomen om zowel ISIS als de milities uit Qatar, Saudi-Arabië en Turkije aan te vallen, net zoals al-Qaeda. Wat de Russen hebben gedaan is dus tweeledig.

Allereerst hebben hun troepen de mogelijkheid ongedaan gemaakt dat er een regime-wissel zal plaatsvinden die gesteund wordt door het Westen. Er kunnen geen bommenwerpers van de VS meer overvliegen zonder dat ze een confrontatie riskeren met de Russen. Het gewelddadig omverwerpen van het Assad-regime is onmogelijk geworden. Dat moet iedereen vandaag toegeven, tandenknarsend of niet.

Ten tweede hebben de aanvallen op de verschillende milities duidelijk gemaakt aan Qatar, Saoedi-Arabië en Turkije dat ze rond de tafel zullen moeten gaan zitten. Hun legers – hoe onderling verdeeld ook – zijn niet in staat het hoofd te bieden aan de aanval die door Rusland gesteund wordt. De bijeenkomst in Wenen van vorige week, die de regionale machten verzamelde, was een direct gevolg van de Russische interventie.

In Wenen waren de regionale machthebbers – Iran en Saoedi-Arabië incluis – het eens over een aantal brede principes rond de toekomst van Syrië. Ze hebben aanvaard dat Syrië een seculiere republiek zal blijven en garandeerden rechten voor minderheden, net als enkele procedures voor de interne democratie.

Er zaten daarbij geen Syriërs rond de tafel. De vergadering ging niet over vrede binnen Syrië. Het ging over vrede rond Syrië.

Er is nog een lange weg te gaan. Maar op dit moment hebben de regionale grootmachten tenminste besloten om samen te werken in plaats van om Syrië te gebruiken als speelbal van hun belangen.

De Russische interventie is er dus in geslaagd om duidelijk te maken dat een regime-wissel er niet in zit en dat politieke dialoog noodzakelijk is.

In het belang van de Syriërs hoop ik dat er zich gauw een weg opent naar de vrede.

 

Vijay Prashad geeft les aan het Trinity College en schreef “Letters to Palestine: Writers Respond to War and Occupation”. Hij woont in Northampton.

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het Engels op gazettenet.com

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!