uit: Gerard Herman, "Te koop wegens stopzetting hobby"
Analyse, Nieuws, Samenleving, Cultuur - Marc Kregting

Buitenkunst verwekt geen binnenpret

Aan weerszijden van de westerse wereld liggen twee openbare kunstwerken onder vuur. Beide zijn vanuit de trein te zien. Maar waar gewoonlijk de reactie zou zijn er de schouders bij op te halen, geven deze controverses te denken.

vrijdag 6 juni 2014 17:11

Kijken
door het raam vanuit een rijdende trein geeft rust. Maar
onlangs bleek op twee plaatsen, duizenden kilometers vaneen,
het uitzicht hele andere gevoelens op te wekken. Reizigers en treinpersoneel
werden geconfronteerd met kunst waar ze niet om konden lachen.

In
de Amerikaanse stad Philadelphia had de Duitse kunstenares Katarina
Grosse een kleurrijke muur aan de treinrails opgetrokken. Volgens
critici onttrok zij daarmee de blik op de rauwe werkelijkheid die er pal achter ligt
. Achtentwintig procent van de inwoners
leeft onder de armoedegrens. In het noorden van Philadelphia, waar
het kunstwerk staat, zou de meerderheid van de kinderen op basisscholen in
behoeftige omstandigheden verkeren.

Aan de andere kant van de oceaan
vormde een weiland in de Zuid-Hollandse gemeente Lisse het decor voor
een beeld van de kunstenaar
Joep van Lieshout. Hij maakte een
negen meter lang beeld van een vrouwenlichaam in bikini, met
afgehakte armen, benen en hoofd. Hier
waren het treinmachinisten die hun verontwaardiging uitten.
Het
beeld riep schrijnende herinneringen op aan aanrijdingen met zelfmoordenaars, met wie ieder van
hen vroeg of laat te maken krijgt.

Appels
en peren

Zijn
er wel overeenkomsten tussen deze twee voorvallen? De commotie in
Philadelphia richtte zich op meer aspecten. De armoede van de
inwoners kreeg een extra tikje doordat het kunstwerk, Psychylustro
geheten,
300.000 dollar kostte. Het ding zelf gold bovendien als proeve van
een zogeheten hipstereconomie. In die constructie zoeken jonge,
hoogopleide mensen plekken waar ze creatief en commercieel hun gang
kunnen gaan. De oorspronkelijke populatie ziet daar echter louter de
prijzen stijgen en moet opkrassen.

Bij het conflict in Lisse gaat dan weer om een reclameuiting. Het beeld,
De
Bikinibar

geheten, wil toeschouwers lokken naar een tentoonstelling op Kasteel
Keukenhof. Bovendien schrijft het zich in in een traditie door,
volgens de organisatoren, voort te bouwen op het klassieke torso. Ze weten ook niet wat te doen met andere beelden op de expositie: “Iemand die net genezen is van darmkanker zit waarschijnlijk ook niet te wachten op een groot beeld van een dikke darm met een kamer erin.” Kunstenaar Van Lieshout was geschrokken van de commotie, maar wilde het beeld
laten waar het ligt. Hij nodigde machinisten uit voor een persoonlijke
rondleiding door de expositie.

Inmiddels heeft de organisatie besloten om De Bikinibar na Pinksteren 300 meter te verplaatsen, uit het zicht van treinpersoneel. De bedrijfsleider van Atelier van Lieshout liet weten: “Naar ons idee is het niet nodig, maar als de organisatoren dat willen, is dat prima.’

Goede
bedoelingen

Interessant
is dat de kunstenaars zich van geen kwaad bewust zijn. Hun goede,
mogelijk zelfs sociaal betrokken bedoelingen staan dan ook buiten
kijf. Over haar ontwerp in Philadelphia zei Grosse dat ze de
felle kleuren nodig heeft om dichter bij de mensen te komen, hun
gevoel van levenservaring aan te spreken en hun gevoel van
aanwezigheid te verhogen
. En Van Lieshouts bikinibar is bedoeld als een mooie, wrede en sensuele ontmoetingsplek voor ouderen.

Misschien
is hun kunst zelfs zo integer dat ze geen interventie kan verdragen.
Zoiets schemert door de grootse woede die, ook deze week, werd geventileerd
door de weduwe van Jan Wolkers. Ze
ontplofte bij plannen om iets aan zijn beroemde Auschwitz-monument
toe te voegen
.

Toch oogt de communicatie eenzijdig. Doordat er niets
verandert, mag de kunstenaar rekenen op begrip. Van Van Lieshout is alvast geen
antwoord overgeleverd op de tegenuitnodiging “voor een rondleiding rond een
trein vlak na een aanrijding met een persoon”. Zijn bedrijfsleider vond deze suggestie beneden alle peil.

Daarbij
blijft het een lastig punt dat die kunst vaak wordt betaald met
gemeenschapsgeld. Kritiek op dit fenomeen geldt als zuur, maar
kennelijk voelt niet elke artistieke wederdienst voor de investering
even rechtvaardig aan. In zijn recente boek Repressief
liberalisme
bespreekt
kunstsocioloog Pascal Gielen hooggestemde community
art in probleemwijken, waar eerst de sociale voorzieningen zijn
teruggeschroefd.

Beschut
door commentaar

Voor
kennisname van – en oordelen over – 
kunst dient de
biotoop van het museum.
In de publieke ruimte ontstaat het risico onverwachte toeschouwers te krijgen,
waarbij de confrontatie soms dus hardhandig is. Jan Wolkers’ monument heeft al heel wat schade geleden. Anderzijds wemelt het
zeker in Nederland van de buitenkunstwerken in gebieden waar bijna
niemand woont. In Oost-Groningen zijn prachtige tochten te maken,
waarbij de toeschouwer alleen niet moet toegeven aan de sensatie dat al
die bestelde kunst hier is weggestopt.

In
tijden van internet en smartphones ontgaat er sowieso minder aan
burgers. Dat ondervond Jan Fabre in 2012, toen hij voor een kunstwerk levende
katten nodig had. Terwijl zijn werk normaliter
wordt beschut door commentaren van een happy few met toegang tot
kwaliteitsmedia, kreeg hij plots te maken met een ziedende
meerderheid. Pas nadat hij had geklaagd aangevallen te zijn door
zeven mannen met knuppels en een veelvoud aan haatmails te hebben
ontvangen, zat hij weer in de rol van de
kunstenaar als martelaar,
die zich afvraagt: ‘In wat voor een
maatschappij leven wij?’

Er
wordt vaak geschermd met het begrip frame,
om aan te tonen dat verontwaardiging een paar blinde vlekken met zich
meebrengt. Het vreemde is wel dat het frame per definitie bij de
ander blijkt te zitten. Inzake kunst kan die dan populistisch,
provinciaal en dies meer worden. Of zou de beschouwer ook een frame
hebben?

Kunstbarbaars

Het
is goed voorstelbaar dat mensen de lof zingen van weekendtrips naar
New York, zich laven aan de diversiteit die zich alleen al uit in
meest uiteenlopende talen. Wel verkeren ze in die positie, doordat
hun materiële voorwaarden uitstekend zijn. Het gaat hier dan ook om
een minderheid.

Het
is evengoed voorstelbaar dat bij al die lyriek de meerderheid boos
wordt wanneer ze beticht wordt van een scala aan eigenschappen die
benepenheid als gemene deler hebben. Maar zelfs wanneer al die mensen
rabiate praatjes aanheffen over zaken waarin ze zich niet willen
verdiepen, zelfs dan kan een tegenreactie zich verwant tonen. Door
hen kunstbarbaars en degoutant te noemen ontplooit zich een soortgelijke afkeer (die de indruk van superioriteit bevestigt).

Merkwaardig
is dus dat het relativeren en negeren van effecten die buitenkunst
sorteren, alleen lijkt te kunnen plaatsvinden in een beschutte
werkplaats. Dat doet de kunst zelf eigenlijk ook tekort, want wie wil
er nu iets scheppen wat niemand interesseert en
iedereen koud laat?

Twee
waarheden

Zelf
snap ik niet waarom kunst die, over de bank genomen,
vanzelfsprekendheden ter discussie wil stellen, haar eigen bestaan als
evident opvat. Die twijfel heb ik mede opgelopen na bestudering
van krasse opvattingen over kunst bij twee artiesten die helemaal
niets met elkaar gemeen leken te hebben: de christen Lev Tolstoi en de sarcast Gerrit Komrij
.
Hun ideeën bleken nogal verwant, en dat was verwarrend. Onbeantwoord
bleef bijvoorbeeld deze vraag van Tolstoi: “Indien
kunst tot doel heeft de mensen ontvankelijk te maken voor bepaalde
gevoelens, hoe zou het dan aan die mensen kunnen liggen wanneer ze
daar doof voor blijven?”

De
bedoelingen stroken niet met de interpretaties. Zo ontstaan er niet
alleen twee waarheden, maar ook twee werelden. Relativeren ze de
aanspraak op een absoluut gelijk? De jonge Belgische kunstenaar
Gerard Herman laat in hilarische tekeningen vaak conflicten
opborrelen: ‘Jij bent de je
in jeuk’. ‘En gij zijt de ge
in geweld’. Inzichtelijk aan zijn werk is dat de aloude Olympische
positie van de kunstenaar van binnenuit wordt ondergraven. Want tot
welk “wij” leidt een “ik” uiteindelijk, die het diepste uit zijn ziel haalt voor een totaal empatische en sensorisch
hoogbegaafde “jij”?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!