Straatprotest op 15 februari 2014 in de wijk Altamira van de hoofdstad Caracas (foto flickr creative commons/andresAzp)
Nieuws, Politiek, Venezuela, Hugo Chavez, Analyse -

Protesten Venezuela: wat is er gaande?

De recente straatprotesten in Venezuela zijn een uitdrukking van sociale onvrede bij een aanzienlijk deel van de bevolking. Er is echter meer aan de hand.

woensdag 19 februari 2014 13:00

De onvrede spitst zich vooral toe op de talloze economische problemen. Heel wat consumptiegoederen zijn te duur of niet beschikbaar. De koopkracht is door meerdere devaluaties van de munt gedaald. De Venezolanen staan uren in de rij voor voedselaankopen. Op 12 februari 2014 zijn bij onlusten drie doden gevallen.

Ondoordachte communicatie

12 februari is Dag van de Jeugd, een nationale feestdag. President Maduro had gekozen voor een grote viering in de stad La Victoria. De oppositie hield een eigen viering in de hoofdstad. Studentenverenigingen organiseerden eveneens een grote mars. Zij hebben een aantal zeer terechte grieven en protesteerden ondermeer tegen het extreme geweld en de onveiligheid in Venezuela.

Studenten van de privé-universiteiten in Caracas – voornamelijk kinderen van blanke middenklassers – organiseerden hun eigen manifestaties, die op rellen zijn uitgelopen.  Hun leiders blinken niet uit in subtiliteit. Dat er sinds Chávez meer en meer donkerhuidige studenten met een overheidsbeurs mee op de banken zitten is hen een doorn in het oog. Studentenleider Juan Requesens van de openbare universiteit UCV, één van de organisatoren van de studentenmars, heeft zich gedistantieerd van het geweld en van de vernietiging van gebouwen door een aantal radicale studentengroepen.

De president reageerde bijzonder onhandig op de rellen. Hij noemde het ‘fascistische groupuscules’ die uit zijn op een staatsgreep. Dat was op zijn zachtst gezegd een contradictorische boodschap. Als het om kleine groepjes zou gaan, is hun capaciteit voor een staatsgreep immers niet bepaald groot te noemen. Bovendien is de rechtse oppositie na de twee nederlagen van hun kandidaat Henrique Capriles Radonski verzwakt en verdeeld. Capriles kon zijn leidersrol nooit waar maken. De rechtse oppositie is slechts onder zware druk van de VS achter hem gaan staan, in feite heeft een groot deel van de rechterzijde hem nooit aanvaard.

Korte termijn en lange termijn

Er is op dit ogenblik geen gevaar voor een staatsgreep in Venezuela (hoewel men in Latijns-Amerika nooit nooit mag zeggen over dergelijke zaken). Het leger staat grotendeels achter de president en de oppositie is zoals gezegd te verdeeld om een vuist te maken. Capriles heeft zich van de recente rellen gedistantieerd. Een ander leider van de oppositie, de uiterst rechtse Leopoldo López, deed dat niet. Hij profileerde zich voluit als leider van de protesten. 

López en Capriles hebben met elkaar gemeen dat ze allebei actief betrokken waren bij de staatsgreep van 2001, maar het zijn toch vooral politieke tegenstanders van elkaar. In 2011 werd  López nog veroordeeld voor corruptie als burgemeester van de stad Chacao. Op dinsdag 18 februari meldde  López zich vrijwillig aan bij de politie, die hem beschuldigt van het aanstoken tot het geweld van de voorbije dagen (een beschuldiging die van de kant van de regering niet bijzonder verstandig was).

López ziet de huidige rellen als een poging om hemzelf als nieuwe leider van de oppositie in binnen- en buitenland meer geloofwaardigheid te geven, ter voorbereiding van de eerstkomende parlementaire verkiezingen eind 2015. Hij wil ondertussen van Capriles af, die geen enkele geloofwaardigheid meer heeft. López heeft met zijn rechts-extremistische retoriek nooit de voorkeur gehad van de VS, maar dat betekent niet dat hij hun steun niet zou krijgen als hij alsnog de bovenhand zou halen. De VS heeft de voorbije zestig jaar wel meer extreme figuren dan López aan de macht geholpen.

De retoriek van Maduro tegen de inmenging van de VS in de binnenlandse politiek is op korte termijn niet echt geloofwaardig. Op dit ogenblik maakt een rechtse staatsgreep immers geen schijn van kans. Daar staat tegenover dat dit land wel degelijk ervaring heeft op dat gebied en dat op langere termijn pogingen tot staatsgreep zeker niet mogen worden uitgesloten. Bovendien moeten de leiders van de oppositie ook niet bepaald onderdoen voor overdreven taalgebruik. Wat dat betreft zijn Maduro en López typische producten van de Latijns-Amerikaanse politieke cultuur.

Dat de conservatieve krachten zich voorbereiden op een machtsgreep eind 2015, bij de parlementaire verkiezingen, is echter wel plausibel.  Een terugkeer naar de politieke constellatie van voor 1999 is uiteindelijk nog altijd hun voornaamste doelstelling. Die periode zag er niet bepaald fraai uit voor de arme meerderheid van de bevolking, maar ook al zijn heel wat Venezolanen teleurgesteld in de huidige president, vijftien jaar chavismo heeft hen politiek voldoende bewust gemaakt, om Maduro nog altijd te verkiezen boven een terugkeer naar die tijd.

Een klassiek Latijns-Amerikaanse voorgeschiedenis 

Tot in 1999 had Venezuela de typische kenmerken van een doorsnee Latijns-Amerikaans land met een steenrijke elite, cultureel volledig op Europa en de VS afgestemd, die nauwelijks belastingen betaalt, een kleine wankele middenklasse en een grote arme en door de twee vorige groepen uitgebuite meerderheid.

Verkiezingen waren een strijd tussen concurrerende belangengroepen binnen de elite. De meerderheid van de bevolking was daarbij grotendeels afwezig. Deze elite zag het overheidsapparaat als een instrument voor het status-quo. Daarom ook dat de petroleumindustrie door de elite werd genationaliseerd in de jaren 1970, om de winsten rationeler te beheren. De gewone bevolking stond daar volledig buiten.

Toen een voormalig couppleger genaamd Hugo Chávez in 1999 verkozen geraakte op basis van een sociaal-populistisch platform gaf dat voor de buitenwereld eerder een déjà-vu-gevoel. Venezuela was immers niet het eerste Latijns-Amerikaanse land dat een dergelijke bizarre – althans voor de buitenwereld – keuze maakte. Bovendien verschilde zijn programma nauwelijks van dat van voormalig president Carlos Andres Pérez. Die had dat programma amper een paar dagen na zijn verkiezing gelaten voor wat het was. Van Chávez werd hetzelfde verwacht.

De Venezolaanse media, bijna volledig in handen van een aantal rijke dynastieën, hadden deze nieuwkomer echter totaal onderschat – en werden daarin gevolgd door de buitenlandse media. Complete onwetendheid en diepe minachting over wat er leeft bij de arme bevolking is niet exclusief Venezolaans. Zowat alle commerciële media in Latijns-Amerika blinken daarin uit. Zij hadden de massamobilisatie achter de kandidatuur van Chávez bijna compleet genegeerd.

Chávez verraste vriend en vijand door uit te voeren wat hij had beloofd en ging niet zoals president Pérez voor hem een neoliberale koers varen. Herverdeling van de petroleumwinsten voor sociale projecten, alfabetisering, gezondheidszorg (zijn ‘misiones’), al zijn projecten werken nog steeds. Ze zijn vijftien jaar later nog steeds zo populair dat zelf zijn politieke tegenstrever Capriles bij de verkiezingen in 2012 en 2013 benadrukte dat de ‘misiones ‘ zouden behouden blijven (of hij dat meent is een andere zaak).

13 verkiezingen gewonnen, één verloren

Sinds zijn eerste verkiezing in 1999 heeft Chávez vervolgens nog 2 presidentiële verkiezingen gewonnen, evenals 3 parlementaire, 3 regionale (gemeentelijke en deelstaten) en 2 referenda en een terugroepreferendum[1]. Het grondwetsreferendum van 2007 is de enige verkiezing die hij verloor. Zijn voorstel voor wijziging van de grondwet werd toen afgewezen met 50,70 procent neen-stemmen. Chávez erkende zijn nederlaag onmiddellijk.

Sinds 1999 is de steun voor Chávez altijd relatief stabiel geweest, rond de 55 procent, ook bij de laatste verkiezingen waar hij zelf aan deelnam in 2012. Buitenlandse waarnemers hebben deze verkiezingen altijd als correct en transparant beoordeeld. Chávez heeft uiteindelijk nooit een derde mandaat als president aangevat omdat hij reeds te ziek was. Hij duidde zijn vice-president Nicolás Maduro aan als zijn opvolger. Op 5 maart 2013 werd Maduro verkozen met 50,60 procent van de stemmen.

Zijn tegenstrever Henrique Capriles Radonski was niet zo sportief als Chávez in 2007 en heeft het resultaat maandenlang aangevochten. Hij ging daarbij zover hertelling te eisen van de internationale erkende hertellingen. De zeer nipte overwinning was voor de chavisten echter een complete verrassing. Uitzonderlijk is deze marge echter niet. In 1968 werd Rafael Caldera met een kleinere marge verkozen en in de VS werd John Kennedy president met nog minder voorsprong, 49,7 procent tegen 49,5 voor Richard Nixon.

Politieke oppositie hoopt op betere tijden eind 2015

Zelfs de grootste verdedigers van Chávez en zijn opvolger Maduro konden er echter niet langer naast kijken. Deze uitslag was verrassend slecht. Slechts 250.000 stemmen scheidden hen van de nederlaag. Bijna de helft van de Venezolaanse bevolking heeft nooit voor Chavez en Maduro gestemd heeft en zal dat ook nooit doen.

Er loopt na vijftien jaar chavismo nog steeds veel verkeerd in Venezuela. Hoe goedbedoeld ook, de misiones zijn een parallel systeem naast de officiële overheid. Onder de voorgangers van Chávez waren de overheidsdiensten gepolitiseerd, corrupt en vooral inefficiënt. Daar heeft Chávez in feite niet veel aan veranderd. Met zijn misiones passeerde hij de overheidsdiensten, zocht hij het snelle effect, gefinancierd door de petroleumwinsten. Een structurele oplossing bleef echter uit. Bovendien was lang niet elke deelnemer aan de misiones een chavista. Door de kwaliteitsverbetering bijvoorbeeld van het lager en middelbaar onderwijs zijn heel wat middenklassers teruggekeerd naar het openbaar onderwijs, weg van het peperdure privé-onderwijs.

Ook op economisch vlak heeft Chávez weinig structureel veranderd. De opbrengsten van de petroleumontginning gaan nu wel voor een groot deel naar sociale projecten, maar er is niets anders. De bijna complete afhankelijkheid van de petroleumextractie is nog steeds even groot. De sociale projecten werden/worden bovendien ook geplaagd door corruptie. Chávez zag zich meermaals verplicht ministers en medewerkers te ontslaan, na een of ander schandaal in de media.

Sociale rellen geen primeur voor Venezuela

Venezuela heeft al eerder zware sociale rellen gekend. Op 27 februari 1989 begonnen in de stad Guarenas rellen tegen de verhoging van de prijs van het openbaar vervoer. Dat vervoer was het enige beschikbare transportmiddel voor tienduizenden arbeiders in Venezuela. Die verhoging was beslist door president Carlos Andres Pérez en was onderdeel van een pakket zware bezuinigingen in de sociale voorzieningen. Daarmee ging hij lijnrecht in tegen de politieke beloften bij zijn verkiezing van enkele weken ervoor, op 2 februari 1999. Hij volgde volledig de richtlijnen van het IMF.

Bij de rellen die op zijn beslissing volgden, vielen honderden doden door kogels van de politie. President Pérez werd er in de binnen- en buitenlandse media nauwelijks voor bekritiseerd. Uiteindelijk verdween hij roemloos enkele jaren later, toen het Hooggerechtshof hem afzette voor corruptie.

De slachtingen van 1989 waren de motivatie voor een jonge officier om in 1993 een poging tot staatsgreep te doen die mislukte. De arme bevolking leerde zo voor het eerst Hugo Chávez kennen. Zijn openlijke aanvaarding voor de mislukking – een politiek leider die zijn fouten openlijk toegeeft vloekt met de Latijns-Amerikaanse politieke cultuur – maakte hem populair bij grote lagen van de bevolking. De rest is geschiedenis.

Twee cruciale jaren voor het chavismo

Wat vandaag gebeurt in Caracas is geen herhaling van de staatsgreep en geen herhaling van de economische lockout van 2002. Daarvoor is de oppositie te verdeeld. Er is wel degelijk grote sociale onvrede bij een aanzienlijk deel van de bevolking. Een belangrijke minderheid van de Venezolanen heeft bovendien nooit achter Chávez gestaan.

Maduro wist bij de gemeenteraadsverkiezingen van december 2013 echter terug 56 procent te halen. De oppositie weet alsnog geen echte vuist te maken. Wat nu gebeurt is eerder een voorbereiding op de komende politieke strijd bij de parlementsverkiezingen binnen twee jaar. President Maduro zal eind 2015 na drie jaar regeren niet meer kunnen rekenen op het charisma van Chávez.

Ondertussen mag de voortdurende inmenging van de VS in de Venezolaanse politiek niet zomaar weggelachen worden. Tot bewijs van het tegendeel moet men er van uitgaan dat de VS zijn beleid van actieve inmenging van de voorbije zestig jaar in Latijns-Amerika niet zal veranderen. Voor 2014 heeft de Amerikaanse regering een budget van 5 miljoen dollar voorzien voor steun ‘aan de democratische oppositie’. 

De tijden zijn echter veranderd. De VS slaagt er niet langer in zijn overwicht te laten gelden zoals het zelf wil. Bovendien mag Venezuela rekenen op de steun van meerdere andere Latijns-Amerikaanse landen. De grote buur uit het noorden blijft ondertussen een zeer machtig speler. Wie de risico’s van een staatsgreep dus zomaar weglacht, negeert zestig jaar Latijns-Amerikaanse geschiedenis.

De komende twee jaar zullen bepalen of de politieke erfenis van Hugo Chávez behouden blijft of dat er een terugkeer komt van het oude politieke systeem. 

Voetnoten

  • [1]Chávez liet in de grondwet een artikel opnemen dat het mogelijk maakt elk politiek mandaat na de helft van de termijn te laten onderwerpen aan een referendum. Daarvoor moet een bepaald aantal burgers een verzoek ondertekenen. Nauwelijks twee jaar nadat Chávez dat in de grondwet had laten zetten poogde de oppositie het tegen hem te gebruiken. Het werd één van zijn grootste overwinningen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!