Nieuws, Wereld, Analyse, EU-begrotingsverdrag -

Begrotingsverdrag: een nieuw stuk geschut tegen de Europese volkeren

Een vredestijdschrift wordt geacht te handelen over oorlog en vrede. Er is echter reden te over om het in de kolommen van Vrede ook te hebben over het Begrotingsverdrag of over het Fiscale Stabiliteitsverdrag van maart 2012.

vrijdag 13 september 2013 18:12

Dit verdrag, soms ook Soberheidspact genoemd en officieel het Verdrag voor Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur in de Economische en Monetaire Unie, luidt immers een nieuwe episode in van de burgeroorlog die de Europese elites ontketenden tegen de werkende bevolking. Een oorlog van de 1% tegen de 99%, die in volle hevigheid is losgebarsten sinds het debacle van de muntunie, en met als inzet de realisatie van een oude droom: de vernietiging van de georganiseerde arbeidersbeweging  en haar sociale verworvenheden. 

Het Begrotingsverdrag is in meer dan één opzicht een wanstaltig iets. Het begint al bij de officiële benaming want het verdrag zal gegarandeerd tot nog meer instabiliteit leiden en van economische coördinatie tussen lidstaten is nergens sprake, alleen van nog meer machtsconcentratie bij de Europese Commissie. Het verdrag slaat zogezegd op de Europese Muntunie, maar 8 van de 25 verdragsluitende landen ( het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië doen niet mee) hebben de euro niet eens als munt.

Het wordt nog gekker als dit verdrag buiten het kader van de Europese Unie afgesloten blijkt te zijn: het is een internationaal verdrag tussen een aantal Europese landen. Over de rechtsgeldigheid ervan hebben zelfs de auteurs enige twijfels : “Dit Verdrag is van toepassing voor zover het verenigbaar is met de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest”. Maar ze hopen deze anomalie binnen de 5 jaar te kunnen rechttrekken door het verdrag in Europees Recht om te zetten. Het is duidelijk: EU-juristen kunnen heel creatief zijn als het op het bedotten van de bevolking aankomt, maar wanneer het gaat om een Europees minimumloon of een geharmoniseerde vennootschapsbelasting verschuilen ze zich handig achter het EU-rechtskader. 

Herkauwen van oud EU-braaksel

Verbazend is dat het Begrotingsverdrag niet eens veel nieuws bevat, maar veel herkauwde bepalingen die al in andere delen van het Europees economisch bestuur vervat zitten.
 

De drie hoofdlijnen van het verdrag:

Ten eerste is er de zogenoemde ‘gulden regel’: de overheidsbegroting moet in evenwicht zijn of een overschot vertonen. Een land wordt verondersteld hieraan te voldoen indien het ‘structureel begrotingstekort’ hoogstens 0,50% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedraagt (of uitzonderlijk 1% voor een land met een zeer geringe staatsschuld). Van de ‘gulden regel’ kan wel worden afgeweken ‘in uitzonderlijke omstandigheden’. Wanneer het structureel tekort toch groter is dan 0,50%, moet ‘automatisch een correctiemechanisme in werking treden’ (dus zonder politiek debat over middelen of tempo). Deze principes moeten vastgelegd worden ‘in het nationaal recht middels bindende en permanente, bij voorkeur constitutionele, bepalingen’. De Europese Commissie of een lidstaat die het verdrag ondertekende, kan een andere lidstaat ervan beschuldigen dat deze vastlegging in het nationaal recht niet of niet correct gebeurde. In dat geval kan het Europees Hof van Justitie een sanctie opleggen van 0,1% van het BBP (In België zou dat ongeveer 370 miljoen € zijn). 

Ten tweede: landen met een staatsschuld groter dan 60% van het BBP, moeten die afbouwen a rato van één twintigste van het verschil met 60% per jaar. Een land met een staatsschuld van 100% van het BBP (zoals België bijvoorbeeld) moet die schuld dus jaarlijks verminderen met een twintigste van 40% (verschil tussen 100% en 60%). Dat komt neer op een vermindering van de staatschuld van 2% of 2 BBP-punten per jaar (in het geval van België is dat ongeveer 7 miljard € per jaar!).  

Ten derde moeten landen die zich in een ‘buitensporig-tekort-procedure’ bevinden een structureel aanpassingsprogramma of ‘budgettair en economisch partnerschapsprogramma’ indienen dat door de Europese Commissie moet worden goedgekeurd. De ‘buitensporig-tekort-procedure’ treedt in werking bij een begrotingstekort dat groter is dan 3% van het BBP, of bij een staatsschuld groter dan 60% van het BBP die onvoldoende snel gereduceerd wordt. Een budgettair en economisch partnerschapsprogramma moet ‘structurele hervormingen’ bevatten die een terugkeer naar het rechte pad van de budgettaire orthodoxie garanderen. We weten inmiddels wat dit betekent: loonstop, verhoging van de pensioenleeftijd, afbouw van de werkloosheidsvergoeding, terugdringen van de vakbondsmacht, privatiseringen, enzovoort. 

Naast deze drie hoofdlijnen bevat het verdrag nog een aantal institutionele bepalingen zoals de belegging van topbijeenkomsten van de eurozone, … De ondertekening van het verdrag is ook een expliciete voorwaarde om leningen te kunnen aangaan bij het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een permanent financieringsprogramma voor de redding van EU-lidstaten in moeilijkheden. Deze bepaling heeft de Ierse regering als een stok tegen de bevolking gebruikt om het Iers referendum over het Begrotingsverdrag (31 mei 2012) ‘gunstig’ te laten uitdraaien.

Bekijken we de drie hoofdlijnen van naderbij

Het Stabiliteitspact uit 1997 dat de invoering van de euro voorbereidde, legde de lat voor het maximale begrotingstekort op 3% van het BBP. De ‘Sixpack’ (zes hervormingswetten op het Stabiliteitspact rond begrotingscontrole en macro-economisch toezicht, die van kracht zijn sinds november 2011) herleidde dit tot een ‘middellangetermijndoelstelling’ van hoogstens 1% deficit. Die marge wordt in het recente Begrotingsverdrag gereduceerd tot ‘een structureel tekort van hoogstens 0,50%’.

De term ‘structureel’ betekent dat de Commissie eerst een omrekening maakt om het nominale tekort (het enig bekende) van conjunctuurschommelingen te zuiveren. Kritische economisten toonden aan hoe afhankelijk het resultaat is van de gehanteerde theorie. Voor Frankrijk (2011) komt de Europese Commissie bijvoorbeeld aan een structureel tekort van 4,6%, de Franse economistenvereniging ‘économistes atterrés’ slechts aan 1,4%.

De eigenlijke nieuwigheid van het Begrotingsverdrag is dat deze gereduceerde deficitnorm nu als een gulden regel in de nationale wetgeving moet opgenomen worden (onder supervisie van het Europees Hof van Justitie), een eis waar de Duitse regering al lang op aandrong. Ziet ze hierin een bijkomende garantie? Of wantrouwt ze de Europese wetgeving? Het resultaat is in ieder geval dat ‘automatische procedures’ de plaats innemen van politieke beslissingen. Misschien is dat wel de reden waarom nationale parlementsleden zich zo gemakkelijk een van hun belangrijke bevoegdheden laten ontfutselen: de rechtsen willen sowieso de overheidsfinanciën kortwieken, en de ‘linksen’ zullen zelfs de schijn niet meer moeten ophouden dat ze daar tegen zijn.

Laten we de afbouw van de staatsschuld, zoals opgelegd door het verdrag, wat nader bekijken. De kwestie is natuurlijk niet dat een hoge staatsschuld iets positief zou zijn: de 11 of 12 miljard € rente die België op zijn staatsschuld betaalt, zou veel beter besteed kunnen worden. Maar de schuld afbouwen ‘met de ogen dicht’, volgens een opgelegd schema dat geen rekening houdt met de economische conjunctuur, daar komen ongelukken van. We hebben in België tijdens het voorjaar van  2013 meegemaakt hoe de regering moest zoeken naar 2,7 miljard € om de begroting min of meer rond te maken. Je zult daar dus de komende jaren steevast 7 miljard € moeten aan toevoegen voor de afbouw van de schuld, en dit in een economische context van weinig of geen groei. Welk parlementslid wil ons vertellen hoe hij/zij dit ziet gebeuren? Maar ook hier innoveert het Begrotingsverdrag niet: net dezelfde regel over de afbouw van de staatsschuld staat in de Sixpack en is sinds 2011 in voege (maar momenteel geldt nog een overgangsperiode). 

In het geval van de structurele aanpassingsprogramma’s bereikt de neoliberale hervormingsdrang een hoogtepunt. Weinig eurocraten zullen er nog aan uit kunnen welke aanpassingsprogramma’s een lidstaat zoal hoort te volgen. In het kader van het ‘Europees Semester’ moet elke lidstaat jaarlijks in april een ‘Nationaal Hervormingsprogramma’ indienen, met als doel de invoering van structurele aanpassingen die de competitiviteit bevorderen. Voorts dienen de ondertekenaars van een ander merkwaardig verdrag, het Europluspact (In februari 2011 gelanceerd door Merkel en Sarkozy, vandaar de bijnaam Merkozy-pact) jaarlijks voorstellen te doen die de competitiviteit bevorderen.

Wie in de ‘buitensporig-tekort-procedure’ belandt (de meeste lidstaten) moet op basis van de ‘Two-pack’ (twee aanvullende fiscale regels op de Sixpack, in voege sinds 30 mei 2013) een ‘partnerschapsprogramma’ indienen met ‘structurele hervormingen’. Dus ook hier geen innovatie in het Begrotingsverdrag, alleen een soort hyperinflatie aan politico-juridische mechanismen (verordeningen, richtlijnen, EU-verdragen, internationale verdragen, informele afspraken, soft law, governance-methoden, …) om toch maar zeker te zijn dat het doel wordt bereikt. Er is trouwens nog een nieuwe kloon van de partnerschapsprogramma’s in de maak, nl. de ‘overeenkomsten van contractuele aard’ die het Plan Van Rompuy voor een ‘waarachtige monetaire en economische unie’ wil invoeren.  

(Over-)leven in een begrotingsunie

Of men nu geslagen wordt met een Sixpack, een Twopack, een Europluspact of een Begrotingsverdrag doet er eigenlijk weinig toe. We moeten vooral beducht zijn voor de gevolgen. Sinds het uitbreken van de eurocrisis (2010) hebben de Europese leiders het altijd al geweten: een muntunie kan niet zonder economische, politieke en begrotingsunie.

Dit laatste betekent in de EU-versie evenwel niet dat er financiële transfers komen van overschotlanden naar tekortlanden, dat overheidsschulden gemeenschappelijk beheerd zullen worden of dat op zijn minst de Europese Centrale Bank de lidstaten zou beschermen tegen de dictatuur van de financiële markten. Neen, de Europese begrotingsunie is een soort multinational waarvan de filialen despotisch gedirigeerd worden vanuit de Brusselse hoofdkwartieren. De nationale regeringen en parlementen zijn er alleen om de directieven uit te voeren (niettegenstaande bepaalde zinsneden in het Begrotingsverdrag als ‘de volle eerbiediging van de prerogatieven van de nationale parlementen’, … ).

De gevolgen laten zich gedeeltelijk raden, al is het moeilijk te voorspellen in welk soort maatschappij men zal belanden na een aantal jaren van dergelijk ‘beleid’. Voorspelbaar is dat nationale politici gaan anticiperen op mogelijke EU-wensen, zoals we het al met het pensioen- en werkloosheidsdossier hebben meegemaakt. Een aanbeveling van de Commissie volstaat, want er staan altijd voldoende De Guchts en Van Quickenbornes klaar om te zeggen dat dergelijke aanbevelingen verplichtingen zijn. Een tweede te voorziene evolutie is dat zowat elke lidstaat zich in de loop der jaren wel eens zal moeten onderwerpen aan een buitensporig-tekort-procedure (wegens een te groot begrotingstekort of een te hoge staatsschuld), en bijgevolg getekend zal worden door de Europese aanpassingsprogramma’s. De ene keer sneuvelt de indexkoppeling, de andere keer wordt de draagwijdte van de interprofessionele akkoorden teruggeschroefd, en zo ontstaat een echte Europese convergentie tot een neoliberale strafstaat.

Maar zelfs zonder Europese aanpassingsprogramma’s zullen de sociale welvaartstaten vlug verschrompelen. Zonder budgettaire ruimte evolueren we naar steeds minder openbare diensten, minder sociale zekerheid en minder democratisch onderwijs. En dan hebben we het nog niet eens over de financiering van een ‘ecologische transitie’, iets wat massale deficit-uitgaven zou verantwoorden. Weinig opbeurend is ook de vaststelling dat de neoliberale strafstaat een goede voedingsbodem is voor vreemdelingenhaat, racisme, tot en met onvervalst nazisme, zoals het Griekse voorbeeld ons leert. 

Verzet

Vanuit het standpunt van de Europese leiders heeft het Begrotingsverdrag één nadeel: het heeft meer dan vroeger de aandacht van het publiek getrokken, en van de vakbonden in het bijzonder. Toen de Sixpack van kracht ging (na anderhalf jaar sudderen in de Europese instellingen) had haast niemand er al van gehoord. Niet zo met het Begrotingsverdrag. Zelfs het Franstalig acroniem voor het Begrotingsverdrag, TSCG (‘traité sur la stabilité, la coordination et la gouvernance’), doet bij een aantal syndicale militanten een belletje rinkelen. Het is ook het eerste verdrag dat door het doorgaans makke Europees Vakverbond (EVV) verworpen wordt. 

Net zoals 24 andere nationale regeringen, heeft de Belgische regering het Begrotingsverdrag meteen goedgekeurd (30 januari 2012). Maar een verdrag moet ook geratificeerd worden, en in België moet dat gebeuren door maar liefst 7 verschillende parlementaire instanties. Momenteel (augustus 2013) is dit nog niet rond (de goedkeuring door het Waals parlement ontbreekt o.a. nog). Daardoor zijn ook de contestatiemogelijkheden groter. En het moet gezegd, vooral in Franstalige syndicale middens heeft het verzet vrij scherpe vormen aangenomen.

Syndicale kopstukken Thierry Bodson (FGTB) en Marc Becker (CSC) gewagen in een open brief aan de Waalse parlementsleden van een “democratische hold-up” en verzoeken hen dringend om het verdrag niet goed te keuren. FGTB (Fédération générale du travail de Belgique) verspreidde een geslaagde videofilm, ‘Tous Saignés Comme les Grecs’. Op 24 mei 2013 ging de ratificatie van het Begrotingsverdrag in de Senaat gepaard met een kleine invasie van verontwaardigde vakbondsmilitanten (vooral van de christelijke ‘Centrale nationale des employé – CNE) die de senatoren ter verantwoording riepen. Op 4 juni werden vertegenwoordigers van de Franstalige partijen stevig aan de tand gevoeld op een vakbondsbijeenkomst.

Op 19 juni blokkeerden militanten van CNE en FGTB de toegang tot het federaal parlement. En op 24 juni 2013 was er een betoging van het Brussels gemeenschappelijk vakbondsfront tegen het Begrotingsverdrag. Aan Nederlandstalige kant is het verzet minder gevorderd, maar niet onbestaande (o.a. vanuit BBTK) en dat is al een hele vooruitgang!  

Eindelijk worden ook de al te doorzichtige parlementaire prietpraatjes doorprikt, zoals de Ecolo- en PS-bewering dat men erover zal waken “dat de omzetting van het Begrotingsverdrag naar nationale wetgeving niet ten koste zal gaan van de bestrijding van de ongelijkheid”. De CNE reageerde hierop met een perscommuniqué: “het verlinksen van het verdrag is juridisch onmogelijk”. Ook in Frankrijk zorgde het ‘TSCG’ voor een stuk politieke opvoeding, niet in het minst toen de regerende Parti Socialiste het verdrag zonder meer slikte nadat François Hollande in zijn presidentscampagne nog gepocht had het te zullen heronderhandelen met Merkel. 

Natuurlijk zullen de vakbondsprotesten het Begrotingsverdrag in België niet tegenhouden. Maar Francine Mestrum vergist zich als ze het in een Opinie in De Wereld Morgen (5 juni 2013) “pijnlijk vindt om te zien hoeveel tijd en energie er gestoken wordt in acties tegen het Begrotingsverdrag”. Want het is dankzij dit soort van ‘verloren’ tijd en energie dat politiek bewustzijn groeit, dat sociale bewegingen zich ontwikkelen, en dat uiteindelijk niet alleen het Begrotingsverdrag, maar de hele antisociale, ondemocratische EU-winkel zal weggeblazen worden. 

Herman Michiel (www.andereuropa.org)

Bovenstaande bijdrage komt uit het nieuwste nummer van het tijdschrift van Vrede vzw ‘Vrede – Tijdschrift voor internationale politiek’ (nr. 423, september-oktober 2013).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!