Vluchtelingkamp in Domiz, Iraaks Koerdistan
Opinie, Nieuws, Politiek, Turkije, Mensenrechten, Irak, Vluchtelingen, Syrië, Burgeroorlog, Humanitaire crisis, Opstand Syrië, Assad-regime, Syrische Koerden, West-Koerdistan, Vrij Syrische Leger, Moslimbroederschapcomplex -

Humanitaire crisis dreigt in West-Koerdistan (Syrië)

De crisis in Syrië, ondertussen geëscaleerd tot een volwaardige burgeroorlog, gaat binnenkort haar derde jaar in. Door het uitblijven van structurele noodhulp dreigt een ware humanitaire catastrofe. Alle grote hulporganisaties schreeuwen om meer geld en middelen, maar de 'internationale gemeenschap' zit verlamd in haar zelf gesponnen geopolitieke kluwen.

woensdag 16 januari 2013 15:20

De Verenigde Naties schatten het benodigde hulpbudget voor het komende half jaar op 1,5 miljard dollar. In Syrië zelf verkeren vier miljoen mensen in nood, waarvan drie miljoen in voedselonzekerheid. Tel daar nog eens 600.000 vluchtelingen in de buurlanden bij en de hallucinante omvang van deze crisis wordt helder.

Terzelfdertijd krijgt de burgeroorlog een meer en meer sektarisch en fundamentalistisch-religieus karakter. Dit heeft zware gevolgen voor de weinige noodhulp die er al is, niet in het minst voor de Syrische Koerden. Tegen wil en dank beslist de etnische of religieuze identiteitsdimensie of er al dan niet brood op de plank komt. Dit is uiteraard slechts één aspect van de hel waarin Syrië gestort is, maar ze blijft in vele analyses onderbelicht.

Wat de Koerdische gebieden betreft, speelt vooraleerst hun geografische ligging zeer in hun nadeel. West-Koerdistan bevindt zich in de noordoostelijke uithoek van het land, zonder toegang tot de Middellandse Zee en ingesloten door Turkije en de autonome Koerdische regio in Irak (KRG, Kurdish Regional Governement).

Naast Koerden, in heel Syrië met zo’n drie miljoen, wonen in deze gebieden ook aanzienlijk grote Assyrische en christelijke gemeenschappen. De regio wordt beschouwd als de graanschuur van Syrië. Het uiteenvallen van de economie als gevolg van het aanhoudende geweld heeft dan ook een verwoestend effect op de dagelijkse voedselvoorziening van de inwoners in de regio.

Deze crisis treft elke Syriër, ongeacht etnie, religie of ideologie; maar de Koerdische gebieden worden geconfronteerd met een eigen realiteit, anders dan in de rest van Syrië. Als we een blik werpen op de statistieken inzake voedselbedeling, valt meteen op dat de drie Koerdische provincies – Aleppo, Al-Raqqa en Al-Hassakeh – de slechtst bevoorrade provincies zijn.

De voedselhulp dekt er respectievelijk amper 44, 38 en 36 procent van de nood. Enkele dagen geleden besloot het World Food Program (WFP) zelfs om zijn kantoor in onder andere Qamishli tijdelijk te sluiten omdat de veiligheidssituatie er niet toeliet een eerlijke voedselbedeling te garanderen.

Ook werd een truck met 25 ton bloem, onderweg van Qamishli naar Al-Hassakeh, overvallen en leeggeroofd door het Vrije Syrische Leger. De belangrijkste toegangspoort voor hulp aan Syrië is de zeehaven van Tartus, 700 levensgevaarlijke kilometers verwijderd van Qamishli. Het is voor de hulporganisaties met andere woorden extreem moeilijk deze gebieden te bedienen.

Vanuit Turkije verloopt voedselhulp ad hoc en is ze bijna compleet in handen van de Humanitarian Relief Foundation (IHH). Deze NGO, vooral bekend van de Gaza-flotilla, staat heel erg dicht bij de Moslimbroederschap. De groep rond de Moslimbroederschap, het Vrije Syrische Leger inbegrepen, leeft op gespannen voet met de Koerdische organisaties sinds deze afgelopen voorjaar actief zijn beginnen participeren aan de opstand tegen Assad.

De Koerdische partijen vrezen dat hun situatie onder de soennitische en Arabo-centrische Moslimbroeders niet veel zal verbeteren ten opzichte het Assad-regime. De Turkse regering, beschermheer van de Moslimbroederschap, kijkt daarenboven met argusogen naar de ontwikkelingen in West-Koerdistan (Syrië), uit vrees voor represailles in het Turks-Koerdische conflict.

De andere buur van Syrië, Irak, biedt meer zekerheid. De Koerdische provincies grenzen er aan de KRG. Deze heeft sinds het uitbreken van het geweld Syrische vluchtelingen, voornamelijk Koerden, opgevangen in het vluchtelingenkamp van Domiz.

De noodhulpcapaciteit van de KRG kan de instroom van op dit moment bijna 70.000 personen, echter niet meer dragen. Ook financieel zitten zowel de KRG als de aanwezige hulporganisaties aan de grond. Voor internationale hulp is de KRG immers erg afhankelijk van de centrale regering van Irak.

In Bagdad weten ze nog altijd niet goed wat te doen met Syrië. Sjiitische blokken steken hun steun aan Assad niet onder stoelen of banken, maar de sjiitische premier Al-Maliki beseft dat openlijke steun aan Assad zijn land in (nog diepere) chaos zou storten.

In Syrië is het allesbehalve duidelijk wie vriend en vijand is. Steeds vaker bereiken ons berichten over wandaden van leden van het Vrij Syrische Leger, gericht tegen andere oppositiegroeperingen. Zo zou er sprake zijn van een voedselhulpboycot en opzettelijke vernietiging van voedselvoorraden in Koerdische gebieden. Uiteraard is de objectiviteit van zulke berichten in een oorlogssituatie moeilijk te controleren.

Wat zeker is, is dat er de afgelopen maanden geregeld gewapende conflicten waren tussen het Vrije Syrische leger en de PYD, de meest actieve Koerdische oppositiegroep. Het is niet ondenkbaar dat de plaatselijke bevolking hiervoor het gelag moet betalen.

Een andere vaststelling is dat het ‘Moslimbroederschapcomplex’ –  de Syrische Nationale Coalitie, het Vrije Syrische Leger, Turkije en de IHH – sinds afgelopen zomer de opstand in Syrië naar zich toetrekt en, zeer tot de ongerustheid van de seculiere oppositie en minderheidsgroepen, zijn politieke agenda tracht door te drukken.

Zolang internationale hulporganisaties niet de middelen en mogelijkheden krijgen om effectieve en eerlijke noodhulp te organiseren, zijn de inwoners van de Koerdische gebieden dus op zichzelf aangewezen. Op steun uit de hoek van Turkije hoeven ze in ieder geval niet te rekenen.

De KRG zou haar hulp naar West-Koerdistan kunnen uitbreiden, maar zit enerzijds door haar financiële middelen heen en wordt anderzijds gehinderd door de ambigue houding van Bagdad.

Het water staat de inwoners van de Koerdische gebieden in Syrië ondertussen aan de lippen. De meeste gezinnen zijn voor hun overleven aangewezen op smokkel van brandstof en voedsel uit Irak.

Het Koerdisch Instituut Brussel doet dan ook een dringende steunoproep ten voordele van Heyva Sor, de Koerdische Rode Halve Maan. Zij is de enige hulporganisatie die op dit moment onpartijdige noodhulp, los van etniciteit en religie, kan garanderen in West-Koerdistan.

Koerdisch Instituut Brussel

take down
the paywall
steun ons nu!