Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, Mediakritiek, Lobbygroepen, Kernenergie, Electrabel, Fukushima, Nucleaire propaganda, Robrecht Vanderbeeken -

Fukushima, mon amour?

Het is bijna zover. Binnen enkele dagen is het één jaar na ‘3/11’, de grootste kernramp ooit, die qua historische betekenis helaas zeker niet voor het drama van 9/11 moet onderdoen. Wat er ook wordt beweerd, in Japan is de impact ervan nog steeds niet te overzien, schrijft Robrecht Vanderbeeken.

vrijdag 2 maart 2012 16:30

Nu de geruchten luider worden dat het grondwater van Tokio intussen ook besmet zou zijn, blijft het een acute vraag of Japan, toch een van de meest verfijnde en hoogst ontwikkelde culturen die onze wereld rijk is, deze levensbedreigende situatie zal te boven komen.

Na de ramp handelde Duitsland consequent, en besliste prompt om al zijn kerncentrales te sluiten. Jammer dat onder anderen Bart De Wever (N-VA) op dit punt het ‘Duitse model’ niet als voorbeeld neemt. Ook in Japan zijn er nu nog maar twee kerncentrales van de 54 actief. De wet voorziet namelijk dat de centrales jaarlijks voor controle stilgelegd moeten worden en keer op keer blijkt dat de lokale overheden geen vergunning voor de heropstart verlenen.

Nog even en ook Japan is dus kerncentralevrij. Zelfs de nazaten van de kamikaze weten, weliswaar door schade en schande, dat het geen zin heeft om in een verloren strijd te volharden.

Intussen wordt er in het land van de opgaande zon kolossaal veel in groene stroom geïnvesteerd. Als het moet, kan het blijkbaar allemaal ineens snel gaan. Ook in de rest van de wereld neemt het aantal kerncentrales af. Er is nog wel een lange weg te gaan, want wereldwijd zijn er circa 450 kerncentrales in gebruik. De kans op een nieuwe catastrofe is dus alles behalve onwaarschijnlijk.

En in België? Surrealistisch als altijd, wordt er bij ons doodleuk voort gespeculeerd over de bouw van nieuwe centrales. In Zelzate, net over de grens, kunnen wij ons waarschijnlijk aan een nieuwe Nederlandse kerncentrale in Borsele verwachten.

Ook in Charlerloi wordt er ijverig gelobbyd voor een nieuwe kerncentrale. Het zogenaamde consortium Blue Sky, een lobbyclub van Electrabel, belooft Wallonië hiermee een voorspoedige economische toekomst, ook of misschien vooral na een eventuele splitsing van België.

Inzake bewustwording kunnen we dus alleen maar hopen dat de nationale betoging in Brussel op 11 maart een succes wordt, en bijvoorbeeld dat de actie van Greenpeace, Stap mee uit kernenergie, ga voor hernieuwbare energie, voldoende media aandacht krijgt.

Dat wij zo apathisch reageren op de catastrofe in Fukushima terwijl de rest van de wereld na de aardbeving in Japan wakker werd geschud uit de nucleaire waan, heeft veel te maken met het feit dat zoiets als de nucleaire pressiegroep in België de vorige decennia intensief investeerde om de publieke opinie het belang van een zogenaamde ‘nucleaire renaissance’ aan te praten.

Om te zien hoe dit in zijn werk gaat, volstaat het om terug te keren naar wat er in de dagen voorafgaand aan de ongeziene ramp in Fukushima zoal in de media verscheen. Soms kan mediakritiek eenvoudig zijn: je verwijst gewoon naar wat er geschreven werd.

In De Standaard was er bijvoorbeeld een hele discussie lopende, naar aanleiding van de Panorama-uitzending ‘Wat een kluwen’ (6 maart 2011). Daaruit bleek onder meer dat de stroom in België op piekuren soms tot tien keer duurder wordt waardoor bedrijven hun installaties dan best stil leggen, of gewoon beter naar het buitenland kunnen uitwijken.

Bovendien mogen wij ons in de toekomst allemaal aan black-outs verwachten. Blijkt namelijk dat er systematisch te weinig in ons hoogspanningsnet werd geïnvesteerd, waardoor hele dorpen in piekuren zonder stroom dreigen te vallen. Omdat de aansluiting op het hoogspanningsnet onvoldoende is voorzien, staat bijvoorbeeld ook het windmolenpark in Zeebrugge bij momenten voor niets te draaien en wordt de uitbouw van grootschalige parken zonne-energie flink tegengewerkt.

Bovendien zijn wij blijkbaar het enige buurland van Duitsland dat geen aansluiting heeft op het Duitse net, waardoor wij als enige afgesloten zijn van de export van Duitse (groene) stroom.

Het energiebeleid in België is met andere woorden in handen van wat we zonder overdrijven een energiemaffia kunnen noemen (zie bijvoorbeeld de dossiers hierover op DeWereldMorgen.be en Apache) in handen van het grootkapitaal en de oude Belgische adel, met diplomaatpiraten als burggraaf Etienne Davignon in het kraaiennest.

Die eventuele ‘black-outs’ zouden bovendien wel eens een mooi georkestreerd speeltje van Electrabel kunnen zijn, want tijdens het recente koudefront werd onverwachts de centrale Tihange 1 stilgelegd. In tegenstelling tot wat steeds wordt beweerd, resulteerde dit helemaal niet in stroomtekort. Integendeel: de stroomexport naar Frankrijk ging gewoon door.

Enkele dagen na de Panorama-reportage reageerde Jong CD&V gek genoeg met een onomwonden pleidooi voor de bouw van een nieuwe kerncentrale! (DS, 10 maart 2011). Dit is dus de dag vlak voor de kernramp in Fukushima. Het verslag van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat in die periode eindelijk werd vrijgegeven, werd in deze tekst, maar ook in vele andere artikels, onmiddellijk gerecupereerd in een pleidooi voor méér kernenergie.

Dat het advies in dit IEA-verslag evengoed als een stimulans voor groene energie gelezen kan worden, wordt niet eens overwogen. Aan dit opiniestuk zal CD&V allicht niet graag herinnerd worden. Hoewel men dit – de tsjevenretoriek kennende – ook wel op sussende versuffende toon zal proberen goed te praten. Dit stuk werd op diezelfde dag overigens mooi geflankeerd door een stuk van DS zelf met de veelzeggende titel: ‘België mag niet uit kernenergie stappen’. Daarmee komt het neoliberale agenda van De Standaard weer even als atoomduikboot boven water.

Het toppunt in deze prokernenergiepropaganda is echter een opiniestuk dat in De Standaard verscheen op 12 maart, dus op het moment dat de verschillende reactoren in Fukushima al volop aan hun meltdown waren begonnen: ‘Beter kernenergie, dan geen energie. We kunnen nog niet zonder’. (DS, 12 maart 2011).

Wellicht was de werkelijkheid de DS-redactie te snel af (het stuk werd om 5 uur ’s ochtends online opgeladen …) waardoor treffend geëtaleerd werd op wat voor een dwaalspoor men de publieke opinie toen probeerde te zetten. Filip Van den Abeele, de auteur van het stuk, die zichzelf omschrijft als ‘chef wetenschappen van de Laatste Show‘ – hoe blijven ze het verzinnen? – probeert qua vorm een genuanceerd betoog aan de man te brengen. Maar inhoudelijk gaat hij al vanaf de eerste zin schandalig hard over kop.

Ondanks de geveinsde ‘neutrale’ toon verwoordt deze journalist perfect de corrupte strategie van Electrabel: ‘kernenergie is noodzakelijk, anders zitten we in het donker’. Lees: ‘zetten we jullie in het donker… ’.

Eerst bespreek ik even de misleidende volksverlakkerij van de eerste zin. Hier gaan we: “Slechts weinig bonafide milieu-activisten zullen betwisten dat de nucleaire reactoren in België op een veilige en duurzame manier worden uitgebaat.”

Wablief? Niet alleen insinueert de auteur dat sommige milieu-activisten ter kwader trouw zijn, leugenaars en bedriegers zelfs, maar tegelijk stelt hij dat er milieu-activisten zijn, sterker nog: dat een merendeel van de milieu-activisten onderschrijft dat kernenergie veilig én duurzaam is. Het is niet een beetje wraakroepend om het adjectief ‘veilig’ in de mond van milieu-activisten te willen leggen op het moment dat wij allen op televisie en internet een rijtje kernreactoren zien ontploffen.

Wie vandaag nog aan het thema ‘veiligheid’ twijfelt, moet even deze videoboodschap bekijken van dr. Helen Caldicott, auteur van onder meer Nuclear Power is Not the Answer (2007) en After Fukushima: Enough Is Enough (2011). Nota bene, merk op dat onze kerncentrale in Doel op de Noorse massamoordenaar Anders Breivik zijn lijstje van mogelijke doelen voor een terroristische aanslag stond. De naam van de centrale is op zich natuurlijk ook al weer een mooie surrealistische Belgenmop.

Vervolgens: ‘Duurzaam’? Het feit dat nucleaire centrales minder CO2 zouden produceren dan bijvoorbeeld steenkoolcentrales maakt deze eindige, fossiele brandstof, die inzake vervuiling tot een miljoen jaar na gebruik levensgevaarlijk is voor mens en planeet, duurzaam? Deze claim is misschien niet strafbaar, maar daarom niet minder crimineel in ethisch opzicht.

Is een bewering als deze op zich eigenlijk ook geen vorm van negationisme ten aanzien van een toekomstige genocide op al de volgende generaties, inclusief een ecocide? Het is ongelofelijk hoe men er steeds opnieuw in slaagt om het draconische probleem van het radioactief afval onder de mat te vegen. Het is een zorgvuldig gecultiveerde blinde vlek, waarmee men de publieke opinie in die mate heeft weten te kneden dat men kernenergie nu dus ook al als duurzame energie kan verkopen. Dit toont nog maar eens hoe vakkundige indoctrinatie al snel een complete verstandsverbijstering in de hand werkt.

Voor alle duidelijkheid: moest men de aandeelhouders en managers van Electrabel ertoe kunnen verplichten om de eigenlijke kost van het kernafval te betalen, ze smeken om elke burger van dit land een buitensporig hoge bonus te mogen te betalen op voorwaarde dat men zo snel mogelijk met kernenergie mag stoppen.

Wie (inhoudelijk en cinematografisch) een verbluffende documentaire hieromtrent wil zien, kan Into Eternity (2009) van Michael Madsen en Jesper Bergmann bekijken. De documentaire zoomt in op Onkalo, de eerste permanente opslagplaats voor nucleair afval die in Finland in aanbouw is sinds 1970. Dit prestigeproject zou tegen 2100 klaar zijn en dan, als alles goed gaat, slechts een fractie kunnen stokkeren van de circa 300.000 ton hoog radioactief afval waar we vandaag al mee opgezadeld zitten.

Dat betekent dus dat het merendeel van het afval dat nu voorlopig in vaten al dobberend in zwembaden bewaard wordt, wellicht wel ergens weggemoffeld of gedumpt zal moeten worden – niet zozeer om economische, maar om technische redenen – goed wetende dat dit vroeg of laat onvermijdelijk een desastreuze intoxicatie op mens en milieu tot gevolg zal hebben.

De enige reden dat Electrabel kernenergie nog steeds economisch interessant vindt – de bouw van een centrale kost al gauw 30 miljard euro en duurt pakweg 12 jaar -, is natuurlijk omdat ze de eigenlijke kostprijs helemaal niet hoeft te betalen. Daar draait de gemeenschap van in het begin voor op en dat zal ze tot in de eeuwigheid moeten blijven doen. Als ze ten minste heel dit avontuur goed en wel overleefd.

Waarom? In het belang van het gemakzuchtig en overdadig energieslurpend consumentisme van pakweg één of twee generaties, die zelfs de moeite niet nemen om alternatieve pistes effectief te overwegen. Om af te ronden, ook de reacties onder het bewuste artikel zijn erg betekenisvol.

Op 14 maart blijft een zekere Peter Dubois nog volharden in het grote gelijk van de nucleaire sector. Het zou de schuld zijn van zoiets als de ‘antinucleaire lobby’ dat de centrales verouderd zijn, en dus dat wij vandaag met een nucleaire catastrofe zitten. Tevens zou er – aldus Dubois, drie dagen na de ramp – volgens onafhankelijke experts nog altijd geen problemen zijn.

Grote delen van Japan zijn verwoest en de centrales doen het nog altijd relatief goed. De aardbeving hebben ze perfect doorstaan. Alleen waren ze niet voldoende beschermd tegen de tsunami. Dit illustreert treffend het fanatiek en blind vooruitgangsgeloof waarvoor de harde feiten altijd maar moeten wijken, zelfs al kletst de media er intussen voortdurend mee in ons gezicht.

Nog op 14 maart schreef een nuchtere Freddy Vanhamme uit Stekene: “Keer voor mij de titel maar om: beter geen energie dan kernenergie. Ik weet wel dat dan duizend vragen een antwoord moeten krijgen, zoals wat met de economie? Welke energie? Vanwaar, en aan welke prijs? Maar ik zit liever met duizend vragen in mijn hoofd, dan zonder hoofd.”

Robrecht Vanderbeeken

Robrecht Vanderbeeken behaalde zijn doctoraat in de Wijsbegeerte in 2003 aan de Universiteit Gent met als onderwerp: een pluralisme van verklaringen van acties. Van 2004 tot 2006 was hij als onderzoeker verbonden aan het theorie-departement van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Binnen dit tweejarig mandaat werkte hij onder meer op de filosofie van Deleuze en Žižek en op kunstfilosofische thema’s. Van 2005 tot 2007 was hij actief als postdoctoraal onderzoeker aan de UGent en verrichtte onderzoek over onderwerpen als analytische metafysica, technowetenschapskritiek en mediakunst. Sinds 2007 is hij als doctor-assistent verbonden aan het KASK. Zijn onderzoeksdomein: de filosofische implicaties van mediakunst, de interpretatie van videokunst.

PS. De afbeelding bij dit artikel is een foto van de Amerikaanse kunstenares Taryn Simon. Het is een bovenopname van een koelbad met hoogradioactieve vaten. Het lichtschijnsel dat u ziet, is dodelijke straling, een kwestie van seconden. Voor liefhebbers van absurde humor: begin vorige eeuw wou men de ‘bijzondere’ eigenschappen van radium en uranium zelfs proberen te commercialiseren in bijvoorbeeld cosmetica, onder meer met de toepasselijke naam ‘Radior’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!