about
Toon menu

Waarom Catalonië Spaans zal blijven

dinsdag 10 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De schokkende beelden van het politiegeweld in Catalonië afgelopen zondag zal niemand van ons ontgaan zijn. De regering van Mariano Rajoy heeft zijn tanden aan de wereld getoond - en het was niet bepaald een fraai aangezicht.

De Catalaanse separatistische regering onder leiding van Carles Puigdemont is reeds in één ding geslaagd: over de hele wereld wist hij brede aandacht en sympathie te genereren voor zijn zaak.

Maar heeft hij ook gelijk? Heeft hij zelfs kans van slagen?

Een analyse van Spanjes constitutionele crisis - en waarom het antwoord op die vragen uiteindelijk twee keer ‘nee’ moet zijn.

Carles <3 Mariano

Carles Puigdemont en de zijnen mogen Rajoy op hun blote knieën bedanken. Zijn agressieve aanpak heeft goed verborgen dat het Catalaanse referendum om een waaier aan legale, politieke, organisatorische én morele redenen niet meer was dan een farce, zij het niet een schande.

Tegelijkertijd zag Puigdemont - wederom dank aan Rajoy - zijn discours over Madrid aan heel de wereld bevestigd: 'Franco leeft voort'.

Zonder twijfel: Franco’s beruchte geest waart nog rond tot in Spanjes hoogste échelons – zo is het allerminst een geheim dat Rajoys Partido Popular een directe erfgenaam is van het franquistisch gedachtegoed. Desalniettemin is het Spanje van vandaag – hoezeer sommigen van Rajoys kiezers dat ook betreuren - niet langer het Spanje van vijfenveertig jaar geleden. Franco is nog steeds zo dood als een pier.

Franco zou zich omdraaien in zijn graf, mocht hij horen van een Spanje met democratische verkiezingen en een meerpartijenstelsel. Hij zou schande roepen, wist hij dat Spanje één van de eerste landen was die het homohuwelijk legaliseerden. Hij zou in huilen uitbarsten, bij het lezen van Spanjes liberale abortuswetten – en al helemaal, wanneer hij hoorde dat de vrouw ook niet naar het gevang hoeft, was dat kind buiten haar huwelijk verwekt. Hij zou een verschrikt kruisje slaan, en tien weesgegroetjes prevelen, bij het zien van al die blote billen en borsten aan de Spaanse kust.

Catalaans spreken in het openbaar? Wapperen met de Catalaanse vlag, zelfs de Catalaanse onafhankelijkheidsvlag? En dat op televisie? Geen ‘Jorge’, maar ‘Jordi’? Een autonome Catalaanse regering, een Catalaanse regiopresident? Was hij al niet dood geweest, dan zou het hart van de oude caudillo toch prompt zijn gestopt, bij het zien van het moderne Spanje!

 Het is niet moeilijk voor te stellen dat veel Spanjaarden - waaronder ongetwijfeld ook Catalanen - aversie voelen tegen het 'gemekker' van Puigdemont, regiopresident van nota bene één van de meest welvarende delen van Spanje. Ouderen kennen nog de honger van de eerste helft van de Twintigste Eeuw, de Burgeroorlog, de daadwerkelijke fascistische repressie.

 Bovendien heeft, meer recentelijk, de economische crisis en het daaropvolgende bezuinigingsbeleid, veel Spaanse families ronduit in armoede doen belanden. Net nu voorzichtige verbetering lonkt, dreigt een minderheid van Catalaanse separatisten Spanje, Catalonië incluis, in een nieuwe, diepe crisis te storten - en de situatie in Catalonië is bij lange na niet ernstig genoeg, om dát te rechtvaardigen.

 Tel daarbij op dat veel Spanjaarden geven om de eenheid van Spanje, zonder dat zij direct een skinhead nationalist of een geüniformeerde fascist zijn. Sterker: de eenheid van Spanje wordt door velen verdedigd vanuit de overtuiging dat het, ondanks onderlinge verschillen, toch mogelijk moet zijn in één democratie samen te leven. ‘Nación de naciones’, ‘Natie van naties’, is een bekende frase in die context.

Twee zaken moeten dus duidelijk onderscheiden blijven. Het politiegeweld van afgelopen zondag was onnodig, verwerpelijk en contraproductief. Dat betekent echter niet dat daarmee het streven en het handelen van de Catalaanse autoriteiten wél van nobele of verstandige aard zou zijn; noch werd hiermee het referendum legitiem of legaal.

Mariano <3 Carles

Een schouderklopje van Madrid aan Barcelona lijkt eveneens op zijn plaats. Waar Rajoy de beeldvorming van de ‘Spaanse repressie’ verzorgt, toont Puigdemont hoezeer een sterk Madrid nodig is, om Spanje bijeen te houden. Meer nog: Puigdemont geeft Rajoy een aanleiding de Catalaanse regiomacht daadwerkelijk op legale wijze in te perken, en zo één van zijn partijstandpunten in beleid om te zetten. Tegelijk toont hij zich niet alleen beschermer van de Spaanse eenheid, maar ook hoeder van de democratische grondwet - en dat wordt hem wellicht ook buiten zijn eigen partijrangen in dank afgenomen.

Oftewel: de twee hoofdrolspelers zijn in feite helemaal geen concurrenten, en dat vormt een fundamenteel probleem binnen deze patstelling. Het gelijk van de één toont niet het ongelijk van de ander; er is geen sprake van communicerende electorale vaten; een doelpunt betekent niet direct ook een tegendoelpunt. Dit is niet de clásico Madrid-Barcelona: dit zijn twee partijen weliswaar gespeeld binnen één Liga, maar op een totaal verschillend veld.

Inderdaad zien we bijzonder weinig pogingen tot de-escalatie: de Spaanse regering blijft hameren op zijn wettelijke gelijk en mogelijkheden de controle over Catalonië terug te nemen; Puigdemont kondigde op zijn beurt woensdagmorgen aan binnen dagen de onafhankelijkheid uit te roepen. De Catalaanse regiopresident voert weliswaar een diplomatieker discours, maar laat tegelijk weten vastberaden te zijn de onafhankelijkheid van Catalonië door te zetten.

‘Over prijs kunnen we onderhandelen, maar de prijs staat vast.’ En Madrid wil helemaal niets kopen.

Een politiek compromis lijkt dus zeer ver weg.

PSOE <3 Rajoy?

Het zou bijna vergeten worden, maar binnen deze competitie zijn nog andere spelers actief. Voor Spaanse maatstaven zelfs zeer veel spelers: waar traditioneel werd geregeerd bij absolute meerderheid, heeft bij de afgelopen verkiezingen geen enkele partij die weten te behalen. Rajoy wist zijn ambtstermijn enkel te verlengen doordat de socialisten van PSOE zich, bang voor electoraal verlies bij wéér nieuwe verkiezingen, onthielden bij de vereiste stemming in het Spaanse Hogerhuis.

(Alleen de Catalaanse fractieleden bleven bij hun tegenstem.)

De nieuwe, linkse anti-establishmentpartij Podemos, grote concurrent van PSOE, heeft de socialisten reeds aangespoord een motie van wantrouwen in te dienen, en zo de minderheidsregering van Rajoy ten val te brengen. Het is echter maar zeer de vraag of deze het zou halen, gezien ook links geen meerderheid heeft in het Congreso de Deputados.

(Ten minste, gerekend zonder de steun van enkele kleine, separatistische fracties.)

Daarbij staat PSOE niet ondubbelzinnig tegenover de conservatieve regering-Rajoy. De partij wordt al een tijd lang verscheurd door een interne richtingenstrijd. Aan de ene kant partijleider Pedro Sánchez, vertegenwoordiger van een meer progressieve vleugel, die lang de vorming van een nieuwe regering-Rajoy wist te blokkeren. Aan de andere kant Andaloesisch regiopresidente Susana Diáz, vertegenwoordigster van een meer conservatieve vleugel, die uiteindelijk de stemonthouding wist te bewerkstelligen die Rajoy in het zadel hield.

(Ook: de vurig verdediger van de ‘nación de naciones’ Sánchez, tegenover de overtuigde unionist Diáz.)

Machtig Madrid, kansloos Catalonië

Merken we ten slotte nog op, dat veel wettelijke handvatten die Rajoy heeft ter blokkering van de Catalaanse onafhankelijkheid, niet door het Lagerhuis, maar door het Hogerhuis gestemd moeten worden. Daar heeft de Partido Popular ‘gewoon’ een absolute meerderheid. Andere – niet per se zachtzinnige - ‘noodmaatregelen’ kunnen zelfs worden genomen zonder enige vorm van parlementaire tussenkomst.

Al met al doemt één vaststelling op: Catalaanse onafhankelijkheid is zo goed als uitgesloten, en Rajoy houdt de touwtjes stevig in handen. Barcelona heeft noch de legale, politieke, of zelfs militaire middelen om onafhankelijkheid af te dwingen. Madrid heeft die wél om onafhankelijkheid te voorkomen.

Heeft Puigdemont dan helemaal niets bereikt? Toch al wel internationale aandacht en sympathie, zeker niet onbelangrijk. Misschien won hij in Catalonië meer harten - en dus stemmers - voor de Catalaanse onafhankelijkheidszaak - en dus voor zijn eigen partij. Met het uitroepen van de onafhankelijkheid zal hij bovendien nieuwe verkiezingen afdwingen in Catalonië, functionerend als een meer legale versie van het eerdere referendum.

En wellicht hoopt hij nog op een pedagogisch onverantwoord snoepje uit Madrid, om het jengelende kind te doen stoppen.

Het verandert niets aan de Spaanse machtsbalans. Rajoy – hij gaf ooit zijn zoon een tik op live-televisie – staat ook niet bekend als een flexibele of zachte vader.

Tussen dialoog en manu militari

Blijft de vraag: hoe zal de regering in Madrid tewerk gaan in haar antiseparatistische strijd? Hoe zullen de separatisten reageren? Hoe zullen de brokstukken weer worden gelijmd? Hoe zal Spanje veranderd zijn?

Hoe wordt de wil van een Spaanse meerderheid afgewogen tegen de democratische rechten van een Catalaanse minderheid? En andersom: hoe zullen de democratische rechten van de Catalaanse unionisten worden beschermd in een extreem gepolariseerd Catalaans klimaat?

Het wordt schipperen tussen de dialoog en de manu militari.

Eigenlijk, zoals Spanje altijd al heeft gedaan.

Jacob Warris