Who's afraid of Virginia Woolf? - Edward Albee, Mesut Arslan, Platform 0090, Toneelhuis, KVS - (c) Koen Broos

Zou jij bang zijn van Virginia Woolf?

donderdag 27 februari 2020 18:55
Spread the love

[Disclaimer]

Dit verslag is niet geschreven door een straffe theaterkenner of doorwinterde kunstrecensent. Het doel is niet om een oordeel te vellen over de kwaliteit – want wie ben ik? – of een analyse te proberen maken van de meerlaligheid of de mogelijke betekenissen in dit stuk. Wie dat wil weten, gaat beter zelf in dialoog met regisseur Mesut Arslan. Het doel is jou als lezer mee te nemen in een ervaring die je nieuwsgierigheid misschien kan prikkelen, of die, als je zelf ook aanwezig was, misschien bijzonder is om te herbeleven door de zintuigen van een ander.

Who’s afraid of Virginia Woolf?

Voor de tweede keer in mijn leven wandel ik de Antwerpse Bourla binnen (26.02.2020). Regen en verkeerslichtenpech deden mijn fietstocht langer uitvallen dan gedacht. Ik ben een van die mensen die liever nooit te laat komt, dus rep ik mij naar de kassa, drop mijn hebben en houden (inclusief de slimme telefoon) in de vestiaire en volg volgzaam de rij. Niet om me neer te vleien in een van de rode fluwelen stoelen, want die doen vanavond niet mee. We worden uitgenodigd op de scène. Ik bewandel het podium en zie overal stoelen kriskras door elkaar staan. Een zootje ongeregeld, of toch niet? Sommige al bezet door mensen, andere nog wachtend om ‘bezeten’ te worden. Keuzes, keuzes, welke kies ik? Ik volg mijn voeten en zet me neer. De stoel tegenover en redelijk dicht bij mij is nog leeg. Voor hoelang nog? Wie gaat hier komen zitten? Zal hij of zij doelbewust achteruit schuiven om fysiek contact te mijden? In het midden van al die gedachten voel ik de curiositeit door de zaal dansen. Vragende blikken kruisen elkaar. Wie gaat het spel spelen en wie zit hier om bespeeld te worden? Nogal bruusk wordt de stoel voor me weg getrokken door een man die zijn kring van bekenden wil vervoegen.

 

Moogt ge die wel verzetten?”

Oei, da weet ik nie? Ach ja.”

 

Zijn er überhaupt spelregels?

Het niet-weten prikkelt me.

 

“JEZUS FUCKING CHRIST!”

De eerste woorden van de avond vallen. Let the games begin.

Op een korte inhoud na, had ik de klassieker van Edward Albee uit 1962 nog nooit gelezen of gezien. Geen verleiding om in de vergelijkval te trappen, dus. Iets met twee koppels, een jonger en een ouder exemplaar, die in het midden van de nacht, steeds bezopener, het venijn verbaal uit hun lijf braken. Darya ­Gantura, in de rol van Martha, weet mijn aandacht meteen te grijpen. Vurig strooit ze verwijten in het rond, het type waar we ons zonder twijfel allemaal al eens schuldig aan hebben gemaakt. Voor wie de frustraties en de boosheid precies bestemd zijn, wordt niet onmiddellijk duidelijk. Manlief George (gespeeld door Frank Dierens) blijft nog even verscholen in de zittende massa.

“Ze is niet gelukkig, hé?”, vraagt hij ons.

Nee, zo voelt ze inderdaad niet. De scène hangt vol spanning, een trekken en duwen tussen haat, verlangen, liefde en lust. Het geheel bekrachtigd door Jan Maertens’ intense lichtinstallatie. En daar gaan ze zo meteen een ander koppel in werpen? Ik ben benieuwd, want ik weet nu al niet waar eerst kijken. Het duo verplaatst zichzelf namelijk, al dan niet met een stoel boven het hoofd, doorheen de toeschouwers, dichter naar elkaar toe of net weer verder weg. Soms met beide voeten op de grond, soms bovenop een stoel, op het ritme van de ruzie. De beweging creëert speelsheid, ruimte voor veel verschillende perspectieven.

Plagerig zingt Martha “Who’s afraid of Virginia Woolf, Virginia Woolf, Virginia Woolf?”

De deurbel gaat. Nick en Honey krijgen een stem en een gezicht, vertolkt door Rashif El Kaoui en Dorien De Clippel. Ik probeer me voor te stellen hoe ik me zou gedragen wanneer ik tipsy na een feestje, om twee uur ‘s nachts zou landen in een verhitte – of is het een hete? – koppelstrijd. De onwennigheid is zicht-, hoor- en voelbaar. Heerlijk menselijk.

Goed – beter – best – beest

De twee vrouwen zijn er ondertussen vanonder gemuisd, wat de heren ruimschoots de tijd en de plaats geeft om kennis te maken met elkaar in de vorm van een stevige verbale work-out. ‘Swingen is de favoriete hobby in onze faculteit’, een niet te negeren hint van George, zo zal nog blijken. De historicus versus de bioloog, een woordenwisseling die steeds dreigender wordt, tot de raadselachtigheid van de vrouw de twee verenigt. ‘Ach vrouwen’, zuchten ze vanop hun stoelen, mooi naast elkaar, schijnbaar even als gelijken.

 

Frank Dierens en Rashif El Kaoui in de rol van George en Nick (c) Koen Broos

 

Honey vindt haar weg terug vanuit de ladies room. Zich van geen kwaad bewust, snijdt ze het thema ‘zoon’ aan. “MARTHA!”, buldert George, woedend dat het verboden topic toch bespreekbaar werd gemaakt. Het blijft stil. De dame des huizes is zich blijkbaar aan het verkleden voor de gelegenheid. Bij terugkeer gaat ze bijna triomfantelijk in het midden van het speelveld staan, goed zichtbaar op haar stoel. Kijk naar mij! George komt haar (moord)lustig vergezellen, en niet veel later staat het viertal samen, centraal onder het aanlokkelijke lichtspel. Plots staan ze samen op drie stoelen, de vierde wordt opgetild en doorgegeven. De cirkelbeweging wordt gestaag groter en meer stoelen worden onderdeel van de dans. De dialoog steeds seksueler getint (of zo voelde het alvast voor mij). De bereidheid van het publiek blijkt bepalend voor de levensloop van de spiraal. Misschien typisch Vlaams, maar we zijn jammer genoeg snel uitgedanst.

Geliquideerd

Terwijl de pure cognac en de met ijsblokjes verdunde whisky de kelen goed smeren, rakelt George zijn pleidooi tegen de macht van de bioloog weer op. “Alle gebreken zullen worden gecorrigeerd, geliquideerd. Iedereen gelijk. Steriliseren wat niet helemaal perfect is. Alleen nog echte mannen.” De irritatie bij Nick zwelt aan. Giechelend van de zattigheid doorbreekt Honey het steekspel met een vraag over dé zoon. De gevoeligste snaar. Hun kleine snotaap?

 

“Groen!”

“Blauw!”

“Groen!”

“Blauw!”

 

Zelfs de oogkleur van het verder nog ongekende kind zorgt voor discussie.

De spelers staan ondertussen weer elk in een hoek van het veld wanneer de echo’s, gespeeld door een tiental (?) – ik heb ze niet geteld – stemacteurs, opduiken van tussen de toeschouwers. Als megafonen versterken ze de tegenpolen. Klanken en woorden verweven zich, om uiteindelijk uit te monden in “Who’s afraid of Virginia Woolf, Virginia Woolf, Virginia Woolf?”.

U kan mijn kloten kussen

De misselijkheid slaat toe. Martha en Honey verdwijnen, terwijl George en Nick opnieuw in hun verhalen duiken. Van schijnzwangerschap en leeglopende vrouwen tot ‘whixy’ on the rocks. Ondertussen worden toeschouwers ogenschijnlijk willekeurig van hun zitplaats geplukt om bouwstenen vrij te maken voor een stoelensculptuur waar de acteurs hun hoogtes en laagtes letterlijk op kunnen (her)beleven. De aap komt uit de mouw: carrièredrang binnen de gedeelde universiteit drijft de jonge bioloog voorwaarts. “Zolang je de juiste vrouwen niet gaat ploegen, komt er niets van in huis”, stookt George. “Uw vrouw (de dochter van de rector) is de grootste gans van de hele toom, zeker?”, treitert Nick. Het haantjesgevecht eindigend op: “U kan mijn kloten kussen.”

Honey en Martha kruipen mee op de piramide. Tijd voor een nieuw steekspel. Terwijl de spanning opnieuw stijgt, lopen de stemacteurs in een ellips rond de scène, steeds sneller. Het ritme van de voeten wakkert de nervositeit alleen maar aan. Afhankelijk van waar je zit, pik je flarden van woorden en klanken op. Soms herhalen ze zich in de dialoog. Je keuze aan het begin van de avond heeft dus wel degelijk impact op je beleving. Fascinerend vind ik dat. Een nieuw spelletje wordt aangekondigd: “Gastvrouwtje dekken” of misschien toch eerst “Gastje grijpen”? Hoe die precies gespeeld moeten worden, laat ik over aan jouw verbeelding.

 

Darya ­Gantura op handen gedragen (c) Koen Broos

 

Gestommel

We worden in kampen verdeeld aan weerszijden van een nieuwe stoelsculptuur. “Order! Order!” Ik waan me even in het Britse Lagerhuis, alleen is me niet meteen duidelijk aan welke kant ik precies zit. De echo’s schreeuwen door elkaar, bemoedigende of afkrakende woorden, al naargelang wie spreekt. De vieze, vuile spelletjes worden Nick te veel. “Ik zal worden wat jij zegt dat ik ben.” “Een gastvrouwdekker?”, vraag ik me af. Honey moet opnieuw overgeven en geeft zich ineens ook helemaal over aan de koude badkamervloer. Gestommel in de keuken, een biologisch proefje tussen Martha en Nick dat – helaas voor haar –  zou bewijzen hoe potentieel en performantie ook loodrecht op elkaar kunnen staan.

Ondertussen vindt George Honey terug onder de semi-levenden. “Wie ringelde aan de deur in het midden van de nacht?”, vraagt ze nieuwsgierig. Een bezorger van slecht nieuws. Slecht nieuws dat hij zelf aan Martha zal moeten vertellen. Alsof hij oefent voor een spiegel, gaat hij oog in oog met verschillende toeschouwers, drie keer op een andere toon en met een andere lichaamstaal.

Het voor mij meest beklijvende moment moest dan nog komen. Martha laat zich dramatisch vallen vanop haar stoel, in de handen van een aantal stemacteurs. Ze dragen haar bijna processiegewijs de ruimte rond terwijl ze wriemelt, wringt, schreeuwt en krijst. “Laat mij maar vallen, pluk mij maar kaal.” Een monoloog over tranen die niemand kan zien, tranen die samen gehuild worden om er ijsblokjes van te maken in de diepvries. “Voor in onze Whixy.”

Passiespel

Wie geen goed speelgoed is voor Martha, zal het geweten hebben. Nick wordt gedwongen in de rol van steunpilaar voor de stoel waarop ze verder gedragen wordt. George scheurt zich het hemd van zijn lijf, zijn riem van broekdrager naar zweep. “Als het u niet gelukt is in bed, ben je de huisslaaf.” Iedereen moet meespelen.

De climax is op komst, dat voel je aan alles. De 2,5 uur voorbij voor ik het goed door had.

De baby, de zoon, het slechtnieuwsgesprek. Dat hadden we nog te goed. “Libera me”, prevelt George. Een lied dat luider en luider klinkt in de echo’s. “Ik hem ‘m doodgemaakt.” Het koppel begint hun (stoelen)berg vol miserie te beklimmen, naar elkaar toe, maar niet tot in elkaars armen.

“Nu snap ik het!”, roept Nick.

Snap jij het?

Who’s afraid of Virginia Woolf, early in the morning?

Voor mij een verhaal van onvervulde verlangens en verdrongen verdriet.

Tot schrijfs!

Lynn

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!