Wij willen werken, desnoods langer en voor minder geld!

donderdag 7 juni 2012 14:30

Tolereert onze (neoliberale) maatschappij mensen met een handicap

Meer en langer werken?

De regeringsonderhandeling hebben duidelijk een gevoelige snaar geraakt bij heel wat mensen.  Het ganse land staat op zijn achterpoten want iedereen moet langer en meer werken.  Vakbonden roepen op tot staken, komen op straat om te betogen.  Het werk wordt stil gelegd. 

Ik begrijp de reacties van de mensen, maar de commotie rond de pensioenen staat in schril contrast met mijn dagdagelijkse job.  Elke dag zie ik mensen die op een bepaald moment in hun leven de boodschap gekregen hebben dat ze niet meer kunnen gaan werken.  Dit zijn mensen zoals u en ik.  Mensen die door een verkeersongeval, een hersenbloeding, hartfalen,… een niet-aangeboren hersenletsel hebben opgelopen.  En telkens opnieuw krijg ik van hen dezelfde vraag voorgeschoteld.  Ik zou graag terug gaan werken.  En dan moet ik ook telkens hetzelfde antwoord geven: “Een betaalde job zal spijtig genoeg niet meer lukken voor U.” Omwille van de motorische en cognitieve beperkingen die ze opgelopen hebben, kunnen ze het werktempo niet meer aan. 

Dus wat doen we met deze personen?  We proberen ze te heroriënteren naar een dagcentrum, een tehuis niet-werkenden, een vrijwilligersjob,…  Kortom we steken ze weg.  Want onze maatschappij kan niks meer met hen doen.  En dit voelen ze ook.  Vaak gaan deze eerste gesprekken gepaard met heel veel weerstand.  We spreken dan ook al vaak dat ze weinig ziekte inzicht hebben en dat ze nog vastzitten in hun verwerking.  Ook hun omgeving voelt dit.  Vrienden vallen weg, familieleden komen minder over de vloer.  Ook sociaal worden deze mensen minder interessant.

Maar wat we vaak niet zien is hoe onze maatschappij deze mensen systematisch uitsluit, alle goede bedoelingen van de zorgsector ten spijt.

The self-destroyed man?

De nieuwe richtlijnen binnen de zorgsector rond het Perspectiefplan 2020 wil personen met een handicap de kans geven om terug een plaats in de maatschappij te vinden.  Geld wordt vrijgemaakt voor initiatieven rond mantelzorg, ondersteuningsplannen, persoonlijk assistentiebudget, persoonsvolgende convenanten,…  Kortom geld om personen met een handicap de kans te geven hun leven te organiseren binnen de maatschappij.

Maar geeft ons huidig maatschappijbeeld de kans aan hen om dit ook effectief te kunnen uitvoeren?  In onze neoliberale maatschappij worden we al heel vroeg opgevoed met de idee dat we de beste moeten zijn, dat we moeten presteren.  En als dit dan ten koste is van de ander dan zouden we misschien ook van collateral damage kunnen spreken. 

In de crèche worden baby’s al gescreend en worden hun “prestaties” al gemeten.  Vergelijken wij als ouder onze baby’s niet in termen van: “de onze die kan al dit en de onze die kan al dat,…”  De uitwassen van onze prestatiemaatschappij zijn al snel voelbaar.  Zo hoorde ik het verhaal van een collega wiens zoontje in de tweede kleuterklas een nota had gekregen omdat hij zijn eigen naam nog niet op zijn communicatieblaadje kon schrijven. De mythe van de selfmade man kan al snel in zijn of haar gezicht terugkomen op het moment dat deze niet meer meekan in de alledaagse mallemolen.

De grenzen schuiven op en alsmaar meer mensen vallen uit de boot. Mensen zonder handicap, tenzij we ook voor hen een stoornis zouden kunnen vinden die verklaart waarom ze niet mee kunnen met de rest.  Maar laten we terugkomen op de mensen met een handicap.  Ook zij vallen uit de boot, want kunnen niet meer presteren.  Hun winstmarge is te klein, hun werktempo te laag.  Onze maatschappij is gericht op het individu en als dit individu niet meer meekan dan moet deze vervangen worden.  De wegwerpcultuur ten top gedreven.  Want ook je eigen individuele belangen zouden kunnen vertraagd worden door deze ander. 

Creëren we op deze manier niet een tweede mythe?  Deze van de self-destroyed man.  De kloof tussen de sterkeren en de zwakkeren wordt groter.  Wanneer je tot deze zwakkeren behoort moet je al hemel en hel bewegen om uit die situatie te geraken en is de kans ook groot dat het alleen maar erger wordt.  De rijken worden rijker, de armen armer.  Sterk en rijk, arm en zwak; het lijken alsmaar meer synoniemen van elkaar.  Het beeld van Don Quichot is nooit veraf. 

Ook mensen met een handicap behoren tot deze zwakke groep.  En zolang er niks aan onze maatschappijvisie verandert, vrees ik dat ze steeds als zwak zullen gezien worden.  En dat er van integratie geen sprake kan zijn.

Jasper en Mieke

Jasper wordt op zijn negen jaar opgeschept door een auto.  Hij ligt 3,5 maand in coma en moet twee jaar lang revalideren.  Gevolg: een niet-aangeboren hersenletsel.  Hij zit in een rolstoel, zijn aandacht is verzwakt, hij is snel afgeleid, heeft last van ongecontroleerde bewegingen.  Hij volgt buitengewoon onderwijs type 1.  Type 1 wil zeggen: sociale vorming als voorbereiding tot wonen in een beschermde leefomgeving.  Vrij vertaald: er is geen plaats voor deze persoon in onze maatschappij.  Op zijn 21 jaar zit zijn schoolcarrière erop en start de zoektocht naar een verdere tijdsbesteding. 

Jasper wil graag werken.  Hij ziet rondom hem jongeren van zijn leeftijd de arbeidsmarkt intrekken en heeft diezelfde ambitie.  Maar wie wil er hem een job geven?  Er wordt gekeken naar vrijwilligerswerk.  Maar ook wie onbetaald en vrijwillig anderen wil helpen, moet aan een aantal kwaliteitseisen voldoen.  Kwaliteiten die Jasper niet heeft.  Vrijwilligerswerk zou voor hem een stap zijn naar sociale integratie.  Iets wat binnen het Perspectiefplan 2020 zeker wordt benadrukt.  Maar dit vraagt van onze maatschappij de tijd en ruimte om ook hem een plaats te geven. 

Op dit ogenblik gaat Jasper naar een dagcentrum waar er gekeken wordt naar aangepaste dagbesteding en ook arbeidsbesteding omdat onze maatschappij die niet kan voorzien.

Mieke is nog maar enkele weken in het dagcentrum.  Mieke krijgt op haar 21 jaar een hartstilstand.  Op dat ogenblik is ze net 6 weken gestart als verpleegster in een algemeen ziekenhuis.  Na 2 jaar revalidatie is ook voor haar de conclusie een niet-aangeboren hersenletsel waardoor ze niet meer terug kan naar de arbeidsmarkt.  Door haar cognitieve problemen en verminderde kracht in de handen kan ook zij het werktempo niet aan.  Ondanks die boodschap denkt Mieke wel nog dat ze op een dag terug aan de slag kan als verpleegster. 

Ze ziet haar komst naar een dagcentrum als een tussenstap naar vrijwilligerswerk om op die manier genoeg ervaring op te doen om terug een betaalde job te kunnen uitvoeren.  Wij als hulpverlener gaan er opnieuw vanuit dat deze laatste stap niet mogelijk zal zijn.  En hopen dat Mieke hier op een dag genoegen mee zal nemen.

Kortsluiting

De motivatie voor ons als hulpverlener om de stap terug naar een betaalde job af te remmen ligt er voornamelijk in dat op het moment dat ze terug in het arbeidsveld stappen ze hun invaliditeitsuitkering kwijt geraken.  Een voorzichtigheid die ingebed zit in het systeem.  Op dit ogenblik zijn er twee circuits : een circuit van arbeid en een circuit van hulpverlening.  Aan de ene kant betalen mensen belastingen op basis van geleverde arbeid.  Aan de andere kant krijgen personen geld omdat ze geen arbeid kunnen verrichten.  En de overgang van de ene naar de andere gaat altijd gepaard met veel moeilijkheden en onzekerheden. 
Een oplossing zoeken voor deze tweedeling zal voor het kabinet Vandeurzen de echte opdracht worden.  We kunnen niet bezig blijven met het uitvinden van nieuwe systemen om de onwil van onze neoliberale meritocratische wereld om personen met een handicap (de have not’s) een plaats te geven,
te blijven maskeren.

Koen Browaeys

Koen Browaeys is als psycholoog werkzaam in een dagcentrum voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel.  Daarnaast is hij ook werkzaam als psychoanalytisch psycho-therapeut.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!