Wat te doen om de wereld te redden, samen met de meisjes? Wat is de oorsprong van die destructieve Westerse geest?

Wat te doen om de wereld te redden, samen met de meisjes? Wat is de oorsprong van die destructieve Westerse geest?

zondag 3 februari 2019 13:01

Dit essay draag ik met enthousiasme op aan Anuna en Luka De Wever, aan Greta Thunberg en aan de Belgische Bonobo ethologe Hilde Vervaecke.

De laatste weken hebben we de klimaatmarsen meegemaakt in Leuven, Brussel, Luik en op andere plaatsen. Greta Thunberg en de zusters Anuna en Luka De Wever en hun vriendin Kyra, de geniale voortrekkers, zijn jonge vrouwen.   De bescherming van Moeder Aarde en haar mantel, de atmosfeer, blijkt een onderwerp te zijn dat merkwaardig buiten beeld blijft voor veel mannen. Vrouwen zijn vandaag de ware profeten, de geestelijke pioniers. Heren van intellectueel niveau zoals Rik Torfs, en hele volksstammen op internet, sparen hun al dan niet doordachte spot intussen niet. Ik denk dat ik begrijp wat hier aan de gang is, vanuit een jarenlang zorgvuldig opgebouwd mens- en wereldbeeld. Het is tijd voor nederigheid en volgzaamheid vanwege mannen. Voor dat standpunt meen ik goede filosofische en wetenschappelijke gronden te vinden.

Negen tot twaalf minuten leestijd.

De VN Klimaat rapporteur, een dame uit Sub Sahara Afrika, merkte op tv op dat ons Belgische voorbeeld wereldwijd belangstelling wekt. “Ook juist dat op zondagen moeders met kinderen het slechte weer trotseerden om te betogen, vinden de mensen in de VS en Canada bijzonder en inspirerend”.

Een reden dat wij de vrouwen die de klimaatbeweging op gang trapten en dragen, onze volle steun mogen geven, is voor mij inderdaad dat we er van mogen uitgaan dat zij deze grootse kwesties “van nature” helderder in beeld krijgen dan mannen. Daarover dadelijk meer.

Het fenomeen van afkeuring van de bijna sacrale militante missie en actie door bepaalde mannen, heeft zelf wellicht te maken met het onvermogen om (gloeiend) enthousiast voor mensen en wezens te kunnen worden, en om op verstandige, bezielde wijze zorg op te nemen. Die houding lijkt me op haar beurt terug te voeren tot twee wortels. Een, natuurlijke, ingeboren verschillen. Dat werk ik verderop uit. Echter ook tot de kindertijd van veel betrokken figuren, die zijn opgevoed volgens een fout patroon dat helaas vele generaties lang algemeen aanvaard is gebleven in onze cultuur. De ontkenning van de crisis situatie, van de absolute kwetsbaarheid van Natuur en Aarde, van het kwaadaardig schadelijke van aspecten van onze beschaving en industrie, dat meen ik in essentie te kunnen terug voeren tot de identiteit en geestesgesteldheid van een generatie die het woord knuffelen bijna niet kende, en die warmte niet mocht ontvangen. De maatschappelijke beweging voor natuurbehoud, klimaatbeheersing en transitie naar een minder schadelijke economie, werpt inderdaad als niets anders een helder licht op de diepere aard en de wezenlijke verschillen tussen mannelijke mensen en vrouwelijke. Het is tijd voor stevig op het gaspedaal drukken wat betreft erkenning van diep-vrouwelijke waarden en talenten. Voor de Ziel en de Stem van de Vrouw.

Laten we even terug gaan in de tijd, naar de anti kernenergie betogingen in de jaren zeventig en tachtig. Een van de logo’s die mij toen het meeste troffen en appeleerden tot diep in de ziel, was de afbeelding van een atoom met de elektronen in hun baan er rond, het symbool van de kernenergie, met daaronder geplaatst… een moeder met bolle, zwangere buik en een kindje aan de hand. Dat geeft voor mij de kern van de tegenstelling weer. De clash tussen de sfeer van de rücksichtsloze doeltreffende technologie aan de ene kant en de oerkracht van de menselijke liefde en warme zorg, haar inherente kwetsbaarheid aan de andere kant. Dat iconische beeld illustreert voor mij perfect hoe bepaalde technologie en utilitair machtsdenken hard haaks staat op het levensnoodzakelijke liefdevolle, warme, oersterke maar ook kwetsbare universum van moeder en kind. Dit beeld plaatst dit gevecht tussen hard en zacht in een historisch lange termijn perspectief. Atoomenergie is misschien een mooie bonus geweest voor de energie bevoorrading; moeder en kind zijn voor eens en altijd de onvervangbare grond van ons bestaan en onze beschaving.

Rik Torfs is voor velen, ook prominente figuren, dezer dagen de kop van jut, omdat hij zijn weerstand loud and clear liet blijken tegen de jongeren klimaat beweging. Hij is een casus, een exponentieel voorbeeld dat ik wil belichten, om er voor ons allen een les uit te trekken. Let op, ik vind Rik Torfs een interessante en zeer waardevolle persoon. Zijn engagement is breed en vaak adembenemend positief gericht. Met dapperheid, wijsheid ook, verdedigt hij een belangrijke ideologie van de liefde, in tijden dat bijna  niemand dat nog aandurft: de leer van Jezus van Nazareth. Twee keer heb ik tijdens de laatste twaalf maanden de redactie van de krant waarvoor hij schrijft in zijn unieke, grappige maar diepzinnige taal daar persoonlijk attent op gemaakt. Die columns injecteren wijsheid, “Nachdenklichkeit” in onze populatie. Maar in hun houding naar de spijbelaars voor klimaat en natuur komt bij dit soort mensen een kwalijk kantje, een gebrek naar voor.

Waar gaat het om? Ik zie een verband tussen de onbegrijpelijk-afkeurende houding naar het visionaire appel van de jonge meiden en een stelling die Torfs meermaals heeft uitgeschreven: dat volgens  hem ‘gloeiend enthousiasme’ niet bestaat. ‘Hoe arm toch’, een mens die daartoe niet in staat is, dacht ik dan. En hoe verschillend met hoe ik zelf mens en leven beantwoord en bejegen. Laat mij het voorbeeld van die jurist en denker uitwerken, want zijn persoonlijkheid ken ik van alle spotters en negationisten het beste. Ik meen dat ik in deze context de gewone terughoudendheid mag en moet laten varen, omdat het hier over halszaken gaat, over het leven zelf, over ons voortbestaan. Het gaat hier in wezen over de liefde voor onze oergrond. In de limiet draait deze kwestie ook rond de andere grote thema’s van de wereldliteratuur: lijden en dood.

Torfs heeft een bepaald soort familiaal nest gekend. Waar de ouderlijke houding afstandelijk was, en lichtjes intimiderend. Dat vernam ik op een dag persoonlijk van een ooggetuige, een dame die hem als kind heeft meegemaakt. Dat gesprek vond plaats na een voordracht georganiseerd door SPES, een vereniging die economie en spiritualiteit wil samen brengen, in het Focolare Marianum in Rotselaar. De dame gaf de biografische anekdote mee dat Torfs als kind heel bedeesd was; een jongetje dat er bij hem thuis heel stilletjes bij zat als zijn vader, een rechter, burgers ontving. Ik maak hier geen grote geheimen kenbaar, Torfs zelf heeft het geregeld subtiel beschreven, dat hij een grote evolutie heeft doorgemaakt, van een kneusje tot een man met een luide en doordachte stem. Dat traject verdient respect en sympathie.

 

Dit gegeven laat zich echter tevens logisch in verband brengen met de geschiedenis van de familiale liefde en (ontbrekende) warmte in onze contreien doorheen de eeuwen, tot zowat één generatie geleden. De Franse filosoof en voormalig minister van onderwijs, Luc Ferry heeft aspecten van deze zaak behandeld en uitgewerkt in het essay “Luc Ferry over de liefde. Een filosofie voor de XXIe eeuw” (Arbeiderspers, 2010). De denker betoogt dat in onze cultuur sinds enige tijd de sfeer van het huisgezin, en dan in het bijzonder de warmte, sympathie en tastbare liefde die daar is gaan heersen, het denken van filosofen en opiniemakers is binnen getreden en is gaan veranderen.

Laat mij hierbij nog een paar eigen voorbeelden geven. Zelf ben ik opgevoed als jong kind in een gezin met een vader die dagelijks commentaren leverde op de wereldpolitiek en geschiedenis, maar vooral ook door een nabije, warme, tedere en toegewijde moeder. Onze moeder droeg ons al het eerste jaar in die tijd, begin jaren zestig, vaak op de heup, en zij besteedde, ook juist als gouvernante met uitgebreide ervaring in tevreden en rustig houden van kindjes uit diverse landen, veel aandacht en tijd aan onze lichaamsverzorging. Massage voor baby’s en kindjes, het is iets dat moeder al toepaste dertig jaar voor de term opdook. Vanuit die opvoeding heb ik het altijd een grote evidentie gevonden, dat de geest van de mens het beste kan werken en denken, als hij in de beginjaren van zijn ontwikkeling in een bad van warmte heeft mogen staan. Het betekende dan ook een grote Aha Erlebnis, toen ik tijdens een congres georganiseerd door Leuvense filosofen in 1995 de befaamde Jacob Kreuzfeld van het Max Planck instituut precies die stelling hoorde poneren, met dragende, warme maar licht bezorgde stem:

“De mate waarin een mens tijdens de jongste jaren menselijke warmte heeft ontvangen, zal een leven lang bepalen hoe goed dat brein, die geest, zal functioneren”.

 

Een andere figuur, een van de heren waar ik veel eerbied en sympathie voor voel, een scherpe criticus van de verouderde dogma’s van de kerk en vooraanstaand promotor van inschakelen van wetenschappelijke inzichten in de theologische sfeer, de jezuïet Roger Lenaers, vertelde mij ooit tijdens  een toevallige gemeenschappelijke  reis, dat hij als kind zo goed als geen tederheid heeft gekend. ‘Dat bestond bij ons niet’. Ik werd daar stil van. Ook juist vanuit het dagende besef dat deze toestand in onze streken waarschijnlijk voor bijna alle kinderen de familiale werkelijkheid is geweest. Voor zowat alle veertigers, vijftigers, zestigers, zeventigers en ouder. Wanneer ik mijn gesprekspartners daarover verder bevraag, geven zij zelf vaak als reden aan dat de ouders de handen vol hadden met het dagelijks werk; met het huishouden en het geld verdienen. Het is in dit verband verder inzichtelijk dat weinig beschavingen op aarde een even dwingend arbeidsethos hebben gekend dan de onze. Goethe zou al opgemerkt hebben dat de mens behept is met een aan het ziekelijke grenzende ‘dadendrang’ (zie “Geluk als (op)gave voor de hedendaagse mens” van Piet Nijs). Vandaag zoeken zeer veel mensen soelaas voor een vastlopend bestaan in wijsheid en opvattingen die ons mondjesmaat bereiken uit heel verre streken. Zo is er het principe van Wuwei dat al sinds de vierde eeuw opgeld doet in de Chinese cultuur, bij de Taoïsten en Zuang Zi; dat principe houdt in “niets te doen”. Op tijd en stond “neen” te zeggen tegen de impuls in te grijpen. (Goed in onafhankelijkheid kunnen neen zeggen is een voorrecht van de intelligentere mens, zo leert de psychologie). Geregeld alle zorgen van je af zetten, onder een boom te gaan zitten en schouwen. Mediteren, de wereld met de glimlach bekijken. Mindfulness, een praktijk die al velen mensen mooie baten heeft geleverd, vindt hier zijn wortels.

Het historische tekort schieten in tastbaar liefdevolle opvoeding, dat is een toestand die wij met de huidige stand van de wetenschap in de pedagogie en de ethologie, (dat is de studie van de zoogdieren in hun natuurlijke omgeving), wellicht als onnatuurlijk mogen bestempelen.

De laatste jaren is de kentering in het bewustzijn over deze letterlijk essentiële thema’s volop aan de gang. Nieuwe en solide perspectieven zijn aangeleverd door de zogenaamde ‘Leakey girls’. Dat zijn vier vrouwelijke ethologen die aangesteld zijn door het professoren echtpaar Leakey uit Groot Brittanië. Zij kregen de opdracht en de fondsen om voor het eerst in de geschiedenis in diverse natuurgebieden van de planeet de grote neven, of noem ze ooms, van de Mens te bestuderen. De chimpansee, de laagland en hooglandgorilla, de Bonobo en de Orang Oetang. Niet in kooien in laboratoria, maar tussen en met hen, in de bossen waar zij van nature leven. Een logisch idee, dat tot dan toe bij geen man was opgekomen.

Jane Goodall is de meest bekende van de vier ethologen, zij is niet toevallig een iconische figuur van inspiratie voor Anuna De Wever en Greta Thunberg.

 



Dr. Jane Goodall met publiek. Flickr.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb Goodall ontmoet en gesproken in onze hoofdstad, toen zij haar onderzoek en missie om  de wereld natuur te redden kwam toelichten. Daartoe is deze dame, die de grootste burgerlijke onderscheidingen mocht ontvangen waaronder in Frankrijk het Légion d’Honneur, driehonderd dagen per jaar onderweg, wereldwijd. Haar boodschap is dan ook van levensbelang voor de mensheid. 

Goodall’s onderzoek met de Chimpansees in het Gombe Stream natuurreservaat in Tanzania was pionierswerk dat wereldschokkende inzichten bracht. Ook Francine Patterson verdient vermelding, zij werkte in close contact samen met de befaamde laaglandgorilla Hanabiko, bijnaam Koko, aan de Stanford University. Ik raakte geboeid door deze onderzoeksresultaten toen ik in het oktobernummer van National Geographic Magazine in 1978 het interview met Patterson aantrof, met de cover een heuse selfie van Koko. De mensapen blijken niet de King Kong achtige bruten die wij dachten dat zij waren. Dat beeld van de agressieve gorilla werd de wereld ingestuurd door een bepaalde Engelse jager en verzamelaar van trofeeën die zijn werk deed in de tijd dat ook Charles Darwin (†1882) actief was. Darwins passionele arbeid opende zowel voor de intelligentsia als de kleine man de ogen voor het belang van kennis van dieren, de grote natuur en haar geschiedenis.

 De jager en avonturier in kwestie had er belang bij de neven van de mens zo gevaarlijk mogelijk af te schilderen, opdat de toehoorders van zijn betalende lezingen hem als een dapper man zouden zien, en niet als een moordenaar. De latere block buster King Kong is daarvan een erfenis.

Oom Gorilla is bestudeerd door Diane Fossey. Zij verwierf wereldfaam door haar autobiografische boek dat is verfilmd onder dezelfde titel, “Gorilla’s in de mist”. Intussen hebben honderdduizenden mensen die fijne dieren persoonlijk bezocht en aanschouwd in dat Karisoke reservaat in de bergen van Rwanda, in het Virunga gebied. Dirk Draulans was bijvoorbeeld onder de indruk van die ontmoeting met de zwarte wonderwezens, ook juist door het feit dat zij zo vreedzaam zijn, zoveel rust en jovialiteit uitstralen.

 (In het boek van Fossey, die door tegenstanders werd vermoord, vernemen wij intussen wel dat Gorilla’s af en toe roofpartijen ondernemen waarbij een groepje soortgenoten dat huist in een ander deel van het woud wordt aangevallen, expedities waarbij zwaargewonden en zelfs doden vallen. Dat is het enige voorbeeld in het Dierenrijk van een vorm van oorlog. Alleen de mens valt in groep andere soortgenoten aan om die te doden. Wij zijn de enige soort die tot veel verfijning, noblesse en cultuur in staat is, maar ook tot echte wreedheid en tot collectief geweld.)

De vierde baanbrekende onderzoekster is Biruté Galdikas, die op het eiland Kalimantan in Borneo, Indonesië, de wondermooie en zeer menselijk ogende oranje mensaap gedurende decennia is gaan bestuderen, de Orang Oetang. Galdikas voedde haar eigen baby op in het kamp in het woud, de jongen speelde met jonge Orangs, zodat de onderzoekster het gedrag en tempo van ontwikkeling kon vergelijken. In haar autobiografie, “De spiegel van het paradijs”, uitgegeven bij Atlas Contact, legt zij een interessante link waar ik meteen de immense reikwijdte van besefte bij het lezen (geciteerd naar het geheugen):

“Ik heb gezien hoe de moeders van de Orangs hun kinderen vanaf de geboorte meer dan een jaar bij zich op het lichaam dragen, en dat het leven van deze dieren heel warm en sociaal verloopt. Er is veel tederheid en tastbare liefde. Na verloop van tijd leerde ik dan de Indonesische maatschappij en mens kennen. Het viel mij op dat bij die mensen de kinderen met een grote maat van menselijke warmte worden opgevoed. Niet alleen de moeders, maar ook de vaders, de ooms en andere mannen, halen de kindjes aan en knuffelen ze. Dàt moet de diepere reden zijn waarom de mensen in dit land vriendelijker en goedlachser in het leven staan, in vergelijking met de VSA en Europa”.

Waarschijnlijk moet ik u niet echt meer overtuigen dat wij als mens vandaag, als denkers, best naar de dierenwereld mogen kijken om interessante en belangrijke lessen te trekken. Dat is de open en nederige houding die de ware wetenschapper eigen is. Iedereen met open ogen kan aan die trend deelnemen. Nog geen half jaar gelden berichtten onze media, ik zag het artikel met mooie grote kleurenfoto’s in Het Laatste Nieuws, over de geboorte van een Gorilla jong in een van de Europese dierentuinen. Wijselijk ging er veel aandacht naar het oer feit dat het moederdier tijdens een bijzonder lange periode de baby op haar lichaam draagt, wel twee jaar. Heel geleidelijk en waakzaam laat zij het zoontje of het dochtertje wat verder weg gaan, op verkenning in de wereld. Dàt is de natuurlijke manier van opvoeden voor de nobele familie van de Mensapen, waartoe ook wij, mensen behoren. Ik moet u niet in herinnering brengen dat er een belangrijke stroming bestaan heeft bij ons die heel tegengestelde waarheden verkondigde en toepaste, in de aard van “Je moet een baby die huilt laten doen, niet oppakken en troosten”. Of ook: ‘De wil van een kind moet je na enkele maanden of jaren breken!”.

Dan stel ik mij de vraag, hoeveel destructieve frustratie hebben wij deze kinderen bezorgd, en hoeveel schade heeft dat gemis aan warme hechting wel aangericht als die mannen en vrouwen volwassen werden, en aan de arbeid gingen? Ligt daar misschien de diepste oorzaak van de beschadiging van de Natuur, van het verkrachten van Moeder Aarde? De Afrikaanse afgevaardigden tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen gaven op het eind van de week in elk geval die (spirituele) analyse:

“Het is dezelfde geest van jullie, rare Europeanen, die in ’40 –’45 mensen in de kampen stopte, martelde, doodde en verbrandde, die zich uitleeft op de natuur wereldwijd, haar uitbuit en vergiftigd en stuk maakt!”.

Stof tot  nadenken. Op zijn minst.

Bepaalde positieve evidentie voor het belang van zachte waarden bij het opvoeden om  werkelijk helder te kunnen denken en analyseren, om de natuurlijke, ingeboren liefde voor het leven en voor de aarde te ervaren,  en haar waar nodig te verdedigen, trof ik, als onderzoeker van alles wat diepmenselijk is, aan tijdens een bezoek aan een tentoonstelling over een Deense antropoloog die lange tijd onderzoek deed bij een van de  meest oorspronkelijke volken; de tot op vandaag deels als jagers en verzamelaars leven de !Kung San, de Bosjesmannen in de Kalahari. De wetenschapper maakte filmopnames die ik kon schouwen tijdens de tentoonstelling in het Caermersklooster in Gent. Op die beelden is te zien hoe die mensen heel warm omgaan met hun kinderen. Voortdurend worden de kindjes op de schoot genomen, geknuffeld, geaaid. Het is een krioelen van grote liefelijkheid. Kijk, dat is onze natuurlijke weg. Dat is wat elk kind nodig heeft om een “natuurlijk normaal menselijk wezen” te worden. Zonder overheersende duivelse onderbewuste drijfveren om “te vermoorden wat ons het meest dierbaar is” (Oscar Wilde).

Intussen heeft een andere tak van de wetenschap, de medische, besloten dat de gebruikelijke manier van omgaan met baby’s in de westerse wereld grondig fout heeft gezeten. Uit uitgebreid onderzoek in Colombia bleek ontegensprekelijk dat het voor de geestelijke en lichamelijke groei en gezondheid van de jonge mens véél beter is dat de jonge kindjes, “infants” in het Engels, op het lichaam worden gedragen en dus heel veel warmte en fysieke steun krijgen in de eerste paar jaren. Het gaat zelfs zo ver dat de mortaliteit van kindjes in nood, prematuurtjes, veel hoger bleek te liggen bij baby’s van welstellende families die de duurste zorgen kregen met inzet van hoogtechnologische couveuses, in vergelijking met de kindjes van arme families, die al sneller naar huis gingen, op het lichaam werden opgevangen en op de huid verzorgd.

Terecht is drie jaar terug daarop van de medische wereld een krachtig signaal uit gegaan dat zegt: ouders, zo moet je het doen! Sinds twee jaar en half zien wij de resultaten elke dag in onze straten, ook wie zelf geen kinderen heeft: jonge echtparen dragen hun schat op de borst of de rug in een draagzak, draagdoek of aangepast rugzakje. Het gaat hier dus om een levensbelangrijke “waarde”, een praktijk die onze veel geroemde Verlichting ons niet heeft kunnen bieden.

Mijn persoonlijke interesse in de mens en de kansen van de liefde om deze wereld tot een betere plek te maken, liet mij doorheen de jaren toe op te merken dat bij zowat alle niet westerse volken doorheen de geschiedenis en tot op vandaag, deze natuurlijke manier van behandelen van de baby’s dagelijkse kost is. Wie herinnert zich niet de beelden van moeders die rijst planten in Azië met de baby op de rug, of van Afrikaanse mama’s in dezelfde houding bezig met het stampen van de maniok? Groot is de tegenstelling met Europa: tot op vandaag heb ik in mijn vakgebied, de geschiedenis van de middeleeuwen, geen enkele vergelijkbare afbeelding gevonden die stamt uit die duizend jarige periode (ruwweg 500 – 1000 AD).

 

In mijn allereerste boek, dat ik las toen ik acht was, en dat over de Noord Amerikaanse Indianen gaat, kon ik al zien dat de baby’s in een draagstel werden meegedragen door de moeders in dit volk dat wellicht het meest van alle populaties is bezield met “ecologische spiritualiteit”. Een genie dat wellicht verdient zoveel mogelijk mee ingeschakeld te worden bij het trachten redden van dier en mens, van planetaire leefbaarheid.

Als je eigen traditionele Godsdienst en religie inadequaat blijken om de Job van de era te klaren, dan neem je toch wijsheid over van andere mensen in je religieuze denken, voelen en doen?

(Dit voorbeeld maakt overigens meteen iets anders duidelijk: dat warmte geven aan je baby’s en kinderen daarom van hen nog geen volkomen vreedzame wezens maakt. De ideologie van verbondenheid met volk (‘bloed’) en land (bodem), heeft volken overal op aarde er niet van weerhouden “vijanden”  strijdbaar en geregeld ook op wrede manier te bevechten in oorlogstijd. Om  de eigen oogsten en mensen te verdedigen en te vrijwaren, dat wel, maar toch. Wij leren hieruit dat de intellectuele bovenbouw zeer belangrijk blijft bij het bereiken van goedheid, van ethisch handelen. Wij moeten als mensen (onszelf) bewust aanleren dat wij kunnen in vrede samenleven. Daartoe moeten wij eraan werken onze natuur, die voor een deel gewelddadig is, te overstijgen. Een christelijk gelovig leven uitbouwen kan dat resultaat helpen bereiken voor wie daartoe geroepen is. Maar de grond van alle ethiek lijkt toch de opvoeding over wat goed en wat kwaad is door de moeder via de moedertaal. En agressie, een zeer natuurlijke impuls, dient over aanvaarde kanalen te kunnen beschikken om geregeld te vloeien. Jagen is zo iets. Die actviteit is bij mens noch dier stricto sensu ‘agressief’, dat hebben de onderzoekingen van Hugo Van Lawyck, de eerste echtgenoot van Goodall aangetoond, maar daarin kan de man wel veel fysieke kracht en dominantie en vakkennis op meesterlijk-speelse wijze kwijt.)

De moeder, dat mooie wezen dat voorzien is van extra “contactorganen” in de vorm van de borsten, die haar mogelijk maken met mensen die zij graag heeft contact te maken, tederheid uit te stralen en erotische liefde te bedrijven, is natuurlijk niet altijd een zachte figuur. Er zijn aanwijzingen dat juist de vrouw in bepaalde gevallen heel hard uit de hoek kan komen. Het lange gedicht “The female of the Species” van de Britse schrijver Rudyard Kipling brengt dat thema op overtuigende wijze. Als vriend van Roger François, een ervaren, goedlachse en wereldwijze jachtwachter, leerde ik dat je in de Ardense bossen niet hoeft bang te zijn voor de everzwijnen: zij zijn schuw, horen je van ver aankomen, en maken dat ze weg zijn. Er bestaat één grote uitzondering: het moederdier dat haar jongen verdedigt!

De man lijkt als iconische figuur vaak ‘redelijker’ te zijn, zowel in zijn gewone doen, spreken en schrijven, als in de inzet van zijn boosheid. Met dien verstande dat het toch die mannelijke mens is die als krijger, als soldaat, veel schade kan aanrichten, makkelijker tot doden overgaat. Hoeveel vrouwen heb ik niet horen zeggen “dat zou ik niet kunnen”, als de jacht op reeën, een gracieuze kleine hertensoort, ter sprake kwam. Er is wel degelijk een diepe kloof tussen de natuurlijke aard van de mannelijke mens en de vrouwelijke mens. Daar over ga je nadenken als men vrouwelijke voortrekkers van de Klimaatbeweging tracht weg te lachen, dood te lachen.

Tijdens de colleges Seksuele Psychologie die ik bij de grote psychiater, filosoof en seksuoloog Piet Nijs volgde, kregen wij een groot synthese onderzoek te studeren. Daaruit bleek duidelijk dat er fundamentele verschillen zijn in de psychologie van mannen en vrouwen, altijd ‘en vrac’ genomen dan. De vrouw is kwetsbaarder in haar zelfconcept. Zij beschikt over grotere intuïtie. Zij gaat minder eendimensionaal, gedreven te werk als de man. Zij heeft door de band een groter talent voor empathie, inlevingsvermogen, en zij heeft altijd meer gevoel voor zorg voor “de kleinen”. Het is inzichtelijk dat die houding van de geest en het lichaam is ontstaan doorheen miljoenen jaren van evolutie, van zorg voor de eigen baby’s, kinderen en partners. En dat deze instelling, dit talent, zonder veel moeite door veel vrouwelijke mensen uitgebreid kan worden tot andere “kleinen”, zoals de kleine man, de kwetsbare mens in de maatschappij. En voor sommigen ook tot een abstract subject als Moeder Aarde. De grote Natuur waar wij allen uit voort komen en die in menige betekenis onze moeder is, het Huis waar wij in leven.

Als voormalig student van professor Nijs komt het mij helemaal niet als een verrassing over dat het vrouwen zijn die de klimaatacties zijn gaan aanzwengelen, tegen een westerse klasse in van politici, denkers, persmensen… die ondanks alle emancipatie en feminisering vaak nog zeer wit en zeer mannelijk zijn in hun aantallen, en in standpunten, denken en aanvoelen.

Wij leerden al in de jaren negentig dat de vrouw vaak beter in staat is aan de gevolgen van beslissingen te denken op de lange termijn. Vrouwen krijgen nu eenmaal de kindjes, en dat is een positie die je gemakkelijker tot de gedachte brengt:

“Ik zit nu in een bestuursraad van een groot bedrijf, en ik neem hier grote beslissingen, waarbij winst en groei belangrijk zijn, maar in Gods naam, wat brengen die beslissingen mee voor het leven en welzijn van mijn zoon Jan, die op dit moment tien maanden oud is?”

Een reden dat wij de vrouwen die de klimaatbeweging op gang trappen, onze volle steun mogen geven, is voor mij inderdaad dat we er van mogen uitgaan dat zij deze grootse kwesties die te maken hebben met het behoeden van het LEVEN zelf, “van nature” helderder in beeld krijgen dan mannen. Omdat de blik van de vrouwelijke mens veel minder gehinderd wordt door de stijl van werken en omgaan van mannelijke mensen: de man is tot veel in staat, maar ook juist via een spel van macht en tegenmacht. Voor vrouwen is het makkelijker die machtspelletjes te overstijgen, en naar de werkelijke, tastbare, concrete resultaten en gevolgen te kijken. In de woorden die Rik Torfs op een dag tot mij richtte, met een lachje: “Ja, als de man iets doet, maakt hij daar meteen veel meer spel van”. De man wil  schitteren. De vrouw, de moeder, doet intussen vaak wat werkelijk zeer belangrijk is, maar in stilte, ver van de voetlichten.

De vrouw, zo geeft Kipling aan, is in haar “frame” gebouwd voor één ding: het Leven maken en beschermen. In gewone omstandigheden vallen die verschillen minder op. Zeker in een samenleving die doordrongen is van technologische hulpmiddelen, die het meer dan ooit mogelijk maken dat alle soorten mensen met inzet van zeer verschillende talenten in diverse (professionele) posities inzet kunnen realiseren.

Maar als door eeuwen van eenzijdige waarden beleving en gedrag, het meest wezenlijke al te lang veronachtzaamd is, als de oergrond van alles dat ons dierbaar is in het gedrang komt, dan is het logisch dat vrouwen opstaan en boos hun stem verheffen. En dan wordt dat elementaire verschil plots weer wat helderder.

Laat ons dit profetische leiderschap aanvaarden. Ik spiegel mij daarbij persoonlijk aan fascinerende dierengemeenschappen zoals wolven roedels en kudden schapen, waar het leid dier vaak een vrouwelijk dier is. De wijsheid en het verstand, niet alleen het gevoel, dicteren ons in deze gevaarlijke omstandigheden nederig onze mannelijke grillen en beperkingen op zij te zetten, en deze vrouwelijke roergangers onze volle steun te bieden en mee te doen. Een gezonde mens wijst toch alle zelfdestructie af? Of het nu om onzichtbare giftige lucht of om gedurende millennia dodelijk blijvende atoomenergie gaat.

Stefaan Hublou

Historicus, autodidact in psychologie, biologie, culturele antropologie en meer.

 

PS. De inkt van de eerste afdruk van deze tekst was nog niet droog, of het bericht bereikte ons dat Jane Goodall voorgedragen wordt voor de Nobelprijs.

 

© S. Hublou. Gedeeltelijke of integrale overname van de tekst enkel toegestaan na schriftelijke toelating van de auteur.

Contact via Facebook of stefhublou.global@gmail.com.

De auteur geeft lezingen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!