Waarheid of leugen? Een hermeneutische benadering van het cannabisbeleid in de VS vanaf 1930.

Waarheid of leugen? Een hermeneutische benadering van het cannabisbeleid in de VS vanaf 1930.

Dit stuk schreef ik als opdracht bij cultuurfilosofie. Verontschuldig me voor de soms theoretische vocabulaire. Gezien de omvang van het werk zal ik het in drie delen verdelen. De literatuurlijst wordt er pas in het derde deel bijgezet.

zaterdag 24 mei 2014 11:07

Waarheid of leugen? Een hermeneutische
benadering van het cannabisbeleid in de VS vanaf 1930.

1) Inleiding.

Indien
filosofen een taak hebben is het wel om kritisch te zijn. Ze hoeven
vanzelfsprekendheden niet te accepteren. In tegendeel ze moeten ze ondervragen.
In ons hedendaags leven schuilen heel wat vanzelfsprekendheden die we min of
meer zonder bevragen volgen en uitvoeren. Zo stellen we ons geen vragen meer
bij de consumptie van dierenvlees. Of het wel nodig is om iedere dag te gaan
werken? We kunnen ook de vraag stellen maar eerder oppervlakkig, zonder ze
verder te onderzoeken. Of zoals vele mensen kunnen we na reflectie tot het
besluit komen dat onze manier van leven niet de juiste is, om dan toch gewoon
onze weg op dezelfde manier verder te zetten. Hen zou ik de hermeneutische weg
willen voorstellen.    

De Duitse
filosoof Hans-Georg Gadamer gaat er in zijn boek Waarheid en methode van uit dat wat we verstaan als waarheid een
deel van onze cultuur is. Het is onderdeel van de traditie waar we in leven en het
is bij ons gekomen door overlevering, of de waarheid is onderhevig aan de
historiciteit van een gegeven feit (Gadamer, 2014: 272-273).

Dit
betekent dat wat we als waarheid aannemen veranderlijk is. De waarheid past
zich aan aan de culturele omgevingsfactoren, waarden en normen die een cultuur
vormt en bepaalt.  Het is een constructie
die in een democratie bloot staat aan erosie. De culturele wind waait er
doorheen en maar weinig waarheden blijven overeind.

Met andere
woorden vooraleer iets als juist bestempeld wordt moet het de filter van onze
publieke opinie passeren. Maar wat als de publieke opinie misleid wordt? Wat
als de publieke opinie te lui of te weinig kritisch is om de voorgestelde
waarheid te onderzoeken? Wat als de waarheid onrecht wordt aangedaan en de
leugen als waarheid naar voren geschoven wordt?

Wel deze
mogelijkheid zou volgens Gadamer niet mogen bestaan “De hermeneutische
taak gaat vanzelf over in een inhoudelijke vraagstelling […]”beweert hij (Gadamer, 2014: 258). Met
andere woorden niemand zou zomaar iets mogen geloven. Bewust van zijn
vooringenomenheid en de vooringenomenheid van de auteur van een bewering zou
men deze bewering moeten onderzoeken. 

Het is de
bedoeling van deze paper om hier bij stil te staan. Zou het kunnen dat
politieke leiders of bewindvoerders ons ‘iets’ zouden doen geloven omdat ze
ervan uitgaan dat dit ‘iets’ de waarheid moet zijn omdat het hen voor welke
reden dan ook beter uitkomt? Aan de hand van de hermeneutiek van Gadamer gaan
we dit onderzoeken.

Om deze
paper werkbaar te maken moeten we het ‘iets’ meer concreter maken. We zullen
dit doen aan de hand van cannabis en de cannabisgebruiker. De  cannabisplant heeft de laatste eeuw op
verschillende plaatsen ter wereld verschillende opvattingen doen oprijzen. Van
verwerpelijk en gevaarlijk tot religieus en spiritueel. Het is onmogelijk om op
een exhaustieve wijze het over cannabis en het cannabisbeleid te hebben. We
zullen het hier in deze paper hebben over hoe cannabis in de Verenigde Staten
werd en wordt gepercipieerd. De keuze om de VS te kiezen is niet neutraal. Het
is onze overtuiging dat de VS een grote invloed heeft op de rest van de wereld
en andere staten of naties aanzetten om hen te volgen.

Door eerst
de historische context van het cannabisbeleid in de VS te schetsen willen we
tegemoet komen aan wat Gadamer het ‘historisch bewustzijn’ noemt. Dit is
essentieel bij de hermeneutiek. Begrijpen hoe een gegeven iets, in casu het
cannabisbeleid in de VS, geworden is wat het is. Vervolgens gaan we door middel
van een klein onderzoek nagaan of het gevoerde cannabisbeleid steek houdt.
Besluiten doen we met enkele kritische bemerkingen en stellen we voor om het
huidige repressieve cannabisbeleid te veranderen.

2) Het cannabisbeleid in de VS vanaf 1930.

Om het
cannabis beleid in de VS te onderzoeken gaan we terug naar het jaar 1930. Dit
is niet zomaar een willekeurig gekozen datum maar valt samen met de aanstelling
van Harry Anslinger aan het hoofd van het Federal Bureau of Narcotics (FBN)
waar hij tot 1962 zou blijven (Bewley-Taylor et al., 2014: 17). De figuur van
Harry Anslinger zal een toonaangevende rol spelen en duidelijk zijn stempel
drukken bij het uittekenen van het cannabisbeleid in de VS en de rest van de
wereld. Hierbij schuwt hij niet om gebruik te maken van angstaanjagende taal om
cannabis als een duivelse plant af te schilderen en de gebruikers ervan als
gevaarlijke misdadigers. In 1937 beweert hij voor een commissie van het huis
van volksvertegenwoordigers in de VS het volgende over cannabisgebruikers “some
people will fly into a delirious rage and may commit violent crimes” (Bewley-Taylor
et al., 2014: 17).

Historisch
gezien verkeren de VS, en de rest van de wereld, op dat moment in een zeer
labiele periode. We zijn kort na de beurscrash van 1929 en enkele jaren
verwijderd van de uitbrak van de tweede wereldoorlog. Er heerst in de VS een
economische crisis en er komen veel migratiestromen op gang. Mensen verhuizen
van het platteland naar de stad, van het zwarte zuiden naar het blanke noorden en
van het buitenland naar de VS. Deze laatste migratie houdt in dat Chinezen,
opiumgebruikers, maar vooral Mexicanen, die na de Mexicaanse revolutie van 1910,
hun heil in de VS komen zoeken. De komst van deze Mexicaanse boeren en
arbeiders met hun traditionele gebruik van cannabis zorgt voor angst en argwaan
bij de lokale Amerikaanse bevolking en speelt daarmee in de kaart van Anslinger
die hen maar al te graag wil demoniseren (Schlosser, 2004: 19).

Anslinger
was een notoir racist. Mexicanen, Chinezen, Afro-Amerikanen stonden voor hem
gelijk aan misdaad en vooral bedreigden ze toen de klassiek blanke Amerikaanse
samenleving (Elsner et al., 1998: 665; Gerber, 2004: 2-3). Tijdens bovengenoemde
commissie getuigt hij dan ook dat de meeste cannabisgebruikers: “Negroes,
Hispanics, jazz musicians, and entertainers” zijn. “Their satanic music is driven
by marijuna[1], and marijuana smoking by white
women makes them want to seek sexual relations with Negroes, entertainers, and
others. It is a drug that causes insanity, criminality and death – the most
violence-causing drug in the history of mankind” (Bewley-Taylor et al.,
2014: 17-18).

Anslingers repressieve visie op cannabis en
cannabisgebruikers werd in kranten, magazines, radio en televisie gretig
overgenomen en herhaald. Onder andere William Randolph Hearst gaf hem zijn
steun. Deze laatste bezat ongeveer 50 kranten en magazines waar Anslinger zijn
visie zonder kritiek kon uitbrengen. Hearst had zo zijn eigen redenen om
cannabis te demoniseren. De cannabisplant is met zijn vezelachtige structuur
gekend om zijn capaciteit om papier te maken. Dit wou Hearst als bezitter van uitgebreide
bosrijke, papierproducerende, gronden voorkomen (Gerber, 2004: 6-7). Anslinger
schreef, als directeur van het FBN, zelf een aantal rapporten en boeken over
cannabis. In 1937 schreef hij een boek met de niets verhullende titel Marihuana: assasin of youth. Dit
geschrift begon met de zelfmoordsprong van een jonge dame. Uiteindelijk bleek
ze vermoord te zijn door ‘marijuana’ want ze was onder invloed toen ze van vijf
verdiepingen hoog haar dood tegemoet sprong. Het vervolg kleurt nog bloederiger
wanneer beschreven wordt hoe een jong verslaafde, alweer onder invloed, zijn
hele familie met een bijl uitmoordt (Speaker, 2001: 600). De opeenstapeling van
moorden onder invloed kan nu grotesk klinken maar werd toen door een angstige
publieke opinie gewillig geloofd. Cannabis werd omschreven als ‘killer weed’.
Gebruikers waren gevaarlijke psychopaten en moordenaars, vervielen in misdadig
gedrag en hadden veel kans om gek te worden. Hierdoor werd cannabis ‘loco weed’
genoemd. Tevens deed het verhaal de ronde dat cannabisgebruikers in 50% van de
gevallen hard drugs gebruikers zouden worden (Gerber, 2004: 4-9). Ook de film Reefer Madness, door de FBN uitgegeven,
deed dienst als propagandamiddel om cannabis en zijn gebruikers te demoniseren.
In de film vertelt de directeur van een school hoe het gebruik van cannabis het
leven van kinderen vernield (Ferraiolo, 2007: 156). In 1937 zou via de Marijuna
Tax Act (MTA) het politieke cannabisbeleid in de VS drastisch veranderen. Deze
wet zou er voor zorgen dat cannabis illegaal werd. ‘The war on drugs’ begint
feitelijk hier. De MTA kwam er op basis van Anslingers aantijgingen die nooit
op hun validiteit gecheckt werden. Hierbij komt nog dat Anslinger de voorzitter
van het Committee on Revision of the United States Pharmacopoiea, Dr. Ernest
Cook, wist te overtuigen om cannabis uit het catalogus van erkende medicijnen
te wissen. Zodoende werd cannabis ontdaan van zijn beschermende medische mantel
(Gerber, 2004: 11, 14).

Al vlug werd het duidelijk dat de VS de strijd tegen
cannabis wou mondialiseren. Ze gebruikten hun politieke macht om andere landen
te overtuigen dat het gebruik van cannabis des duivels was. Dit lukte wonderwel
en in 1961 werd de Single Convention door een commissie van de Verenigde
Naties, de Commision on Narcotic Drugs (CND), aangenomen. Bijna al de VN-leden
ratificeerden het verdrag en negentig staten hebben in 1971 zijn opvolger de
Convention on Psychotropic Substances getekend (Nadelmann, 1990: 503). Binnen
de Verenigde Naties hadden de VS voor een ‘inner circle’ gezorgd. Dit waren
rabiate tegenstanders van drugs, ook cannabis, en zij zorgden mee voor het
internationale repressieve beleid tegen cannabis[2]. Volgens
de Single Convention zou cannabis geen enkele medische eigenschap hebben die
niet door andere middelen zou kunnen vervangen worden[3].

In deze korte beschrijving zagen we dat het cannabisbeleid
in de VS vooral van één instantie, het FBN, geleid door één man, Harry
Anslinger, werd bepaald. De instrumenten om het beleid te versterken bestond
uit krantenartikels, magazines, radioverschijningen, interviews, televisie,
film etc. Vele van deze media verwezen daarbij hoofdzakelijk naar Harry
Anslinger als primaire bron voor hun betoog (Speaker, 2001: 593).

Waren er dan geen tegenstemmen? Mensen die er anders over
dachten? Ja die waren er wel degelijk en zij brengen ons naar ons  het volgende deel van deze paper


[1] Een Mexicaanse naam voor cannabis.

[2] Enkele landen, zoals India en Pakistan,
verzetten zich hier tegen maar dit maakte weinig indruk.

[3] Het mag duidelijk zijn dat deze stelling eerder ideologisch gekleurd
was en het werk was van mensen die bepaalde machten, politieke en financiële,
wilden behouden (Bewley-Taylor et al., 2014: 22-25). 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!