Waar blijven de structurele alternatieven voor het neoliberalisme

Waar blijven de structurele alternatieven voor het neoliberalisme

zaterdag 21 december 2013 19:28

Jo Versteijnen en Wouter Snip

Voor een neoliberaal beleid is een zwijgende en onmachtige meerderheid vanzelfsprekend een zegen, ondanks alle obligate en modieuze nadruk van de neoliberale politiek op democratie.

Crisis alom

De wereld wordt geconfronteerd met steeds groeiende financieel-economische, ecologische en sociale problemen. De financieel-economische problemen hebben geleid tot verhoging van de overheidstekorten, het faillissement van financiële instellingen, duizenden miljarden kostende redding door overheden van ‘systeembanken’, dreigend faillissement van nationale economieën, et cetera. De welvaart in de ontwikkelde westerse landen blijkt steeds meer een luchtbel te zijn die door de financiële crisis is doorgeprikt.

De ecologische problemen die zich steeds meer verdiepen krijgen van de zijde van bedrijven en overheden nauwelijks aandacht. Zo nadert het overgebruik van de biocapaciteiten de 50 procent. De biodiversiteit is al gedaald met ongeveer 30 procent, en de uitstoot van co2 blijft maar toenemen. De problemen worden zo groot dat er gesproken kan worden van ‘ecocide’.

Ook de sociale problemen worden steeds verder verdiept. Van de wereldbevolking moet 40% leven van minder dan 2 US dollars per persoon per dag. Het aantal zeer arme landen neemt toe. De financieel-economische problemen tasten ook steeds meer de bestaanszekerheid in rijke westerse landen aan. In Nederland, bijvoorbeeld, leven dit jaar 8,5% van de inwoners onder de armoedegrens. In België is dat maar liefst 14,6%. De inkomensongelijkheid tussen arm en rijk neemt nog steeds toe. Maar een grens stellen aan die exorbitante vermogensverschillen wordt geacht slecht te zijn voor de economie. Meer dan de helft van de Nederlanders, zestig procent, bezit slechts één procent van het totale vermogen van het land. De rijkste twee procent bezit 32 % en de rijkste tien procent de helft. In veel landen is de baanloosheid toegenomen, uitkeringen en pensioenen worden verlaagd en lasten verhoogd. De druk op de lonen neemt toe, pensioenleeftijden gaan omhoog en de arbeidsomstandigheden verslechteren.

Niemand wil de gevolgen van deze scheve verhoudingen, de ontwrichting van de maatschappij en de uitholling van de democratie, onder ogen zien. Dit is het directe gevolg van het rampenkapitalisme waarmee belanghebbenden de wereld hebben we zijn opgezadeld, en het lijkt er niet op dat die rijkste tien procent zich er druk over maken. We stevenen af op een catastrofe die zijn weerga niet kent.

Draagt de hedendaagse literatuur oplossingen aan?

Voor een antwoord op bovenstaande vraag richten we ons op sociaaleconomische en sociaalecologische literatuur met een kritische kijk op het kapitalisme/de ‘vrije’ markt/het neoliberalisme en de daarmee verbonden problemen. Doorgaans worden zulke teksten aangeduid als geëngageerd, links of progressief. Anderen, waarschijnlijk de meesten, zullen weer andere favoriete teksten hebben over deze problemen. Maar onze voorkeur gaat nu ook weer niet zo ver of het stoort ons zeer dat in die kritische teksten hoognodige structurele alternatieven voor het rampenkapitalisme vrijwel blijken te ontbreken, terwijl zulke alternatieven maatschappelijk toch meer dan gewenst, ja zelfs noodzakelijk zijn. De noodzaak van dergelijke alternatieven wordt door meerderen beaamd, zoals Naomi Klein, waar zij zegt dat  ‘Capitalism can survive this crisis. But the world can’t survive another capitalist comeback’ . Maar als dat zo is, waar blijven die structurele alternatieven dan? Waarom komen we er geen tegen, of nauwelijks? Wat kan daar de reden van zijn? Echt wetenschappelijk onderzoek is daarnaar  nog niet verricht. Maar dat neemt niet weg dat er toch wel enkele zinnige hypothetische antwoorden zijn. Maar voor daartoe over te gaan moet eerst verduidelijkt worden welk soort alternatieven hier wordt bedoeld en wat te verstaan onder kapitalisme.

Wat is kapitalisme,

Het kapitalisme vertegenwoordigt een economisch stelsel gebaseerd op de ondernemingsgewijze productie. Kenmerk daarvan is dat particulier kapitaal wordt geïnvesteerd in de productie, met de bedoeling er meer kapitaal uit te halen dan werd geïnvesteerd, winst maken dus, steeds meer winst. Het staat de aandeelhouder/kapitalist vrij die winst niet aan te wenden ten behoeve van het welzijn van samenleving en natuur, maar in eigen zak te steken.

De bron van die winst is de meerwaarde. En die ontstaat doordat de arbeider voor zijn arbeid minder betaald krijgt dan de waarde die hij produceert. Die bron wordt in winst, in geld, omgezet door verkoop op de markt van producten die meerwaarde bevatten. Bij die poging tot verhandeling op de markt ontstaat er een moordende concurrentie tussen bedrijven. De consument kan zijn euro/dollar of what ever immers maar één keer uitgeven. Om in die strijd niet van de markt verdreven te worden is iedere kapitalist gedwongen zo goed koop mogelijk te produceren. Dit wordt bereikt door zoveel mogelijk menselijke arbeid te vervangen door machines, die goedkoper en sneller produceren dan de mens (kapitaalintensieve productie).  En omdat de techniek nooit stil staat is iedere onderneming/kapitalist gedwongen op gezette tijden zijn kapitaalintensieve productie te vernieuwen met telkens snellere en duurdere machines. Deze telkens terugkerende investeringen in kapitaalintensieve productie leggen een zware druk op de winst. De gemiddelde winstvoet heeft daardoor de neiging te gaan dalen. Om niettemin toch voldoende winst te kunnen maken en die noodzakelijke investeringen vol te houden, is de ondernemer gedwongen te groeien: groeidwang. Om aan deze eis te voldoen zal de kapitalist ‘alles uit de kast’ moeten halen, daarbij niet schromend maatregelen te nemen die leiden tot het bekende onheil van dat stelsel, dat we hier gemakshalve samenvatten als steeds voortschrijdende uitbuiting van mens, natuur en milieu. Deze groeidwang is in principe oneindig, maar de natuur en de koopkracht van de mens niet. De koopkrachtige vraag naar goederen en diensten zal dus achter blijven bij het aanbod.  Als dit een kritische grens passeert kan de kapitalist zijn producten aan de straatstenen niet meer kwijt, en zal zijn geld dan niet meer investeren en betere tijden afwachten. Resultaat: massale sluiting van productiecapaciteit  met massale werkloosheid, kortom depressie/recessie.

De hier beschreven cyclus is een onvermijdelijke gang van zaken in het kapitalisme. Het systeem kan niet anders, het is de aard van het beestje. Crises en schade aan mens/samenleving en natuur zijn onvermijdelijk.

Mutatis mutandis geldt deze onvermijdelijke gang naar crises ook voor de financiële kapitalistische sector. Ook daar groeidwang die grijpt naar allerlei voor mens en natuur schadelijke middelen, zoals de subprime hypotheken. En ook hier na verloop van tijd een tekortschietende koopkracht van mensen om leningen af te betalen. Gevolg financiële crisis, zoals de wereld nu ondervindt.

Binnen het kapitalistische stelsel zijn deze crises in de productieve en financiële sector alleen op te lossen door offers van de samenleving. Omdat kapitalisten weten in deze economische orde onontbeerlijk te zijn voor de samenleving, schromen ze niet crises uit te lokken. De kapitalist/de rijken worden van crises altijd beter, de samenleving armer. Ooit heeft het kapitalisme een positieve functie gehad. Maar daarna is het steeds meer en onvermijdelijk verworden tot  een economisch stelsel dat noodzakelijk moet parasiteren op samenleving en natuur, in plaats van die samenleving en die natuur dienste te staan – de enige bestaansreden van een economisch stelsel.

Tot zover een rudimentaire beschrijving van het kapitalisme/de ‘vrije’ markt. Een economisch stelsel  waarvan de productieve en financiële sectoren onvermijdelijk uitlopen op steeds heviger crises van massale werkloosheid. Een parasitair systeem dat zich alleen in stand kan houden door een steeds verder gaande uitbuiting van mens en natuur.

Welk soort alternatieven bedoelen we?

Er is nationaal en internationaal een groot aantal groepen dat zich richt op initiatieven voor alternatieven voor het kapitalisme. Hieronder scharen zich dan initiatieven die het kapitalisme willen behouden maar het een meer menselijk en duurzamer gezicht willen geven, om zo de schadelijke gevolgen voor samenleving en natuur in te inperken. We noemen dit de niet-structurele alternatieven. De bulk van bestaande alternatieven valt hieronder. Dit is echter niet het soort alternatieven dat in dit blogbericht bedoeld wordt. Ofschoon ze niet zonder betekenis zijn waar ze de scherpe kantjes van het systeem af slijpen, zijn ze gemakkelijk door het kapitalisme te integreren en helpen ze al doende dit stelsel in stand te houden en het onzalige bestaan ervan te verlengen.

De alternatieven die wij zoeken zijn die welke onvoorwaardelijk het einde van het kapitalisme/neoliberalisme impliceren als een noodzakelijke voorwaarde voor de redding van mens en planeet. Alternatieven die het kapitalisme effectief vervangen doordat ze niet gedomineerd kunnen worden door groeidwang en daarom kunnen voldoen aan de doelstellingen van duurzaam sociaal en ecologisch welzijn. Daar waar het de bedoeling is dat ze het kapitalisme effectief vervangen kan gesproken worden van postkapitalistische alternatieven. We spreken hier van structurele alternatieven.

Waar zijn deze structurele alternatieven te vinden?

De vraag die er in dit verband toe doet is waarom in de mainstream van de kritische literatuur zulke structurele alternatieven ontbreken. Zoals gezegd is echt wetenschappelijk onderzoek is daarnaar nog niet verricht. Maar dat neemt niet weg dat er toch zijn wel enkele zinnige hypothetische antwoorden op te stellen zijn Het zijn antwoorden die ieder apart en in combinatie een antwoord geven op de prangende vraag boven dit blogbericht.

Een eerste vermoeden is dat schrijvers in de mainstream van de kritische literatuur soms niet over een structureel alternatief beschikken en/of er niet voor open staan. Hier vinden we vooral auteurs voor wie de heersende economische orde geen mensenwerk is, maar een van God of van nature gegeven, in ieder geval een onontkoombare realiteit is. Oplossingen voor de gesignaleerde problemen liggen volgens hen dan ook binnen de contouren van het kapitalisme/de ‘vrije’ markt. Een structureel alternatief komt dus niet in het vizier.

Voor een deel hieraan verwant zijn de auteurs die mogelijkerwijze uiteindelijk wel een postkapitalistisch alternatief aanhangen, maar in de strategie daar naar toe de weg bewandelen van de kleine stapjes. Dat wil zeggen dat als hier sprake is van veranderingsvoorstellen het alternatieven betreft die zich voorlopig nog afspelen binnen de omtreklijnen van het kapitalisme, om dan in de (welke verre?) toekomst de overgang te maken naar een structureel, postkapitalistisch alternatief. Er wordt hier dus geen postkapitalistisch alternatief geëxpliciteerd;  dat houdt men dus voorlopig nog achter de hand voor een niet bekend moment in de toekomst.

Op de derde plaats zijn daar degenen die wel de noodzaak van structurele alternatieven inzien, maar bang zijn om met zo’n alternatief, waarvoor immers nog bijna niemand geporteerd is, reputatieschade te lijden en het risico te lopen niet voor vol te worden aangezien door collega’s en anderen. Zij geven er daarom de voorkeur aan ‘de feiten voor zichzelf te laten spreken’, in de hoop dat de lezer op grond daarvan zelf zijn analyse maakt en dan hopelijk zijn antikapitalistische conclusies trekt, zodat de schrijver zelf daarmee niet voor het voetlicht hoeft te komen.

Wat rest is slechts een heel kleine minderheid van progressieve schrijvers,die niet schroomt de economische crises te herleiden tot hun fundamentele oorzaak – namelijk de onvermijdelijke kapitalistische uitbuitingsrelaties  als gevolg van de groeidwang –, die weten dat er binnen het kapitalisme geen structurele oplossingen te vinden zijn en daarom antikapitalistische alternatieven uitwerken. Maar dit is een vrijwel te verwaarlozen, maar daarom nog geen irrelevante minderheid, bestaande uit anarchosyndicalisten, ecosocialisten en postkapitalisten. Een minderheid, tot nu toe ondergesneeuwd of doodgedrukt en doodgezwegen door een mainstream die, vanuit de dwaling dat economie en neoliberalisme geen mensenwerk zijn, of vanuit de strategische keuze voor kleine stapjes, dan wel  uit een al te menselijke en laffe angst voor reputatieschade, een voor het heil van mens en planeet noodzakelijk maatschappelijk debat over structurele alternatieven, blokkeert. Bij alle onheil die het kapitalisme onvermijdelijk en in toenemende mate  over de wereld uit stort, is misschien nog wel het meest verontrustende, dat een noodzakelijk maatschappelijk debat over structurele oplossingen om zulke niet ter zake doende redenen achterwege blijft. Door die blokkering wordt de working class people verstoken van een zicht op een structureel alternatief waarmee het een bijdrage zou kunnen leveren aan het beleid, en blijft het gevangen in een staat van onzekerheid en inertie. Dit wordt treffend verwoord door een van de geïnterviewden, genaamd Luis, in een onderzoek naar basisrechten en besparingen in Spanje en Portugal:*

‘Veel mensen worden moedeloos van de huidige situatie, ze zijn het niet eens met het beleid, maar ze zien geen uitweg. Zwijgen betekent niet dat ze met alles instemmen.’

Maar voor een neoliberaal beleid is een zwijgende en onmachtige meerderheid vanzelfsprekend wel een zegen.

__________________________________

*‘Als de kraan wordt dichtgedraaid…. Basisrechten versus besparingswoede in Spanje en Portugal’, in: www.dewereldmorgen.be ,  5 december 2013.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!