De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Baby. Afbeelding van Michal Jarmoluk via Pixabay
Peter Verluyten

Vertrouw je intuïtie als ouder in de eerste 1.000 dagen, en ook daarna

Deze week was er in verschillende media veel te doen over de al dan niet té grote nadruk op de eerste 1000 dagen in de opvoeding en de stress die dat geeft aan jonge ouders. Laat dit vooral de boodschap zijn: informeer je, maar laat je niet opjagen. Vertrouw op je eigen gevoel als de adviezen zich tegenspreken of je het even niet meer weet.

vrijdag 17 mei 2024 15:49
Spread the love

 

17 experts schreven dat er te veel nadruk gelegd wordt op de eerste 1000 dagen in het leven van een kind.

Laat ik starten met te zeggen dat ik een groot bewonderaar en believer ben van de wetenschap. Een heleboel verwezenlijkingen gebruiken we elke dag met veel succes. Ik hoef niet te verwijzen naar alle technologische hoogstandjes die er bestaan. Ik geef een simpeler voorbeeld: gelukkig bestaat er betrouwbare verdoving voor het ontzenuwen en opvullen van een tand. Op het moment dat ik dit schrijf, is de verdoving zachtjes uit mijn mond aan het trekken. Dit gaat gepaard met aangename tintelingen en heel de behandeling heeft geen moment pijn gedaan, hoogstens een irritante sensatie van de lawaaierige zuiger aan de zijkant van mijn mond. Wat gebeurt er precies? De verdovende vloeistof in de naald heeft een zenuw-blokkerende en vaatvernauwende werking. Deze stof remt dus de zenuwsignalen die pijn naar de hersenen sturen. Hierdoor voel je geen pijn in dat specifieke gebied. Geweldig! En wat meer is, dat lukt de tandarts elke keer. Of toch zo goed als. En als er toch problemen zijn, heeft de tandarts nog wel enkele redmiddelen in zijn of haar achterzak. Ik wil maar zeggen: deze methode is super-betrouwbaar en wérkt.

Hoe anders is het gesteld met wetenschappelijk advies rond opvoeden, onderwijs en breder gesteld, alle levensdomeinen waar er een dynamische interactie bestaat tussen mens en omgeving en vooral mensen onderling. Deze week bleek dit weer maar eens bij de discussie over de zin en onzin van het idee dat de eerste 1000 dagen in een mensenleven van cruciaal belang zijn en dat daar bepaalde dwingende opvoedingsadviezen bij worden gegeven. De stekels van jonge ouders komen dan uiteraard recht te staan en ze kijken enigszins gestresseerd naar de adviezen die er te winnen zijn om hun blozende baby alle groeikansen te geven. Mag ik mijn kind laten huilen? Mag ik slapen bij mijn kind? Slapen op de buik of op de rug? Kan ik mijn kind teveel knuffelen? Wanneer begin ik met zindelijkheidstraining? En het wordt helemaal moeilijk als het kind moeilijk slaapt of zeer veel huilt. De stress neemt helemaal de bovenhand als blijkt dat er veel verschillende adviezen en meningen zijn. En het zal er niet op beteren, beste jonge ouder. U kan zich later ook nog afvragen hoeveel u moet helpen bij het huiswerk, hoeveel uw kind op een scherm mag, hoeveel zakgeld uw kind mag krijgen en nog later (ik neem even een grote sprong want in elke levensfase zijn er honderden vragen) hoe lang uw kind op stap mag gaan.

Over al deze vragen zijn er artikels, websites en boeken te vinden. Experts beweren met grote stelligheid van alles in opvoedadviesboeken uit naam van de wetenschap.  En ik raad elke ouder ook aan om zich terdege te informeren. U zal ongetwijfeld interessante inzichten en goede tips tegenkomen. Sommigen zullen beweren dat hun bevindingen evidence-based zijn. Dit begrip is erg in de mode. Eigenlijk betekent dit dat de adviezen tot stand zijn gekomen via dubbelblind en gerandomiseerd (lab)onderzoek. Goede voorbeelden daarvan zijn de vaccins die ontwikkeld zijn naar aanleiding van de corona-epidemie. Ook het stofje dat de tandarts mij deze ochtend toediende, is ontstaan uit zo’n onderzoek.

Maar, en ik zou het in dikke letters willen schrijven, dit is allemaal niet mogelijk in een opvoedingscontext! Er is geweldig weinig ‘bewezen’ op vlak van opvoeding. Dat is ook niet mogelijk. Elke situatie en elke kind is immers uniek en bijzonder. Er is niet één manier om kinderen op te voeden. Al de opvoedingsadviezen zijn bovendien cultuur-bepaald en bovendien tijdsgebonden. Onderzoek en wetenschap kan zich nooit uitspreken over iemands persoonlijke situatie, iemands kind. De realiteit is veel te complex, te verschillend, te particulier. Nog te zwijgen over de moeilijkheid om onderzoek te doen bij baby’s en peuters. Ze staan niet bekend om hun duidelijke antwoorden bij surveys en diepte-interviews.

Er is niet één manier om kinderen op te voeden

Kan de wetenschap dan niets betekenen voor de opvoeding? Natuurlijk wel. Voor mijn part kan de wetenschap zich met alle aspecten van opvoeden bezighouden en alle mogelijke specifieke problemen bestuderen. Maar er moet over gewaakt worden dat de adviezen niet te absoluut geformuleerd worden. En er wordt best een disclaimer toegevoegd: ‘Beste ouder, u kent uw kind en uw situatie het best, leer uit onze bevindingen maar wees niet te krampachtig. Het is geen wiskunde, als u aanvoelt dat het beter op een andere manier werkt, volg dan – zonder schuldgevoel – uw gevoel als ouder’.

Verder zijn er wel enkele adviezen te geven die wat mij betreft redelijk zeker werken. Zie uw kinderen graag, geef ze aandacht, probeer een warme en veilige omgeving te creëren. Zie hun eigenheid, stuur bij als u vindt dat het nodig is, leer ze omgaan met de verleidingen van het leven. Om het met een boutade te zeggen: ‘Leer uw kind om beleefd te zijn tegen de mensen en om alstublieft en dankjewel te zeggen’.  Daarmee kom je al een heel eind, al de rest is voor discussie vatbaar en hangt af van uw specifieke situatie. Geef jezelf als opvoeder en ouder ook wat groeimarge. Fouten maken mag en hebben weinig effect op lange termijn als ze niet structureel van aard zijn.

Tot slot geef ik graag nog even mee dat ook in de zogenaamde exacte wetenschappen niet alles zonder discussie is. Denken we maar aan de relativiteitstheorie die de gebeurtenissen van het allergrootste beschrijft en de kwantumfysica die het microscopisch kleine beschrijft (met fascinerende mysteries als de onzekerheidsrelatie van Heisenberg, de kat van Schrödinger, …). Helaas zijn beide theorieën niet compatibel. Het is dus nog even wachten op de ‘theory of everything’. Moge dit een troost wezen voor de gedragswetenschappen waar een algemeen geldende theorie sowieso een illusie is.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!