De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Foto van Raeda Saadeh op de affiche van 'De geschreven stad'

Triënnale Brugge als politiek steekspel

donderdag 30 april 2015 09:20
Spread the love

Binnen enkele weken
gaat in Brugge ‘Triënnale 2015’ van start, maar nu al is in de hallen van het
Belfort een tentoonstelling aan de gang met als titel ‘De geschreven stad’. Volgens
curator Michel Dewilde peilt de expo naar de vele verhoudingen tussen politiek
en ruimte en richt ze zich in het bijzonder op de invloed van politiek op de
organisatie van de samenleving.

Ter introductie van deze Triënnale herinnerde burgemeester
Landuyt ons er onlangs aan dat het al sinds 1974 geleden was dat de stad nog
ruime belangstelling voor hedendaagse kunst had getoond. Toen hadden drie keer
op rij Triënnales plaatsgevonden (de eerste in 1969) die enige ophef
veroorzaakten maar achteraf toch beschouwd werden als ‘legendarische’ evenementen.

Helaas woonde ik toen nog niet in Brugge en bovendien was ik
tussen 1969 en 1974 nog gezellig aan het napuberen waardoor deze exuberante
exposities mij ontgaan zijn. Dat Landuyt de draad nu weer wil opnemen heeft
vooral met politiek te maken. Zijn voorganger Patrick Moenaert had de vzw Brugge
Plus opgericht, een door de stad royaal gesubsidieerde vereniging die als kernopdracht
kreeg om vijfjaarlijks een stadsfestival te organiseren. Om zelf een stempel op
het cultuurbeleid te zetten (en het Moenaerttijdperk te doen vergeten) switchte
hij dat om naar triënnales voor hedendaagse kunst, zoals hij eerder al
naamswijzigingen had doorgevoerd voor festivalletjes als Klinkers (nu ‘Moods’)
en Feeërieke Sfeeravonden (nu ‘Wintervonken’). Het project ‘ONX’ van Peter
Verhelst en Maud Bekaert, werd voortijdig opgedoekt.

Voor de invulling van de eerste Triënnale deed Landuyt een
beroep op Michel Dewilde, reeds jarenlang werkzaam bij het plaatselijke
Cultuurcentrum waarvoor hij met wisselend succes tentoonstellingen
organiseerde.  De eerste tentoonstelling
in het kader van Triënnale 2015, ‘De geschreven stad’ is dan ook een
coproductie met dit cultuurhuis.

Waarom ze ‘De geschreven stad’ heet, is me niet duidelijk. Ze
gaat niet over een stad noch over geschriften. Ze gaat over ‘de manier waarop
politieke discoursen, ideologieën en visies hun gedachtegoed al dan niet
vertalen naar de ruimtelijke indeling van de maatschappij’. Ze gaat over de
invloed van speeches, propagandamateriaal, symbolen en massamedia. Aan de hand
van een ietwat warrige basistekst, die veeleer bestemd lijkt voor
hoogopgeleiden die het zelfs te min vinden om te struikelen over de vele
taalfouten, neemt Dewilde ons mee in zijn ‘verhaal’ dat de hallenzalen van het
Belfort opdeelt in drie luiken.

In het eerste deel van het parcours gaat Dewilde uit van de
redevoering als theatermonoloog of zelfs als artistieke installatie: de
redenaar als acteur-performer die teksten die door anderen geschreven werden
debiteert, opgesmukt met geregisseerde gebaren. We vallen met de deur in huis
met enkele video’s van speeches, geflankeerd door propaganda-affiches, slogans,
foto’s en boeken zoals ‘De leer van het fascisme’ van Musolini en ‘Vlot spreken
en mensen beïnvloeden’ van Dale Carnegie. Sculpturen van o.a. Wesley Meuris
(een maquette van een auditorium) en Tom Dale (een spreekgestoelte met
microfoons) zorgen voor een eigentijdse artistieke invulling van het
documentaire gedeelte van de tentoonstelling.

Een tweede insteek zou de uitvoering van de
politieke standpunten of het partijprogramma moeten tonen en wat de gevolgen
zijn voor de stad of een land en zijn inwoners, maar het is voor een bezoeker
zo goed als onmogelijk om alle video’s integraal te bekijken om ook maar iéts
van die insteek te ontwaren, laat staan om te weten waar je moet beginnen!

In het derde deel wordt dan de visie van de
kunstenaar belicht. Dit is dan ook het aantrekkelijkste deel van de
tentoonstelling. Blikvanger  is
ongetwijfeld Vladimir Tatlins vliegende ‘Letatlin’ (of althans een kopie ervan)
die vanuit de nok van de ruimte op de bezoekers neerdaalt, met daarnaast zijn
‘Monument of the Third International’ en Walid Siti’s nieuwe sculptuur ‘Tower’
die eigenlijk een variante is op Tatlins ‘monument’. Leuk, maar niet meer dan
dat, zijn de foto’s van Emilio López-Menchero uit diens ‘Trying to Be’-reeks,
waarop hij zich uitgedost als Léon Degrelle en Yuri Gagarin selfiet. Eerder
deed hij hetzelfde met o.a. Yasser Arafat, Marc Dutroux, Osama bin Laden e.v.a.
waardoor het ideetje zelf al een baard begint te krijgen. Om te liken op Facebook is de draagbare moskee
van Ragip Basmazölmez. Drie stuks: twee in dozen en eentje uitgepakt en klaar
voor gebruik.

Er is nog veel meer te zien in de hallen van het Belfort. En
te horen, want er zijn ook geluidsinstallaties. Het minste wat je erover kunt
zeggen is dat de tentoonstelling bijzonder fraai is opgebouwd, maar vooral ook
een donkere, haast ondergrondse sfeer uitstraalt. Het is soms moeilijk om de
referentiekaartjes met info over de werken te lezen, laat staan de
informatiebladen die je bij het binnenkomen meekrijgt.

Dat de Triënnale, die op 20 mei van start gaat, nog maar
weinig weerklank gekregen heeft in de media, zorgde de afgelopen weken voor
nogal wat tumult in politiek Brugge. De directeur van Brugge Plus nam ontslag wat
door de politieke oppositie (vooral N-VA) aangewend werd om hem als martelaar
op te voeren en de burgemeester (SP.A) te beschuldigen van nepotisme bij de
aanstelling van personeel voor de Triënnale.

Dit leidde dinsdag jongstleden tot het ontslag van de
voorzitter van Brugge Plus (SP.A-schepen Annick Lambrecht). Merkwaardig hierbij
is wel dat de N-VA in deze discussie zijn pijlen richtte op de voorzitter, die
pas enkele maanden geleden aangesteld werd, om zo onrechtstreeks burgemeester Renaat Landuyt
te treffen. Ook merkwaardig is dat de N-VA zich nooit heeft laten horen toen de
vorige burgemeester Patrick Moenaert (CD&V) vriendjespolitiek hanteerde bij
het aanstellen van personeel voor Brugge Plus. In Brugge is de N-VA de partij
van Pol Van Den Driessche, Landuyts rivaal in de strijd om de
burgemeesterssjerp, die zich in deze zaak opvallend buiten beeld houdt. Zijn
zoon Roeland maakt deel uit van het personeel van Brugge Plus, ooit aangeworven
door Moenaert.  

Met dit politieke steekspel in de gemeenteraad legden de lokale
politici ongewild een link naar de tentoonstelling ‘De geschreven stad’ die dus
peilt naar de verhouding tussen politiek en ruimte en zich in het bijzonder richt op
de invloed van politiek op de organisatie van de samenleving.

(jm)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!