De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Terugblik op mijn carrière als publicist 20 jaar na de publicatie van “De giftige vierwieler”

zondag 31 januari 2021 19:42
Spread the love

—< Update met concrete bekroningen van gepubliceerde inzichten (op 31 jan. 23 u 30).

Op 28 januari 2001, twintig jaar geleden, verscheen bijgaand opiniestuk in De Standaard.  Het was het laatste in een rij van elf. Het eerste, over het belang van het vormen van een adequaat Wereldbeeld, was verschenen in 1989, een jaar na mijn afstuderen als geschiedkundige. Bij deze gelegenheid blik ik graag even terug en vooruit.  

Start bij De Standaard

De Standaard  was in de jaren negentig al marktleider wat Opinie betreft. Ik herinner mij dat op een mooie dag de chef opinie, Vic De Donder, mij aan de telefoon trots liet weten, “vanaf volgende week gaan we niet één maar twee pagina’s ter beschikking hebben!”. Ik vond dit fantastisch en mijn dag was goed. Intussen biedt de krant haar lezer drie tot vier pagina’s opiniestukken. Een verandering is ook dat de redactie nu veel meer opiniestukken aangeboden krijgt, en dat de artikels korter zijn, de lezer van nu wil snel klaar zijn. Ook recensies van boeken graven minder diep en zijn minder lang dan in de jaren zeventig, zo liet een oud-professor me na het instellen van een onderzoekje weten. Mijn artikel had het een jaar na de millenniumwende al over de auto, over fossiele brandstof en broeikasgassen, een thema dat nu nog meer actueel en van belang is. Vandaag ben ik zelf nog “at full throttle” bezig als publicist. Inhoudelijk onder andere ten dienste van wat we zijn gaan noemen de Transitie, een leven dat meer in eerbied en harmonie met de Natuur zal verlopen. Ook onderwerpen als de fitheid van onze bovenkamer, geluk, vergeten levenskunst, politiek, literatuur, wetenschap, religie en vele andere onderwerpen die me niet loslaten, blijf ik coveren.

 

Breed en diep

Ecologie was een begrip dat ik in 2001 al kwarteeuw belangrijk vond en als bron van inspiratie trachtte te benutten. In tussentijd schreef ik bijdragen in gespecialiseerde bladen zoals het christelijke opinieblad Tertio, vakbladen voor jagers, bladen van alternatieve bewegingen over gezondheid en spiritualiteit zoals La Verna en Ouders. Ik schreef een bijdrage voor het boek “Stilte werkt” (Uitgeverij Waerbeke) een boek dat actueel blijft, en in cahiers van de vereniging voor Spiritualiteit en Economie SPES. Gaandeweg nam het aantal onderwerpen waarover ik ingelezen raakte en me een opinie vormde, toe en publicaties volgden. Een reeks van een tiental Vrije Tribunes in Knack ging over zowel politiek als psycho-sociale, filosofische en ecologische vraagstukken. Wel driehonderd lezersbrieven mocht ik plaatsen in een waaier aan bladen. Het internettijdperk bood stilaan een heel nieuw soort arena. Van dit universum hou ik wel, omdat je er gemakkelijker contact met je publiek realiseert en omdat het toelaat bliksemsnel op de actualiteit in te spelen. Het leek mij mooi om kort op de bal aan de publieke opinie vorm te geven, dan via gespecialiseerde teksten die slechts in beperkte kring gelezen worden, of via een boek dat altijd al verouderd is bij zijn verschijnen en dat energie en tijd opslorpt te gaan. Door het schrijven van de lezersbrieven, leerde ik in weinig woorden tot de kern te komen. Een ander kenmerk van mijn schrijven is, zoals iemand in het publiek opmerkte toen ik gidste in de schatkamer-kerk van Zoutleeuw, is dat “u oog hebt voor de rol van de vrouw en naar diepere oorzaken op zoek gaat”. Mijn motivatie om dit laatste te doen, is dat je pas doeltreffend aan bijsturing kunt werken, als je de wortel van een toestand begrepen hebt. Dit soort overwegingen bracht mij er eerder toe geschiedenis te gaan studeren. De historicus kent vaak beter dan wie ook de aard en de gevolgen van feiten, toestanden, instellingen, gewoonten, oorlogen, economie, politiek, gedachten,  waarden en gevaren.

 

Met dank aan vele partners

Sinds een jaar of vijf spitst mijn activiteit zich onder meer toe op het leveren van bijdragen via de blog op De Wereld Morgen. Een van de factoren die ik als  publicist belangrijk vind, is de intellectuele vrijheid die een open forum als DWM zijn schrijvers biedt. Ik lever gastbijdragen voor sites als Liberales en Apache, en ik ben actief op Facebook. Daar is de interactie zo bedrijvig als de spreekwoordelijke mieren of bijen. De confrontatie van je denken met deze van mensen van vlees en bloed, met hun waaier aan persoonlijke ervaringen, biedt voordelen. Zo krijg je in de gaten waar de originaliteit van je eigen discours ligt, en wat de mensen precies vragen of nodig hebben. Dirk De Wachter vertelde mij dat hij pas na vele lezingen met ruime aandacht voor vragen  uit het publiek, hij ertoe kwam zijn “Borderline times “ te schrijven dat dan ook geweldig aansloeg. Een vriend die onlangs over een actueel probleem een monografie schreef, droeg het werk op “aan de publicist die in grote nederigheid en zonder op naambekendheid of geldgewin uit te zijn, stug doorwerkt op het internet”. Ik heb een ondeugend vermoeden dat hij daarbij vooral mijn persoontje in gedachten had. Het is soms eenzaam en uitputtend werk, toch mag ik niet klagen. Mijn temperament is in zijn sas met het schrijven. Na lang aandringen van vrienden, werk ik aan een bundel van mijn stukjes voor publicatie in boekvorm.  Ik ontvang geregeld aanmoedigende en vriendelijke reacties. Met experten in uiteenlopende domeinen vormen we partners, ook na gedurende een kwarteeuw de moeite te nemen mijn teksten te bezorgen aan een schare van vijftig tot honderd vijftig vrienden en kennissen, waaronder oud-professoren en schrijvers. Daarbij figuren die een groot maatschappelijk engagement opnemen en daardoor ‘bekende Vlamingen’ zijn. “Mensengenezers” als Peter Adriaenssens, Piet Nijs en Dirk De Wachter, geleerden en politici als Mark Eyskens, originele opiniemakers als Roger Lenaers, reporters als Jos Vranckx, columnisten als Hendrik Vos, schrijvers als Gaea Schoeters, Oscar Van den Boogaard en Chris Van Camp, en iemand als de kernfysicus op rust en kenner van de Oosterse filosofie, Frans Cerulus.

De contacten en feedback die je mag ontvangen, dat houdt je gaande. Het is ook juist door de woorden van anderen dat je beseft waar je staat. Toen ik enkele weken voor de corona uitbraak (met als grote datum de start van de lock down op 13 maart 2020) te gast was bij Mark Eyskens, zelf schrijver van bijna zeventig boeken, minister van staat en impressionant in zijn kennis uit alle mogelijke disciplines, tot en met de kernfysica, zegde hij als besluit van het boeiende  gesprek: “Stef, jij bent een vat vol kennis en wijsheid. Ik ken weinig mensen die zoveel weten!” Een grotere aansporing kan ik mij moeilijk indenken. Mijn eeuwige dank is er ook voor Bert Claerhout, voormalig hoofdredacteur van Kerk en Leven, die in 2003  met me in zee ging als freelance-redacteur voor Tertio, waar ik veel vakkennis mocht opdoen. Speciale dank geef ik graag aan twee bijzondere oud-professoren die sinds lang trouwe vrienden mochten worden. Professor emeritus filosofie Jan Vander Veken, die een autoriteit werd inzake wereldbeelden en godsbeelden, met wie ik dag in dag uit graag in debat mag gaan en die een aangename en genereuze gastheer is; naar professor emeritus geschiedenis Michel Cloet die me via druk e-mailverkeer en persoonlijke gesprekken liet profiteren van zijn levenslange positie als betrokken observator van de actualiteit en van zijn ervaring als corrector van academische scripties. Zonder hen  had ik mijn huidige niveau nooit gevonden. Hetzelfde geldt voor mijn partner Rita die me met geduld en zin voor humor haar hart, een thuis en vleugels gaf.

 

Ook juist graag samen tegen de stroom in

De reacties en kritiek die je als publicist ontvangt zijn natuurlijk niet altijd vriendelijk. Een lezeres reageerde onlangs op sociale media, “schrijf toch niet zo vaak over de klimaatmeisjes”. De manifestaties waaraan we hebben deelgenomen blijven vanzelfsprekend een bron van inzicht, bewondering en inspiratie. Lezers op de fora zijn vaak weinig genuanceerd in het uitdrukken van gedachten; soms komen  persoonlijke frustraties, spanningen, angsten, kortom behoefte aan ‘afreageren’ in het spel. De bijdrage die fora aldus leveren aan de volksgezondheid, maar ook de schade die ze aanrichten, het verdient onderzoek.  Vele media, zoals DS Online waar ik in de beginjaren actief was en er mee de menselijkheid mocht bewaken, kozen een jaar of tien terug om de interactiemogelijkheden sterk in te beperken of af te schaffen.  Er zijn inderdaad meer verantwoorde manieren te bedenken om agressie uit te leven. Enkel als je manieren vindt om de negativiteit kwijt te raken, kan je schrijven in contact met het grote publiek. Veel academici wagen er zich niet aan, wat een probleem is voor de kwaliteit van het debat. Persoonlijk geloof ik nogal in de visie, die je onder anderen terugvindt bij Jonathan Holslag ( in zijn recent op Facebook gedeelde YouTube interview ), en in de roman van Chris van Camp, De kus van Dabrowski, dat de strijd aangaan, de emoties doorleven, niet elk risico en gevaar uit de weg gaan, je ontwikkeling  sterk ten goede kan komen. Het is zoals met de spieren van de atleet: zonder oefening (en bijhorende beperkte pijn) kunnen ze niet aangroeien. In tijden die voor velen meer belasting meebrengen dan ze zelf zouden kiezen, mag dit een hoopgevend perspectief zijn. Persoonlijk presteer ik geregeld het best na uitdagingen en tegenwerking. In dat verband kreeg ik een mooi advies van een oud-professor die al mij las. Ik kwam hem op een dag tegen op het plein in Leuven tijdens de markt op vrijdag; ik was in de weer als vrijwilliger voor het RVT Remy en duwde een oud vrouwtje voort in de rolstoel tijdens het wekelijkse groepsuitstapje. De wetenschapper, die toen al lange tijd met  toewijding, geduld en tederheid zijn levenspartner steun gaf, die geraakt was door iets als vroege dementie, gaf me de  hand en we maakten een praatje. Bij het afscheid zegde hij: “Ga vooral door, Stefaan. Het zijn maar de dode vissen die met de stroom mee zwemmen!”.

 

Vanuit een passie voor wetenschap en de wil om te helpen

Geregeld uiten lezers verwondering over het wijde areaal aan onderwerpen waar ik mij over uitlaat. Die brede interesse zit in mijn DNA. Ik herinner mij dat ik als kind reeds over kwesties en fenomenen diepe indrukken opdeed, en er gaandeweg krachtige meningen over vormde. Onze ouders, die getuigenissen en verhalen brachten over de grote reizen en de duizenden kleine problemen die dit op je pad brengt, hebben hier zeker gespeeld. In die kindertijd was het  al een grote droom mee te werken aan de opbouw van de samenleving en de kansen van mensen te vergroten. Ik wilde niet ambulancier, pompier, dokter of soldaat worden,  maar wilde door verworven inzichten te delen en met behulp van woorden die uitzicht, houvast, en troost bieden, graag steun bieden om het goede leven te vinden. Mijn credo zou kunnen zijn: “Doe het hier op Aarde goed, werk toegewijd en amuseer je goed, want je hebt maar één leven. Als je geregeld compassie toont en je medemens in nood een helpende hand toesteekt, zal een extra gezegend en rijk bestaan je lot zijn.”

 

Met overtuiging en heel soms met meetbare resultaten

Die wens zorg op te nemen heb ik graag uitgebreid tot Natuur, fauna en flora en het milieu dat we de Biosfeer zijn gaan noemen. Bijdragen trachten leveren aan een ‘betere wereld’ heb ik professioneel kunnen doen, onder andere als leraar HSO en als bezinningsbegeleider. Lange tijd was ik gepassioneerd door vrijwillige hulpverlening, onder andere in het kader van de hulplijn Tele-Onthaal en in bepaalde opvoedingsprojecten, als buddy van een hoogleraar die aan de rolstoel was gekluisterd, als gesprekspartner van patiënten en meer. Misschien komt het door de persoonlijke omgang met mensen in nood, die vaak meteen door hebben of je betrouwbare, pertinente en oprechte taal spreekt, dat ik  ook als publicist streef naar grote objectiviteit en waarachtigheid. Ook openheid staat in ons wapenschild, want “wie een mens vertrouwen geeft, maakt hem betrouwbaar”. Vanuit de wens met effect te schrijven en vanuit het besef dat affirmaties in het domein van de menswetenschappen àltijd subjectief zijn, schuwen we het spreken met grote overtuiging niet. Het geval van de bescheiden, zeer voorzichtige klimaatwetenschappers die lange tijd onvoldoende gehoor vonden en tenslotte in 2019 glorieus werden bijgestaan én voorbijgestoken door een Greta Thunberg, een Anuna De Wever, een Louisa Neubauer…  maken een en ander duidelijk.  En hadden mijn ideeën effect? Meestal merk je dit niet rechtstreeks, je stem is een vecgtor die mee de tijdsgeest en de mentaliteit vormt. Toeval of niet, maar tegenwoordig vallen mij bijna dagelijks concrete veranderingen op, bijvoorbeeld wat betreft overheidsmaatregelen en de politiek van bedrijven, die prachtige ‘incarnaties’ betekenen van  wat voor mij als kind de gedroomde maatschappij zou zijn. Heel af en toe had ik het voorrecht en het genoegen de hand te kunnen leggen op de directe band tussen mijn inzichten & advies en bepaalde innovaties. Kort nadat ik het Vaticaan een bevlogen brief schreef over de problemen die de auto veroorzaakt, vaardigde paus Benedictus “de tien geboden voor de automobilist” uit, bijvoorbeeld. Ook onderstaande tekst uit De Standaard bevat een voorbeeld. Mijn correspondentie met kardinaal Godfried Danneels zag zich twee keer vertaald in boekjes van zijn hand over de onderwerpen waar ik hem had over geschreven en zijn aandacht op had trachten vestigen: de ecologie en de volksdevotie. Meestal echter voel je als geëngageerd auteur een piloot bij nacht die met een minimum aan boordinstrumenten zijn weg gaat. Als blogger bij De Wereld Morgen is het fijn te kunnen aflezen aantal mensen dat je leest via de teller op het dashboard.

 

Hoe arbeid adelt

De ‘pelgrimstocht’  die ik als publicist, per definitie schrijvend over actuele zaken van maatschappelijk belang, mocht ondernemen, en die ik nog lang hoop verder te zetten, stond garant voor een interessant bestaan, en dat is niet min, dat zou ik niet kunnen missen. Het is bekend  dat wie het gevoel heeft nuttig werk te doen, als persoon nodig te zijn, vaak meer levensenergie zal weten aan te boren, en langer gezond zal leven. Met mijn gezondheid gaat het vrij goed. Stilzitten is eigenlijk tegen mijn natuur, en ik heb erover gewaakt beweging te blijven nemen. Tot mijn verrassing merk ik de laatste jaren dat, wellicht mede als gevolg van duizenden enthousiaste gesprekken en knutselen aan de teksten, het geheugen beter functioneert dan in de jongere jaren. Met  name in het spontaan naar boven komen van herinneringen aan ervaringen en voor het debat bruikbare concepten, conclusies, feiten en analyses, opgedaan in studies of literatuur doorheen de halve eeuw dat we observator mochten zijn. Een zintuiglijke indruk zoals een visuele herkenning, een smaak, een aforisme, een voorwerp of een naam, is vaak aanleiding.  Ook het contempleren van een kunstwerk heeft dit verdiepende en associërende effect op mij, ik ga hiervan voorbeelden brengen. Het werk dat ik heb mogen doen in de dimensie van observeren, bestuderen, overdenken en ten slotte publiceren, stemt mij ook nederig en dankbaar. Je bent immers niet alleen wie je door eigen keuzen en inspanningen bent geworden. Niemand maakt zelf zijn lichaam met de basiskenmerken, energie, temperament, weerstand, uithouding, brein en intelligentie… Dat doet het bijzondere orgaan dat matrix heet, je ontvangt je hardware gratuit van je ouders. Leraren en professoren spelen een grote rol, maar ook die kies je niet altijd.   Je diepste bronnen kies je niet.  Niemand bepaalt in welke familie hij terechtkomt, in welk land, in welk economisch en sociaal systeem. Ik heb getracht waar mogelijk van de nood een deugd te maken, en te roeien met de riemen die ik ter beschikking kreeg.  Mijn vader drukte in elk geval een stempel toen hij mij als vierjarige, op de dag dat hij voor een verre reis vertrok zei: ‘Luister: “All you do, do well!”’

 

Persoonlijk zal ik altijd streven naar het brengen van de diepere waarheid, het integere standpunt, in objectiviteit, vrij van belangen, in toegankelijke taal en met bevlogenheid en gefocust op het bevrijding leverende, revitaliserende perspectief.

 

Beeldvorming blijft van levensbelang

Op volwassen leeftijd kunnen we vaak wél de bronnen van ons geestesleven kiezen. Het is evident van belang dat we onze wereld trachten kennen, ook daarin treed ik graag Jonathan Holslag bij. Leo Deweerdt, gevangenisaalmoezenier en ingetreden als Jezuïet, brengt bijna dagelijks diepzinnige beschouwingen op Facebook die fijn zijn afgewerkt en die velen graag lezen. In een van zijn recente stukjes trof mij deze gedachte: “Leed dat we kunnen een plaats geven in het geheel van ons leven [en in de grote wereld en evolutie om ons heen], valt veel beter te dragen”. Zoals in het geval van Jonathan Holslag was ons gezin in de eerste levensjaren en in de tienerjaren vaak toneel van meer dan gewone chaos en bracht het dagelijkse bestaan veel uitdaging. Misschien groeide daar een behoefte om de wereld te begrijpen en door middel van kennis, en positieve inzichten van schrijvers en vrienden er orde in te brengen. Boeken boden als kind al veel steun, van de sprookjes van Grimm over de typisch Belgische reeksen stripverhalen, tot de verhalen en getuigenissen van topwetenschapper en dierenkenner Konrad Lorenz. Als vanzelf kwam daarbij gaandeweg de goesting om deze verworvenheden door te geven aan anderen. Vandaag ben ik een van de vele stemmen die feiten van context en duiding voorzien. De wereld is intussen misschien wel meer ingewikkeld en ook meer dreigend geworden. De rol van het volgen van de toestand der dingen en van informatie vergaren is er dus niet kleiner op geworden. Daarbij kan de kwaliteit van de “bronnen” waaraan we ons laven, het verschil maken.

 

Schip en ijsberg

Ik ben als inzichtzoeker en leergierige ziel erg blij met de komst internet, het is een fantastische bron en een geweldig forum, maar mijn hoop is in deze context toch dat iedereen, een beetje zoals de historicus, niet klakkeloos zal lezen wat hem zint of op hem wordt afgestuurd, maar zal inspanningen leveren om het onderscheid te kunnen maken tussen ‘gezagvolle’ berichten en andere. Ik onderstreep graag dat de meeste gedrukte main stream media in ons land degelijk en betrouwbaar werk leveren, elk natuurlijk met een lichte kleuring naar het (doel)publiek toe.  De betrokken journalisten doen veelvuldig checks naar de bronnen van de informatie, de krant heeft de nederigheid geregeld in een rubriek rechtzettingen en aanvullingen te brengen, de reporters zijn degelijk opgeleid,  vervallen daardoor niet in extremen of al te subjectieve berichtgeving, er is een budget voorzien dat reizen toelaat en werkinstrumenten, enzovoort. In mijn opinie blijven deze publicaties dan ook in tijden van vermenigvuldiging van informatieve sites van belang voor wie niet verloren wil lopen in een toenemend complexe maatschappij. En in een cultuur waarin de veranderingen, zo weet de historicus, altijd maar sneller gaan, het levensritme incluis. Dit laatste is mij trouwens een bron van zorg. De mens heeft inherent behoefte aan rust, vrijheid, ruimte stilte en vrede, daar te lang geen gehoor aan geven, werkt sluipend nefast in op geest en lichaam. Toen de mens  tienduizend jaar geleden het leven als jager-verzamelaar, dat zich had afgespeeld te midden van het bijna lege natuurlijke landschap (zonder krioelende steden of horden voertuigen die het gehoor en de neus vergiftigen) om  in steden aan handel te gaan doen op basis van landbouw en veeteelt, werden de bronnen van stress talrijker. Wetenschappers wijzen er op dat de structuur van ons zenuwstelsel en brein nauwelijks is verandert is sinds de oudste tijden, we spreken dan in termen van honderdduizenden jaren. Vijfenzeventig jaar na het einde van de laatste wereldoorlog moet m.i. de mensheid goed op haar tellen letten en vermijden dat de stress door toegenomen bevolkingsdruk en andere factoren opnieuw tot gewapende chaos gaat leiden. Dit is toch echt een van de gevaren die opdoemen voor de boeg van het schip van onze mensengemeenschap, naast klimaatopwarming, verarming van het natuurlijke weefsel, ontrafeling van het sociale weefsel en vele andere. Stof genoeg dus, voor de opiniemaker om samen met de lezers de vinger aan de pols te houden en aan de boeg op de uitkijk te staan. Speurend naar de mogelijke ijsberg, in het bewustzijn dat we de ijsberg in het eigen hart niet mogen negeren of laten exploderen.

 

Reageren kan via stefhublou.global@gmail.com

________________________________________________________________________________

 

De giftige vierwieler

Opinie – De Standaard

28 januari 2002 om 00:00 uur | Stefaan Hublou

De drie vorige jaren beheerste voedselveiligheid in Vlaanderen de geesten. Sinds kort is dit verkeersveiligheid. Dat is een gelukkige verschuiving, want in het verkeer vallen zeer veel reële slachtoffers. Terecht manen ministers en hoofdredacteurs ons aan tot bezinning.

 

Deze oproepen en het onthullende opiniestuk van Karel Michiels (,,Over autojournalisten en copywriters”, DS 16 januari) mogen het sneeuwkristal zijn waarmee een lawine begint die de aanbidding van koning auto eens en voor altijd wegvaagt. Als de dochter van laatstgenoemde de vigerende obsessie voor dit tuig niet begrijpt en aanklaagt, is zij het kind dat ziet en zegt dat de keizer geen kleren draagt.

De realiteit achter wat wij nog steeds ,,de wagen” noemen is sinds het ontstaan van dat woord wel even veranderd. Bijna iedereen rijdt nu met de door fossiele brandstof aangedreven automobiel. Deze heeft snel reizen gedemocratiseerd, en zo het wereldbeeld van velen verrijkt, dat is waar. Maar het concept van de benzinemotor en de dieselmotor is totaal niet geschikt voor gebruik op massale schaal. De blootstelling van het ademhalingsstelsel aan de kleine deeltjes (kleiner dan 10 micron) in de uitlaatgassen is op termijn dodelijk. Deze vervuiling en het gebrek aan echt zuivere zuurstof veroorzaken ongeveer dubbel zoveel sterfgevallen als aanrijdingen! Het gaat om hartziekten, astma en bronchitis; kankers zijn niet eens meegeteld.

Deze feiten blijken onomstotelijk uit een grootschalig onderzoek gedaan in Europa door de Wereldgezondheidsorganisatie. Een studie uitgevoerd in de Verenigde Staten over een periode van vijfentwintig jaar, bevestigt het immense gevaar. Hier dragen elke fabrikant, elke handelaar, elke autojournalist en elke gebruiker een historische verantwoordelijkheid. Dat dit een nieuw probleem is in de geschiedenis van de mens, mag geen alibi zijn om zuurstof, de adem van het leven, niet daadkrachtig veilig te stellen. Voor wie er ondanks de heersende hersenspoeling nog in slaagt niet mee te gaan in de vergoddelijking van de verschrikkelijke vierwieler, is het absurd en wraakroepend dat er bijna niets tegen de gevaren ondernomen wordt. Ik heb zelf in het najaar van 2000 de beide ministers bevoegd voor Leefmilieu en Volksgezondheid, Dua en Aelvoet, aangeschreven om te wijzen op de strategische waarde voor de volksgezondheid van de LPG-installatie. Deze bestaande technologie functioneert immers, wanneer correct afgesteld, vrij van vervuiling. Die brandstof is bovendien goedkoop. Korte tijd later is er door het ministerie van Volksgezondheid beslist een subsidie van 620 euro toe te kennen aan ieder die dit toestel inbouwt. Deze regeling geldt nog steeds en zij redt mensenlevens.

Maar het probleem met de wagen is uiteraard veel omvattender. De last die hij veroorzaakt, bestrijkt diverse terreinen: naast de geleidelijke maar efficiënte vergiftiging van het menselijk lichaam zijn er de fysieke bedreiging voor ieder die zich buiten de bescherming van huiselijke muren begeeft; een brutale verstoring van de stilte en van de bijgaande innerlijke vrede; een ongelofelijke, permanente inbeslagneming van de open ruimte, en dit alles door het verbranden van fossiele vloeistoffen die de vrucht zijn van miljoenen jaren rijpen in de schoot van de aarde en nuttig voor verfijnde doeleinden zoals de aanmaak van medicijnen.

Velen komen argeloos in de ban van de vierwieler. Maar net zoals met de ring in het verhaal van Tolkien is een grote vervreemding van zichzelf en van de echte vrijheid de tol die de gebruiker ongemerkt betaalt. Een professionele chauffeur zei me ooit glunderend: ,,Zo’n fantastische nieuwe wagen heb ik nu! Hij beantwoordt alles wat ik vraag, nog beter dan mijn vrouw!” Hoeveel verder kan de domme idealisering nog gaan?

Levens van jong en oud worden bedreigd, vaak om redenen van onbenullige bewegingsdrang of banaal prestige. De sportieve piloot mist in zijn stoel elke dag kansen op lichaamsbeweging. De chauffeur beweegt als moordenaar én zelfmoordenaar in het verkeer… Overmatig gebruik van wagens zou met heropvoedingskamp in ongerepte natuurgebieden moeten worden bestraft.

Het argument van de werkgelegenheid, dat velen het denken aan alternatieven belet, is alleen geldig op korte termijn. Nog niet zo lang geleden dacht men van de milieubeschermende maatregelen ook dat zij de economie zouden remmen. De feiten bewijzen intussen het tegendeel. Wij kunnen beter aan de gedachte wennen dat niet alleen wapens, maar ook wagens tot iets beters moeten worden omgesmeed. In een democratie draagt elke burger verantwoordelijkheid. Minister Stevaert wijst terecht op het belang van een wijziging in de ideeën over mobiliteit en snelheid. De Vlaamse regering begint in februari haar inspraakoffensief voor de burger en zijn organisaties met het thema ,,verkeersveiligheid en mobiliteit”. Laten wij elk met onze eigen talenten en invloed deze zaak ter harte nemen, het debat grondig voeren en aan oplossingen werken.

(De auteur is historicus, actief in het onderwijs en lid van de Raad voor Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu van de stad Leuven.)

Externe links

 

__________________________________________________________________________________________

 

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!